woensdag 15 juli 2020

Wuinant : er werd speleogeschiedenis geschreven

De voorbije weken gonsde het in en rond de Wuinant van activiteit.  Zoals jullie intussen wel weten is het vinden van een "droge" ingang aan de Wuinant de Heilige Graal van de Belgische speleologie! En met slechts enkele dagen verschil werden twee ontdekkingen gerealiseerd die de mogelijkheid tot zo een ingang heel concreet maakten. 
Enerzijds de exploratie van de Affluent du Léopard (zie vorig artikel op dit blog) die tot vlakbij de oppervlakte kwam, ten noorden van de grot. Anderzijds een doorbraak in de Trou de la Haminte, een grotje geheel stroomopwaarts, waarin een aantal wroeters van GRSC (o.m. Patrice en Francis) al maandenlang keihard bezig waren met het verbreden van de te smalle weg voorwaarts. Plots waren ze enorm opgeschoten, de e-mails over de vorderingen volgden elkaar in sneltreinvaart op. Intussen was ik klaar met de topo van de gehele Wuinant, tot de meest stroomopwaartse zone toe, op anderhalve kilometer van de ingang. En - voor zover die topo juist was -het einde van de Haminte bleek vlakbij de Wuinant te liggen! Maar waar juist?
De invasie van Neuville
En dus was er vorige zondag 12/7 een interclubactiviteit met 4 verschillende ploegen en objectieven.
·        -  Ploeg 1 in de Haminte (Patrice van GRSC, Amaury, Déborah van RCAE)
Patrice vertrekt in de Haminte

·         - Ploeg 2 in de Wuinant (met Frits van GRSC, Jack van Casa-C7 en Stéphane van GRPS)
·         - Ploeg 3 oppervlaktetopo boven de bocht van de Wuinant (Paul, Annette en Rudi van Avalon) in de zone van de Léopard dus
·        -  Ploeg 4 oppervlakte en desob in Grotte de la Roussette (Pol van GRSC, Mika van Abyss en Marc van CRSL
Ons lukraak gekozen "basecamp" bleek achteraf pal boven de grot (Léopard) te zijn!

Elke ploeg had een walkietalkie en we spraken een strikte timing af. Om 12:30 u zou de ploeg in de Haminte proberen contact te maken met de ploeg in de uiterst stroomopwaartse zone van de Wuinant. Die had ongeveer 2 u nodig om daar te geraken (gelukkig passeerden de sifons nog). En zowaar, ze hadden zelfs geen walkietalkie nodig want vrij snel hoorden ze elkaar roepen en even later was de bevestiging er: het geluid kwam uit een nauwe spleet (die Frits einde 2019 had gevonden en die eigenlijk vrijwel de enige mogelijkheid was). En nog wat later konden Frits en Jack zelfs het licht zien van Deborah die zich in de Haminte bevond! Wat een succes! Uiteraard is er nog een meter of 8 te verbreden, maar dat is een formaliteit die de komende weken topprioriteit zal zijn voor Patrice & Co.
Het begin van de spleet in de Wuinant die met de Haminte verbindt

In de verte ziet Frits het licht van Deborah die zich in de Haminte bevindt!

Na dit eerste contact, haastte de ondergrondse Wuinantploeg zich weer stroomafwaarts, om dan naar het einde van de Affluent du Léopard te gaan.
Passage van de ex-sifon 3 die toegang geeft tot de Affluent du Léopard
Intussen was de topoploeg van Avalon al vlijtig bezig met een zo precies mogelijke oppervlaktetopo, om de zone boven de terminus van de Affluent du Léopard in kaart te brengen en de kleine grotjes die daar in de buurt lagen, te positioneren en ook volledig te topograferen (Grotte de la Roussette en Grotte du Matin Calme). En ook de ploeg van Pol X. was al begonnen met een desobstructie van die Roussette (achteraf bleek dat niet zo zinvol, want alle topowerk wees uit dat de grot 12 m boven de Léopard ligt).
In de Affluent du Léopard
Om 14:30 u precies, wat vroeger dan afgesproken, schakelde ik de walkietalkie in. Onmiddellijk kreeg ik antwoord van Frits, die klonk alsof hij vlakbij mij stond! En dat was eigenlijk ook wel zo: hij bevond zich 5-6 meter lager, “ergens” onder onze voeten, op de terminus van de Affluent du Léopard.
Frits praat met Paul die 5 m boven zijn hoofd staat... buiten!
Het stemcontact maakte wat volgen zou heel wat makkelijker. Eerst een reeks kleine injecties met fluorescëine, van stroomafwaarts naar stroomopwaarts, om de 15 meter en met 10 minuten tussenpauze. Bedoeling was deze: onder de grond waren er 2 flinke watertoevoeren. Maar in de rivier buiten, konden we niet echt een verdwijnpunt vinden. We hoopten met de kleuring ongeveer de sector te kunnen vinden waar het water verdween. Helaas, de ploeg onder de grond zag nergens (overtuigend) fluo verschijnen.
De zone vlak boven de terminus van de Affluent du Léopard.
Vervolgens werd op diverse plaatsen met de hamer geklopt, zowel buiten als in de grot. Aldus kon één plek worden gevonden waar dat het best hoorbaar was…
Tot slot een vruchteloze poging om contact te leggen tussen een gangetje met blazende tocht in de grot, en de Grotte du Matin Calme die mogelijk in de verlenging ervan lag. Maar die bleek (na uitwerking van de topo's) te ver opzij te liggen. Kortom, niet direct succes, maar het resultaat van de oppervlaktetopo’s gaf een heel nauwkeurig beeld van de situatie en we weten nu redelijk goed waar we zouden moeten graven (5 m diep!) om in de Léopard terecht te komen. Of we dit ook echt gaan doen, nu de verbinding met de Haminte vrijwel gerealiseerd is, is onzeker…


