dinsdag 12 januari 2021

Resultaten van geologisch onderzoek naar de ouderdom van het Systeem van de Chawresse

 In 2013 publiceerde ik het boek over het Systeem Chawresse-Veronika. In het hoofdstuk “Geologie” sprak ik over de ouderdom van de grotten in Tilff en de toen nieuwe en veelbelovende methode om via de ratio 26Al/10Be van kwartsstenen, te bepalen hoe oud een grot op zijn minst was. Ik ga het hier niet allemaal weer uitleggen, dat staat in het boek kort uitgelegd. Voor wie het boek niet heeft: hier kun je het hoofdstuk Geologie downloaden: https://tinyurl.com/yyl4aux2. (voor de geïnteresseerden: er resteren mij nog enkele exemplaren van dit boek, zowel in het Nederlands als in het Frans, stuur me een privébericht). Heel kort: de methode bepaalt hoe lang geleden een kwartskei werd afgeschermd van kosmische straling, door minstens 20 m diep onder de grond te belanden (concreet: in een grot).

Enfin, ik heb toen samengewerkt met de geoloog Gilles Rixhon en hem een aantal kwartskeien bezorgd die in de diverse grotten van de vallei werden verzameld. De resultaten daarvan konden niet meer in mijn boek worden verwerkt. Het onderzoek is zeer complex, heel duur en tijdrovend. Pas nu publiceert Gilles samen met zijn medewerkers de resultaten in dit magistrale artikel: https://tinyurl.com/y4ehb22z

Het is geen gemakkelijke lectuur maar bijzonder interessant, en ik ben blij er mijn steentje aan te hebben kunnen bijdragen. Eén van hun conclusies is dat er 390.000 jaar geleden een aanzienlijke versnelling kwam in de incisiesnelheid van de Ardeense rivieren, en wel met een factor 5x. Maar wat ons vooral interesseert is natuurlijk de datering van die keien. In het kort: Veronika, +/- 470.000 jaar. Sainte-Anne: varieert van 240.000 tot 940.000 jaar. Manants: van 1.100.000 tot 1.800.000 jaar. Dit laatste is bijzonder oud en vooral vreemd, aangezien de keien uit galerijen komen die tot wel 50-60 m lager liggen dan die in Veronika, en dus in principe geologisch heel veel jonger zijn. De auteur probeert er een verklaring voor te geven in zijn artikel. De verrassing was een steen in Trou Victor, de hoogst gelegen (en oudste) chantoir; die bleek liefst 3.280.000 jaar geleden ondergronds te zijn beland. Hieruit durft de auteur zelfs te veronderstellen dat de incisie van de Ardeense rivieren, vroeger begon dan tot nu toe aangenomen werd.

In de marge werden ook nog 2 stenen uit de Chantoir des Fagnoules onderzocht (van bij Siphon Moche). Een was 496.000, de andere 966.000 jaar geleden in de grot beland. Voor alle duidelijkheid: dit betekent dat de origine van die grot, teruggaat tot minstens +/- 1.000.000 jaar geleden.

PS: de methode heeft ook haar beperkingen, doordat stenen doorheen een grot reizen: ze worden meegespoeld door het water en geraken dieper en dieper al naargelang de grot in de diepte ontstaat. Het is dus niet zo dat men daarmee de minimale ouderdom van een bepaalde galerij of etage kan aantonen. In het geval van de Manants is het duidelijk dat die stenen, die geheel beneden in de grot werden verzameld, zich al onder de grond bevonden (in een embryonale Manants, of een opgevulde doline) nog voor die diep gelegen galerijen bestonden.

zondag 27 december 2020

De vierde reeks expedities naar Vannon en Rigotte (2020)

We hebben dit jaar 6 expedities achter de rug. We hadden er meer gepland, maar spijtig genoeg besliste Covid 19 er anders over. Nochtans mogen de resultaten er zijn en kunnen we tevreden terugblikken op het jaar 2020.

Het verslag van onze exploraties vind je hier: De expedities naar Vannon en Rigotte in 2020

De ondergrondse Rigotte in crue (foto: Stijn)

De vorige verslagen kan je nog steeds bekijken op:

Eerste reeks: De eerste reeks expedities

Tweede reeks: De tweede reeks (2018)

Derde reeks: De derde reeks (2019)

Veel lees- en kijkplezier,

Jos



 

zaterdag 12 december 2020

Réseau des Confinés in Grotte Norbert

In 2006 vond ik een klein maar hevig tochtend gaatje in Xhignesse (Hamoir). Ik groef het open met Frank, we ontdekten een klein grotje waarin alles gauw te nauw werd: de Grotte Norbert. Grote werken volgden en een keer of 14 gingen we (Jos, Paul, Annette, Dagobert, Frank, Michaëla) daar werken tot een gebrek aan stockageruimte en de uiterst nauwe spleetjes waarop alles eindigde, ons deden opgeven (ons blog bestond toe nog niet, dus er is vrijwel niks over gepubliceerd). Het laatste wapenfeit dateerde van 2008 (desob van Paul & Mich).

