donderdag 14 mei 2026

Speleoweekend Doubs – 1 - 3mei

 

Speleoweekend Doubs – 1 - 3 mei

Verslag door Erik

Het verlengde weekend van 1 mei stond dit jaar in het teken van de Doubs. Met een compacte maar enthousiaste ploeg — Annemie, Toon, Len en ikzelf — trokken we richting Frankrijk voor drie dagen ondergronds avontuur.

Donderdag – Aankomst in Cherval

Donderdagmiddag vertrokken Annemie en ik vanuit Antwerpen richting de camping municipal van Cherval. De rit verliep met redelijk wat vertragingen en rond 21u20 reden we de camping op. Tent opzetten, en dan redelijk snel onze slaapzak ingekropen.

Toon en Len kozen voor een iets avontuurlijker reistiming en arriveerden midden in de nacht. De ploeg was compleet, klaar voor een ons speleoprogramma.

Vrijdag 1 mei – Grotte d’En Versenne & Gouffre du Puits de Poudry


Stralend weer en een eerste zoektocht

De dag begon met zon, blauwe lucht en twee grotten op het programma. Onze eerste bestemming: Grotte d’En Versenne (stuk voor de sifon).

De rit naar de parking verliep zonder problemen. Na het omkleden trokken we het bos in en vonden al snel een klein massiefje met een porche dat er op het eerste zicht uitzag als de ingang. Ik daalde/klom een blokkenstort af… maar onderaan liep het meteen dood. Toch niet de juiste plek?

We doorzochten de omliggende weiden en het bos, vonden verschillende pertes waar in nattere periodes een riviertje ondergronds gaat, maar geen echte ingang. Uiteindelijk keerden we terug naar het massiefje en zocht ik online een foto van de ingang: Perfect dezelfde plek.

De conclusie was duidelijk: de ingang is ingestort. Later op de camping bevestigden Duitse speleo’s dat zij enkele jaren geleden exact hetzelfde probleem hadden. Mogelijk is de ingang bewust dichtgemaakt om de grot te beschermen en te vermijden dat duikers door de sifon naar het mooie achterste deel zouden gaan.

Gouffre du Puits de Poudry

Gelukkig stond er nog een tweede grot op het programma. De Gouffre du Puits de Poudry vonden we vlot, een mooie put midden in het bos.

Ik equipeerde de ingang en we daalden af. Na de eerste put volgde een traverse langs een balkon naar een tweede put, die uitkwam op een schuine helling. Deze leidde naar een grote zaal met onderaan mooie concreties.



Het vervolg lag onderaan: via een étroiture kwamen we boven een put van 35 m uit. Ons touw was net te kort, dus maakte ik een touwverbinding op 3 à 4 meter van de bodem. Onderaan kon je nog wat tussen blokken afdalen, opnieuw met mooie concreties.



Na een korte pauze klommen we terug omhoog. Toon en Len deséquipeerden de grot en vlot stonden we weer buiten.

Zaterdag 2 mei – Gouffre de Pourpevelle

Voor deze grote grot stonden we al om 7u op. Na een stevig ontbijt reden we naar de parking, die verrassend leeg was voor een verlengd weekend. Geen andere speleo's te zien ...

Ingang en puttenreeks

Na het omkleden trokken we naar de ingang. Een mooie ingangsput leidde naar de zuidelijke gang. Twee keer daalden we een R7 af, waarna een vrijhangende put van 33 m volgde, midden in een enorme zaal. Altijd indrukwekkend om zo volledig vrijhangend af te dalen op een glad koord.

Beneden begonnen de horizontale galerijen. Dankzij het geplastificeerde plan met aangeduide route vonden we zonder problemen de weg door het Réseau Sud: wandelend, kruipend, klimmend en afdalend door galerijen met bassins, gours en mooie concreties. Nat tot aan ons middel (of hoger voor de kleinsten onder ons).

