vrijdag 7 augustus 2020

De 27ste expeditie naar het grensgebied van de Haute Marne en Haute Saône. (24/07 tot 02/08/2020)



Tijdens de 27ste expeditie zijn we een week lang met 11 speleo's neergestreken in Fouvent-le-Bas, waar we ons ondertussen al 5 jaar lang ontfermen over de ondergrondse systemen van de Vannon en Rigotte.
Het team, bestond uit 6 duikers en 5 droge speleo’s, en voor het eerst konden we ook rekenen op een biospeleo-duikster.
De Rigotte kreeg dit keer het leeuwendeel van onze aandacht, deels omdat dit project ook voor niet-duikers mogelijkheden biedt.
De 'vaste' ladder naar de modderige 'Jonction du Scarabée' (foto: Jos)
Een eerste groot wapenfeit van de groep is de realisatie van een nieuwe ingang aan het systeem. Via de grot D40 ofwel de Grotte de Fouvent, kunnen vanaf nu ook niet duikers kennis maken met de ondergrondse rivier over een afstand van ongeveer (600)m, aan beide zijden omgeven door een sifon. En alhoewel de verbinding, de Jonction du Scarabée, zeer modderig is, werd deze toegang de ganse week gebruikt door de droge speleo's én de duikers.
Hierdoor kregen we tevens ook de kans om in dit deel van de grot enkele verfijnde foto’s te nemen.

Prachtige galerijen en erosievormen. (foto: Stijn)
De grot behoort nu tot de langste grotten van de Haute Saône. We hebben ook tijdens deze expé heel wat première kunnen doen. Er zijn daarbij nog honderden meters te topograferen vervolg en tevens enkele galerijen met een zeer interessant open einde.
Het is ons duidelijk dat een nieuwe droge ingang tussen de twee volgende sifons niet ondenkbaar is. Dan is het ook voor niet duikers mogelijk om gans het systeem te bezoeken!
De imposante Salle du Mont Champot (foto's: Stijn)

Er is van beide kanten actief gezocht, gegraven, gedoken en getopografeerd. We hebben hierdoor enkele vraagtekens kunnen wegwerken, maar er kwamen er ook verschillende in de plaats.
Een voorbeeld is de exploratie en topografie van de 'Gouffre de Côte de Bague' die we als een grote kanshebber zagen om met het systeem te kunnen verbinden, maar deze piste kunnen we nu wel sluiten.
De Gouffre de la Côte de Bague: geen doorkomen aan! (foto: Erik)
Na een grondige prospectie boven de ondergrondse loop van de Rigotte werden enkele interessante mogelijkheden gevonden. Twee graafprojecten werden hier dadelijk opgestart, waarvan één de hoogste prioriteit zal krijgen bij een volgende expeditie.
De imposante galerij voor de 'Salle du Mont Champot'. (foto: Stijn) 
Ook beginnen we stilaan te dromen van een volledige doorsteek, want momenteel is al meer dan de helft van het traject tussen perte en resurgentie geëxploreerd en in kaart gebracht.
Deze droge zomer was voor ons ook hét moment om de perte te herbekijken. Dit is een grot van ruim 400m lang die heel vaak ontoegankelijk is door de vele takken die meespoelen in de ingang. We hadden geluk dit jaar! We konden ons voor het eerst een weg banen doorheen de enorme houtprop in de ingangszone en duikmateriaal tot aan de maagdelijke eindsifon brengen voor één duiker. Deze beoordeelde de sifon als 'doenbaar'. Dit is werk voor een volgende expé.

De traversée over de S4 (foto: Stijn)
Onterecht stond de Vannon in de schaduw. Toch hebben enkele duikers de tijd gevonden om in de lange eerste sifon verschillende passages te verlengen. Dit resulteerde in twee nieuwe doorgangen, en ongeveer 100m nieuwe lijn. Eén ervan is een parallel aan de hoofdgang, en een tweede is een vervolg van een volledig nieuwe rivier, zich situerend onder de droge vallei van de Vannon.

Zeker is dat deze grotten ons nog vaak zullen verwonderen.
Het moet een fantastische architect zijn die zoiets kan bedenken!