Enkele weken geleden wilde ik een artikel afronden over onze exploraties op het massief van Xhignesse, en in dat verband gingen we toch eens de Norbert herbekijken. Het bleek het begin van een verrassende exploratie. Wegens de Coronarestricties bleef heel het gebeuren beperkt tot het duo Paul en Annette. 

1/11/2020:  Na een pauze van12 jaar bekijken Paul en Annette de Norbert opnieuw. De grot blaast als de hel, er is buiten dan ook erg veel wind, maar wel heel zacht weer (16-17°C). Merkwaardig toch, normaal zou ze moeten aanzuigen nu. We onderzoeken elke terminus en ik meet de temperatuur. De Puits Klojo blaast tocht die 1° C frisser is dan al de rest. Er is hier zeker te werken, zicht op een mini-horizontaal niveau. Ook het diepste punt van de grot blijft interessant, ik stopte hier destijds met Michaëla omdat er niet verder te ploppen viel, alles was supersmal en gebarsten. Maar je ziet wel verder, tussen de concreties.

Tot slot bekijken we de instortingzone boven de Puits Klojo. Ik maakte die zone destijds open en metselde toen steunblokken onder een enorm blok dat gewoon “hangt”. Maar verderop is het overal te smal. Maar ditmaal zag Annette een spleetje omlaag, stenen vielen er 3-4 m diep. Gelukkig had ik Hiltipatronen bij en de percuteur en daarmee is dan 3 u lang gewerkt, ging al bij al redelijk. Finaal hadden we zicht op een nauwe put. Maar om erin te geraken is nog veel plopwerk nodig!

Zicht omlaag in het nauwe putje

8/11/2020:  Een dagje Hamoir met topo van de Boyau Dépri in de D3, Effe gauw herbekijken en temperatuurmeting in de A114, maar vooral eerst nog een ontbrekend stukje topograferen en stevig verder ploppen in de Norbert. We hebben de toegang tot het putje bijna open, en het lijkt beneden mogelijk penetrabel.

12/11/2020:  Hoera, we zijn vandaag na een hele dag werken in het (erg nauwe) putje geraakt. Het ging nog niet vanzelf, er is nog veel geplopt! Het was al 17 u voorbij, tegen dan zagen we al bont en blauw (slopende grot). En tot onze vreugde liep het beneden niet dood maar was er een horizontaal niveau, heel grotachtig. In minstens 4 richtingen is een vervolg zichtbaar. Een hoge meander kan een meter of 4-5 worden opgeklommen tot onder een plafond, langs daar is er niet veel hoop. Het interessantste is een klein gat in de vloer waarin stenen erg diep vallen.  

Annette daalt de nauwe put af (P3)

15/11/2020:  Na een mountainbiketochtje van 3 u met Jack, op een drafje naar Xhignesse waar we rond 13u30 arriveerden. Het was buiten heel hard aan het waaien (tot 80 km/u) en de grot blies weer enorm. Gauw naar de plaats van de actie. Eerst de bovenkant van het putje nog verbreed. Daarna omlaag waar we een keuze moesten maken welke plaats we aanvielen: het werd het kleine gat in de vloer. Om beurten aan gegraven en diverse blokken moeten percuteren. Onze stockageruimte was al gauw vrijwel opgesoupeerd. Intussen had ik ook al gezien dat we ons idee om te topograferen wel konden vergeten, want er bleek geen potlood meer in de toposet te zitten.  Na ongeveer 2-3 u werk geraakte Annette erdoor; en na nog wat gedoe kon ik ook volgen. Erachter, dwarsgang met rechts een diepe kloof, te nauw voor het moment. Maar links kon je verder tot een kruispunt. Met wat graven konden we daar rechtsaf, grotere gang, met concreties en vooral veel bloemkooltjes. Zelfs een nestje grotparels! We konden hier zowaar rechtstaan. 5 meter verder, haakse bocht naar rechts en daar kwamen we in een heel hoge diaklaze, niet erg breed, heel gecorrodeerd en vol scherpe "bloemkooltjes": een Texairkiller! Ook hier geraak je je 5-6 m verder, met nog een splitsing links en een nauw stuk rechtdoor.

Hoera, het loopt verder!

Naar Norbertnormen is het nieuwe stuk erg ruim!

Terug naar ons beginpunt, waar we nog enkele omhooglopende gangen deden en een andere evenwijdig gangetje. Op diverse plekken zie je nog verder, mits wat werk. We schatten toch wel 50 m te hebben bijgevonden! Het was al tegen 19 u dus gauw naar buiten. Wordt vervolgd!