De “cable” en andere hindernissen

Bij de “cable” hingen twee versleten touwen (mantel doorgesleten) om een diepe met water gevulde gour over te steken zonder te zwemmen. Een beetje acrobatie was nodig, maar iedereen geraakte er veilig over zonder al te nat te worden.



Daarna volgde de sleutelpassage richting de Galerie des Cristaux: een lange kruipsectie waar onze knieën het zwaar te verduren kregen. Aan de voute mouillante moesten we zelfs op de buik door het water. Vervolgens klommen we via een vast touw in een nauwe cheminée naar Station Plaisance.


Avenue Sud en terugtocht

Station Plaisance ligt in een prachtig gedecoreerde galerij. We volgden eerst de Avenue Sud, gebaliseerd met rood-witte linten en verderop met een discreter wit touwtje. Op het einde lag een modderige blokkenstort met een bordje “Nooduitgang”. Ik ben even gaan kijken, maar niet omhoog geklommen om op de terugweg de mooie galerij niet te bevuilen.







In noordelijke richting aan Station Plaisance leek het water dieper, en omdat we het al behoorlijk fris hadden, keerden we terug.

De terugtocht verliep vlot: kruipgalerijen, diepe bassins, de cable, de puttenreeks… en rond 17u30–18u stonden we weer buiten. Een fantastische grot, absoluut een aanrader. Volgende keer neem ik wel een neopreen salopette mee.

Zondag 3 mei – Gouffre du Petit Siblot (met z’n tweeën)

Toon en Len lieten weten dat ze zondag al naar huis wilden vertrekken en enkel nog een ochtendwandeling zouden doen. Annemie en ik bleven tot maandag en wilden zeker nog een grot doen.

We kozen voor de Gouffre du Petit Siblot. Ik had deze grot al eens gedaan, maar herinnerde me weinig behalve de ingang.

Petit Siblot

De ingang is een smalle put (toch de eerste drie meter), afgesloten met een rooster dat je kan openklappen. Daarna volgden enkele putten tot een grote schuine zanderige helling. Helemaal onderaan kon je via een klimmetje (vast touw aanwezig) door een étroiture naar een balkon met uitzicht op een grote gedecoreerde zaal.

Via een kleine traverse daalden we af in de zaal, waar talloze grote kolommen staan. Jammer genoeg zijn ze bemodderd en lichtbruin van het stof, maar toch indrukwekkend.



Karstwandeling & Grand Siblot

Na de grot deden we nog de karstwandeling die langs de Petit Siblot loopt. Een stukje verder zagen we de ingang van de Grand Siblot, die we dan ook nog even bezochten — in gewone kleren, met enkel een gsm‑lichtje.

Terug op de camping hebben we er direct van geprofiteerd om de touwen en het materiaal te wassen in de Doubs. Dat was alvast thuis uitgespaard.

Maandag – Terug naar huis

Na een rustig ontbijt pakten we alles in en reden we ontspannen terug naar huis. Een geslaagd speleoweekend met mooie grotten, goed gezelschap en heel wat avontuur.

donderdag 9 april 2026

Driedaagse in de groeve van Savonnières-en-Perthois

Driedaagse in de groeve van Savonnières-en-Perthois    

Dit was een “interclub” met 4 mensen van Avalon (Erik Bruijn, Bart Saey, Annette Van Houtte en Paul De Bie) en 4 van STAL (Sofie Van Waesberghe, Noor De Bruyn, Emiel Van Buynder en Lou Boeykens).