Na dit alles trokken Rudi en ik weer richting ingang Wuinant, om daar de oppervlaktetopo’s verder te zetten en aan te sluiten op het huis beneden. Hierdoor weten we nu heel precies de coördinaten van de ingang (heel de grot verschoof wel 4,5 m...). We waren net klaar met ons werk, toen we de Wuinantploeg zagen buitenkomen.
Kortom, het was een grote dag voor de Belgische speleologie! 36 jaar na de ontdekking postsifon van deze immense collecteur , en nadat er ontelbare dagen gewerkt is door veel verschillende clubs om te proberen een ingang te vinden die de grot zonder duiken bereikbaar maakt, is dat eindelijk (bijna) een feit.  En op de mooist mogelijke plek, want de Haminte zou verbinden op amper 20 m van het (stroomopwaartse) einde van de Wuinant. Een traversée (mogelijk de langste in België) van om en bij de anderhalve kilometer, voor wie de sifons van de Wuinant vrij duikt, uiteraard. En dat is echt een heel eind! Met de auto rij je trouwens vlot 15-20 minuten om van de parking van de Wuinant heel het massief rond te rijden naar de parking nabij de Haminte!
Overzicht van het traject van de Wuinant
De topo is intussen vrijwel voltooid, op alles in de plafonds na want er moeten nog een viertal grote (artificiële) klimmen gemaakt worden naar uitnodigende gaten. Die topo totaliseert nu al bijna 2400 m, zonder de Haminte. Hieronder een voorbeeld  (zeer lage resolutie 😊 want het is nog geen cadeautjestijd )

De Wuinant heeft ons de voorbije 8 maanden heel veel exploratieplezier gegeven. De bekroning zal die allereerste traversee zijn.Wanneer weten we nog niet, maar de champagne staat alvast klaar!

PS: voor een gedetailleerde historiek van de werken in de Trou de la Haminte, zie het blog van GRSC http://grsc.over-blog.com/

Verslag: Paul De Bie. Foto's: Jack London en Paul De Bie

dinsdag 7 juli 2020

Affluent du Léopard


Wat voorafging

We zijn al sedert oktober 2019 bezig met het volledig hertopograferen en exploreren van Trou Wuinant. Een interclubproject (met GRSC, CASA-C7, Avalon, Cascade, Styx, ...) en een uiterst opwindende zaak, want de grot is enkel toegankelijk mits het passeren van een lang 'aquatiek" stuk met verschillende voûte-mouillantes en 2 à 3 korte sifons die vrij moeten worden gedoken. En dat zaakje loopt bij een beetje regen dagenlang dicht. De Wuinant is een ondergrondse meanderafsnijding van La Magne, een zijrivier van de Vesdre. De Magne is een open riool, een echte schandvlek voor de Waalse overheid! En het spreekt vanzelf dat de ondergrondse Magne, die doorheen de Trou Wuinant loopt, even erg is. Wie op zijn gezondheid gesteld is, blijft er beter weg (het schijnt dat rioolwater zeer veel Coronavirussen bevat...)
Het open riool genaamd La Magne
Zie hier voor 3 andere artikels op ons blog: https://scavalon.blogspot.com/search/label/Trou%20Wuinant
Trou Wuinant is een megagrot, de langste ondergrondse rivier van België, een reusachtige galerij en supergeconcretioneerd bovendien. Tijdens onze eerste tochten werd een mooie ontdekking gedaan (Réseau du Flair, +/- 300 m lang)  en vorig weekend was het weer prijs.

Historiek van deze ontdekking
In de gigantische collecteur Wuinant zijn er enkele zijriviertjes, die meestal vanuit (te) nauwe sifons komen. Eén ervan, op exact 1000 m van de ingang gelegen, lijkt echt de moeite niet en tijdens mijn toposessie had mijn topo-assistent - mits erin te kijken -  geconcludeerd “loopt dicht”. Het leek inderdaad alsof het plafond de modderbodem raakte. Het riviertje was een pipi van amper 20 cm breed.

Maar ik neem niet gauw iets aan zonder het zelf te hebben gezien. En dus, op 18 januari, op de terugweg van een dag topo in de amonts, besloot ik dat eens zelf te gaan bekijken. Mijn partner Frits stond intussen een meter of 50 verder zijn “patatjes af te gieten”. Inderdaad na 7 m op handen en voeten leek het alsof het te laag werd… of toch niet want mits wat gespartel in een modderbak kon ik verder en stond daar oog in oog met een plas helder water: een sifon. Even erin gaan liggen: dat leek zowaar ruim genoeg, duikbaar zelfs! Waarom was dit dan nooit gedoken? Antwoord: omdat alle duikers die hier ooit waren geweest er waren voorbijgelopen (zo ook Stijn Schaballie die hier een maand geleden nog voor een laatste keer met al zijn duikmateriaal geweest om de paar resterende sifonnetjes te duiken).

Ik riep Frits, die kwam ook eens kijken, ging languit in het sop liggen en voelde dat het plafond wat verder precies weer omhoog ging. Die sifon was echt niet meer dan 40 cm diep. Meer nog, Frits meende dat we de sifon misschien konden droogleggen mits het graven van een grachtje, tot aan de collecteur! Voorwaar een poging waard!

