woensdag 9 juni 2021

Hydrologisch speurwerk in de vallei van Pont-le-Pretre


Inleiding

Foto's: Paul & Krzysztof

De Pont-le-Prêtre is een zijriviertje van de rivier de Aisne en het vloeit ermee samen tussen Juzaine en Aisne. Net zoals zijn grote broer, vallei van de Lembrée, is er een ondergronds karstsysteem: pertes, grotingangen, veel dolines en een resurgentie. Avalon begon er al een eeuwigheid geleden te werken, en wel door in 1989 een sifon leeg te pompen in de Trou sans Nom. Dat kleine grotje was toen vrijwel het enige dat er in het stroomafwaartse deel van de vallei gekend was. Meer stroomopwaarts kende men al wel Trou Eugène (1963) en de Chantoir des Bannis (1970).

In de loop der jaren staken we héél veel tijd en energie in dit pittoreske valleitje en zo ontdekten we er de Grotte Strauss (1993), de Grotte aux Contrastes (1994), de Chantoir E9 (1994) en nog een 15-tal andere kleine grotjes waaronder de “E1” die later Grotte de la Patience zou worden gedoopt. In 2010 slaagde duiker Nico Hecq erin om de sifons van de resurgentie van PLP voorbij te geraken en zo de Réseau Nico te exploreren, post-sifon uiteraard.  In 2018 verbond Avalon de Grotte de la Patience met deze Réseau Nico, waardoor een droge toegang mogelijk werd (er was welkome hulp van Cascade die o.m. de sifons doordoken ter bevestiging.). Zie ook https://scavalon.blogspot.com/2018/06/eerste-niet-duikers-in-reseau-nico.html

In de rand van dit alles, ontdekte de GRSC de Chantoir de Ronsombeux, die weliswaar niet in deze vallei zelf ligt, maar er waarschijnlijk wel hydrologisch verband mee houdt.


Na 32 jaar aanwezigheid in de vallei, en een paar honderd dagen exploratie, bleef één ding zo goed als onbekend: hoe functioneerde dit karstsysteem hydrologisch? Op één kleurproef na (Avalon 1994) tussen de Chantoir E9 en de resurgentie, was er van geen enkele van de bovenvernoemde grotten bekend of ze inderdaad draineerden naar de enige bekende resurgentie…

Ik wilde daar voor eens en voor altijd een zicht op krijgen. Met de materiele hulp van Geert de Sadelaer (Cascade) die 3 elektronische fluorimeters ter beschikking stelde, begon ik in de lente van 2021 met een campagne kleurproeven. In deze artikelenreeks zal ik de resultaten en ervaringen toelichten.  

Proef 1: Chantoir E9 23/5/2021

Deze prachtige chantoir absorbeert een flink deel van de rivier en ligt zowat 400 m in rechte lijn van de resurgentie. We geraakten er in 1994 een eind in; in 2021 werd dat opnieuw opengemaakt.

Deelnemers: Erik, Dagobert, Paul, Annette.  Eerst een fluorimeter in de resurgentie geïnstalleerd, daarna afgedaald in de Grotte de la Patience om er daar ook twee te plaatsen (in Rivière Sud en Rivière Nord). Toen we aanstalten maakten weer te vertrekken, hoorden we rond 11:30 u gedurende een minuut een luguber, luid klokkend geluid van een sifon die leeg kwam… Pas enkele weken later, toen we de data van de flurimeters analyseerden,  zou duidelijk worden wat er daar aan de hand was.

Plaatsing van een fluorimeter in de Rivière Nord

Daarna naar de grote Chantoir (E9) om er de kleurstof in te gieten: 75 g uranine. Er was een flink debiet, ten gevolge flinke regenval enkele dagen eerder.

Injectie in de Chantoir E9

Forse regenval op 25/5 rond 11 u zorgde voor een flinke stijging van het debiet, waarbij de rivier weer tot aan de Aisne stroomde. Zou de kleurproef daardoor mislukt zijn? Spanning…

Ik recupereerde de fluorimeter van de resurgentie 5 dagen later en verwerkte de data. Succes: de kleurstof was 7 u na injectie gearriveerd in de resurgentie (snelheid 60 m/u). De piek (maximum concentratie) na 12 u (snelheid 35 m/u). Niet erg snel, maar er is dan ook slechts enkele meters hoogteverschil tussen chantoir en de resurgentie.

Deze eerste kleurproef leverde al dadelijk een nieuw mysterie op.

We constateren een fenomeen van cyclische en kortstondige verhoging van debiet, zowel van de Rivière Sud als Nord. Voorlopig blijft het gissen naar de oorsprong, hoewel er in het verleden al oscillaties van het waterniveau van het meer van de Grotte aux Contrastes werden geobserveerd ook (ook in een context van dé-crue).

De ronduit bizarre curves van Proef1 hier:


En het verslag van deze proef met onze conclusies kan je hier lezen:

Proef 2: Chantoir des Bannis 29/5/2021

Deze chantoir werd in 1970 geëxploreerd maar is sedertdien weer verstopt geraakt. Oorspronkelijk was dit een grote perte van de rivier, maar door de constructie van een betonnen dijk en het verleggen van de rivierloop, ligt hij nu droog. Er zijn evenwel nog steeds kleine verdwijnpunten in de oever van de rivier. Hij ligt ongeveer 1000 m van de resurgentie. Gezien de zuidelijke ligging, is er geen enkele zekerheid dat hij naar de resurgentie van PLP  draineert. Dat wilde ik dus allereerst uitvlooien. En aangezien hij stroomopwaarts van de Grotte aux Contrastes ligt, waarin een groot ondergronds meer is, wilde ik ook ineens daar de eventuele doortocht van de uranine monitoren.


Op vrijdag 28/5/2021ging ik als voorbereiding op de dag van morgen in de Contrastes de nauwe zone onderaan de ingangsput verbreden. 27 jaar geleden hadden we er niet veel hinder van, maar tegenwoordig lijkt het wel alsof er een geologisch fenomeen is gebeurd waardoor alles plots veel smaller lijkt! Na enkele uren werk was alles naar wens. Daags nadien, zaterdag 29/5/2021 (met Kris, Krzysztof, Erik, Paul, Annette), zijn we eerst een kleuring gaan doen in een perte aan de Chantoir des Bannis. Deze winter stortte het water zich daar met geraas in, nu was het gat verzadigd en lag het midden in de stroming van de rivier (die heel hoog stond). Maar ik had uit voorzorg een lange buis mee. Die konden we zo diep mogelijk tussen de stenen van de perte duwen, en dan de fluo er bovenin gieten. Niet simpel met 175 gr zeer geconcentreerde fluo! En die verscheen niet terug in de rivier, dus werd wel degelijk geabsorbeerd door de perte!

