vrijdag 21 augustus 2020

Grot voor een week

De noodexploratie van “La Grotte Ephémère”

Het voorbije weekend was er een om niet gauw te vergeten. Dat zat zo: in de steengroeve van Préalle (Heyd/Aisne) was vorige week een gat vrijgekomen, op 20 m hoog in het “front de taille” zoals dat heet. Een oplettende speleoloog die in de buurt woont, had dat opgemerkt. Frits was er in de loop van de week al gauw solo ingekropen, in shorts, en in een grote zaal terechtgekomen. Na een snelle explo was zijn conclusie dat het veelbelovend was !

De ingang is van ver zichtbaar

Deze groeve heeft in haar lange geschiedenis al diverse grotten doen verdwijnen, waaronder de ruime Grotte de la Nouvelle Carrière d’Aisne (zie de Atlas des Grottes de Belgique Tome 2 van P. Vandersleyen) of de archeologisch waardevolle Grottes de Préalle I en II.  Om het verlies van een nieuwe site te voorkomen, zonder dat er enige voorafgaandelijke studie is gebeurd (naar archeologisch of mineralogische belang) is er sedert enkele jaren een conventie tussen CWEPSS en de uitbaters dat in zo’n geval de speleo’s de kans krijgen om de zaak te exploreren. Zo’n noodexploratie kan maximaal 6 dagen duren, daarna gaat de groeve in principe verder met haar werk, tenzij tijdens het onderzoek zeer sterke argumenten zijn gevonden om nog te wachten.  In dit geval waren alle gaten al geboord om heel de bank waarin zich de grot deels bevindt, de week nadien te doen springen.

Hieronder lig een deel van de grot. De gaten zijn al geboord (15 à 20 m diep) voor de volgende explosie.

Het was dus duidelijk: hier viel geen tijd te verliezen, we hadden 3 dagen; dit werd een race tegen de klok! In enkele tochten moesten we doen wat we doorgaans over meerdere maanden spreiden: exploratie - eventueel desobstructie - topografie - fotografie en andere onderzoek. 

Onze vrienden van de GRSC waren zo sympathiek om ons in deze zaak te betrekken (dank jullie!). Aldus werd haastig een "équipe de choc" verzameld : de 5 anciens van de ploeg (Pol, Patrice, Jack, Annette en Paul) cumuleerden samen om en bij de 230 jaar aan speleocarrière, die vrijwel uitsluitend uit exploratiespeleo bestond! Aangevuld met twee jongere speleo's die hun kunnen al meermaals hadden bewezen (Frits en Hans), was het duidelijk: we gingen er een lap op geven!

Vrijdagavond 14/8: topo van de grote zaal

Gauw-gauw topomateriaal en wat ander spul bij elkaar gezocht, een minimum aan fotomateriaal en naar de groeve gereden.  Vanavond waren we met  5:  van GRSC Pol Xhaard, Patrice Dumoulin en Frits van der Werff, en van Avalon Hans Verhulst en Paul De Bie.

We benaderen de ingang van opzij

Het gat was vrij groot en opende zich bovenaan een instabiele puinberg. We equipeerden een looplijn zodat we het langs boven konden benaderen. Een klein zaaltje (met wat concreties) en daarna een verticale klim van 4 m, waarin een laddertje werd gehangen, gevolgd door een wat lastige kruipgang die boven een diep gat uitkwam: een put van 4 m. Die moest in oppo worden overgestoken, voorwaar eerder tricky! 

de ingang

En dan kwam je dus in die verrassend grote zaal, die zowat 22 x 15 m was en hier en daar wel 8 m hoog. Spaarzaam geconcretioneerd, met een gigantisch blok dat vol boorstof lag: blijkbaar was een van de boorgaten al doorheen het plafond gegaan. Sommige blokken waren duidelijk recent uit het plafond gevallen als gevolg van eerdere explosies.

De grote zaal van boven naar omlaag gezien

De grote zaal van onder naar boven gezien

Eerste prioriteit was het fotograferen van de zaal, zodat er tenminste enkele goede beelden van waren vooraleer ze verdween. Daarna zochten we alles grondig af en in de bovenhoek werd een vervolg gevonden waar Frits en Hans aan de slag gingen. Intussen begon ik met Pol de topo te maken. We sloten de avond af met zicht op een uit te graven gangetje waaruit een goede tocht blies… Buiten was de duisternis intussen ingevallen.

