woensdag 28 augustus 2019

Verslag Anialarra augustus 2019

Voor we alweer naar de Anialarra vertrekken voor de septemberexpeditie, even gauw samenvatten wat we in augustus deden.

Zoals gebruikelijk namen we onze intrek op Camping Ibarra, maar maakten we ook een klein hoogtekamp op 2100 m hoogte, op de rand van de lapiaz. Het weer was ons zeer gunstig gezind, op enkele dagen na zijn we er dus goed bruingebakken.
De ploeg op Camping Ibarra (behalve Paul)

Sima Regalo
De hoofdschotel was alweer de AN597-Sima Regalo. Vorig jaar verbonden we deze grot met het Systeem van Anialarra, op -430 m diepte. De grot was in 2018 geëquipeerd gebleven tot op -260 m dus we konden vrijwel direct van start gaan. In die zone waren nog 4 vraagtekens:
  1. Het vervolg van de Puits de la Quiétude. Dat bleek uiteindelijk “maar” een P40 te zijn die op -310 m eindigde op een te nauwe spleet.
    Puits de la Quiétude (P73)
  2. Het vervolg van de Puits “En Manque”. Meerdere dagen en veel touw waren nodig om ook hier een bodem te bereiken, op -380 m. De put is eerder een kloof, niet erg breed en eerder nat. Maar wel 144 m diep!
  3. Het vervolg van de Puits du Bon Voisin. Vorig jaar reeds 29 m afgedaald maar de top van de put lag vol losse stenen die constant vielen. Meerdere trips waren nodig om met kippengaas alles goed te stabiliseren. Maar verder afdalen is nog niet gebeurd. De put lijkt minstens 150 m diep te zijn!
  4. Een klein gaatje achteraan de Galerie du Faux Plancher. Dit 20 cm brede gat in het calciet tochtte amper, maar er leek een put(je) achter te zitten. Eens het gat vergroot was, kwamen we tot onze verrassing uit in een zeer ruime put (P29-Puits des Abeilles) en eronder stonden we alweer bovenaan een gapend zwart gat waarin stenen heel diep vielen. Enkele dagen later stonden we beneden (-396 m) deze “Puits Fantastique”, een enorme schacht van 114 m diep. Daar vonden we een topopunt: we hadden de verbinding gemaakt met de Méandre des Champions, die we vorig jaar exploreerden.
    Puits des Abeilles (P29)

    Puits Fantastique (P114)

    Puits Fantastique (P114)

In de dagen erna vonden we, na een traversee bovenaan de Puits Fantastique, nog een nieuwe put: de Puits des Etoiles Filantes, afgedaald tot einde touw en hij gaat nog 40-50 m dieper!

 Puits des Etoiles Filantes
Voorlopige topo


Het Systeem van Anialarra 
In de AN51 werden alle touwen tussen -200 en -390 vernieuwd. Daarmee zijn zowat alle touwen van de grot weer “recent”. We hopen dat het de laatste keer was, dit was de 3de of 4de keer dat alle touwen vervangen werden en er hangt daar 600 m touw, dus reken maar uit wat dat telkens kost.
We maakten een dagtrip waarbij we terugkeerden in de Réseau des Affamés, één van de “amonts” dus, door ons ontdekt in de periode 2001-2002. Een nauwe meander ten einde de “affluent Shit-schiste” hield ons een hele dag bezig; hij doorsneed enkele putten en hogere verdiepingen en we topografeerden er een paar honderd meter in.

Een andere ploeg ging rond -475 m een klim doen naar een balkon op 5 m hoogte, jammer genoeg leverde het niets op. Er werd tevens een oude (volle) kitzak gerecupereerd op de Plage des Galets (-500).

Tot slot keerden we terug in de Rivière Tintin. Ditmaal via de stroomafwaartse ingang AN308, wat veel simpeler is: slechts 250 m putten en in minder dan 4 uur bereikt men langs daar ons kamp aan de monding van de Rivière Tintin. Op deze driedaagse tocht ging een ploeg van 3 werken in de meest stroomopwaartse zone van Tintin: Quick & Flupke. Daar zitten we “slechts 80-90 m verwijderd van de Gouffre des Partages. De verbinding zou de grootste grot van Frankrijk opleveren (+/- 135 km). Er werd veel gezocht maar gelukkig ook gewerkt in een nauwe spleet waarin we nu 35 m ver zitten. Goede aanzuigende tocht en een echo, maar voorlopig nog veel te nauw.

In de extreme amonts van Tintin (foto uit 2009 van Mark Michiels)

Dankzij de verlengingen in zowel Sima Regalo als in het Systeem zelf, stijgt de lengte van het Systeem van Anialarra nu naar 47200 m.

Prospectie
Er werden enkele dagen besteed aan het zoeken naar nieuwe grotten. Aldus werden enkele interessante gaten gevonden die zich in de zone van Quick & Flupke bevinden, en ook een intrigerende, diepe spleet (Sima de la Marmota) in de zuidflank van de Anialarra, met prachtig uitzicht over Ukerdi. Wordt vervolgd!

Prospectie
Ook onderzochten we diverse reeds gekende gaten, waar nog vraagtekens waren. Dit leverde echter geen grote resultaten op.
Sima Antartica werd gecheckt tot in de Salle Glacée op -50, maar bleek daar nog teveel sneeuw en ijs te bevatten. De verdere exploratie van het grote vervolg dat we daar 3 jaar geleden vonden, gaat blijkbaar nooit lukken!