Het weekend nadien hadden Frits en ik andere verplichtingen, maar Jack wilde de grot tonen aan zijn kompanen van CASA-C7 en uiteraard fluisterden we hen de suggestie in om daar een gracht te graven.  En graven hebben ze gedaan! Over wel 10 meter schepten ze modder en grint wel 50 cm diep weg. Vooral Bobo was niet te stoppen.
Bobo graaft aan de gracht (foto: Jack)
Het water zakte en plots kwam er luchtruimte, en vooral een voelbare tocht! De sifon was een korte voûte-mouillante geworden, met 10 cm lucht. 
Euforisch dobberden ze er doorheen… maar aan de andere kant kwamen ze in een ongelooflijke modderbak terecht: in feite een 4 meter lang meertje, oorspronkelijk met 30 cm diep water en 40 cm diepe zachte blubberbodem. Nu het water weg was, bleef nog enkel die onderlaag van 40 cm gitzwarte, stinkende “crême au beurre”, en naar diesel stinkend slib. Na deze zwijnerij was je totaal onherkenbaar. Gelukkig was er in de hoek van dit zaaltje nog een diepe plas waarin je je wat "proper" kon spoelen. En dat was nodig, want na het opklimmen van een watervalletje, vertrok er een grote en vooral prachtige galerij. 
Victorie! Na de sifon volgt een grote galerij (foto: Jack)
De rotswanden waren lichtgrijs en met modder “luipaard” vlekjes bedekt (zgn. vermiculations) en links en rechts flonkerden witte concreties. De stromingsschubben op de wanden maakten het geheel nog mooier. De euforische ploeg legde een 30-tal meter af in deze gang die een sectie had van wel 3 m: verbazend ruim dus. Na het voorzichtig passeren van een witte concretie, besloten ze niet verder te gaan: dit wilden ze samen met ons exploreren!

Erg attent, maar moeder Natuur begon toen plots tegen te werken. Op 1 februari stonden we allen paraat met als doel de nieuwe zijrivier verder te pushen. Echter, het was om 5 u hard beginnen regenen en toen Frits en ik om 10 u in Trooz aankwamen, goot het nog steeds en was de Magne al een bulderende rivier (3 m3/s). Na wijs beraad, besloten om niet doorheen de sifons te gaan. Al goed want rond 13 uur zou de Magne een debiet van 7 m3/s halen! We daalden wel de ingangsput af en waren zo getuige van het razendsnel vollopen van de sifons. 

Heel februari was het weer zo slecht dat er geen enkele keer meer naar de Wuinant kon worden gegaan. En begin maart kregen we de Coronacrisis en de lockdown en moesten we maanden op onze tanden bijten. In juni probeerden we tevergeefs een ploeg te vormen die op de zeldzame dagen dat de Magne niet in crue stond, kon meegaan. Zaterdag 20 juni werkten we verder aan de topo, maar omdat Jack er niet bij was, wilden we de “Affluent du Léopard” niet verder exploreren. We namen enkel een kijkje in de eerste 30 meter. Maar het weekend erop kon Jack weer niet, en daarna werd het heel krap want lonkten de zomerexpedities. We kregen groen licht van Jack (bedankt!) en zo kwam het dat we op zondag 5 juli met drie aan die exploratie begonnen: Frits, Erik en ik.  

Een schitterende première
Eerst de ex-sifon 3 en vooral de verschrikkelijke blubberbak door. Grote schoonmaaksessie in het inktzwarte water van de modderpoel iets verder...
Kniediep in de blubber! 15 m verder zijn er flonkerende concreties! (foto: Erik)
Prachtige concreties en die mogen we echt niet vuil maken! (foto: Erik)
Voorbij de terminus van onze voorgangers volgde al binnen de 15 meter een verrassing: het werd groot, heel groot. Een zaal met enorme blokken, die vol concreties stonden: Salle Magne-fique. We zochten minutenlang of we er doorheen geraakten zonder de boel te bemodderen. Dat ging niet! We kozen finaal de weg van de minste schade…

Twee foto's van Salle Magne-fique (Erik)
De galerij liep ruim verder, een uitnodigende zijgang lieten we ongemoeid, zodat onze opvolgers ook nog iets hadden om naar uit te kijken. We volgden het water (stroomopwaarts uiteraard) en laveerden voorzichtig tussen de concreties door. Toen werd het lager, en leek het naar overal verder te lopen. Een complexe zone met vele spleten, diaklazen, en blokkenstorten waar het water doorheen douchte, maar toch nog veel concreties.

2 foto's van de zone waar we onder de Magne eindigden (Paul)
Het was duidelijk: we zaten hier ergens onder de Magne. En toen we de eerste levende spin ontdekten, en dan nog verschillende andere “Meta minardi’s”, die typisch in ingangen leven, waren we wel zeker: we waren praktisch buiten. We draaiden heel de zone binnenstebuiten. In een gangetje met erg veel tocht begon Frits te graven, terwijl Erik en ik aan de topo begonnen. Dat was echt een geduldwerk, en niet eenvoudig in een van modder en water druipend neopreenpak.


Urenlange toposessie (Paul)
De uren verstreken en natuurlijk hadden we ons eten en drinken in de grote collecteur laten liggen. Pas tegen 17 u, nadat Erik achter ons onze sporen had weggewassen met plantensproeier en borstel (we waren op alles voorzien en zijn blij dat we vrijwel niets hebben vuil gemaakt!), konden we de laatste topohindernis in kaart brengen: de zwijnenbak met diepe glibberige, stinkende modder. Gelukkig kan je in de collecteur van de Wuinant al die blubber wegspoelen (weliswaar liggend in ander grijsachtig rioolwater).

Wat een dagje! Zoals steeds flink laat buiten, maar toch nog om 22 u ’s avonds gauw de 65 topometingen ingetikt: jawel, we zaten onder de Magne, waren er zelfs onderdoor gegaan, en we zaten slechts 4 m onder de oppervlakte.
De Affluent du Léopard meet zowat 200 m, waardoor de totale lengte van de grot nu al de 2400 m nadert en het is nog niet gedaan.


Het lijkt alsof een ingang echt wel binnen het bereik ligt. En misschien wel meer dan één, want nog verder stroomopwaarts is de GRSC al maanden bezig in een zeer beloftevolle grot (Haminte) waarin ze zopas 50 m première hebben gemaakt en de Wuinant vrijwel bereikt hebben. Wordt vervolgd! 

zondag 8 maart 2020

Een gezond modderbad? De 26ste mini expeditie....

Deelnemers: Dagobert, Peter, Erik, Gleb, Jos

De 26ste mini-expeditie naar de Vannon en de Rigotte (Haute Marne/Haute Saône) ging door van donderdag 20 februari tot zondag 01 maart 2020.
We hebben er heel wat werk verricht, maar niet alles is de moeite waard om vermeld te worden.
Wat we wel graag willen vertellen, is het feit dat de omstandigheden er steeds 'modderiger' worden.
Nu is de modder van de Haute Marne en de Haute Saône sowieso berucht. Maar toch... er zijn gradaties!