21/11/2020 Uiteraard weer naar de Norbert met Annette om onze “Réseau des Confinés” te topograferen. Daar bleek veel meer werk in te kruipen dan gedacht en eenvoudig was het al evenmin om al die nauwe pijpjes te tekenen en te meten! In feite waren we vrijwel heel de dag bezig, liefst 60 metingen voor in totaal wel 130 m! Dus onze ontdekking is belangrijker dan eerst ingeschat. En er zijn nog diverse mogelijkheden. De grote diaklaas achteraan bleek van diepste tot hoogste punt 15 m hoog te zijn! Dat diepste punt is echter (nog) niet bereikbaar want te smal. In die diaklaas konden we wel de herkomst van de tocht terugvinden, een soort zijgang die desobstrueerbaar lijkt. Ik heb ook de nauwe put verbreed met Hiltipatronen, aan het begin van onze réseau. Uit die put komt het merendeel van de tocht en op zicht gaat hij flink diep en ruim genoeg verder. Maar een zijkant ervan is een losgebarsten rotsplaat van 40 cm dik en 2 m hoog. Ik ben er wel voorzichtig omlaag voorbijgeschoven, maar 3 m lager toch teveel schrik gekregen en rap weer naar boven gewroet! Dat moet echt nog breder en mogelijk gestut worden. Maar heel benieuwd wat er daaronder is!  (NB: de put heeft later de naam "Oubliette" gekregen, de vergeetput dus). Buiten om 18:15 na een lange en slopende dag.



28/11/2020 Poco pech in de Grotte Norbert…

Gisteren weer een zware werkdag (P&A). De Réseau des Confinés is echt geen cadeau, overal smal en scherp. Enfin, hoofdzakelijk heel de dag bezig geweest met op verschillende plaatsen de zaak te verbreden in het licht van toekomstige zwaardere werken. Eén van de interessantste plekken is die nauwe "Oubliette". Intussen zijn de eerste 3 m verbreed zodat je daar +/- af kan, maar daar vernauwt het jammer genoeg sterk: een spleet van hooguit 20-25 cm breed. Maar die gaat heel diep: nog 7,5 m volgens de Disto. Dit is het diepste punt van heel de grot, straffer nog: van heel het massief want we zitten daar lager dan de diepste punten van de Gr. Danièle en zelfs Gr. Michelle. Tot zover het positieve nieuws. Het slechte nieuws nu: door het gebrek aan plaats waardoor je boven op alle materiaal ligt te rollen, doordat alles er schuin afloopt naar die put toe, is een potje weggerold, en de dieperik ingegaan. Daarin zat de CO-meter. Die zijn we dus (weer) kwijt. Recuperatie lijkt vrijwel onmogelijk. Gelukkig was het apparaat al 5 jaar oud, vrijwel einde leven dus (de sensors gaan in principe maar maximaal 5 jaar mee).


Het begin van de put waarin de CO-meter verloren ging. Eronder daalt het nog minstens 7,5 m

Murphy had nog meer in petto: daarna hebben we aan de grote diaklase gewerkt. Die gaat 6 m diep en de eerste 2 ervan kan je nipt passeren, dan is het te smal over 2 m, beneden lijkt het ruim genoeg. Daar valt goed aan te werken. Enfin, tijdens een plop is een groot blok omlaag gedonderd, dat pakte op zijn val een kitzak mee en samen zijn ze die spleet ingevallen. In die kitzak zat o.m. de boormachine. Ons hart stond stil maar gelukkig was de kitzak 3 m dieper blijven steken en heeft Annette hem nog kunnen recupereren.  Daarna hebben we nog 2 uur geworsteld en gewroet om een groot blok te elimineren en dan was het 18 u en was ons vat echt wel af. Slopend grotje.

6/12/2020  Paul solo,  een uur lang bezig geweest met een groot blok klein te meppen dat onderaan ons putje van 3 m, de toegang tot “iets” verspert. Finaal er net niet doorgeraakt, maar je ziet in een ruimte van enkele meters lang en hoog. Kortom stockageruimte voor onze toekomstige plopwerken (en wie weet is er daar nog wel een interessant vervolg te vinden ook).

Daarna bovenaan die P3, 3 gaten geboord en een stevige plop gezet, zodat het daar hopelijk nu wat menselijker is. Want tot nu toe was het daar wreed nauw en met een kitzak kon je er amper uit geraken. 

11/12/2020 Namiddagje in de Norbert. De plop in de P3 was super gelukt, grote berg puin dus. Eerst beneden de toegang tot het nieuwe “iets” van vorige week opengemaakt (percutage van groot blok). Tot ons plezier was het erachter groter dan we hadden durven hopen, waardoor we eindelijk een oplossing hadden om alle puin te stockeren van de plopwerken van de voorbije weken en dat onze bewegingsruimte vrijwel had opgesoupeerd.

Bovendien kunnen we nu al eens iets wegleggen of een kitzak leegmaken, zonder risico dat het in de vergeetput valt (l'Oubliette) want werkelijk alles dat je vanaf het begin van onze ontdekking (bovenaan de P3 dus!) tot 10 m ver erin neerlegt, rolt onherroepelijk in die trechtervormige vergeetput.