Deelnemers speleo’s:
Avalon : Annette Van Houtte, Paul De Bie, Kim De Bie, Ellen De Bie, Erik Bruijn, Lieven De Meyere, Hans Verhulst
GRSC: Frits van der Werff
TRT: Florian De Bie

Verslag & foto's: Paul

woensdag 19 juni 2019

Vannon en Rigotte: Mini - Maxi - Mega



De 21ste mini-expeditie: 07 tot 11/06/2019: Vannon en Rigotte 

Deelnemers: Jos en Peter (Avalon), Tom, Stijn, Herman en Geert (Cascade)

Het verslag van de duiken door Stijn Schaballie

Tijdens de vorige mini expeditie werd het ons duidelijk dat we onze inspanningen op twee systemen moeten richten. Door omstandigheden zijn de duikers echter de ganse periode in het systeem van de Rigotte bezig geweest. 
We waren vorige expeditie daar gestopt in een grote zaal, waar een blokkenstort ons de weg versperde. We zijn vrijdag van start gegaan met het onderzoeken van het oppervlak boven deze zaal. Buiten enkele tochtende spleten, vonden we helaas niets dat interessant genoeg was om aan te werken. Zaterdag duiken Tom en ik opnieuw tot in deze zaal. Een trémie betekent veelal het einde van een grot, maar deze blokkenboel was ons goed gezind: Tom en ik hebben ons letterlijk een weg gepuzzeld doorheen de mikado. Aan de andere kant van het blokkenstort kwamen we terecht in prachtig geërodeerde, stevige tunnels … en die bleven maar doorlopen! Later dan verwacht kwamen we weer bovengronds, zodat de collega’s voorzichtig ongerust waren. Met een brede smile konden we hen vertellen over sifons, zalen en tunnels in alle maten en vormen. Het was duidelijk, de S2 van de Vannon staat voorlopig on hold. 

De ingang van de 'Crotot Pont'. Tom en Herman vertrekken
Dag drie werden de nodige voorbereidingen getroffen om de eindsifon S6 van de Rigotte te duiken. Om de portage te verlichten werd ervoor gekozen om de tussenliggende sifons (met shunt) ook te duiken. Het resultaat is een S4-5 van enkele meters lang, en een S6 van 45m, -3m. De grootste verrassing post S6 was misschien wel dat ik plots in een actieve bedding stond. Vermoedelijk verliezen we het actief in de S6 en verschijnt het water opnieuw ergens in het dorp waar een totaal van 5 bronnen samen komen. Dit verklaart waarom de Crotot’s niet het hele jaar water geven.

Stijn met bagage, na de succesvolle duik van de S6
Van enkele bronnen hebben we een vermoeden van herkomst, maar een kleurproef dringt zich nu echt wel op. Mijn tijd post S6 was eerder beperkt, want er stond nog een BBQ op het programma. Maar ik heb toch een 400-tal meters verkend in een ruime, comfortabele galerij met actieve rivier en einde op niets. Die zondag was het Vaderdag, dus is het ‘Galerie des Pères’ geworden. Er is ook tijd gemaakt voor een topografiesessie tot aan het vertrek van de S6 en het nemen van enkele filmbeelden.
Nu restte ons nog een halve dag vooraleer we weer huiswaarts vertrokken, en uiteraard hebben we die ook nuttig ingevuld. Dankzij de verwerking van de topogegevens door Geert, wisten we vrij snel de juiste ligging van de grot en dankzij Jos weten we welke karstfenomenen in aanmerking komen voor een onderzoek en een eventuele verbinding.
Zo is er een overloop in de droge bedding van de Rigotte, met onderin een sifon (in normaal regime). Het was er echter al een hele tijd droog geweest, en er stond nu geen water in de sifon! Zowel stroomop als stroomaf is er een krappe laminoir over enkele meters verkend met open einde. Onze speurtocht ging verder langs enkele veelbelovende gaten, maar uiteindelijk is ervoor gekozen om nog eens de duikspullen aan te trekken.

De ingang van het venster (overloop) op de Rigotte
Een duikpoging in de ‘Crotot Maison’ hadden we nog niet ondernomen. Deze resurgentie stroomt bijna nooit, maar moet zeker deel uitmaken van het systeem. Vanuit de ‘Crotot Pont’ had ik echter al wel 37m lijn kunnen leggen in de richting van deze resurgentie tot aan een blokkenpassage. Het resultaat van mijn duik vandaag was dat ik vrij snel m’n oude lijn kon terugvinden! En hiermee heeft het systeem er een nieuwe, veiligere ingang bij. Deze sifon, de S2 bis, is ongeveer 50m lang en zal onze toekomstige reguliere ingang worden! Deze ingang ligt op privé terrein, achter de boerderij. Gelukkig hebben we zeer goede contacten met de boer en zijn familie en is de toegang ons verzekerd!

De 'Crotot Maison' die de nieuwe, veilige ingang wordt tot de Rigotte
Nog een belangrijk nieuwtje is dat de S1-2 van de Rigotte eigenlijk 50m korter is, want op 90m kan je oppervlakte maken en zo tot in de Salle de l’ Eboulis zwemmen. Ik ben dan geëindigd met een tochtje stroomop, door de bedding van de Vannon, tot aan enkele bronnen in de bedding. De grootste van de twee meet 30cm op 80cm, maar dieper lijkt er geen doorkomen aan. Alleen: welk water is dat nu … Vannon, Rigotte, Dialose, of… ? Er zijn nog zoveel mysteries te ontrafelen … maar we hebben ondertussen toch al een tipje van de sluier mogen oplichten! Heel erg bedankt Moeder Natuur!