Link naar een fotoalbum: https://photos.app.goo.gl/v8bLoF6tjTSsY6N9A met foto's genomen door iedereen

Wat voorafging

Het plan was om nog eens in die immense ondergrondse steengroeves te gaan kamperen en er de gebruikelijke klassieke grotten te doen. Het ondergronds doolhof van Savonnières-en-Perthois (meer dan honderd kilometer aan gangen!) is immers een oude liefde: hier kwam ik voor het eerst in het prille begin van mijn speleocarrière, in 1984! Nadien kwamen we er nog vele keren, maar de laatste keer dateerde intussen toch al wel van 2009 (zie dit blogartikel: https://scavalon.blogspot.com/2009/05/een-weekendje-groevenlopen_5.html ). En dus, 17 jaar later, zouden brompi en oma De Bie-Van Houtte dan nog eens in de klamme, donkere en spookachtige groeve gaan kamperen, in het gezelschap van enkele doorwinterde speleo’s maar ook een trio 16-jarige “juniors”: de crème-de-la-crème van de VVS-Jongeren.  52 jaar verschil tussen de oudsten en de jongsten: als dat maar goed kwam!

“L’hasard fait bien les choses”, zegt men in het Frans, en inderdaad: ik had me voorgenomen te gaan kamperen in een rustige sector van de groeve, en had aldus de zone in de buurt van de Gouffre de la Besace gekozen. Een goede keuze, bleek later!

Vrijdagavond 3 april 2026

Annette en ik arriveerden rond 16 u aan de ingang van de groeve waar we dadelijk vaststelden dat de code van het nummerslot verkeerd was. Die hadden de mensen van LISPEL (de speleo’s die de groeve beheren) enkele dagen geleden aan Erik gemaild. Na wat telefoneren kreeg ik de president van LISPEL te pakken en wat bleek: de code was 2 dagen geleden gewijzigd! OK, we kregen de poort nu open (ingang “Paquis”) en begonnen zwaar geladen aan onze tocht van zowat 1,5 km doorheen de donkere gangen. Sinds een jaar of 5 is er daar een uitstekende bewegwijzering met gekleurde reflectors (oranje, blauw of groen naar de drie voornaamste sectoren met grotten). We volgden de oranje route en kwamen na een klein halfuurtje in de zone waar we een bivakplaats wilden zoeken. We vonden een vrij propere en bruikbare plek. Na nog wat zoeken daar, trok Annette een plastiek zeil opzij en wat bleek: daarachter was dus echt een gedroomde verblijfplaats, ingericht door de speleo’s en voorzien van alle comfort zoals stoelen en tafels! Net achter de hoek was er een apart kamertje: ideaal voor opa en oma. Tien meter verder drupte er water omlaag dat we konden opvangen voor de afwas. Perfect, gewoon!


Terug naar de auto’s dan, voor een tweede lading materiaal want het was uiteraard niet gelukt om alles in één keer te dragen. En natuurlijk ook om aan de anderen via Whatsapp uit te leggen waar we exact zaten. Tegen 18 uur waren we terug en geïnstalleerd in ons kamp, nu was het wachten op de volgende ploegen. Erik en Lou arriveerden een weinig later, en kwamen zwaar geladen met kruiwagens vol materiaal aanzetten. Bart, Sofie, Noor en Emiel kwamen pas tegen 22 u aan.

Zaterdag 4 april 2026

Vandaag stond de Gouffre de la Sonnette op het programma. Die lag een kilometertje van onze kampplaats. Het blijft een surrealistisch iets, die steengroeve. Erik, met het plan in de hand, gidste ons feilloos doorheen het doolhof. De grot heeft twee ingangen, die we allebei equipeerden. De attractie is natuurlijk de magnifieke “Puits des Grands Cercles”, slechts 30 m diep maar héél breed en vooral bijzonder esthetisch. Eronder volgen nog 50 m aan kleinere putten, ook allemaal ruim en smetteloos proper. Enkel het stukje kruipgang helemaal beneden, op -85 m, is wat modderig. Daar wisselden de ploegen om en desequipeerden de juniors alles. Zo hoort dat! Die gasten waren trouwens al 100% zelfstandige en zeer behendige speleologen!