Injectie in een klein verdwijnpunt nabij Chantoir des Bannis

Dan naar de Contrastes, waarin we nogal wat putjes moesten equiperen. In de zaal bleek het water heel hoog te staan, wel 2-3 m hoger dan normaal. Het was dus niet mogelijk de fluorimeter in het midden van het meer te hangen. Met wat gedoe kon ik hem voldoende diep hangen. Nu hopen dat het water niet te snel zakt waardoor hij droog zou vallen!

Vanop dit "eiland" hingen we de fluorimeter 2 meter diep

Nog wat rondgekeken in de zaal, er zijn nog 2 cheminees uit te klimmen. De doorgang naar Salle de l’Entonnoir en Cheminée des Nerfs Eprouvés sifonneerde volledig en dat verklaart waarom de grot amper tochtte.

Na de zaal, wilden we nog de andere réseau doen met de P11. Met twee Hiltipatronen de heel smalle ingang hiervan verbreed, super gelukt. Allemaal naar beneden. Daar is in feite ook nog een desobmogelijkheid, in het blokkenstort omhoog achter de concreties. 

Groepsfoto na een toffe trip in de Contrastes

Naar buiten en dan naar de Casserole puin gaan ruimen (Kris, Annette, Paul) terwijl Erik en XTof aan een “gisteren teruggevonden gat” hebben gewerkt. Finaal blijkt dat een nauwe, instabiele spleet te zijn die na een meter of 3-4 lijkt dicht te lopen, vrijwel zonder tocht. Om 17:30 u weer aan de auto, waar we besloten nog gauw naar de Chantoir des Bannis te gaan loeren. Er zijn twee grote ingangen. Een achter de cabane, waaraan te werken valt, duidelijke tocht. De andere is de oorspronkelijke, die in de jaren 60 tot wel 100 m ver geëxploreerd werd maar nu verstopt zit met takken en bouwafval. Doch het lijkt niet moeilijk weer vrij te maken! In deze vallei is nog werk voor jaren!  

Proef 3: Chantoir de Ronsombeux 6/6/2021

met Erik, Geert, Annette en Paul.

Eerst naar de (diffuse) pertes stroomopwaarts van de Ronsombeux. Een eerste complicatie: de koeien waren uit de weide gebroken, de elektrische omheining lag op de grond. Nadat we die vleesbeesten wat voor ons uit hadden gedreven, konden wij met onze zware last door: een kruiwagen met jerrycans (70 liter water). Aan de perte sijpelde een minuscule beek in de grond, maar Erik vond een muizenholletje waarin het goed wegliep en daar konden we voorzichtig onze 5 liter uranine (200 g) ingieten. Dan 75 liter water achterna gegoten om het een beetje een “boost” te geven (1000 liter was beter geweest!). Terug naar de auto, de boer was er intussen ook en toen die ons in zijn wei zag naderen met onze kruiwagen, vreesden we her ergste, maar na een gemoedelijk babbeltje was hij overtuigd dat wij de omheining niet hadden opengemaakt.


Injectie en grondig naspoelen

Dan naar de Contrastes. Op de parking stonden wel 15 auto’s, bleek er daar een gezelschap bezig te zijn met speurhonden te trainen in de weide!  Enfin na wat gedoe konden onze twee auto’s er ook bij.



 Vlotjes omlaag in de grot en daar bleek dat het meer minstens 2 m gezakt was, waardoor de fluorimeter nog maar net in het water hing! Terwijl Geert de data van het toestel uitlas en het weer klaarmaakte voor een nieuw verblijf onderwater, maakten Erik en Annette onze “Bismarck” gereed. Deze intussen 35 jaar oude eenzitter heeft al menig onderaards meer getrotseerd maar is nog steeds onzinkbaar. Echter, we waren de pomp vergeten. Dus heeft Erik dat ding met de mond opgeblazen (en we mochten hem niet aflossen, wegens besmettingsgevaar). Dan koos Erik het sop (zijn allereerste boottocht in een grot) en hield ik me een uurtje bezig met het maken van foto’s. Met M3 magnesium flitslampjes (die waren dubbel zo oud als onze boot!) onder water. Het is eindelijk gelukt een representatieve foto van de zaal van de Contrastes en het meer te maken.



Daarna mocht ik wat gaan dobberen, om de fluorimeter midden in het meer te hangen, opnieuw 1,5 à 2 m diep. Hopelijk blijft hij heel de week “nat” !

Naar buiten en dan splitsten we op. Geert en ik gingen naar de Grotte de la Patience, om ook daar de twee fluorimeters uit te lezen. Bleek dat die in de Rivière Nord niet meer onder water lag, die rivier was dus wel 30 cm gezakt. 

Geert vertroetelt zijn "fluo-G"

Intussen hebben Erik en Annette de ingang van de sinds decennia ontoegankelijke Chantoir des Bannis beginnen leegruimen. Na het weghalen van een vracht oude tegels, een lavabo en een halve toiletbak en een pak takken en modder, is er nu al zicht op een vervolg, met goede koude tocht. Wordt vervolgd!

Dan op een drafje naar de chalet waar we gauw de data van de fluorimeters bekeken. Dat bevestigde alvast dat zowel de kleuring van de Chantoir E9, als die van de Chantoir des Bannis, naar de resurgentie ging.

Het uitwerken van die data is echter nog veel werk. Al die conclusies zullen hier later nog wel gepubliceerd worden.


 

dinsdag 20 april 2021

Over botten in grotten

De voorbije weekends heb ik (Paul) in twee grotjes gewerkt, waarin vroeger nogal wat fossiel botmateriaal was gevonden. De namen en locatie doen er niet toe. Het resultaat van 4 namiddagen languit op de kille kleibodem liggen om te graven, of eerder peuteren, krabben en borstelen was al bij al verrassend, niet qua hoeveelheid materiaal (eerder weinig) maar wel qua variëteit. Het is werkelijk verbluffend welk een rijkdom aan soorten in zo’n kleine grotjes gevonden kunnen worden. En wat voor een extra kennis het oplevert! Grotten zijn echt (pre)historische tijdmachines. Alles kan er honderdduizenden jaren bewaard blijven.

Bij ons in België is veel van dat materiaal afkomstig uit het Laat-Pleistoceen, dat de periode van -126000 tot -11700 jaar geleden bestrijkt (het volledige Pleistoceen duurde 2,6 miljoen jaar!) en gekenmerkt werd door “de laatste ijstijd”. Na het Pleistoceen kwam het Holoceen, van 11700 jaar geleden tot op heden.  Het is zonder speciaal onderzoek niet eenvoudig uit te maken hoe oud botmateriaal is, maar de determinatie zegt al wel iets, vooral als het uitgestorven soorten betreft, bv:

  •           De wolharige neushoorn stierf 40000 jaar geleden uit…
  •           De holenbeer stierf 26500 jaar geleden uit…
  •           De mammoet stierf 4000 jaar geleden uit…
Daarmee kan je dan toch al een minimale ouderdom bekomen.