Die avond werkte ik de topo al provisoir uit want morgen hadden we eerste werk een vergadering met de mensen van de steengroeve, die zich vooral zorgen maken over de veiligheid want een holte van +/- 2000 m3 die hier en daar de oppervlakte nadert tot op 6 m, maakte hen heel ongerust. Zij rijden daar met graafmachines of dumpers rond van wel 65 ton. En hun dynamitage van volgende dinsdag van een nieuwe “trap” van zowat 50 x 20 x 25 m zou een onverwachte instabiliteit kunnen veroorzaken, omdat de grot zich half onder hun werkterrein bevond en half onder de 30 m hoge rotswand ernaast.  Dus die mensen wilden tot op de decimeter weten wààr die zaal zich juist bevond en waren wat blij dat wij dat hen konden vertellen!

Zaterdag 15/8: ontdekking van een tweede zaal

Nadat hun geoloog met een uiterst precieze GPS een topopunt had gezet waarmee we onze topo van de grot tot op de millimeter konden positioneren op de kaarten van de steengroeve, kropen Frits en Paul de grot in. Uiteraard om het tochtend gangetje uit te graven. Dat lukte vrij goed, hoewel het 7 m lang was! In de verte zagen we een uitnodigend zwart gat, maar er vlak voor zat een venijnige dubbele etroiture waarin ik – nog maar eens-  een rib heb gekneusd.  Frits volgde mij, en had het even lastig in die vernauwing als ik! Eerste werk de zaak breder gemept vanaf de andere kant, wat mij al wat gerust stelde voor de terugkeer met een gekraakte rib.

het uitgegraven gangetje

Afdaling in oppo van een P7 en snelle explo van een heel mooi geconcretioneerde zaal met veel witte druipsteen, gordijnen en stalactietjes (Salle Délicate).  Wegens mijn ribkwetsuur én het late uur, hielden we het gauw voor bekeken. Maar het was duidelijk dat we nog eens moesten terugkomen, het was al tegen 19 u en er was geen tijd meer voor de topo of foto’s. En hoog in het plafond zagen we een mogelijk vervolg!


vele mooie concreties in de Salle Délicate


Zondag 16/8: verdere explo en topo

Voor mij was wegens de ribblessure verder exploreren niet mogelijk. Tijd dus om 2 andere zware kanonnen in de strijd te werpen: Annette Van Houtte die de topo zou verderzetten en Jack London om de foto’s voor zijn rekening te nemen en bij te staan waar nodig. En uiteraard onvermoeibare Frits,  om naar dat gat in het plafond te klimmen. Ze waren daar een hele dag mee bezig. De klim in het dak leverde niks op, maar er werden twee andere mogelijkheden gevonden met flinke tocht. En Jack bracht een schat aan fotografisch documentatiemateriaal mee.





Hans en Paul deden toch nog iets : een ander grotje (trou souffleur) in de groeve opengemaakt, héél voorzichtig en niet echt doorgezet vanwege zere ribben (ook Hans wist ervan na zijn avontuur van vrijdag). 10 m ver geraakt, veel tocht en wat concreties. Mochten we al niet ergens een Trou des Côtes hebben, dan zou dit dé naam zijn geworden…

10 m première in de trou souffleur

Maandag 17/8 en verder : administratie

Daarmee was het avontuur nog niet gedaan. Er moesten topo’s worden uitgetekend en rapporten gemaakt en dit alles in nauw overleg met Pol en de Cwepss. De hele maandagmiddag en een grot deel van de dinsdag gingen daaraan op. Ik werkte de topo's uit, Pol Xhaard nam de verslaggeving voor zijn rekening wat in een mooi verslag resulteerde waarin het werk van alle ploegen aan bod kwam.  Intussen was er ook een consensus over de naam van de grot: la Grotte Ephémère.  Dat betekent: vluchtig, kortstondig, iets van één dag. Stilletjes hoopten we allemaal wel dat het leven van deze grot wat langer zou duren dan dat!



