woensdag 20 februari 2019

De ' Journées de Spéléologie Scientifique 2018'



Een nogal laattijdig verslagje van een zeer interessante tweedaagse.

De wetenschappelijke dagen van de Speleologie gingen zoals gewoonlijk door in Han sur Lesse, dit jaar op zaterdag 17 en zondag 18 november 2018.

Op zaterdag worden er traditioneel heel wat voordrachten gegeven. De ene voordracht was al beter dan de andere, maar ze zijn allemaal zonder uitzondering leerrijk... als ge kunt volgen tenminste.
Naast de voordrachten kan je je elk jaar opnieuw vergapen aan de boekenstands, en voor een boekenwurm zoals ik is dat altijd een verscheurende tweestrijd: koop ik dat boek, of toch maar niet...
Meestal verlies ik de strijd en ga ik naar huis met (uiteraard) zeer 'diep'gaande literatuur.

Zondag stond er een bezoek aan de Grotte de Pont d'Arcole op het programma, onder leiding van Yves Quinif en Sofie Verheyden. Zo'n gelegenheid mag je niet laten voorbijgaan!
Vooraf kregen we een theoretische uitleg in de ontvangstruimte/cantine van de grot.


Omdat we met velen waren, werden we voor het bezoek aan de grot in twee groepen verdeeld.
Alhoewel de grot niet erg uitgestrekt is, zijn er her en der toch mooie concreties te zien. Als toerist mag je trouwens op je eentje doorheen de grot wandelen en blijkbaar blijven die toeristen redelijk goed met hun pollen van de concreties!



We krijgen op verschillende plaatsen in de grot een interessante geologische uitleg over het ontstaan van de grot en de afwisseling van opvulling en terug open-eroderen van de gangen. Yves heeft er zelfs een 'persoonlijke' put gegraven in het sediment om de verschillende afgezette klei, grind en zandlagen te kunnen bestuderen.



In de namiddag werden dan heel wat karstfenomenen in de regio bezocht, waaronder La Résurgence du Tahaut (of ook Fontaine de Tahaut), waarin onze vrienden Geert en Stijn van Cascade verder aan het exploreren zijn.

Ook de Carrière de Gérin en de Trou de l’Homme werd bezocht. In de wand van de carrière zijn fossielen zichtbaar van wat waarschijnlijk een mangrove-bos moet geweest zijn. Zeer spectaculair
en voor mij totaal nieuw! Daarnaast ook enkele verdwijnpunten op het plateau.




Het is duidelijk dat er in de streek nog heel wat te ontdekken valt (o.a. prehistorische vondsten!) en iedereen is welkom om er verder te exploreren!
Voor mij was het weer een geslaagd weekend en in 2019 ben ik er zeker weer bij!

Veel informatie over de regio en zijn grotten, vind je  hier:

http://www.cwepss.org/download/karstOnhaye.pdf

Jos Beyens





zaterdag 16 februari 2019

Avalonners zijn keikoppen en geven niet op!

Zoals ondertussen wel geweten: we zijn met Avalon al 4 jaar bezig met desobwerken aan de tijdelijke resurgentie van de Vannon.


Vorig jaar werd de resurgentie overwonnen door Stijn Schaballie en nadien verder geëxploreerd samen met Michel Pauwels. Er is nu ongeveer 1 km grot verkend (waarvan 355m sifon) en het loopt er gewoon verder. Spijtig genoeg is het voorlopig een duiksite.

Maar Avalonners zijn keikoppen en eens ze zich ergens in hebben vastgebeten, laten ze niet gemakkelijk los. Zo zijn we ondertussen al 17 keer naar het grensgebied Haute Marne - Haute Saône getrokken om telkens enkele dagen te gaan wroeten aan de resurgentie. Telkens dus 520 km heen en zelfde afstand terug... en soms enkel om er twee of drie dagen te graven in vreselijke smalle en onstabiele toestanden. Er is veel tocht en we hopen uiteraard op een 'droge' toegang.
'Jullie zijn zot', is een repliek die we vaak te horen krijgen... Maar de ploeg weet waarom ze dat doen en wat ze kunnen verwachten!

                                    
En na vier jaar zijn we een goed draaiend team geworden. We weten precies wat we aan elkaar hebben een vullen mekaar perfect aan. Dit is dus eigenlijk een artikel om mijn mede'zotten' te bedanken voor hun positieve motivatie en de ongelofelijke momenten die we al samen beleefd hebben. (en we zijn blij met elke meter die we vorderen!).

Hopelijk geraken we dit jaar 'droog' in de Vannon :-)


zondag 13 januari 2019

Stukje erbij in de Surprises


Na de het vorige artikeltje over de Mouflons, even de stand van zaken weergeven in een andere ontdekking, de Grotte des Surprises in My. De exploratie is daar wat stilgevallen, en om een of andere reden schijnen we daar nog enkel in de maand januari naar toe te gaan! Laatste exploratieverslag op dit blog dateerde van 2 januari 2016. Toen gingen we een “plop zetten” in de instabiele puinberg ten einde het “Derde zaaltje”, waar we tussen de wand en de blokken een vervolgje veronderstellen.
Wat gebeurde er sindsdien? (= allen exploraties van Paul en Annette)

Vrijdag 22 jan 2016 Ineens naar het “Derde zaaltje”. Onze plop had goed gewerkt maar de instabiliteit van de blokken maakte dat we nog niet verder durfden. Dus eerst een grote afbraak van de éboulis, waarbij we wat geluk hadden dat een immens blok op de “goede” plek viel. Finaal konden we verder, zowat 1m50 verder was het al uit met de pret. In een soort nauwe galerij was het onderaan veel te nauw, 2 m hoger zag men een vervolgje maar een groot blok versperde de doorgang. Blok geplopt en naar buiten waar het -6°C vroor.