Grot Nr 1

15 m ver in de grot, kleine opgraving (zone 50x50 cm over 15-20 cm diep) op het diepste deel van de galerij. Zeer compacte en taaie kleibodem. Het gevonden materiaal was beperkt en fragmentair maar kon alvast worden toegeschreven aan hert, beer en wolharige neushoorn. Maar het meest merkwaardige was wel een stevig fragment van (waarschijnlijk) een tibia van een beer. Meestal zijn de breukranden scherp en hoekig, maar in dit geval waren ze volledig afgerond, ook naar de binnenkant toe. Dat fenomeen is bekend: beenderen werden verbrijzeld en “gerold” door repetitieve passage van dieren (men noemt dit “charriage à sec”) en dat gedurende (tien)duizenden jaren.

Het bot is nu vrijwel rondom rond vrijgemaakt...

schoongemaakt en opgemeten

Toch heb ik hier mijn twijfels. Deze grot is niet uitgestrekt en is hoofdzakelijk een sterk dalende tunnel, weinig geschikt als overwinteringsplaats voor grote dieren. De oorsprong van het botmateriaal is eerder te zoeken in de aanwezigheid van een boveningang, een put van 3 m diep, die als een valkuil fungeerde.

Bovendien: van alle botmateriaal dat hier werd gevonden, is er geen enkel object afgerond.


Details van de afgeronde randen

Mij lijkt het alsof dit bot als werktuig is gebruikt (al dan niet aan een stok bevestigd, als een soort bijl dus). Dat gebeurde courant in het Midden-Paleolithicum (tot 40000 jaar geleden), toen de Neanderthalers hier de scepter zwaaiden. Beenderen werden toen gebruikt voor de fabricatie van allerhande gereedschap. Het feit dat eerder in deze grot een maaltand van een wolharige neushoorn met de koolstof-14 methode een ouderdom van -48000 BP bleek te hebben, geeft alvast een goed idee over de ouderdom van het kleisediment waaruit dit mogelijk werktuig tevoorschijn kwam. Wie weet heeft er ooit een Neanderthaler met dit stuk bot een soortgenoot de hersens ingeslagen.

Hieronder kan je een 3D-scan van dit merkwaardige bot zien dus oordeel zelf:

https://tinyurl.com/52tr6my6

 

Grot Nr 2

In het verleden (27 jaar geleden) vonden we hier al materiaal van Bruine beer (Ursus arctos) (minstens 4 individuen waaronder enkele jonge dieren), mammoet, hert, ree, paard, wisent (bison).

Nu leverde een nieuwe sondage weer nieuwe zaken op die resulteerden in een herdeterminatie van het oude materiaal. Allereerst werd een grote maaltand gevonden, jammer genoeg slechts de helft ervan.

Molaar van wolharige neushoorn of bizon

Een flinke klepper, met een tandvlak van 55 x 40 mm. Zeer sterk afgesleten en allicht van een dier op het einde van zijn leven. Ik schreef hem eerst toe aan wisent (Bison priscus) maar na overleg met een vriend die er goed in thuis is, menen we eerder voor wolharige neushoorn te moeten kiezen. De graafsessie leverde nog een metacarpus van een paard op (stuk van de voorpoot) en een stuk bekken.
Na bijna 2 uur voorzichtig krabben en borstelen

Fragment van bekken van een paard, schoongemaakt en gestabiliseerd

Ook bizon, dacht ik, maar dankzij de intacte en erg grote gewrichtskom (en meer bepaald de spleet erin, de "incussura acetabuli", die sterk verschilt tussen paarden en runderen) kon dit gedetermineerd worden: ook paard (Equus). 

vergelijking gewrichtskom, paard staat linksboven (uit Atlas of animal bones van Schmidt)

Wat dan ook weer de vraag doet rijzen, of de in het verleden gevonden borstwervels ook niet eerder van paard zouden zijn, in plaats van Bison priscus… Het verschil is moeilijk te zien! 

Scan van zo een wervel hier:  https://tinyurl.com/km9r55dz

Verder werd weer veel mammoetivoor gevonden. Stel je er niks spectaculairs bij voor! Ooit vonden we in Trou Bernard, helemaal boven in de Number Two, een stuk slagtand van 20 cm diameter en 30 cm lang. Dàt was spectaculair. Maar hier gaat hier slechts over vele, her en der verspreide schilfers. Dunne laagjes, want zo een slagtand is opgebouwd uit schillen. En uiterst fragiel. 

De zoveelste ivoorschilfer komt in zicht...

Toch kunnen we ook hier weer zaken uit leren. Uit de kromming van de grootste stukken, kunnen we bv concluderen dat de slagtand minstens 15 cm diameter moet hebben gehad.  Maar vooral de ligging ervan heeft mij een inzicht verschaft in hoe deze dieren in deze grot zijn verzeild. Wij ontdekten de grot langs een piepkleine, kunstmatige ingang. De natuurlijke ingang moet veel groter zijn geweest… Ik heb altijd gemeend dat het materiaal was aangevoerd door aaseters en/of roofdieren (genre wolf, hyena) want zoals je weet: een goede hond sleept zijn bot ook altijd naar zijn nest. Maar welke aaseter sleept er nu een oneetbare slagtand in een grot binnen? Bovendien moet er nog het eerste bot gevonden worden met de typische knaagsporen.

Bij het graven merkte ik snel op dat de ivoorschilfers en het botmateriaal van paard erg diep vervat zaten in een sediment van riviergrind en klei. Deze grot heeft dus ooit als een actief verdwijnpunt gefunctioneerd van de rivier buiten, heel lang geleden want de rivier ligt nu 15 m lager. En daar zijn dus regelmatig resten van gestorven dieren ingespoeld, wat de variëteit aan pleistocene fauna verklaart, en ook hoe resten van een gigantisch dier als een mammoet in een gangetje van 1 m hoog kunnen te vinden zijn.

Veel later, nadat de valleibodem verder gedaald was, viel de grot droog en werd ze gebruikt door bruine beren (Ursus arctos) als overwinteringshol, tot de instorting van het rotsmassief erboven de ingang voorgoed afsloot, waardoor de grot en haar schat aan paleontologisch materiaal, duizenden jaren onaangeroerd is gebleven.

verzameling ivoorschilletjes

de gladde binnenzijde

Tanden en ivoor zijn ideaal om ouderdomsdateringen op te doen met de C14 methode. Dat zou echt interessant zijn, want het zou ons vertellen wanneer de grot nog actief was, waaruit we dan weer de incisie van de vallei van de Aisne beter zouden kunnen plaatsen. Een C14-datering kost een kleine 400 euro. Nu nog iemand vinden die dat gratis wil doen!