Nabeschouwing

Daarmee eindigde deze bijzondere “noodexploratie”. Balans: we hebben een mooie grot van +/ - 200 m lang kunnen exploreren, met een zaal van niet-alledaagse afmetingen en dat alles hebben we nog kunnen topograferen, fotograferen en documenteren. Voorwaar een zeer belangrijke taak, wetende dat binnen enkele dagen de toegang tot de grot voorgoed onmogelijk zal worden, en ze binnen enkele weken in de breekmolens zal vermalen worden. Zonder onze foto’s en topo’s zou de grot echt totaal verdwijnen  maar nu zal er dan toch "iets" tastbaars resteren. En natuurlijk zijn er 5 mensen die onuitwisbare herinneringen zullen hebben aan deze mooie grot.

We hebben onze verantwoordelijkheid ten volle genomen en deze actie is een schoolvoorbeeld van goede samenwerking tussen speleologen (twee clubs GRSC/Avalon), de Cwepss en de uitbaters van een steengroeve. En tja, wat kunnen we de steengroeve verwijten? Zonder hun werk zouden we zelfs niet geweten hebben dat die grot er was. En jammer genoeg ligt de grot nu net in de richting waarin de groeve zich nu uitbreidt…

Het was toch ook wel wat een rare zaak voor ons, met gemengde gevoelens: als eerste mens ooit iets moois ontdekken, dat hebben we al heel vaak gedaan. Maar deze keer was het niet met de wetenschap dat we het aan onze vrienden zouden kunnen tonen, wel dat we de eerste en laatste mensen ooit waren die dit natuurwonder zagen. En ook raar: witte concreties ontdekken en je geen zorgen moeten maken in proper houden, balisage enz.  Je zou ze eigenlijk gewoon kunnen afbreken en in je kitzak meenemen 😊. Dat hebben we niet gedaan, we hebben hetzelfde respect voor de omgeving aan de dag gelegd als anders. Het bloed kruipt waar het niet kan gaan. 

PS: Woensdagavond volgde een leuke verrassing: de groeve had besloten de geplande dynamitage enkele weken uit te stellen, om onze topogegevens grondig te kunnen bestuderen en verwerken en het dynamitageschema te herberekenen. We hopen dat dit ons de kans zal geven om de exploratie nog even verder te zetten.

Paul De Bie

WAARSCHUWING: de groeve is een afgesloten privéterrein, met bewaking. Het is totaal verboden zich zonder toelating in de groeve te begeven, en bovendien is het zeer gevaarlijk. Gelieve de goede relaties met de uitbaters van de groeve niet te schaden door clandestiene bezoeken!


vrijdag 7 augustus 2020

De 27ste expeditie naar het grensgebied van de Haute Marne en Haute Saône. (24/07 tot 02/08/2020)



Tijdens de 27ste expeditie zijn we een week lang met 11 speleo's neergestreken in Fouvent-le-Bas, waar we ons ondertussen al 5 jaar lang ontfermen over de ondergrondse systemen van de Vannon en Rigotte.
Het team, bestond uit 6 duikers en 5 droge speleo’s, en voor het eerst konden we ook rekenen op een biospeleo-duikster.
De Rigotte kreeg dit keer het leeuwendeel van onze aandacht, deels omdat dit project ook voor niet-duikers mogelijkheden biedt.
De 'vaste' ladder naar de modderige 'Jonction du Scarabée' (foto: Jos)
Een eerste groot wapenfeit van de groep is de realisatie van een nieuwe ingang aan het systeem. Via de grot D40 ofwel de Grotte de Fouvent, kunnen vanaf nu ook niet duikers kennis maken met de ondergrondse rivier over een afstand van ongeveer (600)m, aan beide zijden omgeven door een sifon. En alhoewel de verbinding, de Jonction du Scarabée, zeer modderig is, werd deze toegang de ganse week gebruikt door de droge speleo's én de duikers.
Hierdoor kregen we tevens ook de kans om in dit deel van de grot enkele verfijnde foto’s te nemen.