Het verslag van de 'droge' werken door Jos Beyens


Tijdens de vorige expeditie werd de ‘Grotte des Mères’ ontdekt. Deze grot zou wel eens kunnen verbinden met de post-sifon van de Vannon. Ik was daar twee weekends geleden 2 dagen het eerste deel al verder gaan uitdiepen zodat we in de toekomst comfortabeler zouden kunnen werken. Zaterdag graven we de rest van de grot dieper uit. Herman en Geert komen helpen en met vier gaat het redelijk goed vooruit.
Zondag assisteren we de duikers die opnieuw de Rigotte gaan doen. Wanneer Herman, Tom en Stijn vertrokken zijn, trekken Geert, Peter en ik eerst naar de D40. We doorzoeken de ganse grot opnieuw, en Peter vindt zowaar een nieuwe passage. We maken de toegang ervan open met hamer en beitel, maar spijtig genoeg zit het na 4m overal dicht. Misschien kunnen we, indien we een groot blok opruimen, toch nog verder graven. De linkerwand is duidelijk door water uitgespoeld, dus écht stoppen zal het er niet doen!

De ingang van de D40 
Daarna toon ik hen de ligging van ‘Trou Koolzaad’ en een ‘Venster’ op de Rigotte daar vlakbij.Maandag ga ik met Peter opnieuw verder graven in de GDM. We zijn maar met twee, dus het zand helemaal naar buiten sleuren, is onmogelijk. We stockeren alles zo goed mogelijk aan de zijkanten. We geraken slechts 1 meter dieper en 1 meter verder… Einde op een dassengang die lichtjes omhoog gaat doorheen het sediment… Om 16.00 uur stoppen we ermee. Het is er nu zeer lastig graven en ons vat is af. Volgende keer moeten we weer minstens met 4 man zijn!
We bekijken samen de eerste, fantastische filmbeelden van de ondergrondse Rigotte
Het wordt elke expeditie spannender. En er worden weeral volop plannen gemaakt! We zijn voorlopig nog niet klaar met de explo!
Wordt (met plezier) vervolgd !
En als kers op de taart:  De eerste filmbeelden van de ondergrondse Rigotte
Tekst: Geert, Stijn en Jos                                       
Foto's: Peter, Geert, Jos      
Zie ook bij onze collega's van Cascade: SC Cascade : Mini - Maxi - Mega       
En wat eraan vooraf ging: Het verslag van de 19de mini-expeditie



woensdag 12 juni 2019

Illusions - doorbijten


Eind april maakten we eindelijk een doorbraakje in de Grotte des Illusions (zie https://scavalon.blogspot.com/2019/04/grotte-des-illusions-weer-een-stukje.html). Intussen gingen we (P en A) nog drie keer terug. Maar dat werd geen “partie plezier”…

Zondag 18 mei 2019
Annette en ik stonden te popelen om de doorbraak van vorige maand grondiger te bekijken. We gingen al topograferend van start. Eens in het nieuwe stuk, bleek dat de tocht wel degelijk uit de grote diaklaas kwam, en niet uit het (hopeloze) gaatje in het plafond, zoals Annette vorige keer had verondersteld. Aan die diaklaas viel te werken, mits laag genoeg graven,  bovendien zag het er enkele meters verder alweer breed genoeg uit. Eén probleem echter: de bodem was bedekt met natte en verschrikkelijk kleverige klei. Binnen het kwartier waren wij tot op ons ondergoed nat van in die blubber te wentelen en we zaten echt te kleumen van de kou. Na een uur of twee werk bleek dat er toch een plop aan te pas moest komen. Ook al geen sinecure in deze omstandigheden. Maar we waren wel heel blij naar buiten te kunnen om daar een beetje op te warmen.
Annette graaft de nauwe diaklaas onderaan uit
Na een uurtje buiten wachten was de rook weggetrokken. De diaklaas passeerde en erachter liep ze hoog door, maar nog steeds nauw (50-60 cm) en ultravettig. Maar we deden toch 15 m erbij, toen was het gedaan want enkele grote blokken versperden de weg. De eerste kreeg ik weggekanteld en zo kregen we zicht op een vervolg horizontaal en recht omhoog (instabiel!) en de sterke tocht kwam van daar! Maar niet simpel want er is amper stockageruimte. Al topograferend weer naar buiten, waar het pijpenstelen regende (onweer). ’t Was 16 u, we waren redelijk groggy, allebei met een verkrampte onderrug en doornat en koud afgedropen naar de chalet.
Na een paar uur werken passeert de diaklaas! Het vervolg lonkt.
Enfin, het loopt verder, de tocht is echt abnormaal sterk en we gaan recht de berg in (dus de oppervlakte zit intussen al 20 m hoger).

Zaterdag 25 mei 2019
Ik was van plan om de nieuwe gang te vereenvoudigen omdat het anders veel te lastig zou worden om achteraan te gaan werken. Ditmaal waren we warm aangekleed, met PVC pak en dik onderpak! We plopten de benenbreker (haakse bocht) eruit en dan het grote blok dat er vlak voorbij uit de grond stak en de plaatsruimte grondig verknoeide. De plops waren bijzonder goed gelukt, Annette ruimde er wel een uur aan. Alle puin werd omlaag gegooid naar de Grenier waar nog wat stockageruimte was. Eens dat alles gedaan was, hadden we eindelijk wat plaats en konden we ook eens opzij kijken, achter het geplopte blok. Wat bleek: daar zagen we wel 4 m ver in een hoge diaklaas. Allicht in de verlenging van de ingangsdiaklaas. Er kwam tocht uit, maar minder dan in het stuk dat we vorige week vonden. De toegang was te nauw. Driedubbele plop gezet en naar buiten.