Zondag 1 jan 2017 Nieuwjaarsdag en stevig vriesweer (-8°C). In het “Derde zaaltje” was het grote blok voor 2/3 weg en we geraakten er half voorbij. Daar loopt het wat verder (met matige tocht) maar van links zijn er veel blokken omlaag gerold. Om daar te kunnen aan werken, moet het restant van het blok ook weg! Dus werd er weer een gat in geboord, en de zaak vanop afstand geplopt.
Het ging ons vandaag geen van beiden erg goed af, dit is toch een slopende grot en veel blokken om het stressniveau op te drijven. En de Oudejaarsavond zat vast en zeker nog wat in ons lijf.

Woensdag 2 jan 2019 Bijna dag op dag twee jaar na onze vorige tocht, wij weer naar de Surprises. Aan dit tempo zijn we met pensioen tegen we gedaan hebben in die grot!
Amper 15 m in de grot, eerste probleem: de doorgang naar Salle de la Licorne bleek over wel 5 m lengte vol modder en stenen te liggen, de trémie erboven (die we destijds hebben ondergraven) had het grotendeels begeven! (de 4de keer dat we dit hier meemaken). We graven ons er moeizaam doorheen en wonder boven wonder geraak ik tot in de Licorne, de enige plek waar we wat stockageruimte hebben. Annette geeft me wel een uur lang stenen en modder door. We hebben geen bakje en dat maakt alles uiterst lastig en vermoeiend. Tegen dat we klaar zijn, is onze pijp al uit.

In het Derde zaaltje waar we tussen de wand en de enorme puinhelling (wel 15 m hoog) aan het werk zijn.
Dan naar het derde zaaltje waar we de vorige “jaren” werkten en toen een groot blok hadden geplopt. Dat was in grote stukken gevlogen. We konden veel ruimen want in feite zitten we gewoon tussen de wand en de enorme instortingskegel van puin en modder die het centrum van de grot vormt. In de verte zagen we tussen wand en puin zowaar een ruimte met enkele stalactieten. Nog een uur later zaten we 3 m verder, met zicht op een plafond vol concreties en plaats voor twee (denken we). Maar de doorgang omhoog naar die ruimte was zeer instabiel, met een enorm blok dat boven ons hing en nergens op steunde. Na een uur sakkeren, aarzelen en schrik hebben, toch maar niet doorgedurfd. Twee blokken aangeboord en een plop erin gezet. We zullen volgende keer wel zien of we van de regen in de drop zijn beland. De ruimte die we zien heeft alvast een toepasselijke naam: Salle de Janvier. Ziet er in elk geval hoopvol uit, maar wel zeer gevaarlijk!

Zaterdag 12 jan 2019 een heuglijke dag want de 50ste Surprises explodag (de 48ste voor mij, ik heb er twee gemist wegens een gebroken sleutelbeen)! Eerst nog een uurtje geruimd in de lage doorgang voor de Salle de la Licorne, waar we vorige week een instorting hadden moeten ruimen. Nu hadden we een bakje meegenomen en dat ging vlotter. Dan, surprise: ik trok een groot blok uit de vloer en daaronder zat een opening waaruit goede tocht blies! Maar te nauw om in te kijken. De Canon camera bracht redding: met de camera beneden in het gaatje filmde ik wat in het rond. Op de beelden zagen we een duidelijke ruimte. Maar die zou wel kunnen corresponderen met een dalende spleet die we in de Licorne als dumpplaats hadden gebruikt. Enfin, dat verder openmaken was iets voor later.
Gauw naar de “Derde zaal” en gaan kijken wat onze plops in de instabiele doorgang naar de – nog te ontdekken - “Salle de Janvier” hadden gedaan. Dat was niet slecht, het gat was wel nog nauw en heel tricky; enkele grote blokken hingen klaar om de doorgang weer af te sluiten. Ik wrong me er voorzichtig door, Annette bleef aan de goede kant wachten. 
Annette wacht aan de goede kant. Enkele kleine sleutelstenen houden heel de blokkenhelling tegen. 
Ik zag een lage ruimte, zowat 3 m diameter en aan één kant zeer geconcretioneerd. Een korte verkenning wees uit dat er geen vervolg was, tenzij een nauw gat recht omlaag, tussen wand en éboulis. Ik filmde Annette even die nog aan de veilige kant zat, als filmpje is het geflopt maar het geeft een idee van in welke Mikado we hier bezig zijn.