Prachtige galerijen en erosievormen. (foto: Stijn)
De grot behoort nu tot de langste grotten van de Haute Saône. We hebben ook tijdens deze expé heel wat première kunnen doen. Er zijn daarbij nog honderden meters te topograferen vervolg en tevens enkele galerijen met een zeer interessant open einde.
Het is ons duidelijk dat een nieuwe droge ingang tussen de twee volgende sifons niet ondenkbaar is. Dan is het ook voor niet duikers mogelijk om gans het systeem te bezoeken!
De imposante Salle du Mont Champot (foto's: Stijn)

Er is van beide kanten actief gezocht, gegraven, gedoken en getopografeerd. We hebben hierdoor enkele vraagtekens kunnen wegwerken, maar er kwamen er ook verschillende in de plaats.
Een voorbeeld is de exploratie en topografie van de 'Gouffre de Côte de Bague' die we als een grote kanshebber zagen om met het systeem te kunnen verbinden, maar deze piste kunnen we nu wel sluiten.
De Gouffre de la Côte de Bague: geen doorkomen aan! (foto: Erik)
Na een grondige prospectie boven de ondergrondse loop van de Rigotte werden enkele interessante mogelijkheden gevonden. Twee graafprojecten werden hier dadelijk opgestart, waarvan één de hoogste prioriteit zal krijgen bij een volgende expeditie.
De imposante galerij voor de 'Salle du Mont Champot'. (foto: Stijn) 
Ook beginnen we stilaan te dromen van een volledige doorsteek, want momenteel is al meer dan de helft van het traject tussen perte en resurgentie geëxploreerd en in kaart gebracht.
Deze droge zomer was voor ons ook hét moment om de perte te herbekijken. Dit is een grot van ruim 400m lang die heel vaak ontoegankelijk is door de vele takken die meespoelen in de ingang. We hadden geluk dit jaar! We konden ons voor het eerst een weg banen doorheen de enorme houtprop in de ingangszone en duikmateriaal tot aan de maagdelijke eindsifon brengen voor één duiker. Deze beoordeelde de sifon als 'doenbaar'. Dit is werk voor een volgende expé.

De traversée over de S4 (foto: Stijn)
Onterecht stond de Vannon in de schaduw. Toch hebben enkele duikers de tijd gevonden om in de lange eerste sifon verschillende passages te verlengen. Dit resulteerde in twee nieuwe doorgangen, en ongeveer 100m nieuwe lijn. Eén ervan is een parallel aan de hoofdgang, en een tweede is een vervolg van een volledig nieuwe rivier, zich situerend onder de droge vallei van de Vannon.

Zeker is dat deze grotten ons nog vaak zullen verwonderen.
Het moet een fantastische architect zijn die zoiets kan bedenken!

Deelnemers:

Duikploeg: Herman, Stijn, Geert, Claire, Gauthier, Tom
Droge speleo's: Erik, Michaëla, Jos, Peter, Dagobert
(SC Cascade, SC Avalon, CRSOA, Spekul)

Het team (foto: Dagobert)


Tekst: Stijn en Jos




woensdag 15 juli 2020

Wuinant : er werd speleogeschiedenis geschreven

De voorbije weken gonsde het in en rond de Wuinant van activiteit.  Zoals jullie intussen wel weten is het vinden van een "droge" ingang aan de Wuinant de Heilige Graal van de Belgische speleologie! En met slechts enkele dagen verschil werden twee ontdekkingen gerealiseerd die de mogelijkheid tot zo een ingang heel concreet maakten. 
Enerzijds de exploratie van de Affluent du Léopard (zie vorig artikel op dit blog) die tot vlakbij de oppervlakte kwam, ten noorden van de grot. Anderzijds een doorbraak in de Trou de la Haminte, een grotje geheel stroomopwaarts, waarin een aantal wroeters van GRSC (o.m. Patrice en Francis) al maandenlang keihard bezig waren met het verbreden van de te smalle weg voorwaarts. Plots waren ze enorm opgeschoten, de e-mails over de vorderingen volgden elkaar in sneltreinvaart op. Intussen was ik klaar met de topo van de gehele Wuinant, tot de meest stroomopwaartse zone toe, op anderhalve kilometer van de ingang. En - voor zover die topo juist was -het einde van de Haminte bleek vlakbij de Wuinant te liggen! Maar waar juist?
De invasie van Neuville
En dus was er vorige zondag 12/7 een interclubactiviteit met 4 verschillende ploegen en objectieven.
·        -  Ploeg 1 in de Haminte (Patrice van GRSC, Amaury, Déborah van RCAE)
Patrice vertrekt in de Haminte