Deelnemers:

Duikploeg: Herman, Stijn, Geert, Claire, Gauthier, Tom
Droge speleo's: Erik, Michaëla, Jos, Peter, Dagobert
(SC Cascade, SC Avalon, CRSOA, Spekul)

Het team (foto: Dagobert)


Tekst: Stijn en Jos




woensdag 15 juli 2020

Wuinant : er werd speleogeschiedenis geschreven

De voorbije weken gonsde het in en rond de Wuinant van activiteit.  Zoals jullie intussen wel weten is het vinden van een "droge" ingang aan de Wuinant de Heilige Graal van de Belgische speleologie! En met slechts enkele dagen verschil werden twee ontdekkingen gerealiseerd die de mogelijkheid tot zo een ingang heel concreet maakten. 
Enerzijds de exploratie van de Affluent du Léopard (zie vorig artikel op dit blog) die tot vlakbij de oppervlakte kwam, ten noorden van de grot. Anderzijds een doorbraak in de Trou de la Haminte, een grotje geheel stroomopwaarts, waarin een aantal wroeters van GRSC (o.m. Patrice en Francis) al maandenlang keihard bezig waren met het verbreden van de te smalle weg voorwaarts. Plots waren ze enorm opgeschoten, de e-mails over de vorderingen volgden elkaar in sneltreinvaart op. Intussen was ik klaar met de topo van de gehele Wuinant, tot de meest stroomopwaartse zone toe, op anderhalve kilometer van de ingang. En - voor zover die topo juist was -het einde van de Haminte bleek vlakbij de Wuinant te liggen! Maar waar juist?
De invasie van Neuville
En dus was er vorige zondag 12/7 een interclubactiviteit met 4 verschillende ploegen en objectieven.
·        -  Ploeg 1 in de Haminte (Patrice van GRSC, Amaury, Déborah van RCAE)
Patrice vertrekt in de Haminte

·         - Ploeg 2 in de Wuinant (met Frits van GRSC, Jack van Casa-C7 en Stéphane van GRPS)
·         - Ploeg 3 oppervlaktetopo boven de bocht van de Wuinant (Paul, Annette en Rudi van Avalon) in de zone van de Léopard dus
·        -  Ploeg 4 oppervlakte en desob in Grotte de la Roussette (Pol van GRSC, Mika van Abyss en Marc van CRSL
Ons lukraak gekozen "basecamp" bleek achteraf pal boven de grot (Léopard) te zijn!

Elke ploeg had een walkietalkie en we spraken een strikte timing af. Om 12:30 u zou de ploeg in de Haminte proberen contact te maken met de ploeg in de uiterst stroomopwaartse zone van de Wuinant. Die had ongeveer 2 u nodig om daar te geraken (gelukkig passeerden de sifons nog). En zowaar, ze hadden zelfs geen walkietalkie nodig want vrij snel hoorden ze elkaar roepen en even later was de bevestiging er: het geluid kwam uit een nauwe spleet (die Frits einde 2019 had gevonden en die eigenlijk vrijwel de enige mogelijkheid was). En nog wat later konden Frits en Jack zelfs het licht zien van Deborah die zich in de Haminte bevond! Wat een succes! Uiteraard is er nog een meter of 8 te verbreden, maar dat is een formaliteit die de komende weken topprioriteit zal zijn voor Patrice & Co.
Het begin van de spleet in de Wuinant die met de Haminte verbindt

In de verte ziet Frits het licht van Deborah die zich in de Haminte bevindt!