Terug naar Annette om met een lange buis die ik had meegenomen, wat losse blokken weg te duwen en aldus de gevaarlijke doorgang veel groter te maken. Dat lukte heel goed zodat we daarna allebei tamelijk veilig in het zaaltje konden kruipen om de topo te maken. En een fotootje dat de zaak er veel mooier/groter laat uitzien dan ze eigenlijk is. 
Mooi hoekje in de nieuwe Salle de Janvier. (opgelet, deze "zaal" is amper 1 m hoog!" 
De nauwe put lonkte maar we zagen dat er halfweg een enorm blok hing waar we moesten onder en tegen wringen. Het was onmogelijk in te schatten hoe en of dat blok vasthing. We besloten eerst (na een hapje eten) met de camera te kijken of het sop de kool waard was. We hingen de Canon aan een 3 m lang touw, met een lampje ernaast, in videomode. Ik liet hem in de put zakken en ronddraaien. De wiebelige en rondtollende beelden toonden in één hoek een zeer geconcretioneerde ruimte...
Compositie van videobeelden die aan één zijde een geconcretioneerde gang tonen...
... maar ook dat er vele grote blokken op instorten hingen aan de andere kant. Afdalen was te riskant. 
Videobeelden van wat er daar boven onze kop hangt. Beneden een van de grote blokken die gevallen zijn...
Ik werkte wel een uur lang om daar wat aan te verbeteren en finaal stortte alles in, wel 3 blokken van 70 cm lang versperden nu de doorgang. Hier was voorlopig geen doorkomen aan en omdat we vreesden dat er nog een grotere instorting kon volgen, besloten we het erbij te laten voor vandaag. We zijn niet gek hé, in tegenstelling tot wat de meeste mensen denken. Met nog een omweg langs de Salle Haute (die opnieuw als interessant werd beoordeeld) naar buiten, waar het pijpenstelen regende. 7 u in de grot, ’t was pittig. En de 50ste keer werd dan toch gevierd met een meter of 10 mooie première.

De grot meet nu 475 m. De topo wees uit dat onze “Salle de Janvier” zich pal onder de ingang bevindt, maar dan 20 m lager. Van een omweg gesproken. Het is intussen ook duidelijk dat deze grot ooit een grote, centrale zaal moet hebben gehad van zowat 15 à 20 m diameter en dat er een open put vanaf de oppervlakte moet zijn geweest tot in de zaal. Daarna is het hele dak ingeklapt en daarbij is een modder- en puinkegel ontstaan die bijna heel die zaal heeft opgevuld en die we nu aan de basis bijna volledig rond kunnen lopen/kruipen (na veel moeizaam desobstructiewerk). 
Aan de oppervlakte resteert enkel een flauwe doline, maar dat er een directe opening is geweest kan niet anders, want in de grot hebben we al veel dingen gevonden die er niet thuishoren. Botten van paarden en koeien bv, maar ook een zeer oude (Middeleeuwse ? ) sleutel, en nu in de nieuwe Salle de Janvier een koperen gesp van een broeksriem. De instorting van die zaal is dus relatief recent (enkele eeuwen geleden misschien ?).
een mysterieuze oude sleutel

Botten van koe en paard

maandag 31 december 2018

Mouflons als afsluiter

Om het jaar al desobstruerend af te sluiten, deden Annette en ik gisteren (30/12) nog eens een aanval op de Mouflons. Het is blijkbaar al van januari 2017 geleden dat ik er nog eens een update over gaf. Toen waren we er 20 keer heen geweest, intussen zitten we al aan 26.
Zie hier voor die vorige verslaggeving:
http://scavalon.blogspot.com/search/label/Mouflons

Hieronder wat er nadien nog gebeurde. In het kort: heel veel blokken ruimen, de tocht volgend. Maar die laatste 6 sessies, allen op dezelfde plek (Salle des Murets)  hebben ons nog steeds niet de gewenste doorbraak opgeleverd. De grot ontwikkelt intussen toch al wel 130 m en we zitten nu op -19, bijna de diepte die we moeten hebben om hetzelfde niveau te bereiken als de Trou des Côtes.
Hieronder schermprint van de topo. In groen Trou des Côtes, in purper Trou des Bourdons en in blauw de Mouflons. Het rooster is 20x20 m.


Zaterdag 28 jan 2017
21) Met Annette naar de Mouflons. Eerst werkten we (vooral Annette dan) aan het gaatje onderaan het eerste putje, waar ik vorige zondagnamiddag al aan gewerkt had. Na een uur of twee kon ze erin, maar dan zagen we ook dat het anderhalve meter verder vrijwel geheel dichtzit. Verder desobstrueren zou zeer moeilijk zijn, want onze stockageruimte in de directe omgeving is nu echt tot op de laatste dm3 opgebruikt.
Verder maar, tweede putje af (Salle des Murets). Ik wilde daar iets herbekijken dat we op 11 dec 2016 hadden gevonden: een vernauwing met erachter een afstapje van 1,5 m gevolgd door een zaaltje van 2x2m. Geen vervolg maar bovenaan de vernauwing was er toch echt wel tocht! Onze tweede inspectie wees gauw uit dat we iets over het hoofd hadden gezien: achteraan het zaaltje was een spleetje dat sterk tochtte! Daar werkte we enkele uren aan. Voor het eerst in jaren met Hiltipatronen. Dat ging uitstekend. Maar met zo 1 patroon maak je toch wel wat rook hoor, de CO steeg telkens tot 60 ppm maar dankzij de tocht was het heel gauw weer weg.
We vorderden 1 m, waar een trémietje boven ons hoofd hing. Dat konden we al voor een deel laten vallen. Het gangetje gaat steil omlaag, smal maar met veel tocht. Wordt vervolgd maar we zijn toch wel benieuwd, want dit is het diepste punt van de grot.