·         - Ploeg 2 in de Wuinant (met Frits van GRSC, Jack van Casa-C7 en Stéphane van GRPS)
·         - Ploeg 3 oppervlaktetopo boven de bocht van de Wuinant (Paul, Annette en Rudi van Avalon) in de zone van de Léopard dus
·        -  Ploeg 4 oppervlakte en desob in Grotte de la Roussette (Pol van GRSC, Mika van Abyss en Marc van CRSL
Ons lukraak gekozen "basecamp" bleek achteraf pal boven de grot (Léopard) te zijn!

Elke ploeg had een walkietalkie en we spraken een strikte timing af. Om 12:30 u zou de ploeg in de Haminte proberen contact te maken met de ploeg in de uiterst stroomopwaartse zone van de Wuinant. Die had ongeveer 2 u nodig om daar te geraken (gelukkig passeerden de sifons nog). En zowaar, ze hadden zelfs geen walkietalkie nodig want vrij snel hoorden ze elkaar roepen en even later was de bevestiging er: het geluid kwam uit een nauwe spleet (die Frits einde 2019 had gevonden en die eigenlijk vrijwel de enige mogelijkheid was). En nog wat later konden Frits en Jack zelfs het licht zien van Deborah die zich in de Haminte bevond! Wat een succes! Uiteraard is er nog een meter of 8 te verbreden, maar dat is een formaliteit die de komende weken topprioriteit zal zijn voor Patrice & Co.
Het begin van de spleet in de Wuinant die met de Haminte verbindt

In de verte ziet Frits het licht van Deborah die zich in de Haminte bevindt!

Na dit eerste contact, haastte de ondergrondse Wuinantploeg zich weer stroomafwaarts, om dan naar het einde van de Affluent du Léopard te gaan.
Passage van de ex-sifon 3 die toegang geeft tot de Affluent du Léopard
Intussen was de topoploeg van Avalon al vlijtig bezig met een zo precies mogelijke oppervlaktetopo, om de zone boven de terminus van de Affluent du Léopard in kaart te brengen en de kleine grotjes die daar in de buurt lagen, te positioneren en ook volledig te topograferen (Grotte de la Roussette en Grotte du Matin Calme). En ook de ploeg van Pol X. was al begonnen met een desobstructie van die Roussette (achteraf bleek dat niet zo zinvol, want alle topowerk wees uit dat de grot 12 m boven de Léopard ligt).
In de Affluent du Léopard
Om 14:30 u precies, wat vroeger dan afgesproken, schakelde ik de walkietalkie in. Onmiddellijk kreeg ik antwoord van Frits, die klonk alsof hij vlakbij mij stond! En dat was eigenlijk ook wel zo: hij bevond zich 5-6 meter lager, “ergens” onder onze voeten, op de terminus van de Affluent du Léopard.
Frits praat met Paul die 5 m boven zijn hoofd staat... buiten!
Het stemcontact maakte wat volgen zou heel wat makkelijker. Eerst een reeks kleine injecties met fluorescëine, van stroomafwaarts naar stroomopwaarts, om de 15 meter en met 10 minuten tussenpauze. Bedoeling was deze: onder de grond waren er 2 flinke watertoevoeren. Maar in de rivier buiten, konden we niet echt een verdwijnpunt vinden. We hoopten met de kleuring ongeveer de sector te kunnen vinden waar het water verdween. Helaas, de ploeg onder de grond zag nergens (overtuigend) fluo verschijnen.
De zone vlak boven de terminus van de Affluent du Léopard.
Vervolgens werd op diverse plaatsen met de hamer geklopt, zowel buiten als in de grot. Aldus kon één plek worden gevonden waar dat het best hoorbaar was…
Tot slot een vruchteloze poging om contact te leggen tussen een gangetje met blazende tocht in de grot, en de Grotte du Matin Calme die mogelijk in de verlenging ervan lag. Maar die bleek (na uitwerking van de topo's) te ver opzij te liggen. Kortom, niet direct succes, maar het resultaat van de oppervlaktetopo’s gaf een heel nauwkeurig beeld van de situatie en we weten nu redelijk goed waar we zouden moeten graven (5 m diep!) om in de Léopard terecht te komen. Of we dit ook echt gaan doen, nu de verbinding met de Haminte vrijwel gerealiseerd is, is onzeker…