Na dit eerste contact, haastte de ondergrondse Wuinantploeg zich weer stroomafwaarts, om dan naar het einde van de Affluent du Léopard te gaan.
Passage van de ex-sifon 3 die toegang geeft tot de Affluent du Léopard
Intussen was de topoploeg van Avalon al vlijtig bezig met een zo precies mogelijke oppervlaktetopo, om de zone boven de terminus van de Affluent du Léopard in kaart te brengen en de kleine grotjes die daar in de buurt lagen, te positioneren en ook volledig te topograferen (Grotte de la Roussette en Grotte du Matin Calme). En ook de ploeg van Pol X. was al begonnen met een desobstructie van die Roussette (achteraf bleek dat niet zo zinvol, want alle topowerk wees uit dat de grot 12 m boven de Léopard ligt).
In de Affluent du Léopard
Om 14:30 u precies, wat vroeger dan afgesproken, schakelde ik de walkietalkie in. Onmiddellijk kreeg ik antwoord van Frits, die klonk alsof hij vlakbij mij stond! En dat was eigenlijk ook wel zo: hij bevond zich 5-6 meter lager, “ergens” onder onze voeten, op de terminus van de Affluent du Léopard.
Frits praat met Paul die 5 m boven zijn hoofd staat... buiten!
Het stemcontact maakte wat volgen zou heel wat makkelijker. Eerst een reeks kleine injecties met fluorescëine, van stroomafwaarts naar stroomopwaarts, om de 15 meter en met 10 minuten tussenpauze. Bedoeling was deze: onder de grond waren er 2 flinke watertoevoeren. Maar in de rivier buiten, konden we niet echt een verdwijnpunt vinden. We hoopten met de kleuring ongeveer de sector te kunnen vinden waar het water verdween. Helaas, de ploeg onder de grond zag nergens (overtuigend) fluo verschijnen.
De zone vlak boven de terminus van de Affluent du Léopard.
Vervolgens werd op diverse plaatsen met de hamer geklopt, zowel buiten als in de grot. Aldus kon één plek worden gevonden waar dat het best hoorbaar was…
Tot slot een vruchteloze poging om contact te leggen tussen een gangetje met blazende tocht in de grot, en de Grotte du Matin Calme die mogelijk in de verlenging ervan lag. Maar die bleek (na uitwerking van de topo's) te ver opzij te liggen. Kortom, niet direct succes, maar het resultaat van de oppervlaktetopo’s gaf een heel nauwkeurig beeld van de situatie en we weten nu redelijk goed waar we zouden moeten graven (5 m diep!) om in de Léopard terecht te komen. Of we dit ook echt gaan doen, nu de verbinding met de Haminte vrijwel gerealiseerd is, is onzeker…


Na dit alles trokken Rudi en ik weer richting ingang Wuinant, om daar de oppervlaktetopo’s verder te zetten en aan te sluiten op het huis beneden. Hierdoor weten we nu heel precies de coördinaten van de ingang (heel de grot verschoof wel 4,5 m...). We waren net klaar met ons werk, toen we de Wuinantploeg zagen buitenkomen.
Kortom, het was een grote dag voor de Belgische speleologie! 36 jaar na de ontdekking postsifon van deze immense collecteur , en nadat er ontelbare dagen gewerkt is door veel verschillende clubs om te proberen een ingang te vinden die de grot zonder duiken bereikbaar maakt, is dat eindelijk (bijna) een feit.  En op de mooist mogelijke plek, want de Haminte zou verbinden op amper 20 m van het (stroomopwaartse) einde van de Wuinant. Een traversée (mogelijk de langste in België) van om en bij de anderhalve kilometer, voor wie de sifons van de Wuinant vrij duikt, uiteraard. En dat is echt een heel eind! Met de auto rij je trouwens vlot 15-20 minuten om van de parking van de Wuinant heel het massief rond te rijden naar de parking nabij de Haminte!
Overzicht van het traject van de Wuinant
De topo is intussen vrijwel voltooid, op alles in de plafonds na want er moeten nog een viertal grote (artificiële) klimmen gemaakt worden naar uitnodigende gaten. Die topo totaliseert nu al bijna 2400 m, zonder de Haminte. Hieronder een voorbeeld  (zeer lage resolutie 😊 want het is nog geen cadeautjestijd )

De Wuinant heeft ons de voorbije 8 maanden heel veel exploratieplezier gegeven. De bekroning zal die allereerste traversee zijn.Wanneer weten we nog niet, maar de champagne staat alvast klaar!

PS: voor een gedetailleerde historiek van de werken in de Trou de la Haminte, zie het blog van GRSC http://grsc.over-blog.com/

Verslag: Paul De Bie. Foto's: Jack London en Paul De Bie

dinsdag 7 juli 2020

Affluent du Léopard


Wat voorafging

We zijn al sedert oktober 2019 bezig met het volledig hertopograferen en exploreren van Trou Wuinant. Een interclubproject (met GRSC, CASA-C7, Avalon, Cascade, Styx, ...) en een uiterst opwindende zaak, want de grot is enkel toegankelijk mits het passeren van een lang 'aquatiek" stuk met verschillende voûte-mouillantes en 2 à 3 korte sifons die vrij moeten worden gedoken. En dat zaakje loopt bij een beetje regen dagenlang dicht. De Wuinant is een ondergrondse meanderafsnijding van La Magne, een zijrivier van de Vesdre. De Magne is een open riool, een echte schandvlek voor de Waalse overheid! En het spreekt vanzelf dat de ondergrondse Magne, die doorheen de Trou Wuinant loopt, even erg is. Wie op zijn gezondheid gesteld is, blijft er beter weg (het schijnt dat rioolwater zeer veel Coronavirussen bevat...)
Het open riool genaamd La Magne
Zie hier voor 3 andere artikels op ons blog: https://scavalon.blogspot.com/search/label/Trou%20Wuinant
Trou Wuinant is een megagrot, de langste ondergrondse rivier van België, een reusachtige galerij en supergeconcretioneerd bovendien. Tijdens onze eerste tochten werd een mooie ontdekking gedaan (Réseau du Flair, +/- 300 m lang)  en vorig weekend was het weer prijs.