Zondag 12 feb 2017
22) Eerst in de D3 afgedaald. Annette ruimde de vorige plop (weinig puin) en probeerde dan met een speciaal meegebrachte keuterstok het vervolg wat open te maken. Jammer genoeg is dat echt niet breed en zit het grotendeels dicht met bikkelharde klei.  Het gaat in elk geval vrij steil en diep omlaag, stenen rollen meerdere meters. Na een uurtje naar buiten gekropen, en dan nog maar eens naar de Mouflons.
Daar hebben we weer heel de dag gewerkt in het kleine zaaltje op -17. We hebben het Salle des Murets genoemd want intussen is het voor de helft opgevuld met grote blokken en puin, dat door Annette in kunstige muurtjes werd gestapeld. We hebben veel plaats gemaakt in de nauwe dalende spleet, tot zover dat we er nu in kunnen zitten. Een afstapje dus van +/-1 m. Tocht komt van zowat overal, zelfs van schuin boven. Enkele grote blokken gepercuteerd.
De dag besloten met de plop van een heel groot blok. Volgende keer zien we hopelijk iets meer!
Beneden het afstapje van Salle des Murets
Zaterdag 25 nov 2017
23) Een dagje grotten, met Frits. Eerst toonde ik de TDC aan Frits. Hij was zeer onder de indruk van deze rijkelijk geconcretioneerde grot.
Daarna naar de Mouflons, 23ste keer dus Eerst tot het verste punt, waar ik met Annette was gestopt op een kruispuntje van smalle diaklazen. We werkten minstens een uur in de interessantste, waar je een penetrabel vervolg ziet, over enkele meters. Maar een groot blok versperde de doorgang en dat zal en plopje moeten krijgen!
Daarna naar het diepste punt van de grot (Salle des Murets). Veel puin weggehaald en dan het putje verder leeg geruimd. Daardoor kregen we zicht op een gangetje, dat tussen of onder een blok schuin verder loopt. Tocht is zeer duidelijk. Ook hier moet er wat geplopt worden om erin te geraken. Tot slot, op enkele meters ervandaan, nog een half uur aan een schuine laagvoeg omlaag gewerkt. Ook hier er net niet door geraakt. Tegen dan was het al 19 u, dus hebben we er een punt achter gezet. Volgende keer geraken we verder!

Woensdag 31 okt 2018
24) Het was bijna een jaar geleden dat we naar de Mouflons waren geweest ! Dat moest worden rechtgezet. Verder puin geruimd in de steeds kleiner wordende « Salle des Murets » en dan 3 gaten geboord voor een plop. Hopelijk kunnen we volgende keer wat verder geraken (we zien onder een plafond een meter of 2 ver, maar alles ligt nog vol blokken). Daarna een poging om in de laagvoeg te geraken die in het zaaltje erboven vertrekt. Na een uur boren en beitelen lukte dat net niet en was de machine leeg. 
Salle des Murets, of wat er van resteert...
  Zondag 11 nov 2018
25) Namiddagje Mouflons met Annette. We ruimden enkele uren lang puin in het putje onderaan Salle des Murets. Op den duur kon ik zowat 1,5 m ver in de horizontale passage geraken, maar dan verspert een groot blok de weg. Het plafond is geconcretioneerd met zelfs wat aragoniet. Verderop lijkt het nog steeds erg laag.  Niks om erg enthousiast te worden, maar toch.
Aragonietkristalletjes
Nieuwe plop gezet. Daarna erin geslaagd om via een andere weg toch in de tweede werkplaats te geraken, de laagvoeg. Ik geraakt zowaar helemaal ten einde, waar het enige vervolg een te nauwe verticale spleet omlaag is (wel 2-3 m diep). Dus geen succes…. Wel een meter of 5-6 erbij.

Zondag 30 dec 2018
26) Eindelijk weer eens naar de Mouflons. Annette ruimt het puin van de vorige keer en dat is heel veel! Gelukkig vind ik links en recht nog plaats genoeg om alles weg te proppen.Het ruimen beneden is moeilijk, regelmatig hoor ik mijn partner sakkeren en kreunen om in en uit het gangetje te geraken. Dan wisselen we van plaats. De tocht komt voelbaar van hier, en het mooie plafond ziet er echt “grottig” uit en is alvast heel stabiel. We zitten nu al over 3 m onder dit dak maar alles ligt vol 

Mooi dak maar geen vervolg te zien
blokken en zand. Ik krijg een blok weggewrikt en erachter is zowaar wat ruimte. Maar daar geraken we niet in zonder plopwerk en het is al te laat. Met het fototoestel kan ik wel een foto nemen van wat er achter het gat te zien is. En dat is wel wat teleurstellend: een spleet tussen grote blokken, meer niet.

Toch zicht op "iets" na weghalen van een blok
 Maar de aanhouder wint! Nieuwe plop gezet maar de accu van de Hilti blijkt niet goed geladen (of stuk?) en na anderhalf gat geeft hij het op. Het zit ons hier niet mee. Buiten in het donker, vlakbij horen we wat everzwijnen grommen en we verlaten haastig het bos.
Foto met de camera doorheen het te nauwe gat. We zien een spleet, hooguit 30-40 cm breed





maandag 17 december 2018

De Résurgence Temporaire du Vannon.... eindelijk....