(PS: dank aan Bjorn D. om mee te determineren) 

dinsdag 12 januari 2021

Resultaten van geologisch onderzoek naar de ouderdom van het Systeem van de Chawresse

 In 2013 publiceerde ik het boek over het Systeem Chawresse-Veronika. In het hoofdstuk “Geologie” sprak ik over de ouderdom van de grotten in Tilff en de toen nieuwe en veelbelovende methode om via de ratio 26Al/10Be van kwartsstenen, te bepalen hoe oud een grot op zijn minst was. Ik ga het hier niet allemaal weer uitleggen, dat staat in het boek kort uitgelegd. Voor wie het boek niet heeft: hier kun je het hoofdstuk Geologie downloaden: https://tinyurl.com/yyl4aux2. (voor de geïnteresseerden: er resteren mij nog enkele exemplaren van dit boek, zowel in het Nederlands als in het Frans, stuur me een privébericht). Heel kort: de methode bepaalt hoe lang geleden een kwartskei werd afgeschermd van kosmische straling, door minstens 20 m diep onder de grond te belanden (concreet: in een grot).

Enfin, ik heb toen samengewerkt met de geoloog Gilles Rixhon en hem een aantal kwartskeien bezorgd die in de diverse grotten van de vallei werden verzameld. De resultaten daarvan konden niet meer in mijn boek worden verwerkt. Het onderzoek is zeer complex, heel duur en tijdrovend. Pas nu publiceert Gilles samen met zijn medewerkers de resultaten in dit magistrale artikel: https://tinyurl.com/4ja2ypo4

Het is geen gemakkelijke lectuur maar bijzonder interessant, en ik ben blij er mijn steentje aan te hebben kunnen bijdragen. Eén van hun conclusies is dat er 390.000 jaar geleden een aanzienlijke versnelling kwam in de incisiesnelheid van de Ardeense rivieren, en wel met een factor 5x. Maar wat ons vooral interesseert is natuurlijk de datering van die keien. In het kort: Veronika, +/- 470.000 jaar. Sainte-Anne: varieert van 240.000 tot 940.000 jaar. Manants: van 1.100.000 tot 1.800.000 jaar. Dit laatste is bijzonder oud en vooral vreemd, aangezien de keien uit galerijen komen die tot wel 50-60 m lager liggen dan die in Veronika, en dus in principe geologisch heel veel jonger zijn. De auteur probeert er een verklaring voor te geven in zijn artikel. De verrassing was een steen in Trou Victor, de hoogst gelegen (en oudste) chantoir; die bleek liefst 3.280.000 jaar geleden ondergronds te zijn beland. Hieruit durft de auteur zelfs te veronderstellen dat de incisie van de Ardeense rivieren, vroeger begon dan tot nu toe aangenomen werd.

In de marge werden ook nog 2 stenen uit de Chantoir des Fagnoules onderzocht (van bij Siphon Moche). Een was 496.000, de andere 966.000 jaar geleden in de grot beland. Voor alle duidelijkheid: dit betekent dat de origine van die grot, teruggaat tot minstens +/- 1.000.000 jaar geleden.

PS: de methode heeft ook haar beperkingen, doordat stenen doorheen een grot reizen: ze worden meegespoeld door het water en geraken dieper en dieper al naargelang de grot in de diepte ontstaat. Het is dus niet zo dat men daarmee de minimale ouderdom van een bepaalde galerij of etage kan aantonen. In het geval van de Manants is het duidelijk dat die stenen, die geheel beneden in de grot werden verzameld, zich al onder de grond bevonden (in een embryonale Manants, of een opgevulde doline) nog voor die diep gelegen galerijen bestonden.

zondag 27 december 2020

De vierde reeks expedities naar Vannon en Rigotte (2020)

We hebben dit jaar 6 expedities achter de rug. We hadden er meer gepland, maar spijtig genoeg besliste Covid 19 er anders over. Nochtans mogen de resultaten er zijn en kunnen we tevreden terugblikken op het jaar 2020.

Het verslag van onze exploraties vind je hier: De vierde reeks expedities in 2020

De ondergrondse Rigotte in crue (foto: Stijn)

De vorige verslagen kan je nog steeds bekijken op:

Eerste reeks: De eerste reeks expedities

Tweede reeks: De tweede reeks (2018)

Derde reeks: De derde reeks (2019)

Veel lees- en kijkplezier,

Jos



 

zaterdag 12 december 2020

Réseau des Confinés in Grotte Norbert

In 2006 vond ik een klein maar hevig tochtend gaatje in Xhignesse (Hamoir). Ik groef het open met Frank, we ontdekten een klein grotje waarin alles gauw te nauw werd: de Grotte Norbert. Grote werken volgden en een keer of 14 gingen we (Jos, Paul, Annette, Dagobert, Frank, Michaëla) daar werken tot een gebrek aan stockageruimte en de uiterst nauwe spleetjes waarop alles eindigde, ons deden opgeven (ons blog bestond toe nog niet, dus er is vrijwel niks over gepubliceerd). Het laatste wapenfeit dateerde van 2008 (desob van Paul & Mich).

Enkele weken geleden wilde ik een artikel afronden over onze exploraties op het massief van Xhignesse, en in dat verband gingen we toch eens de Norbert herbekijken. Het bleek het begin van een verrassende exploratie. Wegens de Coronarestricties bleef heel het gebeuren beperkt tot het duo Paul en Annette. 

1/11/2020:  Na een pauze van12 jaar bekijken Paul en Annette de Norbert opnieuw. De grot blaast als de hel, er is buiten dan ook erg veel wind, maar wel heel zacht weer (16-17°C). Merkwaardig toch, normaal zou ze moeten aanzuigen nu. We onderzoeken elke terminus en ik meet de temperatuur. De Puits Klojo blaast tocht die 1° C frisser is dan al de rest. Er is hier zeker te werken, zicht op een mini-horizontaal niveau. Ook het diepste punt van de grot blijft interessant, ik stopte hier destijds met Michaëla omdat er niet verder te ploppen viel, alles was supersmal en gebarsten. Maar je ziet wel verder, tussen de concreties.

Tot slot bekijken we de instortingzone boven de Puits Klojo. Ik maakte die zone destijds open en metselde toen steunblokken onder een enorm blok dat gewoon “hangt”. Maar verderop is het overal te smal. Maar ditmaal zag Annette een spleetje omlaag, stenen vielen er 3-4 m diep. Gelukkig had ik Hiltipatronen bij en de percuteur en daarmee is dan 3 u lang gewerkt, ging al bij al redelijk. Finaal hadden we zicht op een nauwe put. Maar om erin te geraken is nog veel plopwerk nodig!

Zicht omlaag in het nauwe putje

8/11/2020:  Een dagje Hamoir met topo van de Boyau Dépri in de D3, Effe gauw herbekijken en temperatuurmeting in de A114, maar vooral eerst nog een ontbrekend stukje topograferen en stevig verder ploppen in de Norbert. We hebben de toegang tot het putje bijna open, en het lijkt beneden mogelijk penetrabel.