Historiek van deze ontdekking
In de gigantische collecteur Wuinant zijn er enkele zijriviertjes, die meestal vanuit (te) nauwe sifons komen. Eén ervan, op exact 1000 m van de ingang gelegen, lijkt echt de moeite niet en tijdens mijn toposessie had mijn topo-assistent - mits erin te kijken -  geconcludeerd “loopt dicht”. Het leek inderdaad alsof het plafond de modderbodem raakte. Het riviertje was een pipi van amper 20 cm breed.

Maar ik neem niet gauw iets aan zonder het zelf te hebben gezien. En dus, op 18 januari, op de terugweg van een dag topo in de amonts, besloot ik dat eens zelf te gaan bekijken. Mijn partner Frits stond intussen een meter of 50 verder zijn “patatjes af te gieten”. Inderdaad na 7 m op handen en voeten leek het alsof het te laag werd… of toch niet want mits wat gespartel in een modderbak kon ik verder en stond daar oog in oog met een plas helder water: een sifon. Even erin gaan liggen: dat leek zowaar ruim genoeg, duikbaar zelfs! Waarom was dit dan nooit gedoken? Antwoord: omdat alle duikers die hier ooit waren geweest er waren voorbijgelopen (zo ook Stijn Schaballie die hier een maand geleden nog voor een laatste keer met al zijn duikmateriaal geweest om de paar resterende sifonnetjes te duiken).

Ik riep Frits, die kwam ook eens kijken, ging languit in het sop liggen en voelde dat het plafond wat verder precies weer omhoog ging. Die sifon was echt niet meer dan 40 cm diep. Meer nog, Frits meende dat we de sifon misschien konden droogleggen mits het graven van een grachtje, tot aan de collecteur! Voorwaar een poging waard!

Het weekend nadien hadden Frits en ik andere verplichtingen, maar Jack wilde de grot tonen aan zijn kompanen van CASA-C7 en uiteraard fluisterden we hen de suggestie in om daar een gracht te graven.  En graven hebben ze gedaan! Over wel 10 meter schepten ze modder en grint wel 50 cm diep weg. Vooral Bobo was niet te stoppen.
Bobo graaft aan de gracht (foto: Jack)
Het water zakte en plots kwam er luchtruimte, en vooral een voelbare tocht! De sifon was een korte voûte-mouillante geworden, met 10 cm lucht. 
Euforisch dobberden ze er doorheen… maar aan de andere kant kwamen ze in een ongelooflijke modderbak terecht: in feite een 4 meter lang meertje, oorspronkelijk met 30 cm diep water en 40 cm diepe zachte blubberbodem. Nu het water weg was, bleef nog enkel die onderlaag van 40 cm gitzwarte, stinkende “crême au beurre”, en naar diesel stinkend slib. Na deze zwijnerij was je totaal onherkenbaar. Gelukkig was er in de hoek van dit zaaltje nog een diepe plas waarin je je wat "proper" kon spoelen. En dat was nodig, want na het opklimmen van een watervalletje, vertrok er een grote en vooral prachtige galerij. 
Victorie! Na de sifon volgt een grote galerij (foto: Jack)
De rotswanden waren lichtgrijs en met modder “luipaard” vlekjes bedekt (zgn. vermiculations) en links en rechts flonkerden witte concreties. De stromingsschubben op de wanden maakten het geheel nog mooier. De euforische ploeg legde een 30-tal meter af in deze gang die een sectie had van wel 3 m: verbazend ruim dus. Na het voorzichtig passeren van een witte concretie, besloten ze niet verder te gaan: dit wilden ze samen met ons exploreren!