Avalon heeft er al een hele reeks mini-expedities naar de regio van de Vannon opzitten (2015 tot 2018). Na de 12de expeditie zaten we in de kleine grotjes boven de resurgentie een beetje vast: het was niet meer duidelijk hoe we hier nog (veilig) verder konden werken. De tocht was er nog steeds, en ons geloof in fossiele galerijen eveneens. Maar het was er zo onstabiel dat we eerst iets anders wilden proberen.
Daarom werden Stijn en Geert van SC Cascade gecontacteerd om eens naar de resurgentie te komen kijken én eventueel een duikpoging te wagen.


We zijn ondertussen, samen met Geert en Stijn van SC Cascade en Michel Pauwels van de ESCM, weer drie mini-expedities verder en het resultaat mag er zijn: de resurgentie werd gedoken (na serieuze verbredingswerken) en de eerste sifon is overwonnen (S1, 355m, -13m). Deze wordt gevolgd door een brede actieve galerij met enkele, nog niet verkende, zijgangen.
Er werd voorlopig 750m getopografeerd en naar schatting werd er nog eens 300m zonder topo gevorderd. Dat brengt het totaal op meer dan 1000m en het is er nog niet gedaan! De Résurgence Temporaire du Vannon komt hiermee binnen in de top tien van de langste grotten van de Haute Saône, voorlopig op de negende plaats…


Er staat ondertussen al een 16de mini-expé op het programma. Het doel hiervan is om verder te werken aan een droge toegang tot het systeem. Ook onze duikers staan klaar om zeer binnenkort verder te doen!
Na vier jaar explo en 15 mini expedities zijn we er dus eindelijk in geslaagd om een deel van het raadsel van de resurgentie te ontsluieren. Het relaas van deze exploraties kan je lezen in de volgende verslagen:



Jos Beyens

dinsdag 9 oktober 2018

Anialarra 2018

Het verslag van de Anialarra 2018 expeditie is nu beschikbaar op de Avalon website

Verslag 22ste Anialarra Interclub expeditie aug-sept 2018 (PDF) - Dutch version

dinsdag 12 juni 2018

Eerste niet-duikers in Réseau Nico


De Vallei van Pont-le-Prêtre (PLP) houdt ons nu al 29 jaar in de ban. Vorig jaar schreef ik er een stukje over http://scavalon.blogspot.com/2017/12/plp-oude-liefde-roest-niet.html. Lees dat eerst en je bent weer helemaal mee.
Dus, in 1994 hadden we daar een serie grotjes ontdekt (E1->E4 en E18) waarvan het overduidelijk was dat er “iets” onder zat. Maar vele onderzoeken hadden dan weer tot een andere conclusie geleid, nl. dat de hevige tocht in de laagst gelegen gaten (E1 en E2) slechts het gevolg was van lokale circulaties met hoger gelegen gaten.
Toch bleef het knagen, vooral “s winters waren de vele aangevroren en dampende gaten  echt zeer aanlokkelijk.

De ontdekking van de “Réseau Nico” in 2010 door duiker Nico Hecq leverde het bewijs: onder deze grotjes zat een veel groter stelsel. Maar de topo bracht onvoldoende zekerheid waar er juist gewerkt moest worden om er via een "droge" ingang in te geraken. De “E1” was het meest plausibel, volgens de topo zouden we al praktisch in de Réseau Nico moeten binnenzitten, maar in dat grotje was niks evidents te vinden. Die topo was dus niet 100% correct...
Grotte E1
In de winter 2017-2018 ging ik 4 keer solo werken in de E4 (de grot die het hevigste dampte 's winters), om finaal na 4 m zware desobstructie een miezerig gaatje te bereiken, waarvan een rooktest  uitwees dat het in relatie stond met de E2. Over en Out dus. Een andere rooktest, in de E1 ditmaal die ’s winters fors aanzuigt, leek ook het belang van die E1 te reduceren want de rook kwam er in de E18 uit, die 3 m hoger en wat opzij ligt! En een grondige inspectie van heel de grot (zegge en schrijven 7 m lang) leverde echt niks op, hooguit wat extreem nauwe spleten, naar boven dan nog (terwijl de Réseau Nico eronder moest liggen). 
Maar in mei 2018 passeerde ik er weer, ditmaal met Geert de Sadelaer (van Cascade) en Annette en de FLIR warmtecamera van Geert liet ons overduidelijk de koude luchtlaag zien die uit de grot golfde. De laatste steen mocht bovenkomen: dit mysterie moest worden opgelost!

Op vrijdag 11 mei 2018  ging ik dus weer naar de E1. Eerste vaststelling: een das had recent een nest gemaakt 2 m ver in de grot, er lag daar een enorm pak mos. Wat verder enkele zeer onsmakelijke natte dassendrollen. Nadat ik "onze" grot terug geclaimd en opgekuist had, heb ik alles nog maar eens met wierook afgezocht en dan toch een stijgende spleet gevonden die duidelijk tochtte. De opening was maar 20 x 15 cm maar erachter werd het ietsje breder. Driedubbele plop gezet, waarna ik er met veel moeite met mijn hoofd door kon: ik zag een 40 cm breed gangetje dat tot op 5 cm van het plafond was opgevuld met klei. Humm minder uitnodigend, maar toch weer een dubbele plop gezet. 
Ik kon nu met mijn borstkas door het gat, erg smal nog en groef moeizaam verder. Een dikke calcietvloer maakte het nog wat lastiger; die moest ik proberen te breken. Telkens weer achteruit door die vernauwing met mijn aarde! Het liep horizontaal over 1 m 50, grotendeels opgevuld met klei/puin, en dan leek het weer omlaag te lopen, in een verticale en nauwe spleet (10 cm). "Omlaag" dat was alvast positief en nu en dan blies koude tocht in mijn gezicht. Na 3 uur gestopt want ik was bont en blauw na 40 keer door die vernauwing te zijn gewurmd. Maar toch zeer optimistisch!