12/11/2020:  Hoera, we zijn vandaag na een hele dag werken in het (erg nauwe) putje geraakt. Het ging nog niet vanzelf, er is nog veel geplopt! Het was al 17 u voorbij, tegen dan zagen we al bont en blauw (slopende grot). En tot onze vreugde liep het beneden niet dood maar was er een horizontaal niveau, heel grotachtig. In minstens 4 richtingen is een vervolg zichtbaar. Een hoge meander kan een meter of 4-5 worden opgeklommen tot onder een plafond, langs daar is er niet veel hoop. Het interessantste is een klein gat in de vloer waarin stenen erg diep vallen.  

Annette daalt de nauwe put af (P3)

15/11/2020:  Na een mountainbiketochtje van 3 u met Jack, op een drafje naar Xhignesse waar we rond 13u30 arriveerden. Het was buiten heel hard aan het waaien (tot 80 km/u) en de grot blies weer enorm. Gauw naar de plaats van de actie. Eerst de bovenkant van het putje nog verbreed. Daarna omlaag waar we een keuze moesten maken welke plaats we aanvielen: het werd het kleine gat in de vloer. Om beurten aan gegraven en diverse blokken moeten percuteren. Onze stockageruimte was al gauw vrijwel opgesoupeerd. Intussen had ik ook al gezien dat we ons idee om te topograferen wel konden vergeten, want er bleek geen potlood meer in de toposet te zitten.  Na ongeveer 2-3 u werk geraakte Annette erdoor; en na nog wat gedoe kon ik ook volgen. Erachter, dwarsgang met rechts een diepe kloof, te nauw voor het moment. Maar links kon je verder tot een kruispunt. Met wat graven konden we daar rechtsaf, grotere gang, met concreties en vooral veel bloemkooltjes. Zelfs een nestje grotparels! We konden hier zowaar rechtstaan. 5 meter verder, haakse bocht naar rechts en daar kwamen we in een heel hoge diaklaze, niet erg breed, heel gecorrodeerd en vol scherpe "bloemkooltjes": een Texairkiller! Ook hier geraak je je 5-6 m verder, met nog een splitsing links en een nauw stuk rechtdoor.

Hoera, het loopt verder!

Naar Norbertnormen is het nieuwe stuk erg ruim!

Terug naar ons beginpunt, waar we nog enkele omhooglopende gangen deden en een andere evenwijdig gangetje. Op diverse plekken zie je nog verder, mits wat werk. We schatten toch wel 50 m te hebben bijgevonden! Het was al tegen 19 u dus gauw naar buiten. Wordt vervolgd!


21/11/2020 Uiteraard weer naar de Norbert met Annette om onze “Réseau des Confinés” te topograferen. Daar bleek veel meer werk in te kruipen dan gedacht en eenvoudig was het al evenmin om al die nauwe pijpjes te tekenen en te meten! In feite waren we vrijwel heel de dag bezig, liefst 60 metingen voor in totaal wel 130 m! Dus onze ontdekking is belangrijker dan eerst ingeschat. En er zijn nog diverse mogelijkheden. De grote diaklaas achteraan bleek van diepste tot hoogste punt 15 m hoog te zijn! Dat diepste punt is echter (nog) niet bereikbaar want te smal. In die diaklaas konden we wel de herkomst van de tocht terugvinden, een soort zijgang die desobstrueerbaar lijkt. Ik heb ook de nauwe put verbreed met Hiltipatronen, aan het begin van onze réseau. Uit die put komt het merendeel van de tocht en op zicht gaat hij flink diep en ruim genoeg verder. Maar een zijkant ervan is een losgebarsten rotsplaat van 40 cm dik en 2 m hoog. Ik ben er wel voorzichtig omlaag voorbijgeschoven, maar 3 m lager toch teveel schrik gekregen en rap weer naar boven gewroet! Dat moet echt nog breder en mogelijk gestut worden. Maar heel benieuwd wat er daaronder is!  (NB: de put heeft later de naam "Oubliette" gekregen, de vergeetput dus). Buiten om 18:15 na een lange en slopende dag.



28/11/2020 Poco pech in de Grotte Norbert…

Gisteren weer een zware werkdag (P&A). De Réseau des Confinés is echt geen cadeau, overal smal en scherp. Enfin, hoofdzakelijk heel de dag bezig geweest met op verschillende plaatsen de zaak te verbreden in het licht van toekomstige zwaardere werken. Eén van de interessantste plekken is die nauwe "Oubliette". Intussen zijn de eerste 3 m verbreed zodat je daar +/- af kan, maar daar vernauwt het jammer genoeg sterk: een spleet van hooguit 20-25 cm breed. Maar die gaat heel diep: nog 7,5 m volgens de Disto. Dit is het diepste punt van heel de grot, straffer nog: van heel het massief want we zitten daar lager dan de diepste punten van de Gr. Danièle en zelfs Gr. Michelle. Tot zover het positieve nieuws. Het slechte nieuws nu: door het gebrek aan plaats waardoor je boven op alle materiaal ligt te rollen, doordat alles er schuin afloopt naar die put toe, is een potje weggerold, en de dieperik ingegaan. Daarin zat de CO-meter. Die zijn we dus (weer) kwijt. Recuperatie lijkt vrijwel onmogelijk. Gelukkig was het apparaat al 5 jaar oud, vrijwel einde leven dus (de sensors gaan in principe maar maximaal 5 jaar mee).


Het begin van de put waarin de CO-meter verloren ging. Eronder daalt het nog minstens 7,5 m

Murphy had nog meer in petto: daarna hebben we aan de grote diaklase gewerkt. Die gaat 6 m diep en de eerste 2 ervan kan je nipt passeren, dan is het te smal over 2 m, beneden lijkt het ruim genoeg. Daar valt goed aan te werken. Enfin, tijdens een plop is een groot blok omlaag gedonderd, dat pakte op zijn val een kitzak mee en samen zijn ze die spleet ingevallen. In die kitzak zat o.m. de boormachine. Ons hart stond stil maar gelukkig was de kitzak 3 m dieper blijven steken en heeft Annette hem nog kunnen recupereren.  Daarna hebben we nog 2 uur geworsteld en gewroet om een groot blok te elimineren en dan was het 18 u en was ons vat echt wel af. Slopend grotje.

6/12/2020  Paul solo,  een uur lang bezig geweest met een groot blok klein te meppen dat onderaan ons putje van 3 m, de toegang tot “iets” verspert. Finaal er net niet doorgeraakt, maar je ziet in een ruimte van enkele meters lang en hoog. Kortom stockageruimte voor onze toekomstige plopwerken (en wie weet is er daar nog wel een interessant vervolg te vinden ook).

Daarna bovenaan die P3, 3 gaten geboord en een stevige plop gezet, zodat het daar hopelijk nu wat menselijker is. Want tot nu toe was het daar wreed nauw en met een kitzak kon je er amper uit geraken. 