Erg attent, maar moeder Natuur begon toen plots tegen te werken. Op 1 februari stonden we allen paraat met als doel de nieuwe zijrivier verder te pushen. Echter, het was om 5 u hard beginnen regenen en toen Frits en ik om 10 u in Trooz aankwamen, goot het nog steeds en was de Magne al een bulderende rivier (3 m3/s). Na wijs beraad, besloten om niet doorheen de sifons te gaan. Al goed want rond 13 uur zou de Magne een debiet van 7 m3/s halen! We daalden wel de ingangsput af en waren zo getuige van het razendsnel vollopen van de sifons. 

Heel februari was het weer zo slecht dat er geen enkele keer meer naar de Wuinant kon worden gegaan. En begin maart kregen we de Coronacrisis en de lockdown en moesten we maanden op onze tanden bijten. In juni probeerden we tevergeefs een ploeg te vormen die op de zeldzame dagen dat de Magne niet in crue stond, kon meegaan. Zaterdag 20 juni werkten we verder aan de topo, maar omdat Jack er niet bij was, wilden we de “Affluent du Léopard” niet verder exploreren. We namen enkel een kijkje in de eerste 30 meter. Maar het weekend erop kon Jack weer niet, en daarna werd het heel krap want lonkten de zomerexpedities. We kregen groen licht van Jack (bedankt!) en zo kwam het dat we op zondag 5 juli met drie aan die exploratie begonnen: Frits, Erik en ik.  

Een schitterende première
Eerst de ex-sifon 3 en vooral de verschrikkelijke blubberbak door. Grote schoonmaaksessie in het inktzwarte water van de modderpoel iets verder...
Kniediep in de blubber! 15 m verder zijn er flonkerende concreties! (foto: Erik)
Prachtige concreties en die mogen we echt niet vuil maken! (foto: Erik)
Voorbij de terminus van onze voorgangers volgde al binnen de 15 meter een verrassing: het werd groot, heel groot. Een zaal met enorme blokken, die vol concreties stonden: Salle Magne-fique. We zochten minutenlang of we er doorheen geraakten zonder de boel te bemodderen. Dat ging niet! We kozen finaal de weg van de minste schade…

Twee foto's van Salle Magne-fique (Erik)
De galerij liep ruim verder, een uitnodigende zijgang lieten we ongemoeid, zodat onze opvolgers ook nog iets hadden om naar uit te kijken. We volgden het water (stroomopwaarts uiteraard) en laveerden voorzichtig tussen de concreties door. Toen werd het lager, en leek het naar overal verder te lopen. Een complexe zone met vele spleten, diaklazen, en blokkenstorten waar het water doorheen douchte, maar toch nog veel concreties.

2 foto's van de zone waar we onder de Magne eindigden (Paul)
Het was duidelijk: we zaten hier ergens onder de Magne. En toen we de eerste levende spin ontdekten, en dan nog verschillende andere “Meta minardi’s”, die typisch in ingangen leven, waren we wel zeker: we waren praktisch buiten. We draaiden heel de zone binnenstebuiten. In een gangetje met erg veel tocht begon Frits te graven, terwijl Erik en ik aan de topo begonnen. Dat was echt een geduldwerk, en niet eenvoudig in een van modder en water druipend neopreenpak.


Urenlange toposessie (Paul)
De uren verstreken en natuurlijk hadden we ons eten en drinken in de grote collecteur laten liggen. Pas tegen 17 u, nadat Erik achter ons onze sporen had weggewassen met plantensproeier en borstel (we waren op alles voorzien en zijn blij dat we vrijwel niets hebben vuil gemaakt!), konden we de laatste topohindernis in kaart brengen: de zwijnenbak met diepe glibberige, stinkende modder. Gelukkig kan je in de collecteur van de Wuinant al die blubber wegspoelen (weliswaar liggend in ander grijsachtig rioolwater).

Wat een dagje! Zoals steeds flink laat buiten, maar toch nog om 22 u ’s avonds gauw de 65 topometingen ingetikt: jawel, we zaten onder de Magne, waren er zelfs onderdoor gegaan, en we zaten slechts 4 m onder de oppervlakte.
De Affluent du Léopard meet zowat 200 m, waardoor de totale lengte van de grot nu al de 2400 m nadert en het is nog niet gedaan.