Zaterdag 19 mei 2018: behalve Geert was er nu ook duiker Stijn Schaballie. Op het programma stond er eerst een duik in de resurgentie van PLP. Stijn had Nico Hecq destijds een keer vergezeld tijdens de explo’s post-sifon en kende dus het traject. Bedoeling was om enkele radiolocaties te doen waarmee we de topo van Nico beter konden positioneren ten opzichte van de kleine grotjes aan de oppervlakte, zodat wij beter wisten waar te werken om ons een droge toegang te verschaffen. Stijn nam een ARVA (lawinebieper) mee en er was afgesproken op 2 plaatsen in de grot telkens gedurende 20 minuten uit te zenden. Geert had daartoe een strikte timing opgesteld! 
Stijn vertrekkensklaar in de resurgentie
Stijn verdween in het donkere sop en een half uur later konden wij het ARVA-signaal oppikken. Op de eerste plaats zat er zowat 5 m diepte tussen beide toestellen, op de andere plaats iets meer. Maar intussen was ik in de E1 gekropen, en in de spleet waar ik vorige zondag had gewerkt, kon ik Stijn vaag horen stommelen. Ik riep me schor maar er kwam geen antwoord. Toch was het zeker: er was hier ergens een verbinding!

Na de duik trokken we uiteraard naar de E1 waar ik intussen nog een drievoudige plop had gedaan om de toegang tot het uit te graven gangetje nog te verbreden. Ik liet Stijn het puin ruimen en daarna wat graven, maar hij kon er amper in werken want hij is nogal fors gebouwd. Ik - de kleinste- dan maar weer. Ik groef naar de nauwe spleet toe die ik vorige keer had gezien, maar na een tijd kreeg ik rechts ook iets in het vizier en dat leek breder. En na nog wat meer tijd, zag ik wat ruimte, mogelijk doordringbaar! De tocht was fel toegenomen.  Graven als gek dus, Stijn en Geert stockeerden de aarde waar ze maar konden. Na nog eens anderhalf uur had ik beter zicht op de zaak: een donker gat omgeven door grote blokken. Ik kon ze doorduwen en toen… rolde er een steen verder en die viel hoorbaar diep omlaag en dan PLONS! Hoera!
Nog een kwartier later waagde ik een poging, ik geraakte er met mijn hoofd en borst door en zag dat het goed was. Stijn moest me wel aan mijn voeten weer uit het (sterk dalende) nauwe gat trekken! Nog een half uur graven en hop ik kon er vlot doorheen. Ik kwam op een balkon, van 1 meter breed dat enkel bestond uit grote blokken die tegen een schuin plafond geklemd zaten. Tussen de blokken zag ik een grote diepte, zeker 5-6 m. Ik vreesde elke moment met heel die hangende éboulis omlaag te donderen. Na wat voorzichtig ruimwerk kon ik me eindelijk draaien, me veilig zetten om de zaak te bekijken. Ik bleek in het dak van de grote “Salle du Miroir” te zijn uitgekomen, wat een verrassing! We hadden gedacht ergens in het uiterst stroomopwaartse stuk van de Réseau Nico te belanden maar we kwamen er halverwege in uit! Stijn kwam ook eens kijken en zag dat het goed was. Maar een afdaling zat er vandaag niet meer in.

Enfin, wat een namiddag! Twee weken geleden waren we nog aan het overwegen de resurgentie leeg te pompen. En dan plots, na twee keer 3 uur graven: bingo! Kwestie van de juiste spleet te vinden. Waarom deden we dat in 1994 al niet? Ach, soms is het inderdaad een kwestie van tijd, van inzichten verwerven, volharding en veel geduld. De “E1” kon nu eindelijk een naam krijgen ook: Grotte de la Patience wordt het.
Die avond mocht de champagne open die Geert - erg vooruitziend - 's ochtends te koelen had gezet!