We waren vroeg “buiten” dus er was nog ruim tijd om in de groeve rond te dolen en op zoek te gaan naar mooie hoekjes. Na het avondeten (lekkere spaghetti) gingen de 3 jongeren weer op urenlange ontdekkingsreis (“voor middernacht terug!” was de voorwaarde). Overal valt er hier wel iets spannends te zien: werktuigen van de arbeiders die hier 100 jaar geleden hun ruggen kapotwerkten, materiaal van de champignonkwekers, trappen en luchtschachten, en natuurlijk vele grotten. De helft van de groeve is tegenwoordig verboden omdat er (mogelijk) weer een champignonkweker in zou werken, maar er resteert nog meer dan genoeg…

Zondag 5 april 2026

Na een copieus ontbijt, weer op pad: naar de Gouffre de l’Avenir ditmaal. Deze ligt ook flink ver, in een zone waar tot over enkele jaren de firma Rocamat opnieuw kalksteen kwam buitenhalen. Intussen is die exploitatie ook al weer stopgezet, maar de blokken liggen er nog, netjes gelabeld met QR-codes. De ploeg Bart met de 3 juniors vertrok in de Avenir: ruime maar wat natte putten en nogal wat equipeerwerk. De ploeg Erik, Sofie, Annette en Paul vertrok langs de beruchte Grande Viaille, een zeer nauwe meander. Dat begon slecht, want na 5 m geraakte Erik al niet verder: het was veel te smal. Het vermoeden rees dat we te vroeg waren gestart en inderdaad, we zaten in een stukje meander dat na 10 meter weer door de groeve was doorsneden. Eens in de goede ingang, werd het na amper 10 meter alweer problematisch smal. Zéér smal. Hadden wij dit vroeger dan gedaan (in de loop der jaren zijn we minstens 3 keer doorheen de Grande Viaille geweest)?

De meander was erg hoog, het was heel moeilijk te zien op welke niveau de juiste doorgang was. Nadat ik mijn zitgordel had uitgetrokken, kon ik een zware vernauwing doorwroeten die me op het niveau van het riviertje bracht. Enkele meters verder was er een volgende, nog smallere passage waar ik minutenlang over heb staan twijfelen. Maar van opgeven was geen sprake! Indien we dit op ons 30ste hadden gekund, dan moest het op 66 ook nog kunnen want ik was geen kilogram zwaarder dan toen. Wel al 5-6 keer ribben gebroken in dergelijke toestanden…dus toch wat oppassen.

En dus wroette ik verder tot ik een zaaltje kwam. De meander hernam daar, gauw verkennen: na 30 m bereikte ik een stalen balk: het ankerpunt van de grote put die uitkomt in de Avenir. Gauw terug naar de anderen. Iedereen trok zijn speleomateriaal uit, dat werd samen met de kitzakken doorgegeven en mits de juiste aanwijzingen geraakte iedereen er doorheen! Oef, dat was toch wel spannend!

Na het equiperen van de magnifieke en ruime put (P8+P30) stonden we gauw beneden in de Avenir waar de andere groep intussen ook al stond te wachten. Het vervolg hier was mij goed bekend: 400 m meander, flink modderig en met veel weerhaken op de wanden. Ik maakte Emiel wijs dat er op het einde een zaaltje was met duizenden grotparels; meer motivatie was er niet nodig om het jonge trio in dat hellegat te doen verdwijnen, gevolgd door Erik en Sofie. Annette en ik klommen langs de Avenir uit, nadat we Bart de nodige instructies hadden gegeven voor hun terugweg via de “Grande” Viaille. We namen een maximum aan materiaal langs onze kant mee en maakten een kitzak leeg, waarin zij hun zitgordels konden transporteren in de meander.  