11/12/2020 Namiddagje in de Norbert. De plop in de P3 was super gelukt, grote berg puin dus. Eerst beneden de toegang tot het nieuwe “iets” van vorige week opengemaakt (percutage van groot blok). Tot ons plezier was het erachter groter dan we hadden durven hopen, waardoor we eindelijk een oplossing hadden om alle puin te stockeren van de plopwerken van de voorbije weken en dat onze bewegingsruimte vrijwel had opgesoupeerd.

Bovendien kunnen we nu al eens iets wegleggen of een kitzak leegmaken, zonder risico dat het in de vergeetput valt (l'Oubliette) want werkelijk alles dat je vanaf het begin van onze ontdekking (bovenaan de P3 dus!) tot 10 m ver erin neerlegt, rolt onherroepelijk in die trechtervormige vergeetput.

Nadat alle puin netjes was verlegd, volgde een grondige inspectie en topo van het nieuwe “zaaltje”. Wat concreties, heel erg veel bloemkooltjes en dus uiterst pijnlijk om op rond te kruipen. Alles bij elkaar topografeerden we 14 m. Een te lage gang vertrok oostwaarts en die hadden we de vorige weken al in het vizier gekregen vanaf een andere plek in ons nieuwe réseau. Die moesten we dus al niet meer openmaken, dat verbindt gewoon.


Het nieuwe zaaltje

Een andere spleet vertrok westwaarts, je zag 3 m ver en met veel tocht. Omdat het mij leek dat ze in de richting ging van het oorspronkelijke deel van de grot, is Annette rond gegaan. Voor wie de Norbert kent: dus terug naar begin, de schuine pijp omlaag, dan daar de volledige geplopte horizontale gang waar we in 2007 heel hard aan gewerkt hadden. Laatste werkdag was februari 2007 (Paul en Michaëla) waar we toen de handschoen in de ring hebben geworpen wegens alles uiterst smal en de gefractureerde rots.

Wel, het heeft nu geen 5 minuten geduurd of ik kon praten met Annette, wel niet in die 3 m lange spleet, maar enkele meters meer opzij. En nog wat later zag ik haar licht, en tenslotte haar hand doorheen een klein gaatje! Kortom: hadden we in 2007 daar nog 1 à 2 keer verder gewerkt, dan was al onze werk toen al beloond geworden en was de réseau des Confinés toen al ontdekt!  En dus, heel die oorspronkelijke tak van de grot daar moeten we niet aan verder doen. En de hevige tocht die destijds onze leidraad was… die komt gewoon van het réseau  des Confinés 2020.  

We denken zelfs nog een deur te kunnen sluiten: een groot deel van de tocht in de grot komt van de Puits Klojo. Wel, volgens de topo, zou ook die kunnen verbinden met het nieuwe stukje dat we gisteren vonden. Volgende keer gaan we daar zeker ook eens proberen of we elkaar kunnen horen of zien.

Uitsnede uit de toposynthèse van Xhignesse. Het stukje dat we op 11/12 vonden, staat in het groen


Verder hebben we nog een paar pogingen gedaan om te filmen (met een smartphone aan een touw) in de uiterst nauwe spleet (l'Oubliette) waar enkele weken geleden de CO-meter is ingevallen. Dat is niet gelukt, de telefoon bleef in de helft al steken en geraakte dus niet tot geheel beneden. In de andere diepe spleet (de Grande Diaclase) is dat wel gelukt, en het ziet ernaar uit dat er daaronder toch een mogelijk vervolg is. Wordt vervolgd. 

Uit de topo blijkt dat de hele grot nu bijna 150 m ontwikkeling telt, er is dus 100 m bijgekomen sedert we er in 2008 een punt achter zetten...

woensdag 2 december 2020

Maak zelf een plasgoot

 Zijn vrouwen even goede (of betere) speleologen of bergbeklimmers dan mannen? Ik laat het antwoord in het midden maar in alle objectiviteit: wij mannen zijn op één punt toch bevoordeeld. Wij kunnen bijna overal plassen. Zonder ons te moeten uitkleden. Rechtopstaand. In een fles als het moet. Vrouwen daarentegen kunnen dat niet, en vooral bij sporten waarbij men kledij uit één stuk draagt, is dat een probleem. En bij speleo (en vaak ook klimmen of ski) dragen we een eendelig buitenpak én een eendelig onderpak.  Dames moeten zich vrijwel totaal uitkleden om te plassen, en dat is in het koude ondergronds milieu, of boven op een besneeuwde bergtop, niet prettig.

Gelukkig is in het buitensportmilieu al lang geleden een handig hulpstukje uitgevonden: de plastuit of plasgoot (in het frans “pisse-debout” ) die je in de handel kan kopen (zie bv https://www.bol.com/nl/l/plastuitjes/N/30459/). Daarmee kunnen de dames zowaar rechtopstaand plassen, mits wat oefening. Sommige speleo’s knutselden er zelf eentje van een lege fles detergent (zie bv de “Zigounennette”: http://scof.eu/blog/wp-content/uploads/2016/01/zigounenette.pdf) maar die bleken niet erg comfortabel en gingen gauw stuk. En het moet niet enkel comfortabel zijn, maar ook sterk want speleo’s krijgen alles kapot! Zo’n ding moet in een grot gewoon aan je gordel kunnen hangen!

Nu bleken veel van de in de handel verkrijgbare modellen toch niet zo handig. Resultaat: natte broek.

Mijn echtgenote Annette, ervaringsdeskundige, maakte zelf in de loop der jaren diverse modellen van PVC-buis. Deze waren geïnspireerd op de "Freelax" die enkele decennia geleden te koop was in de Vieux Campeur (en nu zowaar nog op Bol.com voor 18 €). 



Al meer dan 30 jaar vervullen die zelfgemaakte dingen diverse malen per week hun dienst. De constructie was evenwel wat lastig want vereiste het modelleren van een stuk PVC en er bleef een naad die moest afgedicht worden. Dat kon sneller en eenvoudiger, meende ik. Hieronder dus het stappenplan voor de constructie van een goedkope, zeer efficiënte en sterke plasgoot. Zelfs iemand met twee linkerhanden moet dit in een kwartiertje kunnen maken!  

Benodigheden

  • Grijze afvoerbuis 50 mm diameter (koop geen afvoerbuis voor regenwater, die hebben een te dunne wand en zijn te zwak!).
  • lijm voor hard PVC
  • 1 bocht 50 mm diameter  90° liefst met een zijde vrouwelijk, 1 zijde mannelijk (mof).

Gereedschap

  • Fijne zaag (ijzerzaag) of slijpmachine met dunne snijschijf en schuurschijf
  • Schuurpapier grof en fijn, eventueel een vijl
  • Gasbrander, heb je dat niet:  gasfornuis.

Werkwijze

Zaag een stukje buis van 15 cm lang af. 