Nadat alle puin netjes was verlegd, volgde een grondige inspectie en topo van het nieuwe “zaaltje”. Wat concreties, heel erg veel bloemkooltjes en dus uiterst pijnlijk om op rond te kruipen. Alles bij elkaar topografeerden we 14 m. Een te lage gang vertrok oostwaarts en die hadden we de vorige weken al in het vizier gekregen vanaf een andere plek in ons nieuwe réseau. Die moesten we dus al niet meer openmaken, dat verbindt gewoon.


Het nieuwe zaaltje

Een andere spleet vertrok westwaarts, je zag 3 m ver en met veel tocht. Omdat het mij leek dat ze in de richting ging van het oorspronkelijke deel van de grot, is Annette rond gegaan. Voor wie de Norbert kent: dus terug naar begin, de schuine pijp omlaag, dan daar de volledige geplopte horizontale gang waar we in 2007 heel hard aan gewerkt hadden. Laatste werkdag was februari 2007 (Paul en Michaëla) waar we toen de handschoen in de ring hebben geworpen wegens alles uiterst smal en de gefractureerde rots.

Wel, het heeft nu geen 5 minuten geduurd of ik kon praten met Annette, wel niet in die 3 m lange spleet, maar enkele meters meer opzij. En nog wat later zag ik haar licht, en tenslotte haar hand doorheen een klein gaatje! Kortom: hadden we in 2007 daar nog 1 à 2 keer verder gewerkt, dan was al onze werk toen al beloond geworden en was de réseau des Confinés toen al ontdekt!  En dus, heel die oorspronkelijke tak van de grot daar moeten we niet aan verder doen. En de hevige tocht die destijds onze leidraad was… die komt gewoon van het réseau  des Confinés 2020.  

We denken zelfs nog een deur te kunnen sluiten: een groot deel van de tocht in de grot komt van de Puits Klojo. Wel, volgens de topo, zou ook die kunnen verbinden met het nieuwe stukje dat we gisteren vonden. Volgende keer gaan we daar zeker ook eens proberen of we elkaar kunnen horen of zien.

Uitsnede uit de toposynthèse van Xhignesse. Het stukje dat we op 11/12 vonden, staat in het groen


Verder hebben we nog een paar pogingen gedaan om te filmen (met een smartphone aan een touw) in de uiterst nauwe spleet (l'Oubliette) waar enkele weken geleden de CO-meter is ingevallen. Dat is niet gelukt, de telefoon bleef in de helft al steken en geraakte dus niet tot geheel beneden. In de andere diepe spleet (de Grande Diaclase) is dat wel gelukt, en het ziet ernaar uit dat er daaronder toch een mogelijk vervolg is. Wordt vervolgd. 

Uit de topo blijkt dat de hele grot nu bijna 150 m ontwikkeling telt, er is dus 100 m bijgekomen sedert we er in 2008 een punt achter zetten...

woensdag 2 december 2020

Maak zelf een plasgoot

 Zijn vrouwen even goede (of betere) speleologen of bergbeklimmers dan mannen? Ik laat het antwoord in het midden maar in alle objectiviteit: wij mannen zijn op één punt toch bevoordeeld. Wij kunnen bijna overal plassen. Zonder ons te moeten uitkleden. Rechtopstaand. In een fles als het moet. Vrouwen daarentegen kunnen dat niet, en vooral bij sporten waarbij men kledij uit één stuk draagt, is dat een probleem. En bij speleo (en vaak ook klimmen of ski) dragen we een eendelig buitenpak én een eendelig onderpak.  Dames moeten zich vrijwel totaal uitkleden om te plassen, en dat is in het koude ondergronds milieu, of boven op een besneeuwde bergtop, niet prettig.

Gelukkig is in het buitensportmilieu al lang geleden een handig hulpstukje uitgevonden: de plastuit of plasgoot (in het frans “pisse-debout” ) die je in de handel kan kopen (zie bv https://www.bol.com/nl/l/plastuitjes/N/30459/). Daarmee kunnen de dames zowaar rechtopstaand plassen, mits wat oefening. Sommige speleo’s knutselden er zelf eentje van een lege fles detergent (zie bv de “Zigounennette”: http://scof.eu/blog/wp-content/uploads/2016/01/zigounenette.pdf) maar die bleken niet erg comfortabel en gingen gauw stuk. En het moet niet enkel comfortabel zijn, maar ook sterk want speleo’s krijgen alles kapot! Zo’n ding moet in een grot gewoon aan je gordel kunnen hangen!

Nu bleken veel van de in de handel verkrijgbare modellen toch niet zo handig. Resultaat: natte broek.

Mijn echtgenote Annette, ervaringsdeskundige, maakte zelf in de loop der jaren diverse modellen van PVC-buis. Deze waren geïnspireerd op de "Freelax" die enkele decennia geleden te koop was in de Vieux Campeur (en nu zowaar nog op Bol.com voor 18 €). 