Na dit alles trokken Rudi en ik weer richting ingang Wuinant, om daar de oppervlaktetopo’s verder te zetten en aan te sluiten op het huis beneden. Hierdoor weten we nu heel precies de coördinaten van de ingang (heel de grot verschoof wel 4,5 m...). We waren net klaar met ons werk, toen we de Wuinantploeg zagen buitenkomen.
Kortom, het was een grote dag voor de Belgische speleologie! 36 jaar na de ontdekking postsifon van deze immense collecteur , en nadat er ontelbare dagen gewerkt is door veel verschillende clubs om te proberen een ingang te vinden die de grot zonder duiken bereikbaar maakt, is dat eindelijk (bijna) een feit.  En op de mooist mogelijke plek, want de Haminte zou verbinden op amper 20 m van het (stroomopwaartse) einde van de Wuinant. Een traversée (mogelijk de langste in België) van om en bij de anderhalve kilometer, voor wie de sifons van de Wuinant vrij duikt, uiteraard. En dat is echt een heel eind! Met de auto rij je trouwens vlot 15-20 minuten om van de parking van de Wuinant heel het massief rond te rijden naar de parking nabij de Haminte!
Overzicht van het traject van de Wuinant
De topo is intussen vrijwel voltooid, op alles in de plafonds na want er moeten nog een viertal grote (artificiële) klimmen gemaakt worden naar uitnodigende gaten. Die topo totaliseert nu al bijna 2400 m, zonder de Haminte. Hieronder een voorbeeld  (zeer lage resolutie 😊 want het is nog geen cadeautjestijd )

De Wuinant heeft ons de voorbije 8 maanden heel veel exploratieplezier gegeven. De bekroning zal die allereerste traversee zijn.Wanneer weten we nog niet, maar de champagne staat alvast klaar!

PS: voor een gedetailleerde historiek van de werken in de Trou de la Haminte, zie het blog van GRSC http://grsc.over-blog.com/

Verslag: Paul De Bie. Foto's: Jack London en Paul De Bie

dinsdag 7 juli 2020

Affluent du Léopard


Wat voorafging

We zijn al sedert oktober 2019 bezig met het volledig hertopograferen en exploreren van Trou Wuinant. Een interclubproject (met GRSC, CASA-C7, Avalon, Cascade, Styx, ...) en een uiterst opwindende zaak, want de grot is enkel toegankelijk mits het passeren van een lang 'aquatiek" stuk met verschillende voûte-mouillantes en 2 à 3 korte sifons die vrij moeten worden gedoken. En dat zaakje loopt bij een beetje regen dagenlang dicht. De Wuinant is een ondergrondse meanderafsnijding van La Magne, een zijrivier van de Vesdre. De Magne is een open riool, een echte schandvlek voor de Waalse overheid! En het spreekt vanzelf dat de ondergrondse Magne, die doorheen de Trou Wuinant loopt, even erg is. Wie op zijn gezondheid gesteld is, blijft er beter weg (het schijnt dat rioolwater zeer veel Coronavirussen bevat...)
Het open riool genaamd La Magne
Zie hier voor 3 andere artikels op ons blog: https://scavalon.blogspot.com/search/label/Trou%20Wuinant
Trou Wuinant is een megagrot, de langste ondergrondse rivier van België, een reusachtige galerij en supergeconcretioneerd bovendien. Tijdens onze eerste tochten werd een mooie ontdekking gedaan (Réseau du Flair, +/- 300 m lang)  en vorig weekend was het weer prijs.