We kijken met plezier terug op de foto's en films van die dag (foto: Annette)
Op Zaterdag 9 juni 2018 zouden we dan eindelijk die Réseau Nico eens gaan bekijken. In de Grotte de la Patience (ex-E1) kroop ik tot op het balkon en bekeek ik de situatie eens goed: er was geen veilig doorkomen aan, dit was een zeer gevaarlijke mikado van minstens 4 enorme blokken die allen op één sleutelblok steunden: een kanjer van wel 200 kg die God weet hoe met een hoekpuntje tegen het plafond geklemd zat. Ik besloot om er voorlopig af te blijven en zag een mogelijkheid om de blokken te vermijden, door ver opzij, een stuk van het plafond te halen en zo een toegang te maken die de blokken vermeed. Twee gaten geboord, dubbele plop dus. Een half uur later kon ik zien dat het goed was en 4 ankerpunten boren om ons touw te equiperen. Nog wat later stonden Geert en ik 4 m lager, als eerste niet-duikers in de “Salle du Miroir”. En we waren best tevreden, dit leek bijna première!
Afdaling van het balkon in Salle du Miroir
Van beneden af was het pakket blokken dat op de rand van het balkon balanceerde nog intimiderender. Dat moest opgekuist worden! Maar dat was een zorg voor straks, eerst gingen we alles eens goed bekijken. De “Réseau Nico” bleek in essentie uit 2 ruime maar zeer instabiele zalen te bestaan. In Grotte Strauss zijn er mooi uitgesleten drukgangen; echter hier enkel blokkenstorten. Overal grote, wankelende blokken waarvan we er al dadelijk enkele lieten vallen.
Salle du Miroir
De Salle du Miroir was mooi vanwege de breukspiegel en de witte en okerkleurige moonmilchlaag op de wanden; de Salle Grigri dan was somber en modderig maar hier was wel de enige concretie! Hier stroomde de rivier in een brede, lage gang, naar de 3 sifons toe die de verbinding met de resurgentie vormde. Een vast touw liep in een zeer ruime cheminee omhoog: Nico en Didier Havelange hadden destijds (sept. 2011)  toch wel een huzarenstukje geleverd door deze 3 m brede en 10 m hoge schouw te beklimmen - post-sifon dan!
Salle Grigri met 1 concretie én een rivier
Via een lage doorgang en een zeer instabiele – gevaarlijke- kruipgang bereikten we de tweede rivier (inderdaad er schijnen er twee verschillende te zijn!) die uit een sifon kwam. Naast deze sifon was een blokkentoestand met wat tocht – mogelijk interessant dus. Na een uurtje hadden we alles bekeken en lonkte thuis de aperitief. 
Annette in de rivier
Terug de put op, waar ik op het balkon het sleutelblok voorzag van een plop. Indien dit blok daardoor viel, zouden de twee immense blokken die erop tegen aan leunden, ook komen, hoopte ik.
PLOP (vanop veilige afstand) en ik hoorde dadelijk dat het plan niet gelukt was. In plaats van de verwachte aardbeving van een ton blokken die 5 m omlaag viel, was er hoogstens wat gerommel. GRRR! Zorgen voor morgen dus maar hopelijk waren we niet van de regen in de drop geraakt.

’s Anderendaags, zondag 10 juni 2018, met Geert en Annette weer richting PLP. Eerst de Grotte Strauss in voor een fotosessie. En voor de eerste keer sedert haar ontdekking in 1993, werden er foto’s genomen die dit mooie grotje eer aan doen. 

De mooie drukgangen van Grotte Strauss
Daarna naar de E1/Grotte de la Patience die amper 75 m er vandaan ligt. Zoals gevreesd waren de blokken op het balkon niet gevallen, de situatie was nu levensgevaarlijk. Het grote blok dat ik had geplopt, hing nog enkel met een klein, gebarsten hoekje vast.
Met een lange koevoet probeerde ik het te doen vallen, maar ik lag in feite half doorheen een flinke vernauwing en indien dat blok viel, dan vielen de twee nog veel grotere blokken ernaast ook en daar lag ik gewoon half onder! Er zat niks anders op dan met een bang hart en koud zweet in de handen opnieuw een gat in het gammele sleutelblok te boren. Intussen maakten Geert en Annette een oppervlaktetopo vanaf de resurgentie tot aan de ingang hier (de derde topo reeds, want dat deden we ook twee keer in 1994, maar we wilden die gegevens toch nog “triplechecken”).

Oppervlaktetopo in de jungle
Wat later “plop”, gevolgd door een secondenlange reeks van dreunen en trillingen die tot buiten voelbaar waren. YES, alles lag beneden. Maar ons balkon was nu gewoon verdwenen, wat maakte dat ons nauwe uitgegraven gangetje nu ineens op de afgrond uitkwam. Het touw moest volledig verhangen worden, gelukkig had ik 4 ankers extra meegenomen!
Nogmaals in Salle du Miroir
In de grot was het plan vandaag simpel: een paar goede foto’s maken zodat het thuisfront ook eens kon zien hoe die Réseau Nico er uitzag. Daarmee waren we een uur of 2 bezig. Daarna een stukje topo vanaf een topopunt van Nico tot buiten, zodat we het hele topoplaatje compleet hadden. Daaruit bleek dan ook gauw dat er een fout van enkele meters in de topo van Nico zat, in de sifons waarschijnlijk. Met deze correctie te maken, klopte de positie van de E1/Patience ten opzichte van de Réseau Nico plots veel beter. Alles werd nu duidelijk. De Patience lag in feite naast en niet boven de Réseau Nico, zoals iedereen aanvankelijk dacht.
Paul maakt een ruwe topo (foto: Annette)
Enfin, er wacht ons in de grot nog wel wat werk. De toegang tot het balkon is nog te nauw en vooral zeer instabiel. Moet gesaneerd worden. In de Réseau Nico zijn nog enkele vraagtekens en graafmogelijkheden (maar het moet gezegd dat de duikers destijds grondig te werk zijn gegaan). En natuurlijk moet er een toposynthèse komen en is er dus flink wat topowerk in het verschiet. Tot slot is er nog flink wat hydrologisch onderzoek te doen, naar de oorsprong van de twee verschillende rivieren. Wordt dus vervolgd! Ik ben in elk geval opgetogen over de vooruitgang van de laatste maanden.