Een uur later stonden we weer in de groeve, nog een uur later gevolgd door Erik en Sofie die alles hadden gedesequipeerd. Nu maar hopen dat het andere viertal nergens in de Grande Viaille gestrand was. Gauw naar daar (een paar honderd meter door de groeve stappen) en daar kwam net Lou naar buiten gesparteld, met zijn helm scheef op zijn kop en zwaar geladen met kitzakken. Sterke gast! Even later floepte Emiel eruit met alle “pochkes”, gevolgd door Noor die net als gisteren nog lentefris was. Bart als laatste, en zo was de groep compleet en was het tijd voor een hilarische “selfie”: de obligate groepsfoto. Wat de duizenden grotparels betreft, helemaal achteraan die moddermeander van de Avenir: daarvan zijn helaas geen foto’s genomen!

Het liep al tegen 17 u, dus naar het kamp waar we nog absurd veel aperitiefsnacks moesten verorberen – met een glaasje Cava. Alweer een lekkere maaltijd; het leek veel te veel tot de Lou demonstreerde hoe je 3 borden met bloemkool, veel patatjes en vlees wegwerkte. Daarna verorberde hij nog zes (6!) appels als dessert.

Aangezien we morgen naar huis vertrokken, maar nog de Rupt du Puits wilden meepakken (grote ondergrondse rivier), deden we nu al een flinke “portage” van materiaal naar de auto’s buiten. Buiten schemerde het al dus de hoop om wat zonlicht mee te pakken, konden we wel opbergen. Dan maar gauw weer de duisternis van de groeve opgezocht.

Maandag 6 april 2026

Om 7 u liep de wekker af, er was vandaag geen tijd om te luieren. Ontbijten, grote opruim en schoonmaak van ons verblijf en alweer een flinke portage naar de auto’s. Dan naar Robert-Espagne, de wat rare naam van het dorpje waar de Rupt du Puits ligt.

Nadat Erik de sleutel had afgehaald bij de lokale speleo’s, equipeerden we de put (twee touwen naast elkaar zodat we sneller konden uitklimmen vanmiddag). Blijft ook een bizar geval, die kaarsrechte pijp omlaag, in de jaren ’70 exact geboord op de plek waar het moest: twee meter naast de rand van de stroomafwaartse sifon.

Heel het gezelschap ging op weg in ganzenpas, met veel gedruis en gespetter in die mooie rivier. We moesten 1,8 km doen tot aan de sifon, en dat is een heel eind! De galerij is anderhalve meter breed, vaak 10 m hoog en verandert heel geleidelijk aan van vorm naargelang je verder stroomopwaarts loopt. Onderweg zijn er vele kleine zijriviertjes. Hier en daar kwam het water tot aan het kruis (veel gejammer en geroep dus!). Na ongeveer anderhalve kilometer hoorden we het gebulder van de watervallen. Stel je niks spectaculairs voor, de hoogste is 70 cm hoog! Het probleem was een 2 m diep bassin er net voor. Erik gaf een demonstratie van hoe je daarin nat tot aan je schouders kon worden. We stonden hem goed uit te lachen tot het onze beurt was… Enkel Lou en Bart geraakten er droog over mits een gewaagde “oppo” (ter info: heel de natte zone is droog te passeren via een 100 m lange en vast geëquipeerde looplijn, hoog in de galerij maar dan moet je wel je klimuitrusting bijhebben).

Er volgde nu een mooi stuk met diepe bassins en kleine watervalletjes, daarna veranderde de gang van profiel en werd het een sombere, zwarte elliptische gang. Wat verder strandden we voor de stroomopwaartse sifon: meer dan 600 m lang. Aan de andere kant ervan is de Gouffre de la Béva. Sommigen bezochten de Affluent des Macaronis, best mooi eigenlijk!