Al meer dan 30 jaar vervullen die zelfgemaakte dingen diverse malen per week hun dienst. De constructie was evenwel wat lastig want vereiste het modelleren van een stuk PVC en er bleef een naad die moest afgedicht worden. Dat kon sneller en eenvoudiger, meende ik. Hieronder dus het stappenplan voor de constructie van een goedkope, zeer efficiënte en sterke plasgoot. Zelfs iemand met twee linkerhanden moet dit in een kwartiertje kunnen maken!  

Benodigheden

  • Grijze afvoerbuis 50 mm diameter (koop geen afvoerbuis voor regenwater, die hebben een te dunne wand en zijn te zwak!).
  • lijm voor hard PVC
  • 1 bocht 50 mm diameter  90° liefst met een zijde vrouwelijk, 1 zijde mannelijk (mof).

Gereedschap

  • Fijne zaag (ijzerzaag) of slijpmachine met dunne snijschijf en schuurschijf
  • Schuurpapier grof en fijn, eventueel een vijl
  • Gasbrander, heb je dat niet:  gasfornuis.

Werkwijze

Zaag een stukje buis van 15 cm lang af. 

Twee mogelijkheden nu: 

De quick & dirty-manier: lijm er de haakse bocht op, met de mannelijke mof OVER de buis geschoven. Maar omdat de mof dikker is dan de buis zelf, ga je aldus een randje hebben. Geen drama (en je kan dat met schuurpapier afronden) maar de vrouwelijke anatomie is delicaat, dus: dat kan beter.

Het alternatief  is om de vrouwelijke zijde van de bocht (die kleiner is van diameter is) IN de buis lijmen. Dat gaat natuurlijk niet zomaar: je moet daarvoor het uiteinde van de buis verbreden, door het te verwarmen over zowat 5 cm. Dat moet je langzaam doen! Draai de buis voortdurend rond in de hitte van de vlam,  en ver genoeg ervandaan. Als de buis bruin wordt, zit je te dichtbij. Na enkele minuten is het PVC voldoende plastisch geworden om er de buis in te steken. Terwijl de zaak weer afkoelt, draai je de bocht wat rond zodat hij niet komt vast te zitten. Van zodra dat te stroef begint te gaan, haal je de bocht er weer uit. Smeer hem in met lijm en stop hem in de buis.


Nu moet je de bovenkant van de buis er overlangs afzagen. Schuin naar de punt toe dus. Teken het best eerst af met een stift. Met de slijpschijf duurt dat 10 seconden, met de ijzerzaag een minuutje. Maak de goot niet te laag, want ze mag tijdens het gebruik niet overlopen !

Vervolgens de rafelige zaagsnede mooi bijwerken. Ofwel machinaal met een schuurschijf, ofwel met vijl en schuurpapier. Rond de rand goed af.

Dan gaan we de plasgoot modelleren. Blaas ze over heel de lengte warm met de gasbrander (de bocht zelf, het "opvangkuipje", hoeft niet). Ook hier weer: neem je tijd, en verhit vooral het gelijmde stuk goed want daar is het PVC tweemaal zo dik. Heb je geen gasbrander: je kan het ook in de oven steken op 170° en dat hoeft echt niet lang te duren of het wordt pudding.

Doe handschoenen aan zodat je je vingers niet verbrandt en  geef de goot het gewenste model. Dat is echt niet moeilijk. Zorg dat het uiteinde goed smal wordt (1 cm) want dan kan je ermee in een fles plassen ook.  De kant van de bocht, de opvangplaats dus,  moet dan weer voldoende ruim blijven. Het waarom zal madame wel merken wanneer het te smal is gemaakt.

Het PVC koelt snel af en het kan zijn dat de vorm nog niet goed is. Geen probleem: gewoon opnieuw verwarmen en herbeginnen.


Voorlaatste stap is de goot nog wat verder met snijschijf of zaag bij te werken zodat de punt mooi schuin toeloopt en afgerond is.

Finaal werk je de zaak nog wat af met fijn schuurpapier. De perfectionisten kunnen ze nog met een polijstschijf opblinken, dat heb ik niet gedaan. 't Is maar om in te plassen hé. 



Succes!

vrijdag 21 augustus 2020

Grot voor een week

De noodexploratie van “La Grotte Ephémère”

Het voorbije weekend was er een om niet gauw te vergeten. Dat zat zo: in de steengroeve van Préalle (Heyd/Aisne) was vorige week een gat vrijgekomen, op 20 m hoog in het “front de taille” zoals dat heet. Een oplettende speleoloog die in de buurt woont, had dat opgemerkt. Frits was er in de loop van de week al gauw solo ingekropen, in shorts, en in een grote zaal terechtgekomen. Na een snelle explo was zijn conclusie dat het veelbelovend was !