We beperken ons er dus toe enkel wat foto's te publiceren. Het verhaal bedenk je dan maar zelf :-).

De modderballen vliegen je om de oren: een vettige desob! (foto: Peter)
Iemand graaft (maakt modderballen), een tweede gooit die verderop weg. Zo is er zeker een kubieke meter verzet (of vergooid).
Zoek de graver! Graver en 'gooier' samen op de foto!) (foto: Peter)
Wie de eer krijgt om te graven, krijgt een gezond modderbad cadeau...

Dagobert ziet er duidelijker gezonder uit na enkele uurtjes graven! (foto's: Peter)
Toch staat er reeds een volgende expé gepland. Een beetje smurrie houdt ons niet tegen! Hopelijk de volgende keer een écht verslag!
Om eens te variëren in kleur: van L naar R: Gleb, Erik, Dagobert, Peter, Jos

Jos

woensdag 19 februari 2020

Nieuwe hoop in Casserole


Er werd weer twee opeenvolgende weekends fors gewerkt in de Casserole.

Zondag 9 februari 2020

Terwijl buiten de storm “Ciara” over het land raasde, gingen we met drie naar de Casserole: Mario, Mich en ik. Op de werkplaats aangekomen, zag ik dat de plop prima had gewerkt. De nauwe spleet recht omlaag was flink verbreed, maar er zat een enorme hoeveelheid puin in. Ik zag amper in hoe dat eruit gehaald kon worden: het zat een meter dieper in een verticaal putje dat bovendien met een nauwe horizontale passage begon. Voor Mario en Mich alvast geen optie dus moest ik het doen. Met de kop omlaag hangen, een paar stenen of gruis vastnemen, in een bakje steken en als dat vol was, achteruit weer omhoog spartelen. Daarbij moest Mario me aan mijn benen trekken! Mich die stapelde de stenen weg waar ze maar kon. Nadat er twee heel grote blokken waren uitgehaald, met extreme moeite, werd het ietsje ruimer. Zo werkten we 2,5 uur lang.  Tegen dan was ik “meurreg”. Maar de felle tocht, meestal aanzuigend, maar soms blazend (te wijten aan de stormwind buiten) bevestigde ons wel dat we op de juiste plek bezig waren!
Grote plop gezet (4 gaten) en buiten gaan eten. 20 minuten later weer terug, alle rook was volledig weg! Eén plop was jammer genoeg niet gegaan waardoor het beneden nog steeds erg smal was, maar nu kon ik er al zitten en met één hand steentjes omhoog geven naar Mario. Zo werd het ruimer en ruimer. Op den duur kon ik al met mijn benen in het vervolg zitten. Dat vervolg is een lichtjes dalende gang, zowat 70 cm breed waarin men 2-3 m ver ziet. Te laag nog wegens wat blokken die erin liggen. Maar dat ziet er toch wel hoopvol uit! We besloten deze zware werkdag met een nieuwe plop.

Zondag 16 februari 2020

Doordat de geplande topotocht in de Wuinant geannuleerd was (wegens te hoge waterstand), konden we alweer naar de Casserole. Weer met drie: Mario, Paul en Annette. En opnieuw was het vandaag stormachtig weer, ditmaal de storm “Dennis” die bij momenten voor een enorme tocht in de grot zorgde! Het was direct duidelijk dat het ruimen van de grote plop van vorige week te lastig zou zijn, indien we niet eerst wat meer ruimte maakten. En dus werd eerste werk nog een dubbele plop bijgezet in het putje. Twintig minuten later was de atmosfeer in de grot alweer perfect zuiver. Ze zuigt dus meer aan dat ze blaast. Overigens: een experiment heeft aangetoond dat de Contrastes en Casseroles (die amper 50 m van elkaar liggen) exact hetzelfde regime hebben: ze blazen, resp. zuigen op hetzelfde ogenblik. Wat aantoont dat de 2 grotten niet rechtstreeks met elkaar in verbinding staan.
De nauwe spleet is nu een putje geworden 

Ik ruimde eerst alle grote blokken, een 20-tal kleppers. Daarna was het de beurt aan Annette om het kleinere gruis en stenen eruit te halen. Dat deed ze wel een uur lang, terwijl Mario en ik het zo goed mogelijk wegstapelden. Tegen 15 u was de situatie drastisch veranderd. Beneden het twee meter diepe putje (dat dus amper een maand geleden een vrij hopeloze spleet van 10 cm breed was, zie foto in blogartikel van vorige keer !!) was nu zoveel plaats gekomen dat je er kon zitten en draaien. En we zagen er drie mogelijke vervolgen:

  Naar links een horizontale pijp, waarin men 4 meter ver ziet


   Recht omlaag een spleet/putje met zicht op een schuin afhellende bodem, 2 m diep


 Naar rechts ziet met 2 meter ver in een geconcretioneerde diaklase.

Hoewel dat laatste vervolg het meest “grotachtig” is, zit daar de minste tocht. Hoe dan ook, we eindigden met een flinke plop (4 gaten) waardoor we volgende keer in elk van die drie vervolgen wat verder gaan geraken.  Maar, het zaaltje boven ligt nu stampvol puin – er kan niks meer bij! We moeten dus weer eerst een opruimdag houden, daarvoor moeten we met 5-6 man zijn! In elk geval wij konden toch niet meer verder werken vandaag.