Maar veel tijd om daar te dralen was er niet, iedereen was flink nat en koud. De harde kern besloot om terug te “gaan” via de grote, beruchte rondgang. Geen van hen had dat al gedaan dus ze wisten niet beter. Paul en Annette hadden het al diverse keren gedaan, Bart ook al eens, dus die lieten deze kelk ditmaal aan zich voorbijgaan. Die rondgang, dat betekent zowat anderhalve km kruipen doorheen scherpe meanders, lage gangen gevuld met blubber en water of gewoon droog zand. Er komt gewoon geen einde aan, en telkens vraag je je af “maar wat doe ik hier eigenlijk?”. De anciens gaven de goede raad aan de masochistischen: “Nooit twijfelen of opgeven daar. Verstand op nul zetten en blijven gaan!” en stapten fluks via de rivier naar de ingang terug. Nog 50 m omhoog het touw op en we waren buiten in het zonnetje.

Anderhalf uur later kondigden stoomwolken die uit de buis kwamen, de terugkomst van de tweede ploeg aan. Lou en Noor vlogen als gek de touwen op, maar inhalen is er moeilijk en Noor won met de vingers in de neus. Als beloning kreeg ze een slokje lauw sokkensap uit de laarzen van Sofie. Van je vrienden moet je het hebben!

Rond 16 u waren de auto’s weer ingeladen, en na een babbeltje met de lokale speleo’s die toevallig voorbijkwamen, waren we op weg naar huis…. Het was toch weer goed.

Verslag: Brompi

Link naar een fotoalbum: https://photos.app.goo.gl/v8bLoF6tjTSsY6N9A met foto's genomen door zowat iedereen

maandag 8 september 2025

De Anialarra expé 2024

Tot mijn schande heb ik nu pas gemerkt dat ik het verslag van de Anialarra-expé 2024 vergeten ben op het blog te zetten (intussen is zelfs de expé van 2025 al achter de rug!). Hier is het dus.
En je kan meer info vinden op de Facebookgroep "Anialarra-explo's" https://www.facebook.com/groups/anialarra

Verslag expé Anialarra 2024

In 2024 organiseerde de Belgische speleoclub Avalon voor het 28ste opeenvolgende jaar een exploratiekamp op Anialarra (onderdeel van het beroemde Pierre Saint Martin-massief). Uiteraard werkten we onder de vlag en de zegen van ARSIP, de overkoepelende organisatie die bijna 60 jaar lang de speleologische activiteiten op het massief coördineert (zie https://www.arsip.fr/). De expeditie vond plaats van 3 tot 17 augustus en er namen zowel leden van het Verbond van Vlaamse Speleologen als van de Union Belge de Spéléologie aan deel.  

Inleiding

Zoals steeds werd een klein kamp opgesteld op 2100 m hoogte. We werden door de weergoden flink verwend, met 13 dagen prachtig weer en slechts twee dagen slecht weer. Dat was allicht ter compensatie van de expedities in 2023, toen we erg wispelturig weer hadden. Het mooie en meestal stabiele weer maakte dat we eindelijk de exploratie van Sima de la Tormenta in alle veiligheid konden afwerken. We werkten op volgende 4 grotten…

Sima de la Verdad (AN594)



Na de ontdekking en exploraties in de periode 2010 tot 2014, waarbij we in de noordelijke tak van de grot strandden op een diepte van -186 m in een grote instortingszone, hernamen we in 2022 de westelijke tak van Sima de la Verdad (zie de verslagen van 2022 en 2023). Deze grot is immers de grootste kanshebber om een ingang te worden die in de Rivière Tintin zou uitkomen, en wel zeer ver stroomopwaarts erin. Verdad ligt bijna recht boven de zone waar we in Tintin aan het werk zijn. Onze terminus van vorig jaar, een klein putje, werd vlot gepasseerd maar zoals verwacht volgde opnieuw een meander. Hierna volgde een verrassing: een grote, omhooglopende schouw van wel 40 m hoog (mogelijk in relatie met een gekende lapiazkloof aan de oppervlakte) en dan een ruime en actieve put van 19 m. En dan… alweer een meander, die ook het voorlopige eindpunt is op een diepte van -110 m.  We blijven pal west gaan, in de richting van een omhooglopende schouw die we in de Rivière Tintin zien. Uiteraard moeten we nog wel zowat 310 m zakken.