Zaterdag 8 juni 2019
De plop in de diaklaas had goed gewerkt maar er zaten erg grote blokken bij die moeizaam met de hamer moesten worden verkleind, zodat ik ze kon afvoeren via de boyau naar de Grenier, waar Annette ze in de weinige plaats weg stapelde. Dat duurde minstens een uur. Bleek dat de diaklaas vooraan echt nog te smal was, en een stuk losgebarsten wand maakte de zaak extra gevaarlijk, wringen was niet mogelijk. Kortom daar moest nog bijgeplopt worden. Dat was voor straks, nu eerst naar de terminus. Het traject was ultravettig en erg lastig. Geheel achteraan waren we een uur bezig om grote blokken wat uit de weg te leggen en een enorme joekel te vergruizen, zodat we plaats kregen om te werken.
Paul klopt met de hamer dit blok totaal in gruis 

Na een uur meppen is het vrijwel weg
De terminus dan: men zag horizontaal in een met klei opgevulde passage of rechtdoor, schuin omhoog. In beide gevallen moest er gegraven worden, in de meest kleverige klei denkbaar. Bovendien hing er een enorm blok boven on, dat ogenschijnlijk op de klei rustte die we weggroeven! Ik gaf de kleiballen door naar Annette die ze tegen de wanden en het plafond plakte, want stockageruimte was er niet. Kortom, afzien! Mocht de hevige tocht er niet zijn, geen mens die er zou willen werken. Om 15 u gaven mijn armen het op, we hadden eten en drinken buiten laten liggen! We waren een meter gevorderd en het vervolg is uiterst lastig. Op de terugweg alle moed bijeengeschraapt om een plop te zetten in een vernauwing, en dan nog 2 in de diaklaas waar we vanochtend aan begonnen waren. Afgepeigerd buiten rond 17 u, 10 kg modder zwaarder. Gelukkig stroomde de Lembrée en konden we daar alles gaan schoonmaken.



Kortom, we zijn daar nog niet aan de “nieuwe patatjes”. En we moeten echt wel gauw weer een doorbraakje in iets ruimers maken, want qua stockageruimte zitten we nu al op het einde van ons Latijn. Ik blijf erin geloven maar het wordt ons niet gemakkelijk gemaakt! Maar we moeten nu echt doorbijten en het zeker niet opgeven!

Voor de cijferaars: de grot meet nu 100 m!


woensdag 1 mei 2019

Het verslag van de negentiende mini-expé... Vannon en meer...


De negentiende mini-expeditie:  14/04 tot 20/04/2019
‘Mini’ expeditie met ‘Maxi’ resultaat!!!
Deelnemers:  Stijn, Geert, Herman (SC Cascade), Jos, Krzysztof, Mich, Mario (SC Avalon), Michel (ESCM), Tom (Spekul)




Het verslag van de duiken door Stijn Schaballie

Na het uitzitten van de winterse regen zijn er opnieuw plannen gemaakt om verder te exploreren aan de Vannon (Haute-Saône – F). Vorig jaar hebben twee duikers, na een sifon van 355m lengte, kennis gemaakt met een ruime tunnel. Er is toen ongeveer 1000m aan ontwikkeling geschat. Het leeuwendeel werd getopografeerd, maar de grot liep gewoon verder. In het voorjaar van 2019 streek er een 9 man sterke ploeg neer, vier van hen voorzien van duikspullen.


De expé is van start gegaan met het verkennen van de ingangszone van de tijdelijke bron. De onderwaterlaminoir moet met de nodige feeling genomen worden, want het blijkt een aanslag op je materieel te zijn. Iedereen slaagt in de opzet, en de configuraties worden op punt gesteld.
Omdat er elk om de beurt gedoken wordt, besluit Stijn een ‘kijkje’ te gaan nemen in de bronnen van de Rigotte. Als snel wordt duidelijk dat er in het dorp Fouvent-le-Bas heel wat meer water toekomt dan we eerder hadden gedacht. Kleurproeven dringen zich op om meer te weten te komen van de 5 verschillende bronnen. Zeker is dat drie grote grotsystemen afwateren naar het dorp: Vannon, Rigotte en Dialose. De twee Crotot’s vormen de résurgenties van de Rigotte. Eén van de twee, nl Crotot ‘Maison’, stroomt niet maar Crotot ‘Pont’, stroomt lichtjes, voldoende voor een verkenning. Om vlot tot aan de sifon te geraken worden verschillende blokken verlegd. Uiteindelijk blijft het ongemakkelijk sluipen in water van enkele tientallen centimeter diep, vooraleer kopje onder te gaan. Sifon 1 is kort; slechts 3m lang. Daarna opnieuw kruipen, maar dan op handen en voeten, tot aan S2. Vijf meter ver in S2, de versmalling beschreven in de literatuur. Na ongeveer 15’ puzzelen, laat de versmalling zich passeren, maar voor mij was het voldoende voor die dag. De veiligheid is heel moeilijk in te schatten. Op het ganse parcours is het laveren tussen de instortingen door.


’s Anderdaags Vannon met z’n vieren. Stijn vertrekt als eerste met de opdracht de ingangszone te herequiperen met een speleotouw, want de crues hebben geen genade gekend met de 3mm duiklijn. Profiterend van een zichtbaarheid van maximaal 2m vervolledig ik de onderwatertopo. Verder deze week zal het zicht alleen maar verslechteren. De sifon is nu geen 355m lang, maar 377m door de iets hogere waterstand. Er worden spits geplaatst om duikspullen aan op te hangen, want de eerste 50m voorbij de sifon is zeer slijkerig. Met z’n allen bekijken we de mogelijkheden post sifon, wetende dat de collega's speleologen van Avalon er al een 30 tal sessies hebben op zitten om een shunt te graven aan de sifon. Eén zijgang, op het eerste zicht een oude afvoer, komt in aanmerking voor een desob, maar voorlopig niet prioritair. We topograferen de hoofdcollecteur, steeds verder stroomop, tot voorbij het punt waar we in 2018 geëindigd waren. Net als vorig jaar trakteren we onszelf door nog even verderop te gaan zonder te topograferen, dat na een welverdiende pauze op een strand. Na ongeveer 200m doemen plots verschillende stalagtieten op, en niet veel later een muur die uit het water verrijst. De S2! Voor de één een obstakel, voor de ander een zegen. Zeker is dat het vervolg van de exploratie hierdoor een stuk ingewikkelder zal worden. Meteen worden de optie voor een mogelijke shunt onderzocht, en uiteindelijk wordt er iets gevonden. We weten wat ons morgen te doen staat: topo tot aan de sifon, en open maken van een versmalling waarachter een echo zit.