Historiek van deze ontdekking
In de gigantische collecteur Wuinant zijn er enkele zijriviertjes, die meestal vanuit (te) nauwe sifons komen. Eén ervan, op exact 1000 m van de ingang gelegen, lijkt echt de moeite niet en tijdens mijn toposessie had mijn topo-assistent - mits erin te kijken -  geconcludeerd “loopt dicht”. Het leek inderdaad alsof het plafond de modderbodem raakte. Het riviertje was een pipi van amper 20 cm breed.

Maar ik neem niet gauw iets aan zonder het zelf te hebben gezien. En dus, op 18 januari, op de terugweg van een dag topo in de amonts, besloot ik dat eens zelf te gaan bekijken. Mijn partner Frits stond intussen een meter of 50 verder zijn “patatjes af te gieten”. Inderdaad na 7 m op handen en voeten leek het alsof het te laag werd… of toch niet want mits wat gespartel in een modderbak kon ik verder en stond daar oog in oog met een plas helder water: een sifon. Even erin gaan liggen: dat leek zowaar ruim genoeg, duikbaar zelfs! Waarom was dit dan nooit gedoken? Antwoord: omdat alle duikers die hier ooit waren geweest er waren voorbijgelopen (zo ook Stijn Schaballie die hier een maand geleden nog voor een laatste keer met al zijn duikmateriaal geweest om de paar resterende sifonnetjes te duiken).

Ik riep Frits, die kwam ook eens kijken, ging languit in het sop liggen en voelde dat het plafond wat verder precies weer omhoog ging. Die sifon was echt niet meer dan 40 cm diep. Meer nog, Frits meende dat we de sifon misschien konden droogleggen mits het graven van een grachtje, tot aan de collecteur! Voorwaar een poging waard!

Het weekend nadien hadden Frits en ik andere verplichtingen, maar Jack wilde de grot tonen aan zijn kompanen van CASA-C7 en uiteraard fluisterden we hen de suggestie in om daar een gracht te graven.  En graven hebben ze gedaan! Over wel 10 meter schepten ze modder en grint wel 50 cm diep weg. Vooral Bobo was niet te stoppen.
Bobo graaft aan de gracht (foto: Jack)
Het water zakte en plots kwam er luchtruimte, en vooral een voelbare tocht! De sifon was een korte voûte-mouillante geworden, met 10 cm lucht. 
Euforisch dobberden ze er doorheen… maar aan de andere kant kwamen ze in een ongelooflijke modderbak terecht: in feite een 4 meter lang meertje, oorspronkelijk met 30 cm diep water en 40 cm diepe zachte blubberbodem. Nu het water weg was, bleef nog enkel die onderlaag van 40 cm gitzwarte, stinkende “crême au beurre”, en naar diesel stinkend slib. Na deze zwijnerij was je totaal onherkenbaar. Gelukkig was er in de hoek van dit zaaltje nog een diepe plas waarin je je wat "proper" kon spoelen. En dat was nodig, want na het opklimmen van een watervalletje, vertrok er een grote en vooral prachtige galerij. 
Victorie! Na de sifon volgt een grote galerij (foto: Jack)
De rotswanden waren lichtgrijs en met modder “luipaard” vlekjes bedekt (zgn. vermiculations) en links en rechts flonkerden witte concreties. De stromingsschubben op de wanden maakten het geheel nog mooier. De euforische ploeg legde een 30-tal meter af in deze gang die een sectie had van wel 3 m: verbazend ruim dus. Na het voorzichtig passeren van een witte concretie, besloten ze niet verder te gaan: dit wilden ze samen met ons exploreren!

Erg attent, maar moeder Natuur begon toen plots tegen te werken. Op 1 februari stonden we allen paraat met als doel de nieuwe zijrivier verder te pushen. Echter, het was om 5 u hard beginnen regenen en toen Frits en ik om 10 u in Trooz aankwamen, goot het nog steeds en was de Magne al een bulderende rivier (3 m3/s). Na wijs beraad, besloten om niet doorheen de sifons te gaan. Al goed want rond 13 uur zou de Magne een debiet van 7 m3/s halen! We daalden wel de ingangsput af en waren zo getuige van het razendsnel vollopen van de sifons. 