Op de voorlaatste exploratiedag kenden we een flinke tegenslag: nabij de ingangszone gebeurde spontaan een instorting van grote blokken. Gelukkig geraakte niemand gewond. In 2025 wacht ons eerst veel werk om deze zone weer te stabiliseren.  Sima de la Verdad is -186 m diep voor een lengte van 637 m.

Sima de la Tormenta (AN709)

Grote ontdekking van 2021, waarin we toen rond -120 m stopten in een zeer diepe, doch uiterst cruegevoelige put (Puits des Chippendales), die nog minstens honderd meter dieper scheen te lopen. Bij flinke regenval is deze put een dodelijke val en daardoor hebben we noch in 2022, noch in 2023 de exploratie veilig kunnen verderzetten. Dit jaar lukte het wel! Na drie onvergetelijke afdalingen zonder enig obstakel tegen te komen, konden we de grot – zoals verwacht - verbinden met de Rivière Félix van de Sima des Caou Cougues (FR3), op een diepte van -407 m.  De Rivière Félix is op haar beurt een zijrivier van het Systeem van Anialarra.

Tormenta is een zeer verticale grot (uitgezonderd de ingangszone tot -50), met een opeenvolging van prachtige en diepe putten: de Puits des Chippendales (P91) en de Puits Olympique (P121), allebei zeer gevaarlijk bij regenval, gevolgd door de fossiele Puits du Podium (P44) en de Puits de la Médaille d’Or (P100). Deze laatste komt uit in een tot nu toe onbekende ruimte, die opzij ligt van de Rivière Félix en via een putje van 3 m ermee verbindt. Er zijn nog enkele niet-onderzochte vertrekken in Tormenta, vooral in de onderste helft van de Puits Olympique, rond -250 m.

Sima de la Tormenta is aldus de 13de ingang geworden van het Systeem van Anialarra, dat daardoor de lengte van 50 km heeft bereikt.  Deze ontdekking bevestigt opnieuw dat het massief van Anialarra een speleologische schatkamer is, waar nog alles mogelijk is.

 

 

 

Ingang No

Naam

Diepte

(m)

# Ingangen

1

AN519 Sima Ibarra - jonctionné en 1999       

-347

1

2

AN51 Sima de los Dos Acuarios et AN502 - AN551 – jonctionné en 1986

-389

3

3

AN6 Sima de Frontenac - jonctionné en 1986

-400

1

4

AN3 Pozo Estella - entrée d’origine 1978

-414

1

5

AN60 Sima Ryobhilti - jonctionné en 2010

-444

1

6

FR3 Sima de Caou Cougues et AN57-AN548 - jonctionné en 2011

-384

3

7

AN509 Sima de la Mariposa - jonctionné en 2011

-425

1

8

AN43 Sima del Sarrio + aval Anialarra - jonctionné en 2013

-386

1

9

AN563 Sima Estúpida - jonctionné en 2015

-405

1

10

AN308 Sima del Bosquete - jonctionné en 2015

-241

1

11

AN597 Sima Regalo - jonctionné en 2018

-433

1

12

AN454 Sima de los Amigos - jonctionné en 2021

-285

1

13

AN709 Sima de la Tormenta - jonctionné en 2024

-407

1

 

Oskar, Frits, Paul en Tobias, erg blij. De verbinding is gemaakt en daarmee is het Systeem van Anialarra nu de 50 km voorbij.