Het lijkt alsof een ingang echt wel binnen het bereik ligt. En misschien wel meer dan één, want nog verder stroomopwaarts is de GRSC al maanden bezig in een zeer beloftevolle grot (Haminte) waarin ze zopas 50 m première hebben gemaakt en de Wuinant vrijwel bereikt hebben. Wordt vervolgd! 

zondag 8 maart 2020

Een gezond modderbad? De 26ste mini expeditie....

Deelnemers: Dagobert, Peter, Erik, Gleb, Jos

De 26ste mini-expeditie naar de Vannon en de Rigotte (Haute Marne/Haute Saône) ging door van donderdag 20 februari tot zondag 01 maart 2020.
We hebben er heel wat werk verricht, maar niet alles is de moeite waard om vermeld te worden.
Wat we wel graag willen vertellen, is het feit dat de omstandigheden er steeds 'modderiger' worden.
Nu is de modder van de Haute Marne en de Haute Saône sowieso berucht. Maar toch... er zijn gradaties!

We beperken ons er dus toe enkel wat foto's te publiceren. Het verhaal bedenk je dan maar zelf :-).

De modderballen vliegen je om de oren: een vettige desob! (foto: Peter)
Iemand graaft (maakt modderballen), een tweede gooit die verderop weg. Zo is er zeker een kubieke meter verzet (of vergooid).
Zoek de graver! Graver en 'gooier' samen op de foto!) (foto: Peter)
Wie de eer krijgt om te graven, krijgt een gezond modderbad cadeau...

Dagobert ziet er duidelijker gezonder uit na enkele uurtjes graven! (foto's: Peter)
Toch staat er reeds een volgende expé gepland. Een beetje smurrie houdt ons niet tegen! Hopelijk de volgende keer een écht verslag!
Om eens te variëren in kleur: van L naar R: Gleb, Erik, Dagobert, Peter, Jos

Jos

woensdag 19 februari 2020

Nieuwe hoop in Casserole


Er werd weer twee opeenvolgende weekends fors gewerkt in de Casserole.

Zondag 9 februari 2020

Terwijl buiten de storm “Ciara” over het land raasde, gingen we met drie naar de Casserole: Mario, Mich en ik. Op de werkplaats aangekomen, zag ik dat de plop prima had gewerkt. De nauwe spleet recht omlaag was flink verbreed, maar er zat een enorme hoeveelheid puin in. Ik zag amper in hoe dat eruit gehaald kon worden: het zat een meter dieper in een verticaal putje dat bovendien met een nauwe horizontale passage begon. Voor Mario en Mich alvast geen optie dus moest ik het doen. Met de kop omlaag hangen, een paar stenen of gruis vastnemen, in een bakje steken en als dat vol was, achteruit weer omhoog spartelen. Daarbij moest Mario me aan mijn benen trekken! Mich die stapelde de stenen weg waar ze maar kon. Nadat er twee heel grote blokken waren uitgehaald, met extreme moeite, werd het ietsje ruimer. Zo werkten we 2,5 uur lang.  Tegen dan was ik “meurreg”. Maar de felle tocht, meestal aanzuigend, maar soms blazend (te wijten aan de stormwind buiten) bevestigde ons wel dat we op de juiste plek bezig waren!
Grote plop gezet (4 gaten) en buiten gaan eten. 20 minuten later weer terug, alle rook was volledig weg! Eén plop was jammer genoeg niet gegaan waardoor het beneden nog steeds erg smal was, maar nu kon ik er al zitten en met één hand steentjes omhoog geven naar Mario. Zo werd het ruimer en ruimer. Op den duur kon ik al met mijn benen in het vervolg zitten. Dat vervolg is een lichtjes dalende gang, zowat 70 cm breed waarin men 2-3 m ver ziet. Te laag nog wegens wat blokken die erin liggen. Maar dat ziet er toch wel hoopvol uit! We besloten deze zware werkdag met een nieuwe plop.