Heel februari was het weer zo slecht dat er geen enkele keer meer naar de Wuinant kon worden gegaan. En begin maart kregen we de Coronacrisis en de lockdown en moesten we maanden op onze tanden bijten. In juni probeerden we tevergeefs een ploeg te vormen die op de zeldzame dagen dat de Magne niet in crue stond, kon meegaan. Zaterdag 20 juni werkten we verder aan de topo, maar omdat Jack er niet bij was, wilden we de “Affluent du Léopard” niet verder exploreren. We namen enkel een kijkje in de eerste 30 meter. Maar het weekend erop kon Jack weer niet, en daarna werd het heel krap want lonkten de zomerexpedities. We kregen groen licht van Jack (bedankt!) en zo kwam het dat we op zondag 5 juli met drie aan die exploratie begonnen: Frits, Erik en ik.  

Een schitterende première
Eerst de ex-sifon 3 en vooral de verschrikkelijke blubberbak door. Grote schoonmaaksessie in het inktzwarte water van de modderpoel iets verder...
Kniediep in de blubber! 15 m verder zijn er flonkerende concreties! (foto: Erik)
Prachtige concreties en die mogen we echt niet vuil maken! (foto: Erik)
Voorbij de terminus van onze voorgangers volgde al binnen de 15 meter een verrassing: het werd groot, heel groot. Een zaal met enorme blokken, die vol concreties stonden: Salle Magne-fique. We zochten minutenlang of we er doorheen geraakten zonder de boel te bemodderen. Dat ging niet! We kozen finaal de weg van de minste schade…

Twee foto's van Salle Magne-fique (Erik)
De galerij liep ruim verder, een uitnodigende zijgang lieten we ongemoeid, zodat onze opvolgers ook nog iets hadden om naar uit te kijken. We volgden het water (stroomopwaarts uiteraard) en laveerden voorzichtig tussen de concreties door. Toen werd het lager, en leek het naar overal verder te lopen. Een complexe zone met vele spleten, diaklazen, en blokkenstorten waar het water doorheen douchte, maar toch nog veel concreties.

2 foto's van de zone waar we onder de Magne eindigden (Paul)
Het was duidelijk: we zaten hier ergens onder de Magne. En toen we de eerste levende spin ontdekten, en dan nog verschillende andere “Meta minardi’s”, die typisch in ingangen leven, waren we wel zeker: we waren praktisch buiten. We draaiden heel de zone binnenstebuiten. In een gangetje met erg veel tocht begon Frits te graven, terwijl Erik en ik aan de topo begonnen. Dat was echt een geduldwerk, en niet eenvoudig in een van modder en water druipend neopreenpak.


Urenlange toposessie (Paul)
De uren verstreken en natuurlijk hadden we ons eten en drinken in de grote collecteur laten liggen. Pas tegen 17 u, nadat Erik achter ons onze sporen had weggewassen met plantensproeier en borstel (we waren op alles voorzien en zijn blij dat we vrijwel niets hebben vuil gemaakt!), konden we de laatste topohindernis in kaart brengen: de zwijnenbak met diepe glibberige, stinkende modder. Gelukkig kan je in de collecteur van de Wuinant al die blubber wegspoelen (weliswaar liggend in ander grijsachtig rioolwater).

Wat een dagje! Zoals steeds flink laat buiten, maar toch nog om 22 u ’s avonds gauw de 65 topometingen ingetikt: jawel, we zaten onder de Magne, waren er zelfs onderdoor gegaan, en we zaten slechts 4 m onder de oppervlakte.
De Affluent du Léopard meet zowat 200 m, waardoor de totale lengte van de grot nu al de 2400 m nadert en het is nog niet gedaan.


Het lijkt alsof een ingang echt wel binnen het bereik ligt. En misschien wel meer dan één, want nog verder stroomopwaarts is de GRSC al maanden bezig in een zeer beloftevolle grot (Haminte) waarin ze zopas 50 m première hebben gemaakt en de Wuinant vrijwel bereikt hebben. Wordt vervolgd!