Pozo Estella (AN3)

De historische ingang van het Systeem van Anialarra, in de jaren 70 geëxploreerd door IPV Estella en SC de Frontenac, en de enige ingang die nog te hertopograferen is. De oude topogegevens zijn niet meer beschikbaar. Dit is een groot karwei, want de grot heeft twee takken die elk meer dan -400 m diep zijn, en bovendien beantwoordt het equipement niet meer aan de hedendaagse normen en is dus volledig te herdoen. Vorig jaar werd een flinke eerste stap gezet in dit project en dit werd in 2024 vervolgd, tot op een diepte van -200 m (splitsing tussen de actieve en fossiele tak). Ook deze grot is eerder cruegevoelig, met vele natte en nauwe putten. Wordt vervolgd.

Aleks in de ingang van de AN3 (Pozo Estella). Foto : Jack London

Sima Venus (AN514)

Of moeten we Gouffre Vénus zeggen, want volgens de Franse kaarten ligt ze in Spanje, volgens de Spaanse kaarten in Frankijk! De grot ligt op een onwaarschijnlijke plaats, 2324 m hoog op de toppen van Anialarra en opent zich in de kalkschisten van het Campaniaan.  Ze ligt vrijwel boven de enorme Salle "Cosmik Debris" van het systeem van Anialarra. Ermee verbinden zou een totale diepte van -1007 m opleveren! Ze werd ontdekt in 2008 en verder geëxploreerd in 2009 tot op een diepte van -100 m Daar was het weer te smal maar de hevig aanzuigende tocht deed ons dromen van meer. En dan... niks meer, 15 jaar lang status quo wegens veel te veel andere lopende exploraties. Maar in 2024 was het dan eindelijk zover: Venus werd opnieuw bekeken, en we zagen snel dat het goed was!

Na enkele dagen werk was de terminus van 2009 gepasseerd en werd een grote put afgedaald (P33) die in een ruime zaal eindigde. Daar waren twee vervolgen. Het meest interessante loopt tot -155 en daar is een opening zichtbaar waarin stenen minstens 30-40 m dieper vallen. Kortom, Venus is nog niet gedaan en staat in 2025 bovenaan het programma.

Tobias aan de ingang van Sima Venus, op 2324 m hoogte. Foto: Paul De Bie

Sima del Perro (AN58)

Deze grot luisterde naar de naam “Trou du Chien” maar ze ligt wel degelijk in Spanje en we houden eraan om de naam van de grot in het Spaans te schrijven.
Naar verluidt werd deze grot einde jaren 1930 door Max Cosyns (de beroemde Belgische wetenschapper en explorator) gevonden tijdens de eerste verkenningen op het massief van Anialarra en slechts veel later, in 1963, afgedaald door de GSHP (westelijke tak tot -87 m). In 1986 werd ze opnieuw bekeken door de Belgische ESS die de oostelijke tak ontdekte, tot -128 m.
Vorig jaar vonden we de ingang bij toeval terug. Onder het motto “derde keer, goede keer” werd ze nu weer onderzocht en vooral, getopografeerd! Het is een indrukwekkende grot met ruime putten. Er zijn twee interessante plekken met een sterke tocht gevonden. Wordt dus vervolgd in 2025.

Tijdens het equiperen van Sima del Perro. Foto: Aleks Andonov

Speleometrie

Het Systeem van Anialarra groeide een kleine halve kilometer en meet nu 50161 m in lengte, voor een diepte van -858 m.

Deelnemers

SC Avalon: Annette Van Houtte, Paul De Bie, Tobias Speelmans

GRSC: Frits van der Werff, Tom van der Werff (et famille)

C7: Jack London

GRSC: Aleks Andonov, Kevin Bodson, Emilie Thonnard

Styx: Oskar Van Herreweghe

Dank aan onze sponsors

Zonder de financiële en materiële steun van diverse sponsors, zou het inrichten van deze expeditie vrijwel onmogelijk zijn. Wij danken hen dan ook van ganser harte!

Dank u : Union Belge de Spéléologie & ComExplo, Verbond van Vlaamse Speleologen, De Berghut (Hamme) en Camping Ibarra.