De ingang is van ver zichtbaar

Deze groeve heeft in haar lange geschiedenis al diverse grotten doen verdwijnen, waaronder de ruime Grotte de la Nouvelle Carrière d’Aisne (zie de Atlas des Grottes de Belgique Tome 2 van P. Vandersleyen) of de archeologisch waardevolle Grottes de Préalle I en II.  Om het verlies van een nieuwe site te voorkomen, zonder dat er enige voorafgaandelijke studie is gebeurd (naar archeologisch of mineralogische belang) is er sedert enkele jaren een conventie tussen CWEPSS en de uitbaters dat in zo’n geval de speleo’s de kans krijgen om de zaak te exploreren. Zo’n noodexploratie kan maximaal 6 dagen duren, daarna gaat de groeve in principe verder met haar werk, tenzij tijdens het onderzoek zeer sterke argumenten zijn gevonden om nog te wachten.  In dit geval waren alle gaten al geboord om heel de bank waarin zich de grot deels bevindt, de week nadien te doen springen.

Hieronder lig een deel van de grot. De gaten zijn al geboord (15 à 20 m diep) voor de volgende explosie.

Het was dus duidelijk: hier viel geen tijd te verliezen, we hadden 3 dagen; dit werd een race tegen de klok! In enkele tochten moesten we doen wat we doorgaans over meerdere maanden spreiden: exploratie - eventueel desobstructie - topografie - fotografie en andere onderzoek. 

Onze vrienden van de GRSC waren zo sympathiek om ons in deze zaak te betrekken (dank jullie!). Aldus werd haastig een "équipe de choc" verzameld : de 5 anciens van de ploeg (Pol, Patrice, Jack, Annette en Paul) cumuleerden samen om en bij de 230 jaar aan speleocarrière, die vrijwel uitsluitend uit exploratiespeleo bestond! Aangevuld met twee jongere speleo's die hun kunnen al meermaals hadden bewezen (Frits en Hans), was het duidelijk: we gingen er een lap op geven!

Vrijdagavond 14/8: topo van de grote zaal

Gauw-gauw topomateriaal en wat ander spul bij elkaar gezocht, een minimum aan fotomateriaal en naar de groeve gereden.  Vanavond waren we met  5:  van GRSC Pol Xhaard, Patrice Dumoulin en Frits van der Werff, en van Avalon Hans Verhulst en Paul De Bie.

We benaderen de ingang van opzij

Het gat was vrij groot en opende zich bovenaan een instabiele puinberg. We equipeerden een looplijn zodat we het langs boven konden benaderen. Een klein zaaltje (met wat concreties) en daarna een verticale klim van 4 m, waarin een laddertje werd gehangen, gevolgd door een wat lastige kruipgang die boven een diep gat uitkwam: een put van 4 m. Die moest in oppo worden overgestoken, voorwaar eerder tricky! 

de ingang

En dan kwam je dus in die verrassend grote zaal, die zowat 22 x 15 m was en hier en daar wel 8 m hoog. Spaarzaam geconcretioneerd, met een gigantisch blok dat vol boorstof lag: blijkbaar was een van de boorgaten al doorheen het plafond gegaan. Sommige blokken waren duidelijk recent uit het plafond gevallen als gevolg van eerdere explosies.

De grote zaal van boven naar omlaag gezien

De grote zaal van onder naar boven gezien

Eerste prioriteit was het fotograferen van de zaal, zodat er tenminste enkele goede beelden van waren vooraleer ze verdween. Daarna zochten we alles grondig af en in de bovenhoek werd een vervolg gevonden waar Frits en Hans aan de slag gingen. Intussen begon ik met Pol de topo te maken. We sloten de avond af met zicht op een uit te graven gangetje waaruit een goede tocht blies… Buiten was de duisternis intussen ingevallen.

Die avond werkte ik de topo al provisoir uit want morgen hadden we eerste werk een vergadering met de mensen van de steengroeve, die zich vooral zorgen maken over de veiligheid want een holte van +/- 2000 m3 die hier en daar de oppervlakte nadert tot op 6 m, maakte hen heel ongerust. Zij rijden daar met graafmachines of dumpers rond van wel 65 ton. En hun dynamitage van volgende dinsdag van een nieuwe “trap” van zowat 50 x 20 x 25 m zou een onverwachte instabiliteit kunnen veroorzaken, omdat de grot zich half onder hun werkterrein bevond en half onder de 30 m hoge rotswand ernaast.  Dus die mensen wilden tot op de decimeter weten wààr die zaal zich juist bevond en waren wat blij dat wij dat hen konden vertellen!