   
De volgende dag is niet iedereen op de afspraak. Tom, die als laatste door de sifon duikt laat op zich wachten. Ik krijg het koud post sifon, en vervoeg de anderen achteraan in de grot op het strand. Wat gaan we doen, kijken we elkaar vragend aan? We besluiten ons werk te starten in afwachting van Tom’s aankomst. Tijdens het graven aan de shunt is de sfeer bedrukt, maar plots horen we geritsel van iemand die nadert.

Tom is er geraakt! Het bleek een technisch probleem te zijn waardoor hij zijn duik heeft moeten afbreken. Oef, iedereen opgelucht! Michel begint zich ondertussen vragen te stellen bij de mogelijke shunt, die we de vorige dag eigenlijk maar heel vluchtig beoordeeld hebben. Zeker na het horen van geplons door de versmalling gaat hij op pad. Niet veel later zitten Michel en ik neus aan neus. 

De shunt laat zich verbinden nog voor de sifon. Einde graafwerk. Na het vervolledigen van de topo tot aan de sifon 2 vertrekken er twee duikers richting uitgang terwijl de andere twee het voorlopig laatste vraagteken op het parcours bekijken. Aan de oude afvoer, verschillende meter boven de bedding, is er een opening gevonden rechts van de instorting waar tocht op zit. Tom en ik graven elk om de beurt. Graven in een neopreen duikpak zonder afkoeling kan tellen. Op zich is de desobstructie vrij gemakkelijk, maar toch liggen we gemarineerd in eigen nat te puffen en te blazen. Voorbij de prop kunnen we nog een 30 tal meter in kaart brengen met einde op een lage, nieuwe verstopping.

We besluiten een ‘rustdag’ in te lassen, want o.a. de flessen moeten nog gevuld worden. We laten de 2 compressoren bulderen om de 9 flessen te vullen. Hiervoor zijn we tot aan de Fontaine Sacré gereden. Een afgelegen plaats met twee weinig onderzochte bronnetjes. Ik heb nog spullen die operationeel zijn, en ga een kijkje nemen. Beide poelen zijn slechts enkele meter diep en weinig interessant om aan te werken. Het levert wel grappige beelden op en een brevet van jungle duiker zeker!?



Na de middag opnieuw serieuzer werk. Ik moet Tom niet overtuigen om een kijkje te nemen in de Crotot ‘Pont’. Hij krijg 40m lijn mee van 4mm. Ik laat hem het vertrek zien en bevestig z’n lijn. Buiten  wachten we in het zonnetje.  Na 30’ verschijnt Tom breed lachend uit het portaal. De grot loopt verder. De reel wordt voorzien van een volgende 50m en opnieuw sluipt hij naar binnen. Relaas van de duik is dat de grot verder loopt. Er moeten nog twee versmalling gepasseerd worden, drie in totaal dus en uiteindelijk krijgt de gang een stabiel en ruimer karakter! Feest! Tom trakteert met de vondst die ook z’n 500e duik blijkt te zijn.
Voor onze laatste volledige dag worden de plannen herzien. De S2 van de Vannon kan wachten.


De oudere equipe zal zich ontfermen over de recuperatie van het materieel uit de Vannon, terwijl de young ones elk om de beurt in de Rigotte duiken. Ik krijg de eer om met een vers gevulde reel van start te gaan. Het zicht is om en nabij de 2m. De versmallingen en het parcours van de grot zijn uitdagend en heel afwisselend. De diepte blijft constant rond de 2m. Het is duiken ‘à la Belge’.


Er verschijnen marmieten onder water, en opeens gaat de zandbodem naar omhoog. Ik breek het wateroppervlak in een ruime donkere zaal! De lijn wordt afgeknoopt op 140m. Duikspullen gaan uit, en snel doe ik een verkenning van de zaal. Eén kant van de zaal bestaat uit een gigantische instorting die nog verschillende meter hoger gaat dan de zaal. Deze beklimmen is niet voor nu. Onderaan de instorting is er een voute mouillante die toegang geeft tot een waterrijke, chaotische passage van een 20 tal meter ver. Voorlopig einde op een nieuwe ondiepe sifon, die misschien geshunt kan worden.
Daarna is Tom aan de beurt. Hij kan in de zaal nog een andere passage vinden met een 40 tal meter


ontwikkeling. Het gaat om een galerij met diep water en weinig lucht. Uiteraard ook eindigend op een sifon. Hoogstwaarschijnlijk is dat de afvoer naar de Crotot ‘Maison’. Topo en verder onderzoek zou dat kunnen uitwijzen.
Ondertussen is er al heel wat opzoekingswerk verricht, en zijn er opnieuw plannen gemaakt voor een volgende sessie van niet één maar twee grotsystemen!

De resultaten in cijfers:

Résurgence Vannon: L= 1545m, D=33.0m, verste punt op 1266m van de ingang
Crotot Pont + Crotot Maison: L=197.7m, D=4.8m
Ongeveer 450m première !!!