Topo-overzicht (met raster 20x20 m)

Foto's: Paul De Bie (tenzij anders vermeld)

woensdag 30 mei 2018

Precieze hoogteliggingen dankzij Lidar

In het verleden gaf ik al eens uitleg over hoe je gebruik kan maken van Lidar oppervlaktemodellen om virtueel te prospecteren. 
http://scavalon.blogspot.com/2016/01/virtueel-prospecteren-met-lidar_21.html
En toeval of niet (zou ons blog dan toch worden gelezen?) na deze publicatie begonnen ook anderen die Lidar luchtfoto's her en der in speleoartikels te beschrijven of gebruiken.

Vandaag wil ik nog een extraatje prijsgeven.
Speleo’s die met topografie bezig zijn, of inventariswerk doen van karstverschijnselen, worstelen steevast met het probleem dat het buitengewoon moeilijk is om precies te weten op welke hoogte een grot ligt. En dat is vaak broodnodig:

  • Je wil een topografische synthese maken van meerdere grotten in één gebied.
  • Je wil een topo uitwerken  van een complexe grot met meerdere ingangen.  
  • Je wil  weten hoe diep de ondergrondse rivier zit ten opzichte van haar resurgentie.
Tot op heden moest je een stafkaart bekijken en aan de hand van de hoogtelijnen kon je dan met veel geluk de hoogteligging van je grot(ten) op 5 à 10 m nauwkeurig aflezen. Volstond dat niet, dan was een precieze oppervlaktetopo vanaf een punt waarvan de hoogteligging exact gekend was, de enige optie. Het NGI heeft een toepassing waarop je al deze “geodetische punten” kan opvragen: http://www.ngi.be/gdoc/index.html?lang=nl

Wilde je enigszins juist werken, dan moest je die topo met een optische waterpas of een theodoliet maken! Ik heb met Annette de voorbije 10 jaar dan ook menig stukje van België “gewaterpast”.  Zie bv. http://scavalon.blogspot.com/2011/02/een-dagje-waterpassen_18.html

Tussen haakjes:  een GPS is niet echt bruikbaar, zelfs in de ideaalste omstandigheden waarbij hij een maximum aan satellieten kan zien, is de gemeten hoogte te onnauwkeurig voor ons doel. Dan kan je veel beter op de stafkaart kijken! 
Maar voortaan kan het anders. Weer op het GIS systeem van de Waalse Overheid, WalonMap.

Hoe je in daarin alle nodige lagen toevoegt  en hoe je het gebruikt, ga ik niet (weer) uitleggen.

Hier een link naar de bron van Fontaine de Rivire, ik heb ineens enkele interessante lagen toegevoegd zoals de Akwa, de recente luchtfoto, het Lidar terreinmodel. http://geoportail.wallonie.be/walonmap#SHARE=6D6D89088AB1687CE053D0AFA49D9D36#CTX=DDB

Hoe nu weten op welke hoogte die bron precies ligt? Met het knopje Mésurer, dan Profil altimétrique. Trek met de muis een lijntje door het gewenste punt en dubbelklik. Een mooi grafiekje opent en je kan daar zelfs met de muis doorheen schuiven ook.  Aldus zien we dat de bron op 122,13 m hoogte ligt.



Maar er is veel meer mogelijk! Je kan trouwens ook een hele polygoon tekenen en pas op het einde dubbelklikken, zo maak je met enkele muisklikken het hoogteprofiel van een hele vallei. Of hoe het terrein van de ene naar de andere grotingang verloopt. Een lengteprofiel van een rivierbedding maken, een doorsnede van een doline tekenen: kinderspel. En geloof me vrij het is precies, ik heb vele checks gedaan en dit is op de decimeter juist. Gedaan dus met waterpassen ?  
Maar het wordt nog leuker want het is een fantastische aanvulling bij het “virtueel prospecteren met Lidar”.  Bv. ik zie op de Lidarfoto een doline (nr 561-024), en wil weten hoe diep ze is, voor ik in mijn auto spring om de ontdekking van het jaar te doen. Klik klik en zo weet ik dat deze doline tussen de 3 en 6 m diep is.


Nog beter: de Lidarscans worden voorzien van een artificiële schaduwing omdat je er anders geen reliëf in zou zien (het zijn dan enkel miljoenen puntjes). Dit is de “Hillshading”. Maar steile valleiflanken worden daardoor soms pikzwart of net geheel wit en je ziet dus niks meer. Maar dankzij het “Profil altimétrique” kunnen we toch het reliëf “zien” en dolines of verzakkingen vinden die anders onzichtbaar blijven.

Kortom, een geweldige tool waar we nog veel tijd mee gaan besparen. Niet dat je elke grotingang nu precies kan aanduiden, maar je kan minstens de hoogte van een nabijgelegen, herkenbaar punt in het landschap vinden vanaf waar je een stukje oppervlaktetopo van kan maken.

Let wel op: Het Lidar digitaal terreinmodel (MNT) is zodanig geprogrammeerd dat een aantal zaken worden weggefilterd omdat die niets met het oppervlak van het terrein te maken hebben: bomen of huizen bv. maar evengoed misschien een bruggetje of zo, waar je nu net met je topo van wilde vertrekken. Altijd bij de les blijven dus en best meerdere hoogtemetingen doen nabij het punt dat je voor ogen had.