Zaterdag 15/8: ontdekking van een tweede zaal

Nadat hun geoloog met een uiterst precieze GPS een topopunt had gezet waarmee we onze topo van de grot tot op de millimeter konden positioneren op de kaarten van de steengroeve, kropen Frits en Paul de grot in. Uiteraard om het tochtend gangetje uit te graven. Dat lukte vrij goed, hoewel het 7 m lang was! In de verte zagen we een uitnodigend zwart gat, maar er vlak voor zat een venijnige dubbele etroiture waarin ik – nog maar eens-  een rib heb gekneusd.  Frits volgde mij, en had het even lastig in die vernauwing als ik! Eerste werk de zaak breder gemept vanaf de andere kant, wat mij al wat gerust stelde voor de terugkeer met een gekraakte rib.

het uitgegraven gangetje

Afdaling in oppo van een P7 en snelle explo van een heel mooi geconcretioneerde zaal met veel witte druipsteen, gordijnen en stalactietjes (Salle Délicate).  Wegens mijn ribkwetsuur én het late uur, hielden we het gauw voor bekeken. Maar het was duidelijk dat we nog eens moesten terugkomen, het was al tegen 19 u en er was geen tijd meer voor de topo of foto’s. En hoog in het plafond zagen we een mogelijk vervolg!


vele mooie concreties in de Salle Délicate


Zondag 16/8: verdere explo en topo

Voor mij was wegens de ribblessure verder exploreren niet mogelijk. Tijd dus om 2 andere zware kanonnen in de strijd te werpen: Annette Van Houtte die de topo zou verderzetten en Jack London om de foto’s voor zijn rekening te nemen en bij te staan waar nodig. En uiteraard onvermoeibare Frits,  om naar dat gat in het plafond te klimmen. Ze waren daar een hele dag mee bezig. De klim in het dak leverde niks op, maar er werden twee andere mogelijkheden gevonden met flinke tocht. En Jack bracht een schat aan fotografisch documentatiemateriaal mee.





Hans en Paul deden toch nog iets : een ander grotje (trou souffleur) in de groeve opengemaakt, héél voorzichtig en niet echt doorgezet vanwege zere ribben (ook Hans wist ervan na zijn avontuur van vrijdag). 10 m ver geraakt, veel tocht en wat concreties. Mochten we al niet ergens een Trou des Côtes hebben, dan zou dit dé naam zijn geworden…

10 m première in de trou souffleur

Maandag 17/8 en verder : administratie

Daarmee was het avontuur nog niet gedaan. Er moesten topo’s worden uitgetekend en rapporten gemaakt en dit alles in nauw overleg met Pol en de Cwepss. De hele maandagmiddag en een grot deel van de dinsdag gingen daaraan op. Ik werkte de topo's uit, Pol Xhaard nam de verslaggeving voor zijn rekening wat in een mooi verslag resulteerde waarin het werk van alle ploegen aan bod kwam.  Intussen was er ook een consensus over de naam van de grot: la Grotte Ephémère.  Dat betekent: vluchtig, kortstondig, iets van één dag. Stilletjes hoopten we allemaal wel dat het leven van deze grot wat langer zou duren dan dat!



Nabeschouwing

Daarmee eindigde deze bijzondere “noodexploratie”. Balans: we hebben een mooie grot van +/ - 200 m lang kunnen exploreren, met een zaal van niet-alledaagse afmetingen en dat alles hebben we nog kunnen topograferen, fotograferen en documenteren. Voorwaar een zeer belangrijke taak, wetende dat binnen enkele dagen de toegang tot de grot voorgoed onmogelijk zal worden, en ze binnen enkele weken in de breekmolens zal vermalen worden. Zonder onze foto’s en topo’s zou de grot echt totaal verdwijnen  maar nu zal er dan toch "iets" tastbaars resteren. En natuurlijk zijn er 5 mensen die onuitwisbare herinneringen zullen hebben aan deze mooie grot.

We hebben onze verantwoordelijkheid ten volle genomen en deze actie is een schoolvoorbeeld van goede samenwerking tussen speleologen (twee clubs GRSC/Avalon), de Cwepss en de uitbaters van een steengroeve. En tja, wat kunnen we de steengroeve verwijten? Zonder hun werk zouden we zelfs niet geweten hebben dat die grot er was. En jammer genoeg ligt de grot nu net in de richting waarin de groeve zich nu uitbreidt…

Het was toch ook wel wat een rare zaak voor ons, met gemengde gevoelens: als eerste mens ooit iets moois ontdekken, dat hebben we al heel vaak gedaan. Maar deze keer was het niet met de wetenschap dat we het aan onze vrienden zouden kunnen tonen, wel dat we de eerste en laatste mensen ooit waren die dit natuurwonder zagen. En ook raar: witte concreties ontdekken en je geen zorgen moeten maken in proper houden, balisage enz.  Je zou ze eigenlijk gewoon kunnen afbreken en in je kitzak meenemen 😊. Dat hebben we niet gedaan, we hebben hetzelfde respect voor de omgeving aan de dag gelegd als anders. Het bloed kruipt waar het niet kan gaan. 

PS: Woensdagavond volgde een leuke verrassing: de groeve had besloten de geplande dynamitage enkele weken uit te stellen, om onze topogegevens grondig te kunnen bestuderen en verwerken en het dynamitageschema te herberekenen. We hopen dat dit ons de kans zal geven om de exploratie nog even verder te zetten.