Totaal opgenomen topogegevens: Vannon post-sifon: 844m
+ de Rigotte en de oppervlaktetopo, bijna 1500m aan opgenomen topodata !!



Verslag: Stijn
April 2019

Een kort verslag van de ‘droge’ desobwerken door Jos Beyens

Terwijl onze duikploeg de ene fantastische ontdekking na de andere doet, probeert de desobploeg al 4 jaar lang een droge ingang te forceren naar het ondergrondse systeem van de Vannon.
Zondag start een tweekoppige ploeg ( Jos en Krzysztof) met de verdere werken. Het ziet er daar achteraan echter eerder hopeloos uit: er is nog wel tocht, maar die komt zowat van overal en nergens is een evident vervolg te zien. Na het verleggen van een groot blok, vindt Krzysztof echter een mogelijk vervolg. We zien minstens 3 à 4m ver én er is tocht.



De toegang is echter weer vreselijk onstabiel, en we zijn bijna 2 dagen bezig met het stutten ervan! Uiteindelijk geraken we er één meter ver in! Dinsdagnamiddag rijdt Krzysztof terug naar België. Voor hem zit de mini-expé er op. Hij wordt ’s avonds afgelost door Mario en Michäela.
Met drie man is het desobwerk een hels karwei: we proberen zoveel mogelijk de grote blokken naar buiten te brengen, en dat is niet simpel. Daarbij is het gangetje zeer smal, dus veel bewegingsruimte heeft de graver van dienst niet!


Gezien de vele blauwe plekken die we er aan over houden, is de naam voor het pijpje snel gevonden: Boyau Bleu… Na vier dagen in deze omstandigheden, doen alle spieren pijn. We besluiten om donderdag een rustdag in te lassen!
Vrijdag en zelfs zaterdagvoormiddag, doen we gestaag voort. We geraken 6.5m ver in de pijp en zien nog ongeveer 1.5m verder. Het plafond is stabiel en ook de wanden zijn massieve rots. Toch is de richting waarin we vorderen niet  echt goed en ook de tocht is er weg. We gaan in ieder geval tijdens de volgende mini-expé die laatste anderhalve meter nog weggraven en dan zullen we moeten beslissen hoe het verder moet...




Het was weer een heerlijke 'mini'-expeditie met een superploeg. Wordt zeker vervolgd!

Verslag: Jos

dinsdag 30 april 2019

Grotte des Illusions - Weer een stukje verder


In 2010 begonnen we te werken aan een soort instorting (met ’s zomers blazende tocht) onderaan een beboste helling en dat werd na meerdere weekends van puin ruimen een echt grotje: de Grotte des Illusions was geboren. Tot onze verrassing vonden we op 16 m diepte een ondergrondse rivier: het was niks anders dan de ondergrondse Lembrée, die haar resurgentie heeft in Vieuxville. Jammer genoeg bleek ze dadelijk te sifonneren. We bleven dus zwaar op onze honger zitten! Het enige positieve was dat die snelle toegang tot de ondergrondse Lembrée onze kleurproeven flink vergemakkelijkte.
Ik bleef geloven dat er meer was en hernam de werken in de grot in juli 2017. Soms alleen, soms met Annette kon ik achteraan het grotje een instorting boven ons hoofd vrijmaken en we vonden zowaar een maand later een stuk bij: “Le Grenier”, met einde op een minizaaltje van 2,5 bij 2,5 m. De sterk blazende tocht kon deels worden gelokaliseerd in een ontmoedigend nauw spleetje in de pure rots, van amper 2 vingers breed.

Nog een jaar later vonden we toch de moed met de verbreding hiervan te beginnen. Liefst 13 keer trok ik erheen (7 x vergezeld door Annette, 1x door Rudi en 1x door Geert) voor wat een vrijwel hopeloze zaak bleek, ook al omdat de stockageruimte beperkt was waardoor we gauw omsloten werden door muren van opgestapeld puin. Maar eindelijk, na 5 à 6 m zwaar plopwerk, opende zich op 21 april 2019 een donker gaatje. Slechts enkele cm breed maar er was onmiskenbaar wat meer ruimte achter, en vooral een hoorbaar fluitende tocht.



Zaterdag 27 april 2019 was dan de dag waarop we eindelijk zouden weten of al ons harde werk iets zou opleveren (het was overigens de 36ste exploratiedag in deze grot).  Het was koud en regenachtig weer, niet ideaal voor de tocht dus. Om 11 u stipt kropen we de grot in. Annette ruimde een uur aan de plop van vorige week zonder evenwel het gaatje weer open te krijgen. We wisselden van plaats en ik slaagde er met veel gehamer en gewrik met de koevoet in om enkele grote stukken van de wand te breken. Daardoor kwam het gaatje weer vrij, het was nu zowat 10x10 cm en we zagen wat stalactietjes hangen! 