Zondag 16 februari 2020

Doordat de geplande topotocht in de Wuinant geannuleerd was (wegens te hoge waterstand), konden we alweer naar de Casserole. Weer met drie: Mario, Paul en Annette. En opnieuw was het vandaag stormachtig weer, ditmaal de storm “Dennis” die bij momenten voor een enorme tocht in de grot zorgde! Het was direct duidelijk dat het ruimen van de grote plop van vorige week te lastig zou zijn, indien we niet eerst wat meer ruimte maakten. En dus werd eerste werk nog een dubbele plop bijgezet in het putje. Twintig minuten later was de atmosfeer in de grot alweer perfect zuiver. Ze zuigt dus meer aan dat ze blaast. Overigens: een experiment heeft aangetoond dat de Contrastes en Casseroles (die amper 50 m van elkaar liggen) exact hetzelfde regime hebben: ze blazen, resp. zuigen op hetzelfde ogenblik. Wat aantoont dat de 2 grotten niet rechtstreeks met elkaar in verbinding staan.
De nauwe spleet is nu een putje geworden 

Ik ruimde eerst alle grote blokken, een 20-tal kleppers. Daarna was het de beurt aan Annette om het kleinere gruis en stenen eruit te halen. Dat deed ze wel een uur lang, terwijl Mario en ik het zo goed mogelijk wegstapelden. Tegen 15 u was de situatie drastisch veranderd. Beneden het twee meter diepe putje (dat dus amper een maand geleden een vrij hopeloze spleet van 10 cm breed was, zie foto in blogartikel van vorige keer !!) was nu zoveel plaats gekomen dat je er kon zitten en draaien. En we zagen er drie mogelijke vervolgen:

  Naar links een horizontale pijp, waarin men 4 meter ver ziet


   Recht omlaag een spleet/putje met zicht op een schuin afhellende bodem, 2 m diep


 Naar rechts ziet met 2 meter ver in een geconcretioneerde diaklase.

Hoewel dat laatste vervolg het meest “grotachtig” is, zit daar de minste tocht. Hoe dan ook, we eindigden met een flinke plop (4 gaten) waardoor we volgende keer in elk van die drie vervolgen wat verder gaan geraken.  Maar, het zaaltje boven ligt nu stampvol puin – er kan niks meer bij! We moeten dus weer eerst een opruimdag houden, daarvoor moeten we met 5-6 man zijn! In elk geval wij konden toch niet meer verder werken vandaag.

Omdat het nog vroeg was, maakten we nog een toertje in de Trou Eugène. Dat bleek een slecht plan. De grot was ontzettend modderig (wegens recente crues) en na een uurtje hadden we het wel gezien. Maar het venijn zat in de staart, of beter in de lastige en gladde spleet die men vlak onder de ingang moet opklimmen. Mario spartelde er wel een kwartier in en geraakte finaal boven, na veel trekken en duwen door ons, waarna hij prompt bij het uitkomen ervan (smal gat) een rib brak. Volgde dus nog een kwartier duwen, steunen en helpen met een oud touw dat we ter plaatse hadden gevonden. Maar gelukkig geraakte hij eruit, de ingang was slechts 10 meter verder. 
Oef dus net geen speleo-secours, of beter een autosecours! Ja ja die ouwe venten en hun ribben, dat begint een klassieker te worden bij ons. We hebben er zelfs een grot naar genoemd: Trou des Côtes.

 In elk geval: veel beterschap Mario.
Mario toen alles nog pico-bello ging, in de Casserole


maandag 27 januari 2020

We Casserolen weer

Zaterdag 11 jan 2020 Eindelijk nog eens terug naar de Casserole geweest, ikzelf met Kjel Dupon. Vorig keer dateerde van exact 1 jaar geleden, maar in de grot was alles alsof we er pas gisteren waren geweest. 
Enerzijds hebben we het stukje doorheen de blokken nogmaals vereenvoudigd met vele lastige hoekpunten van de blokken te "schaven". Kjel toonde zich, na een minimum aan uitleg, een volleerde "percuteur" met Hiltipatronen. Anderzijds hebben we in het kleine zaaltje beneden, nog heel veel stenen en zand weggegraven. We hebben ons verstand op nul gezet en onder het zeer louche blok (dat ons 1 jaar geleden wat heeft ontmoedigd) veel plaats gemaakt. Het blok valt niet te ploppen want dan komt heel de éboulis ook omlaag. Ik heb de maten genomen om er wat ijzeren stutten voor te maken. Voorbij en onder dat blok zien we recht omlaag in een interessante spleet. Erg smal (10 cm) maar anderhalve meter dieper lijkt een verbreding.
De spleet omlaag waar we onze hoop op vestigen: 10 cm breed
Het zaaltje ligt nu weer grotendeels vol met puin en we zouden dus een volgende keer met 4 moeten zijn om het puin naar omhoog te halen. Nu de éboulis verbreed is, gaat dat al heel wat vlotter gaan!
Deelnemers: Paul, Kjel Dupon
Kjel aan het werk onder het gevaarlijke blok
Vrijdag 17 januari 2020: Een boel materiaal bijeengezocht om de Casserole te gaan stutten: cement, water, ijzeren buizen enz enz. Bij het zien en vooral wegen ervan heb ik besloten om daar al een deel van naar de grot te dragen. Maar dat viel al wreed tegen want mijn rugzak woog wel 35 kg. Met moeite aan de ingang geraakt en alles daar gelegd. 
Deelnemers: Paul