Omdat het nog vroeg was, maakten we nog een toertje in de Trou Eugène. Dat bleek een slecht plan. De grot was ontzettend modderig (wegens recente crues) en na een uurtje hadden we het wel gezien. Maar het venijn zat in de staart, of beter in de lastige en gladde spleet die men vlak onder de ingang moet opklimmen. Mario spartelde er wel een kwartier in en geraakte finaal boven, na veel trekken en duwen door ons, waarna hij prompt bij het uitkomen ervan (smal gat) een rib brak. Volgde dus nog een kwartier duwen, steunen en helpen met een oud touw dat we ter plaatse hadden gevonden. Maar gelukkig geraakte hij eruit, de ingang was slechts 10 meter verder. 
Oef dus net geen speleo-secours, of beter een autosecours! Ja ja die ouwe venten en hun ribben, dat begint een klassieker te worden bij ons. We hebben er zelfs een grot naar genoemd: Trou des Côtes.

 In elk geval: veel beterschap Mario.
Mario toen alles nog pico-bello ging, in de Casserole


maandag 27 januari 2020

We Casserolen weer

Zaterdag 11 jan 2020 Eindelijk nog eens terug naar de Casserole geweest, ikzelf met Kjel Dupon. Vorig keer dateerde van exact 1 jaar geleden, maar in de grot was alles alsof we er pas gisteren waren geweest. 
Enerzijds hebben we het stukje doorheen de blokken nogmaals vereenvoudigd met vele lastige hoekpunten van de blokken te "schaven". Kjel toonde zich, na een minimum aan uitleg, een volleerde "percuteur" met Hiltipatronen. Anderzijds hebben we in het kleine zaaltje beneden, nog heel veel stenen en zand weggegraven. We hebben ons verstand op nul gezet en onder het zeer louche blok (dat ons 1 jaar geleden wat heeft ontmoedigd) veel plaats gemaakt. Het blok valt niet te ploppen want dan komt heel de éboulis ook omlaag. Ik heb de maten genomen om er wat ijzeren stutten voor te maken. Voorbij en onder dat blok zien we recht omlaag in een interessante spleet. Erg smal (10 cm) maar anderhalve meter dieper lijkt een verbreding.
De spleet omlaag waar we onze hoop op vestigen: 10 cm breed
Het zaaltje ligt nu weer grotendeels vol met puin en we zouden dus een volgende keer met 4 moeten zijn om het puin naar omhoog te halen. Nu de éboulis verbreed is, gaat dat al heel wat vlotter gaan!
Deelnemers: Paul, Kjel Dupon
Kjel aan het werk onder het gevaarlijke blok
Vrijdag 17 januari 2020: Een boel materiaal bijeengezocht om de Casserole te gaan stutten: cement, water, ijzeren buizen enz enz. Bij het zien en vooral wegen ervan heb ik besloten om daar al een deel van naar de grot te dragen. Maar dat viel al wreed tegen want mijn rugzak woog wel 35 kg. Met moeite aan de ingang geraakt en alles daar gelegd. 
Deelnemers: Paul

Zondag 19 januari 2020: In de namiddag solo naar de Casserole. Weer met een zware rugzak. In de grot alles in 3 keer omlaag gesleept (ik had een sherpazak mee; dat was geen goed idee!). Een paar uur zitten metselen en enkele stellingbuizen dwars onder het losse blok vastgemetst. Dat is nu echt wel veilig! Dan de spleet omlaag leeg geruimd van onze plop van vorige week. Ziet er eigenlijk niet zo slecht uit, misschien maar een dag werk om beneden te geraken. Nieuwe plop gezet (3 gaten) en dan wegwezen. Op de parking rond 17:30 waar het vervelende mannetje met de blauwe flikkerlichtjes mij weer eens kwam ambeteren. Echt teveel naar Miami Vice gekeken, dat kereltje. Ik heb hem deze keer vlakaf gezegd dat hij op mijn zenuwen werkte. Insiders weten over wie ik spreek!
Deelnemers: Paul

Zaterdag 25 januari 2020: Flinke opkomst voor een dagje puinruimen in de Casserole. Het was fris maar zonnig weer, de winter lijkt al voorbij!
We waren met 3 habitués: Annette, Michaëla en ik (Paul) en nog 3 voor wie het de eerste kennismaking met deze werkplaats was: Krzysztof, Bart en Paul VI. Na de twee sessies van de voorbije weken was er in het “zaaltje” beneden nog amper plaats, er lag waar wel 500 kg puin gestapeld. Dat was wel allemaal al verkleind tot hanteerbaar formaat, d.w.z. maximum kasseigroot. En dat moest ook want al dat puin moest steen voor steen worden doorgegeven!
Keep on smiling
We namen allemaal onze plaatsen in, een persoon om de twee meter in het toch wel verticale traject. Annette op de kop en Michaëla aan de staart (boven). We hadden niet met één man minder mogen zijn, want we kregen het puin net tot in het horizontale stuk van de grot. Na anderhalf uur stoïcijns stenen doorgeven lag het boven zowat vol en schoof heel de bende op naar de volgende etappe: 4 man buiten en 2 onderaan de ingangsput. En weer werd elke steen weer eens vastgepakt, omgedraaid, ingeschat qua gewicht en omhoog gesleurd, om buiten weer eens van hand tot hand te gaan en evenveel keren omgedraaid worden om de muren van de stapel te maken. Die stapel is intussen al vrij indrukwekkend!
Middagpauze
Middageten en dan weer omlaag om het laatste puin uit het zaaltje te ruimen, en de vorige plop te ruimen. Enkele grote blokken werden met patroontjes vergruisd. Sommigen waren van massief calciet, wel 30 cm dik! Rond 15 u zat het werk erop. De spleet recht omlaag, die we vorige keer aanvielen, lijkt al bijna geforceerd! Alle wroeters van dienst kwamen nu ook eens kijken en we slaagden er zelfs in om met 6 tegelijk in het zaaltje te geraken. Een erg intiem gebeuren! Het leek een beetje op de welbekende wedstrijd: om ter meeste volk in een Mini Cooper steken (een originele hé, zo’n rijdende rolschaats!).
Happy together
Ik eindigde de dag met een grote plop, dat ging echter moeizaam en nam bijna een uur in beslag. De anderen konden jammer genoeg niet veel meer doen dan wachten (sorry!). Ik ben erg benieuwd naar het vervolg. Het lijkt beneden ruimer te worden… We zitten nu +/- 13 m diep, dus al onder het diepste punt van de grote doline. Na 37 sessies mag die doorbraak al eens komen!
De aanzuigende tocht vandaag was wat wisselvallig maar lijkt toch te verdwijnen in die spleet omlaag. Zoals steeds was de grot droog en zeer stoffig. ’t Is eens iets anders dan natte modder!
Deelnemers: Paul, Annette, Michaëla, Krzysztof, Bart en Paul VI