Het was nu duidelijk dat we op een dwarsgangetje uitkwamen. De smartphone werd door het gat gestoken en zo kon ik filmen wat er daar was. En het bekijken van dat filmpje maakte mij zeer enthousiast: zowel naar rechts als naar links zag je enkele meters verder! Die beelden, in combinatie met de hevige tocht (vandaag aanzuigend wegens het kille weer) deden ons dromen van kilometers groot vervolg.
Het komende uur ging ik het gat te lijf met hamer en beitel en zowaar, na nog een uur, was het groot genoeg om mijn hoofd erdoor te steken. Naar rechts scheen het niet ver door te gaan, naar links daarentegen zag men wel 4 m ver, tussen een paar grote blokken door. Ik timmerde nog een half uur tot het gat groot genoeg leek voor Annette, en worstelde nog een half uur met een groot blok dat de doorgang tot het nieuwe gangetje nog beperkte. Daarna kon ik echt geen pap meer zeggen en was het aan Annette. Om 14u30 waagde ze haar kans; ze ging vrij vlot voorbij de haakse en nauwe bocht,  met een heel bizarre “beenzwengel”. Ze werd gauw gestopt door enkele blokken, maar eens die weg waren, kon ze 5 m verder kruipen onder een stabiel plafond. Daar kwam ze uit op een dwarsgang, die opnieuw berginwaarts in het verlengde van de grot liep. Hij leek na 3-4 m te nauw te worden, maar er valt aan te werken.  Jammer genoeg bleek de hevig aanzuigende tocht niet daarin te verdwijnen, maar wel in een klein en weinig evident gaatje in het plafond! Grrrr!

Kortom we zijn nog niet waar we moeten zijn. Omdat ik mijn iets langere benen nog niet voorbij de haakse bocht kreeg, hebben we dan nog eerst een flinke plop gezet (links en rechts). Weer naar buiten, een kwartiertje gewacht en gehoopt dat door fel aanzuigende tocht de lucht voldoende opgeklaard zou zijn. Jammer genoeg scheen de zon nu buiten en was de tocht aan het keren. Veel puin geruimd en ik geraakte er nu ook voorbij. Maar de lucht was nog niet zuiver genoeg dus ik onderzocht maar heel snel hetgeen Annette had gezien. Er zijn zeker mogelijkheden! Nog niet de grote doorbraak dus, maar wanneer men 13 dagen werkt om 5 m te vorderen, en dan ineens op enkele uren tijd een meter of 8 bij vindt, mag men niet klagen. Ik blijf erin geloven. Deze grot heeft alles om ons toegang te verschaffen tot het (groot) stuk van de Ondergrondse Lembrée, na de eindsifon van de Grotte des Emotions. Ooit zullen we weten of dit alles slechts een illusie is!

Onze belevenissen werden gefilmd met de smartphone en kan je hier in 10 minuutjes samengevat bekijken. 

Eigenlijk is zo’n telefoon een prima HD-camera, ook qua geluid! Maar één tip: pas op met je hemverlichting. De meeste moderne ledlichtjes flikkeren zeer snel, met het blote oog zie je dat niet maar in combinatie met je camera geeft dat een storende interferentie en dus strepen in het gefilmde beeld.

donderdag 28 maart 2019

De Fagnoules compilatie


Onlangs bracht Speleoclub Avalon een publicatie over de uitzonderlijke exploratie van de Chantoir des Fagnoules te Awagne uit, een “Special” van 50 blz.  Alle speleologen van het VVS of UBS hebben dit gekregen. Hierin werd kort de geschiedenis van de exploratie verhaald, maar het accent lag vooral op de beschrijving van de grot en de wetenschappelijke aspecten ervan.

Maar er was zoveel meer te vertellen! Om de saga van het “Systeem Fagnoules-Buc” in schoonheid af te sluiten, wordt er nu nog een boek uitgebracht. Een boek met uitsluitend de exploratieverhalen. Hiervoor werden alle verslagen, e-mails, blogs en dagboeken uitgeplozen. Het resultaat is een compilatie van liefst 132 bladzijden, rijkelijk geïllustreerd met meer dan 150 foto’s, waarvan velen nooit eerder uitgebracht.  De verhalen zijn van de hand van een 15 verschillende auteurs, met elk hun eigen stijl.

Voor wie zelf bij de exploratie betrokken was, is deze lectuur natuurlijk één brok nostalgie, en je zal misschien met weemoed al die straffe verhalen herlezen. Best mogelijk dat je op een foto in dit boek staat of er zelfs een tekstje voor hebt geleverd! En je krijgt hoe dan ook een eervolle vermelding in de lijst van liefst 90 medewerkers!
Maar iedereen, of je er nu bij was of niet, zal de speleomicrobe (weer) voelen kriebelen!

Het boek wordt door Speleoclub Avalon uitgebracht aan kostprijs, want we willen gewoon de herinnering aan een geweldig avontuur levend houden. Meer moet dat niet zijn.

Het wordt een vierkleurendruk op 135 gram papier met een zachte, glanzende kaft (350 gram).

De kostprijs: een luttele 15 euro!

Wil je dit stuk authentieke Belgische speleogeschiedenis binnenkort in huis hebben, laat het ons dan zonder dralen weten (graag voor 15 april). Ledvering is voorzien eind april 2019


Vermeld duidelijk het aantal exemplaren, je naam en adres en contactgegevens.
Opgelet: afhaling van het boek kan in Edegem (2650), ofwel Vieuxville (4190).  Wij staan ook open voor suggesties! Kwestie van afspreken.

Het kan ook opgestuurd worden = 6 euro extra voor 1 exemplaar. Voor meerdere exemplaren gelden andere tarieven. Opgelet: uitsluitend in België. Internationale verzending kost meer dan het boek zelf! Dat doen we dus niet, tenzij je persé wil, natuurlijk.

Betaling regelen we op moment van je definitieve bestelling.

Tot slot: het boek is in het Nederlands! Er staan wel enkele Franse teksten in, omdat de auteurs ervan het in die taal schreven. Maar er zijn geen plannen om het boek te vertalen in het Frans.

In het boek vinden we bijdragen van Jos Beyens, Rudi Bollaert, Paul De Bie, Herman Jorens, Mario Lebbe, Friedemann Koch,  Dagobert L’Ecluse, Jack London, Michel Pauwels, Frank Saenen, Bart Saey, Annette Van Houtte, Michaëla Vande Casteele, Erik Van den Broeck, Frans Verstreken


donderdag 28 februari 2019

Zondag 24 februari: Grotte Perseverance.