Twee mogelijkheden nu: 

De quick & dirty-manier: lijm er de haakse bocht op, met de mannelijke mof OVER de buis geschoven. Maar omdat de mof dikker is dan de buis zelf, ga je aldus een randje hebben. Geen drama (en je kan dat met schuurpapier afronden) maar de vrouwelijke anatomie is delicaat, dus: dat kan beter.

Het alternatief  is om de vrouwelijke zijde van de bocht (die kleiner is van diameter is) IN de buis lijmen. Dat gaat natuurlijk niet zomaar: je moet daarvoor het uiteinde van de buis verbreden, door het te verwarmen over zowat 5 cm. Dat moet je langzaam doen! Draai de buis voortdurend rond in de hitte van de vlam,  en ver genoeg ervandaan. Als de buis bruin wordt, zit je te dichtbij. Na enkele minuten is het PVC voldoende plastisch geworden om er de buis in te steken. Terwijl de zaak weer afkoelt, draai je de bocht wat rond zodat hij niet komt vast te zitten. Van zodra dat te stroef begint te gaan, haal je de bocht er weer uit. Smeer hem in met lijm en stop hem in de buis.


Nu moet je de bovenkant van de buis er overlangs afzagen. Schuin naar de punt toe dus. Teken het best eerst af met een stift. Met de slijpschijf duurt dat 10 seconden, met de ijzerzaag een minuutje. Maak de goot niet te laag, want ze mag tijdens het gebruik niet overlopen !

Vervolgens de rafelige zaagsnede mooi bijwerken. Ofwel machinaal met een schuurschijf, ofwel met vijl en schuurpapier. Rond de rand goed af.

Dan gaan we de plasgoot modelleren. Blaas ze over heel de lengte warm met de gasbrander (de bocht zelf, het "opvangkuipje", hoeft niet). Ook hier weer: neem je tijd, en verhit vooral het gelijmde stuk goed want daar is het PVC tweemaal zo dik. Heb je geen gasbrander: je kan het ook in de oven steken op 170° en dat hoeft echt niet lang te duren of het wordt pudding.

Doe handschoenen aan zodat je je vingers niet verbrandt en  geef de goot het gewenste model. Dat is echt niet moeilijk. Zorg dat het uiteinde goed smal wordt (1 cm) want dan kan je ermee in een fles plassen ook.  De kant van de bocht, de opvangplaats dus,  moet dan weer voldoende ruim blijven. Het waarom zal madame wel merken wanneer het te smal is gemaakt.

Het PVC koelt snel af en het kan zijn dat de vorm nog niet goed is. Geen probleem: gewoon opnieuw verwarmen en herbeginnen.


Voorlaatste stap is de goot nog wat verder met snijschijf of zaag bij te werken zodat de punt mooi schuin toeloopt en afgerond is.

Finaal werk je de zaak nog wat af met fijn schuurpapier. De perfectionisten kunnen ze nog met een polijstschijf opblinken, dat heb ik niet gedaan. 't Is maar om in te plassen hé. 



Succes!

vrijdag 21 augustus 2020

Grot voor een week

De noodexploratie van “La Grotte Ephémère”

Het voorbije weekend was er een om niet gauw te vergeten. Dat zat zo: in de steengroeve van Préalle (Heyd/Aisne) was vorige week een gat vrijgekomen, op 20 m hoog in het “front de taille” zoals dat heet. Een oplettende speleoloog die in de buurt woont, had dat opgemerkt. Frits was er in de loop van de week al gauw solo ingekropen, in shorts, en in een grote zaal terechtgekomen. Na een snelle explo was zijn conclusie dat het veelbelovend was !

De ingang is van ver zichtbaar

Deze groeve heeft in haar lange geschiedenis al diverse grotten doen verdwijnen, waaronder de ruime Grotte de la Nouvelle Carrière d’Aisne (zie de Atlas des Grottes de Belgique Tome 2 van P. Vandersleyen) of de archeologisch waardevolle Grottes de Préalle I en II.  Om het verlies van een nieuwe site te voorkomen, zonder dat er enige voorafgaandelijke studie is gebeurd (naar archeologisch of mineralogische belang) is er sedert enkele jaren een conventie tussen CWEPSS en de uitbaters dat in zo’n geval de speleo’s de kans krijgen om de zaak te exploreren. Zo’n noodexploratie kan maximaal 6 dagen duren, daarna gaat de groeve in principe verder met haar werk, tenzij tijdens het onderzoek zeer sterke argumenten zijn gevonden om nog te wachten.  In dit geval waren alle gaten al geboord om heel de bank waarin zich de grot deels bevindt, de week nadien te doen springen.

Hieronder lig een deel van de grot. De gaten zijn al geboord (15 à 20 m diep) voor de volgende explosie.

Het was dus duidelijk: hier viel geen tijd te verliezen, we hadden 3 dagen; dit werd een race tegen de klok! In enkele tochten moesten we doen wat we doorgaans over meerdere maanden spreiden: exploratie - eventueel desobstructie - topografie - fotografie en andere onderzoek. 

Onze vrienden van de GRSC waren zo sympathiek om ons in deze zaak te betrekken (dank jullie!). Aldus werd haastig een "équipe de choc" verzameld : de 5 anciens van de ploeg (Pol, Patrice, Jack, Annette en Paul) cumuleerden samen om en bij de 230 jaar aan speleocarrière, die vrijwel uitsluitend uit exploratiespeleo bestond! Aangevuld met twee jongere speleo's die hun kunnen al meermaals hadden bewezen (Frits en Hans), was het duidelijk: we gingen er een lap op geven!

Vrijdagavond 14/8: topo van de grote zaal

Gauw-gauw topomateriaal en wat ander spul bij elkaar gezocht, een minimum aan fotomateriaal en naar de groeve gereden.  Vanavond waren we met  5:  van GRSC Pol Xhaard, Patrice Dumoulin en Frits van der Werff, en van Avalon Hans Verhulst en Paul De Bie.

We benaderen de ingang van opzij

Het gat was vrij groot en opende zich bovenaan een instabiele puinberg. We equipeerden een looplijn zodat we het langs boven konden benaderen. Een klein zaaltje (met wat concreties) en daarna een verticale klim van 4 m, waarin een laddertje werd gehangen, gevolgd door een wat lastige kruipgang die boven een diep gat uitkwam: een put van 4 m. Die moest in oppo worden overgestoken, voorwaar eerder tricky! 

de ingang

En dan kwam je dus in die verrassend grote zaal, die zowat 22 x 15 m was en hier en daar wel 8 m hoog. Spaarzaam geconcretioneerd, met een gigantisch blok dat vol boorstof lag: blijkbaar was een van de boorgaten al doorheen het plafond gegaan. Sommige blokken waren duidelijk recent uit het plafond gevallen als gevolg van eerdere explosies.