Paul De Bie

WAARSCHUWING: de groeve is een afgesloten privéterrein, met bewaking. Het is totaal verboden zich zonder toelating in de groeve te begeven, en bovendien is het zeer gevaarlijk. Gelieve de goede relaties met de uitbaters van de groeve niet te schaden door clandestiene bezoeken!


vrijdag 7 augustus 2020

De 27ste expeditie naar het grensgebied van de Haute Marne en Haute Saône. (24/07 tot 02/08/2020)



Tijdens de 27ste expeditie zijn we een week lang met 11 speleo's neergestreken in Fouvent-le-Bas, waar we ons ondertussen al 5 jaar lang ontfermen over de ondergrondse systemen van de Vannon en Rigotte.
Het team, bestond uit 6 duikers en 5 droge speleo’s, en voor het eerst konden we ook rekenen op een biospeleo-duikster.
De Rigotte kreeg dit keer het leeuwendeel van onze aandacht, deels omdat dit project ook voor niet-duikers mogelijkheden biedt.
De 'vaste' ladder naar de modderige 'Jonction du Scarabée' (foto: Jos)
Een eerste groot wapenfeit van de groep is de realisatie van een nieuwe ingang aan het systeem. Via de grot D40 ofwel de Grotte de Fouvent, kunnen vanaf nu ook niet duikers kennis maken met de ondergrondse rivier over een afstand van ongeveer (600)m, aan beide zijden omgeven door een sifon. En alhoewel de verbinding, de Jonction du Scarabée, zeer modderig is, werd deze toegang de ganse week gebruikt door de droge speleo's én de duikers.
Hierdoor kregen we tevens ook de kans om in dit deel van de grot enkele verfijnde foto’s te nemen.

Prachtige galerijen en erosievormen. (foto: Stijn)
De grot behoort nu tot de langste grotten van de Haute Saône. We hebben ook tijdens deze expé heel wat première kunnen doen. Er zijn daarbij nog honderden meters te topograferen vervolg en tevens enkele galerijen met een zeer interessant open einde.
Het is ons duidelijk dat een nieuwe droge ingang tussen de twee volgende sifons niet ondenkbaar is. Dan is het ook voor niet duikers mogelijk om gans het systeem te bezoeken!
De imposante Salle du Mont Champot (foto's: Stijn)

Er is van beide kanten actief gezocht, gegraven, gedoken en getopografeerd. We hebben hierdoor enkele vraagtekens kunnen wegwerken, maar er kwamen er ook verschillende in de plaats.
Een voorbeeld is de exploratie en topografie van de 'Gouffre de Côte de Bague' die we als een grote kanshebber zagen om met het systeem te kunnen verbinden, maar deze piste kunnen we nu wel sluiten.
De Gouffre de la Côte de Bague: geen doorkomen aan! (foto: Erik)
Na een grondige prospectie boven de ondergrondse loop van de Rigotte werden enkele interessante mogelijkheden gevonden. Twee graafprojecten werden hier dadelijk opgestart, waarvan één de hoogste prioriteit zal krijgen bij een volgende expeditie.
De imposante galerij voor de 'Salle du Mont Champot'. (foto: Stijn) 
Ook beginnen we stilaan te dromen van een volledige doorsteek, want momenteel is al meer dan de helft van het traject tussen perte en resurgentie geëxploreerd en in kaart gebracht.
Deze droge zomer was voor ons ook hét moment om de perte te herbekijken. Dit is een grot van ruim 400m lang die heel vaak ontoegankelijk is door de vele takken die meespoelen in de ingang. We hadden geluk dit jaar! We konden ons voor het eerst een weg banen doorheen de enorme houtprop in de ingangszone en duikmateriaal tot aan de maagdelijke eindsifon brengen voor één duiker. Deze beoordeelde de sifon als 'doenbaar'. Dit is werk voor een volgende expé.

De traversée over de S4 (foto: Stijn)
Onterecht stond de Vannon in de schaduw. Toch hebben enkele duikers de tijd gevonden om in de lange eerste sifon verschillende passages te verlengen. Dit resulteerde in twee nieuwe doorgangen, en ongeveer 100m nieuwe lijn. Eén ervan is een parallel aan de hoofdgang, en een tweede is een vervolg van een volledig nieuwe rivier, zich situerend onder de droge vallei van de Vannon.

Zeker is dat deze grotten ons nog vaak zullen verwonderen.
Het moet een fantastische architect zijn die zoiets kan bedenken!

Deelnemers:

Duikploeg: Herman, Stijn, Geert, Claire, Gauthier, Tom
Droge speleo's: Erik, Michaëla, Jos, Peter, Dagobert
(SC Cascade, SC Avalon, CRSOA, Spekul)

Het team (foto: Dagobert)


Tekst: Stijn en Jos