Om 10 uur afgesproken aan de steengroeve met Pierette, Jonathan en Paul. Paul komt mee de ingang zoeken in de chaotische wand van de steengroeve. Uiteindelijk vinden we vrij snel twee ingangen waarbij blijkt dat ze allebei in de grot uitkomen. Schijn bedriegt want de grootste en nieuwste ingang is uiteindelijk ook het smalste. Mijn twee mede speleologen zijn erbij om vleermuizen te tellen, waarschijnlijk de laatste maal dit jaar gezien de onwaarschijnlijk warme temperaturen. Voor ons is allemaal de eerste maal dat we de grot bezoeken. Het eerste gedeelte is een compleet opgevulde put van ongeveer vijftig meter diep waarbij je tussen de blokken omlaag klautert, soms langs kleine afklimmetjes, soms door smalle openingen maar nergens moeilijk. Uiteindelijk kom je in een hellende, brede gang terecht met op het einde toch wel grote volumes. De artificiële klim hebben we niet gedaan, wel links en rechts eens in alle meanders gekropen. Er werden 25 vleermuizen geteld, een succes. Een fijne grot om eens gedaan te hebben maar redelijk kort want om 13 uur stonden we al terug buiten. Op aanraden van Paul zijn we dan naar de Four a chaux gereden in Esneux die we niet hebben kunnen doen vanwege geen sleutel. Dan maar op zoek naar de Grotte de Ham, volgens de beschrijving een klein gat in het bos. Na lang zoeken op een steile boswand uiteindelijk een relatief grote grotingang gevonden. Een putje van vier meter met beneden een kruipgangetje dat doodliep en erboven een smal onuitnodigend pijpje vol dassenuitwerpselen. Aangezien we geen topo of beschrijving bij hadden, we niet zeker wisten of het wel de juiste grot was en we ook geen zin hadden om in zo'n smal pijpje de kwaaie huurder tegen te komen zijn we dan maar een terras gaan doen. Een fijne dag, het zoeken naar grotingangen in het zonnetje is natuurlijk ook een aspect van speleologie. Peter Foto's: Paul De Bie

maandag 25 februari 2019

Collaboreren is fun! Cascade en Avalon underground....



Een gezamenlijk tochtje van SC Cascade en SC Avalon naar de FSS (Grotte de la Fosse Sinsin) op zondag 17/02/2019.
Deelnemers: Stijn en Geert en Jean-Paul van SC Cascade, Dagobert, Michaëla, Krzysztof, Jos van      SC Avalon.

De imposante doline van de FSS

De ingang van de Fosse Sinsin, hoog op de wand van de doline.

De Grotte de la Fosse Sinsin is een ontdekking van SC Cascade, en zoals de naam het zegt, ligt de grot in de Fosse Sinsin, een gigantische doline op het Massief van Boine in Han sur Lesse. Sinds enkele jaren is ze opnieuw te bereiken omdat Het Domein van de Grotten van Han de grenzen van het natuurpark verlegd heeft.
De Fosse Sinsin is nr 6 op het kaartje...
De ingang van de grot is een smal gangetje dat over een 10-tal meter verbreed werd. De tocht is er echter goed voelbaar en doet een groot vervolg vermoeden.
En dat groot vervolg zou er best wel eens kunnen zijn, gezien de ligging van de grot. De Reseau Sud (nr 7) van de Grot van Han is niet ver weg, en meer naar het ZO ligt de fameuze Père Noël (nr 3) met in het verlengde de Trou des Crevés, waar een klein deel van de Lesse in verdwijnt.

Er is met kleurproeven een verbinding vastgesteld tussen Trou des Crevés, Père Noël en de Réseau Sud...  En dan is de Fosse Sinsin uiteraard fantastisch gelegen, bovenop het ongekende deel van het systeem. SC Cascade zoekt dus al jaren naar dé grote ontdekking: een nieuwe 'onbekende en maagdelijke' tweede Père Noël, en liefst zelfs nog mooier :-).


Toen wij dus van Geert en Stijn een uitnodiging kregen om mee verder te exploreren (lees: blokken weggraven), moesten we geen twee keer nadenken!
De grot is gevormd in de wand van de doline en is eerder tektonisch van aard. Voor de afdaling naar het diepste punt heb je een beetje touwwerk te doen. De grot is verrassend ruim, en je kan er zelfs een mooi circuit in maken. Alhoewel eerder ruw van vorm, zijn er toch zeer mooi geconcrecionneerde hoekjes te zien: dat beloofd indien er een échte doorbraak kan gemaakt worden.


IMG_2745.JPG

Het verloop van de dag is simpel: zand, grind, blokjes en blokken weghalen op het diepste punt. Deze worden dan via een menselijke speleo-ketting doorgegeven naar een hoger gelegen ruime stockage-plaats. En het vordert goed! Spijtig genoeg valt de tocht halfweg de namiddag stil en is het niet meer zo duidelijk in welke richting we verder moeten. Het is tevens toch opletten geblazen want niet alles is even stabiel!


Het is al laat als we 'moe maar voldaan' uit de grot kruipen. Het zonnetje schijnt nog en het is zalig om je zo om te kleden. En na de nodige Rochefort 8° rijden we content naar huis... 
We hopen in ieder geval om in de FSS nog eens terug te komen. 
En nog veel dank aan Geert en Stijn voor de uitnodiging! Wordt vervolgd?

Zie ook:  Cascade: teamwerk

Tekst: Jos
Foto's: Krzysztof en Dagobert
Topo FSS: Stijn en Geert