Zondag 19 januari 2020: In de namiddag solo naar de Casserole. Weer met een zware rugzak. In de grot alles in 3 keer omlaag gesleept (ik had een sherpazak mee; dat was geen goed idee!). Een paar uur zitten metselen en enkele stellingbuizen dwars onder het losse blok vastgemetst. Dat is nu echt wel veilig! Dan de spleet omlaag leeg geruimd van onze plop van vorige week. Ziet er eigenlijk niet zo slecht uit, misschien maar een dag werk om beneden te geraken. Nieuwe plop gezet (3 gaten) en dan wegwezen. Op de parking rond 17:30 waar het vervelende mannetje met de blauwe flikkerlichtjes mij weer eens kwam ambeteren. Echt teveel naar Miami Vice gekeken, dat kereltje. Ik heb hem deze keer vlakaf gezegd dat hij op mijn zenuwen werkte. Insiders weten over wie ik spreek!
Deelnemers: Paul

Zaterdag 25 januari 2020: Flinke opkomst voor een dagje puinruimen in de Casserole. Het was fris maar zonnig weer, de winter lijkt al voorbij!
We waren met 3 habitués: Annette, Michaëla en ik (Paul) en nog 3 voor wie het de eerste kennismaking met deze werkplaats was: Krzysztof, Bart en Paul VI. Na de twee sessies van de voorbije weken was er in het “zaaltje” beneden nog amper plaats, er lag waar wel 500 kg puin gestapeld. Dat was wel allemaal al verkleind tot hanteerbaar formaat, d.w.z. maximum kasseigroot. En dat moest ook want al dat puin moest steen voor steen worden doorgegeven!
Keep on smiling
We namen allemaal onze plaatsen in, een persoon om de twee meter in het toch wel verticale traject. Annette op de kop en Michaëla aan de staart (boven). We hadden niet met één man minder mogen zijn, want we kregen het puin net tot in het horizontale stuk van de grot. Na anderhalf uur stoïcijns stenen doorgeven lag het boven zowat vol en schoof heel de bende op naar de volgende etappe: 4 man buiten en 2 onderaan de ingangsput. En weer werd elke steen weer eens vastgepakt, omgedraaid, ingeschat qua gewicht en omhoog gesleurd, om buiten weer eens van hand tot hand te gaan en evenveel keren omgedraaid worden om de muren van de stapel te maken. Die stapel is intussen al vrij indrukwekkend!
Middagpauze
Middageten en dan weer omlaag om het laatste puin uit het zaaltje te ruimen, en de vorige plop te ruimen. Enkele grote blokken werden met patroontjes vergruisd. Sommigen waren van massief calciet, wel 30 cm dik! Rond 15 u zat het werk erop. De spleet recht omlaag, die we vorige keer aanvielen, lijkt al bijna geforceerd! Alle wroeters van dienst kwamen nu ook eens kijken en we slaagden er zelfs in om met 6 tegelijk in het zaaltje te geraken. Een erg intiem gebeuren! Het leek een beetje op de welbekende wedstrijd: om ter meeste volk in een Mini Cooper steken (een originele hé, zo’n rijdende rolschaats!).
Happy together
Ik eindigde de dag met een grote plop, dat ging echter moeizaam en nam bijna een uur in beslag. De anderen konden jammer genoeg niet veel meer doen dan wachten (sorry!). Ik ben erg benieuwd naar het vervolg. Het lijkt beneden ruimer te worden… We zitten nu +/- 13 m diep, dus al onder het diepste punt van de grote doline. Na 37 sessies mag die doorbraak al eens komen!
De aanzuigende tocht vandaag was wat wisselvallig maar lijkt toch te verdwijnen in die spleet omlaag. Zoals steeds was de grot droog en zeer stoffig. ’t Is eens iets anders dan natte modder!
Deelnemers: Paul, Annette, Michaëla, Krzysztof, Bart en Paul VI

Foto's: de 2 Paulen