De grote zaal van boven naar omlaag gezien

De grote zaal van onder naar boven gezien

Eerste prioriteit was het fotograferen van de zaal, zodat er tenminste enkele goede beelden van waren vooraleer ze verdween. Daarna zochten we alles grondig af en in de bovenhoek werd een vervolg gevonden waar Frits en Hans aan de slag gingen. Intussen begon ik met Pol de topo te maken. We sloten de avond af met zicht op een uit te graven gangetje waaruit een goede tocht blies… Buiten was de duisternis intussen ingevallen.

Die avond werkte ik de topo al provisoir uit want morgen hadden we eerste werk een vergadering met de mensen van de steengroeve, die zich vooral zorgen maken over de veiligheid want een holte van +/- 2000 m3 die hier en daar de oppervlakte nadert tot op 6 m, maakte hen heel ongerust. Zij rijden daar met graafmachines of dumpers rond van wel 65 ton. En hun dynamitage van volgende dinsdag van een nieuwe “trap” van zowat 50 x 20 x 25 m zou een onverwachte instabiliteit kunnen veroorzaken, omdat de grot zich half onder hun werkterrein bevond en half onder de 30 m hoge rotswand ernaast.  Dus die mensen wilden tot op de decimeter weten wààr die zaal zich juist bevond en waren wat blij dat wij dat hen konden vertellen!

Zaterdag 15/8: ontdekking van een tweede zaal

Nadat hun geoloog met een uiterst precieze GPS een topopunt had gezet waarmee we onze topo van de grot tot op de millimeter konden positioneren op de kaarten van de steengroeve, kropen Frits en Paul de grot in. Uiteraard om het tochtend gangetje uit te graven. Dat lukte vrij goed, hoewel het 7 m lang was! In de verte zagen we een uitnodigend zwart gat, maar er vlak voor zat een venijnige dubbele etroiture waarin ik – nog maar eens-  een rib heb gekneusd.  Frits volgde mij, en had het even lastig in die vernauwing als ik! Eerste werk de zaak breder gemept vanaf de andere kant, wat mij al wat gerust stelde voor de terugkeer met een gekraakte rib.

het uitgegraven gangetje

Afdaling in oppo van een P7 en snelle explo van een heel mooi geconcretioneerde zaal met veel witte druipsteen, gordijnen en stalactietjes (Salle Délicate).  Wegens mijn ribkwetsuur én het late uur, hielden we het gauw voor bekeken. Maar het was duidelijk dat we nog eens moesten terugkomen, het was al tegen 19 u en er was geen tijd meer voor de topo of foto’s. En hoog in het plafond zagen we een mogelijk vervolg!


vele mooie concreties in de Salle Délicate


Zondag 16/8: verdere explo en topo

Voor mij was wegens de ribblessure verder exploreren niet mogelijk. Tijd dus om 2 andere zware kanonnen in de strijd te werpen: Annette Van Houtte die de topo zou verderzetten en Jack London om de foto’s voor zijn rekening te nemen en bij te staan waar nodig. En uiteraard onvermoeibare Frits,  om naar dat gat in het plafond te klimmen. Ze waren daar een hele dag mee bezig. De klim in het dak leverde niks op, maar er werden twee andere mogelijkheden gevonden met flinke tocht. En Jack bracht een schat aan fotografisch documentatiemateriaal mee.





Hans en Paul deden toch nog iets : een ander grotje (trou souffleur) in de groeve opengemaakt, héél voorzichtig en niet echt doorgezet vanwege zere ribben (ook Hans wist ervan na zijn avontuur van vrijdag). 10 m ver geraakt, veel tocht en wat concreties. Mochten we al niet ergens een Trou des Côtes hebben, dan zou dit dé naam zijn geworden…

10 m première in de trou souffleur

Maandag 17/8 en verder : administratie

Daarmee was het avontuur nog niet gedaan. Er moesten topo’s worden uitgetekend en rapporten gemaakt en dit alles in nauw overleg met Pol en de Cwepss. De hele maandagmiddag en een grot deel van de dinsdag gingen daaraan op. Ik werkte de topo's uit, Pol Xhaard nam de verslaggeving voor zijn rekening wat in een mooi verslag resulteerde waarin het werk van alle ploegen aan bod kwam.  Intussen was er ook een consensus over de naam van de grot: la Grotte Ephémère.  Dat betekent: vluchtig, kortstondig, iets van één dag. Stilletjes hoopten we allemaal wel dat het leven van deze grot wat langer zou duren dan dat!



Nabeschouwing

Daarmee eindigde deze bijzondere “noodexploratie”. Balans: we hebben een mooie grot van +/ - 200 m lang kunnen exploreren, met een zaal van niet-alledaagse afmetingen en dat alles hebben we nog kunnen topograferen, fotograferen en documenteren. Voorwaar een zeer belangrijke taak, wetende dat binnen enkele dagen de toegang tot de grot voorgoed onmogelijk zal worden, en ze binnen enkele weken in de breekmolens zal vermalen worden. Zonder onze foto’s en topo’s zou de grot echt totaal verdwijnen  maar nu zal er dan toch "iets" tastbaars resteren. En natuurlijk zijn er 5 mensen die onuitwisbare herinneringen zullen hebben aan deze mooie grot.

We hebben onze verantwoordelijkheid ten volle genomen en deze actie is een schoolvoorbeeld van goede samenwerking tussen speleologen (twee clubs GRSC/Avalon), de Cwepss en de uitbaters van een steengroeve. En tja, wat kunnen we de steengroeve verwijten? Zonder hun werk zouden we zelfs niet geweten hebben dat die grot er was. En jammer genoeg ligt de grot nu net in de richting waarin de groeve zich nu uitbreidt…

Het was toch ook wel wat een rare zaak voor ons, met gemengde gevoelens: als eerste mens ooit iets moois ontdekken, dat hebben we al heel vaak gedaan. Maar deze keer was het niet met de wetenschap dat we het aan onze vrienden zouden kunnen tonen, wel dat we de eerste en laatste mensen ooit waren die dit natuurwonder zagen. En ook raar: witte concreties ontdekken en je geen zorgen moeten maken in proper houden, balisage enz.  Je zou ze eigenlijk gewoon kunnen afbreken en in je kitzak meenemen 😊. Dat hebben we niet gedaan, we hebben hetzelfde respect voor de omgeving aan de dag gelegd als anders. Het bloed kruipt waar het niet kan gaan. 

PS: Woensdagavond volgde een leuke verrassing: de groeve had besloten de geplande dynamitage enkele weken uit te stellen, om onze topogegevens grondig te kunnen bestuderen en verwerken en het dynamitageschema te herberekenen. We hopen dat dit ons de kans zal geven om de exploratie nog even verder te zetten.

Paul De Bie

WAARSCHUWING: de groeve is een afgesloten privéterrein, met bewaking. Het is totaal verboden zich zonder toelating in de groeve te begeven, en bovendien is het zeer gevaarlijk. Gelieve de goede relaties met de uitbaters van de groeve niet te schaden door clandestiene bezoeken!