Foto's: de 2 Paulen

dinsdag 10 december 2019

Topo in Trou Wuinant

Nieuwe afspraak aan de Trou Wuinant voor een “Interclubactiviteit Avalon-Cascade-GRSC-Casa-C7”. Voor Rudi en mij was het hoofddoel verder stroomopwaarts topograferen, voor Frits en Jack verder werken aan de balisage en voor Stijn duiken van een sifon achteraan een zijrivier. Iedereen werd “en passant” ingelijfd als sherpa om het duikmateriaal te vervoeren, zo ook Pieter-Jan.
Jack, Stijn, Frits, Rudi, Paul, Dirk, Pieter-Jan, Geert en Herman (foto: Geert)
Ook aan de oppervlakte was een ploeg actief: Geert, Herman en Dirk. Dat zat zo: de vorige keer hadden we getracht om, met een Arva (lawinebaken)  op de 3 hoogste plaatsen in de nieuwe Réseau du Flair,  de juiste plaats daarvan aan de oppervlakte te bepalen. We wisten al wel dankzij ons topowerk dat die oppervlakte nog 10-11 m hoger zat. Dat experiment was gelukt maar de precisie met zo een Arva is niet erg groot. Wilden we hier ooit een put beginnen graven, dan moesten we echt wel op de meter nauwkeurig weten wààr!  Ons “radiolocatieapparaat” dat in een ver verleden met veel succes gebruikt was, was niet meer in bruikbare toestand. Gelukkig had knutselaar Geert een modernere en vooral compactere versie gemaakt, de “Arcana”. Daarmee moesten we, zeker op zo een geringe diepte, de plek heel precies kunnen bepalen. Tot slot zou Geert met zijn FLIR warmtecamera proberen om "warme plekken" te vinden, maar daar bleek het vandaag niet koud genoeg voor te zijn...

Zo gezegd, zo gedaan. De zeskoppige ploeg verdween met de vracht kitzakken in de grot. De lange Siphon 1 was nog steeds zo goed als open (op één korte “apnée” = vrije duik na).  Wel was door onze frequente trips van de voorbije weken, de bodem nu losgewoeld en dat slijk is rioolbezinksel: "grijs water". Dus die mooie watergalerij was een donkere, stinkende sloot geworden en dat doet flink afbreuk aan het plezier om daarin te duiken. Arm België en vooral Wallonië, dat op vlak van waterzuivering werkelijk nog nergens staat! Het hele bassin van de Vesdre (waaronder La Magne die gedeeltelijk doorheen de Wuinant stroomt) is een open riool.
De betekenis van "grijs water" wordt hier overduidelijk. En dan ruik je het op de foto nog niet! (Foto: Jack)
Aan de afslag van de Réseau du Flair gekomen, wuifden Rudi en ik onze vrienden uit, die het “plezier” kenden om nog 700 m verder met die duikflessen te mogen sleuren. Wij daarentegen moesten weer 53 m omhoog klimmen, richting hoogste punt van de Flair: de Escalade Chaud Boulette. Helemaal ten einde een schuin oplopende graafgang – na een geslaagd contact per walkie-talkie met de oppervlakteploeg - plaatsten we de Arcana zendspoel. Die zouden we vanavond weer oppikken.  Dan gauw weer naar beneden, tot in de rivier. Vanaf hier moesten wij verder topograferen in stroomopwaartse richting. We hadden eerst nog een kleine 75 m te doen tot aan de Siphon 2. Dat was een serieus obstakel voor een topoploeg die alles wil drooghouden! Deze sifon staat ook nog laag, en is nu een 10 m lang bassin met borstdiep water en halverwege een nog een stukje echte sifon. Een duik van zowat 1,6 m lang onder een dak door, dat nu een 30-tal centimeters onder water hangt. Toch wel een obstakel dat enige mentale moed en roestvrijstalen zenuwen vereist. De passage was de voorbije weken al enkele malen vrij gedoken en we hadden het als heel vervelend ervaren dat er geen enkele communicatie mogelijk was. Je wist niet of de andere veilig gepasseerd was.
Toch eerst even diep ademhalen voor de duik! (foto: Jack)
Ik had daarom een inval gehad en een stuk flexibele buis meegenomen, van 4 m lang. Aan elke zijde een kurk erin gestoken zodat ze niet vol water liep, en een drijver van PUR-schuim aan vast getaped zodat de uiteinden boven water bleven drijven. Eens die spreekbuis doorheen de sifon gestoken, bleek dit wonderwel te functioneren! En dat maakte alles veel relaxter en ons topowerk heel wat eenvoudiger. 
Zo eenvoudig en toch zo effectief: de spreekbuis (foto: Jack)
Voor deze onderwatermeting konden we de DistoX niet gebruiken. Dus trokken we een lintmeter doorheen de sifon, zo strak mogelijk. Met de DistoX konden we daar wel de richting van meten, en de helling was nul want aan beide zijden van de sifon kozen we een topopunt op 10 cm boven het water.
Heel dit maneuver duurde toch wel een kwartier. Een vrij koud kwartiertje, rondplonzend in het borstdiepe, zwarte rioolwater. Getuige dit leuke filmpje dat we “koffiekletsen in een sifon” zouden kunnen noemen:

Na de sifon wordt de galerij verbluffend groot. Afmetingen als deze zijn in België zeldzaam (tenzij Père Noël of Lesse Souterraine).  De gang is constant 10 tot 15 m breed en een meter of 6 à 10 hoog. Op sommige plaatsen verbreedt het tot 20-30 m en 15 meter hoog. In het midden een droge rivierbedding van 1 à 3 m breed. Mocht dat water stromen, het was nog veel mooier. Maar daar zullen we toch eerst een ingang post-sifon voor moeten maken want in crue-omstandigheden zijn de sifons dicht, uiteraard.
We dwongen ons de metingen tot maximum 20 m lengte te beperken, anders is het tekenwerk veel te moeilijk. Maar hier en daar kan je makkelijk 40 of 50 m rechtdoor meten!  200 m na de sifon is een eerste grote zaal. Tegen dat we daar waren was ik al 10 bladzijden ver in het topoboek en hadden we het geen van beiden nog warm. In deze zaal is een hoog balkon zichtbaar, 16 m hoog vertelde de DistoX. Een klim voor later.
Stemmen kwamen ons tegemoet: Stijn en Pieter-Jan. De duik had jammer genoeg geen vervolg opgeleverd, twee ondoordringbare sifons. Het duo ging alvast naar buiten, Rudi en ik topografeerden verder. 
Nog even doorbijten met de toposessie! (foto: Jack)
Nog 200 m reuzengalerij en dan de volgende grote zaal, met verbluffende concreties en vooral een grote cheminée in het plafond (die de ontdekkers in 1984-1985 wel hadden beklommen: hoedje af).
Het was nu rond 16 u, en daar verschenen Frits en Jack die weeral het einde van een rol van 200 m balisagetouw hadden bereikt en dus technisch werkloos waren. We wilden vanavond niet te laat buiten zijn, dus inpakken en wegwezen. Rudi en ik hadden nog wel de zender te recupereren in de Flair. Weer 53 m omhoog dus en onze Crolls en Pantins zaten zo vol klei dat we amper omhoog geraakten. Nog een stukje topo daar om de exacte positie van de zender vast te leggen, en dan op weg naar buiten. Om 18 u stipt stonden we buiten.  
Jammer genoeg bleek Frits plots zo ziek als een hond te zijn geworden (wat teveel rioolwater gedronken de voorbije dagen?). We zijn niet meer op café gegaan maar hebben de patiënt zo snel mogelijk naar huis gevoerd. Zo zie je maar: hoe kleine  beestjes de sterkste eiken geveld krijgen. Beterschap Frits!
De Arcanameting bleek prachtig gelukt en Geert maakt zich sterk dat de positie op een paar centimeter na juist is! De drie draden (triangulatie van de radiogolven) kruisten elkaar bijna op dezelfde plek!
De oppervlakteploeg bezig met de Arcanameting (foto: Geert)
De topo totaliseert intussen al bijna 1000 m en we zijn nog niet halverwege de ondergrondse rivier. Wordt gauw vervolgd.

Paul

zaterdag 23 november 2019

Het verslag van de derde reeks 'Mini-Expedities' naar de Vannon en de Rigotte

Al vijf jaar is een super gemotiveerde ploeg bezig met de exploratie van twee grote grotsystemen op de grens van de Haute Marne met de Haute Saône. In 2018 en 2019 werd eindelijk in beide systemen een grote vooruitgang geboekt.
We krijgen nu stilaan zicht op de ondergrondse loop en hydrologie van beide rivieren, en we weten met zekerheid dat er nog veel ontdekkingen op ons liggen te wachten.
De eerste twee reeksen mini-expedities werden reeds gepubliceerd. Een nieuwe publicatie dringt zich dus op.
Je vindt het verslag van de derde reeks mini-expedities hier:

Verslag van de derde reeks 'mini-expedities' (2019)


En wat vooraf ging: de verslagen van de eerste en tweede reeks:



Verslag van de eerste reeks 'mini-expedities'

Verslag van de tweede reeks 'mini-expedities'

Jos

dinsdag 12 november 2019

Réseau du Flair


Zondag 3 november 2019

Na de ontdekking van het nieuwe stuk in de Wuinant (zie https://scavalon.blogspot.com/2019/10/wonderlijke-wuinant.html ) stonden we te popelen om verder te doen. En petit comité dus, als “Interclub”, met Frits (GRSC), Kjel (Styx), Rudi en Paul (Avalon). Het had heel de week regelmatig geregend dus dat werd een gok. Na het herequiperen van het touw in de putten, namen Rudi en ik beneden afscheid van de andere twee want die gingen klimmen in de Réseau du Flair.
Paul in de ingang (foto: Jack)
Rudi en ik topografeerden eerst vanaf de voet van de ingangsput in stroomafwaartse zin, tot aan de Siphon aval (verschrikkelijke blubber) en dan richting stroomopwaarts. Dat ging goed tot waar het water begon, toen werd het echt wel zeer lastig vanwege het schouderdiepe water en de alomtegenwoordige modder. Het boekje en Disto proper of droog houden was bijna niet mogelijk. Het water stond niet hoger dan vorige week (oef) maar toch bleek het niet simpel: hoe meet je door een passage die tot het dak vol water staat ? Voor alles zijn er oplossingen dus finaal waren we doorheen de waterzone en konden we verder meten tot aan de eerste zaal en dan links omhoog naar de Réseau du Flair. Met onze ontdekking weer te zien, bleken de zalen nog groter en hoger dan ik me herinnerde. Frits en Kjel waren rond met de eerste klim en hadden geen touw meer: onze C27 was eraan opgegaan, wat al een idee geeft van de afmetingen hier.  Dus de tweede klim was niet meer voor vandaag. Hun klim was een flink eind hoger geëindigd in een nauwe spleet met zelfs wat wortels!!Ze hadden nog een interessante blokkengalerij geëxploreerd ook.
Vanaf hier topografeerde ik verder met Kjel want Frits ging Rudi de grote collecteur tonen en al beginnen met balisage.
Tegen 17 u waren we nog niet rond met de topo maar moesten we nog de ingangsputten opmeten. Einde van ons werk dus en gauw naar de putten. Daar werden we ingelopen door Rudi en Frits. Ze hadden zowaar de S2 in apnée over 1m50 moeten duiken, het water stond 40 cm hoger dan vorige week! De rivier had terug tot daar gestroomd en deze sifon gedeeltelijk gevuld. Dat ziet er niet zo goed uit voor de toekomst!
’s Avonds laat de topo nog uitgewerkt. We hadden al zowat 400 m ontwikkeling, waarvan al +/- 130 m voor de Réseau du Flair! Maar de verrassing was wel hoeveel we gestegen waren: 53 m boven de rivier uit, dus zelfs 10 m hoger dan de ingang! Ongelooflijk dus: een Wuinant naast de Wuinant. Hoever we van de oppervlakte waren, was moeilijk te schatten zonder precieze oppervlaktetopo.

Zaterdag 10 november 2019

Het was duidelijk dat we niet zoveel tijd meer hadden. De Siphon 2 was dus al bijna aan het overlopen en een volgende regenperiode zou betekenen dat ook de 40 m lange Siphon 1 zich weer zou vullen. En dan was het over & out voor onze exploraties in de Réseau du Flair! Wie weet wel voor héél lang. Dus, iedereen zijn agenda overhoop gegooid zodat we toch naar daar konden.
De klimmers van dienst waren Frits (GRSC) en Jack (C7), de topografen Krzysztof en ik (Avalon). Met andere woorden: bijna de integrale Anialarraploeg van afgelopen september, op Annette na.
Paul net voor de apnée (Foto: Jack)
De S1 passeerde nog steeds (1 VM en 1 korte duik).

Korte videoclip van onze waterpret hier: https://youtu.be/XG7ayvpdprk

Opgelet laat je niet vangen: dit is geen tropisch zwemparadijs maar wel een stinkende riool. Gelukkig zijn we gevaccineerd tegen alle vreselijke ziektes die in deze donkere drab zitten...

In de grote zaal van de Réseau du Flair splitsten we op. In deze zaal is een magnifieke synclinale zichtbaar, dus stel ik voor ze Salle du Synclinal te noemen (origineel hé). Frits en Jack begonnen aan de klim in de andere, hoger gelegen zaal. Voorlopig naamloos; Salle des Filous is een voorstel :-) . Intussen begonnen Krzysztof en ik met de topo van een lager gelegen galerij. Dat was een moeizame klus want deze grote gang was grotendeels een blokkenstort. Lastig om te meten, zoiets. En er waren twee verdiepingen, diverse nauwe kl…passages en overal zo instabiel als de pest. Maar zeker nog niet gedaan daar.  Kortom we waren uren bezig. Tegen dat we rond waren, hadden Jack en Frits net de eerste klim afgewerkt. Die ging ook heel hoog, maar eindigde in een pakket blokken dat boven je kop hing. Tussen de blokken zie je nog 4 meter hoger, maar er valt niet aan te werken, levensgevaarlijk.
Bovenaan de eerste klim hangt een ton los puin (foto: Jack)
Terwijl wij die klim van hen topografeerden, begon Frits aan de spectaculairste klim, in de Salle du Synclinal. Een klim waarvan iedereen droomt om ooit zoiets in België als eerste te kunnen doen. Eerst naar een enorm balkon op 12 m hoogte (waar hij toch even flink schrok toen een goujon eruit kwam), dan nog een klim van een meter of 5 over een tweede (instabiel) balkon.
Frits klimt naar het enorme balkon (foto: Jack)
Intussen hadden Krzysztof en ik gedaan met de topo van de eerste klim en begonnen we aan de explo/topo van een soort meander, uiterst modderig. Na 10 m bereikten we zowaar een 5 m diepe put, niet af te dalen zonder touw. We waren nu zo vettig dat we eerst naar de rivier terug moesten om onze klimuitrusting weer herkenbaar te maken. De volgelopen S2 was een perfecte badkuip daarvoor. Ondertussen waren Frits en Jack boven geraakt en daar vertrok zowaar een mooie galerij! En ze waren zo lief geweest om op ons te wachten. Dat is de echte vriendschap hé. Frits moest nog wel eerst het klimtouw anders equiperen zodat wij konden volgen. Dat bleek weer lastiger en tijdrovender dan gedacht en bovendien was onze C35 te kort!

Bovenaan de klim vertrekt een mooie gang (foto: Jack)
Eens allemaal boven exploreerden we koortsachtig verder. Jammer genoeg was 15 m verder de doorgang al te nauw (maar het liep wel verder). Zeker aan verder werken, temeer omdat er een sterke tocht voelbaar is. 

We zitten hier amper 12 m onder de oppervlakte (foto: Jack)
Het was intussen al bijna 19 u en dat was het uur dat we aan onze respectievelijke echtgenotes hadden gezegd als “ultiem”! Toch liet ik me niet van de wijs brengen door de anderen: dit moest en zou nog getopografeerd worden, volgende week was het misschien te laat. Gauw-gauw topo maken dus, en dan een spurt naar buiten. Om 20 u stipt arriveerde ik buiten en kon ik de dames (die al in reddings-, resp. paniekmodus verkeerden) geruststellen. Het was dus weer een lange dag in dit verbluffende nieuwe réseau.
De topo wees uit dat onze toevallige ontdekking van enkele weken geleden, echt wel zeer belangrijk is. De totale lengte van de Réseau du Flair nadert de 300 m en het volume van deze grote zalen en klimmen is veel groter dan de ingangsput van de Wuinant.
Uiteraard was het nu de vraag: hoever zitten we nog van de oppervlakte? Daarvoor hebben Annette en ik twee oppervlaktetopo’s gemaakt, zo precies mogelijk. Daaruit blijkt dat we er nog 10 à 12 m vandaan zijn (de 3 klimmen stijgen elk ongeveer even hoog).  Maar buiten is echt niks te zien: het bos. Eerst dus nog van binnen verder werken, zodat we de oppervlakte nog wat verder naderen, vooraleer we buiten aan de slag gaan.
Coupe

Wordt vervolgd (dat hopen we toch).