Driedaagse in de groeve van Savonnières-en-Perthois
Dit was een “interclub” met 4 mensen van Avalon (Erik
Bruijn, Bart Saey, Annette Van Houtte en Paul De Bie) en 4 van STAL (Sofie Van
Waesberghe, Noor De Bruyn, Emiel Van Buynder en Lou Boeykens).
Link naar een fotoalbum: https://photos.app.goo.gl/v8bLoF6tjTSsY6N9A met foto's genomen door iedereen
Wat voorafging
Het plan was om nog eens in die immense ondergrondse
steengroeves te gaan kamperen en er de gebruikelijke klassieke grotten te doen.
Het ondergronds doolhof van Savonnières-en-Perthois (meer dan honderd kilometer
aan gangen!) is immers een oude liefde: hier kwam ik voor het eerst in het prille
begin van mijn speleocarrière, in 1984! Nadien kwamen we er nog vele keren,
maar de laatste keer dateerde intussen toch al wel van 2009 (zie dit
blogartikel: https://scavalon.blogspot.com/2009/05/een-weekendje-groevenlopen_5.html
). En dus, 17 jaar later, zouden brompi en oma De Bie-Van Houtte dan nog eens in
de klamme, donkere en spookachtige groeve gaan kamperen, in het gezelschap van
enkele doorwinterde speleo’s maar ook een trio 16-jarige “juniors”: de
crème-de-la-crème van de VVS-Jongeren. 52 jaar verschil tussen de oudsten en de jongsten: als dat maar goed kwam!
Vrijdagavond 3 april 2026
Annette en ik arriveerden rond 16 u aan de ingang van de
groeve waar we dadelijk vaststelden dat de code van het nummerslot verkeerd was.
Die hadden de mensen van LISPEL (de speleo’s die de groeve beheren) enkele
dagen geleden aan Erik gemaild. Na wat telefoneren kreeg ik de president van
LISPEL te pakken en wat bleek: de code was 2 dagen geleden gewijzigd! OK, we
kregen de poort nu open (ingang “Paquis”) en begonnen zwaar geladen aan onze
tocht van zowat 1,5 km doorheen de donkere gangen. Sinds een jaar of 5 is er
daar een uitstekende bewegwijzering met gekleurde reflectors (oranje, blauw of
groen naar de drie voornaamste sectoren met grotten). We volgden de oranje
route en kwamen na een klein halfuurtje in de zone waar we een bivakplaats
wilden zoeken. We vonden een vrij propere en bruikbare plek. Na nog wat zoeken
daar, trok Annette een plastiek zeil opzij en wat bleek: daarachter was dus echt
een gedroomde verblijfplaats, ingericht door de speleo’s en voorzien van alle
comfort zoals stoelen en tafels! Net achter de hoek was er een apart kamertje:
ideaal voor opa en oma. Tien meter verder drupte er water omlaag dat we konden
opvangen voor de afwas. Perfect, gewoon!
Terug naar de auto’s dan, voor een tweede lading materiaal want het was uiteraard niet gelukt om alles in één keer te dragen. En natuurlijk ook om aan de anderen via Whatsapp uit te leggen waar we exact zaten. Tegen 18 uur waren we terug en geïnstalleerd in ons kamp, nu was het wachten op de volgende ploegen. Erik en Lou arriveerden een weinig later, en kwamen zwaar geladen met kruiwagens vol materiaal aanzetten. Bart, Sofie, Noor en Emiel kwamen pas tegen 22 u aan.
Zaterdag 4 april 2026
Vandaag stond de Gouffre de la Sonnette op het programma. Die
lag een kilometertje van onze kampplaats. Het blijft een surrealistisch iets, die
steengroeve. Erik, met het plan in de hand, gidste ons feilloos doorheen het
doolhof. De grot heeft twee ingangen, die we allebei equipeerden. De attractie
is natuurlijk de magnifieke “Puits des Grands Cercles”, slechts 30 m diep maar
héél breed en vooral bijzonder esthetisch. Eronder volgen nog 50 m aan kleinere
putten, ook allemaal ruim en smetteloos proper. Enkel het stukje kruipgang
helemaal beneden, op -85 m, is wat modderig. Daar wisselden de ploegen om en
desequipeerden de juniors alles. Zo hoort dat! Die gasten waren trouwens al
100% zelfstandige en zeer behendige speleologen!
We waren vroeg “buiten” dus er was nog ruim tijd om in de groeve rond te dolen en op zoek te gaan naar mooie hoekjes. Na het avondeten (lekkere spaghetti) gingen de 3 jongeren weer op urenlange ontdekkingsreis (“voor middernacht terug!” was de voorwaarde). Overal valt er hier wel iets spannends te zien: werktuigen van de arbeiders die hier 100 jaar geleden hun ruggen kapotwerkten, materiaal van de champignonkwekers, trappen en luchtschachten, en natuurlijk vele grotten. De helft van de groeve is tegenwoordig verboden omdat er (mogelijk) weer een champignonkweker in zou werken, maar er resteert nog meer dan genoeg…
Zondag 5 april 2026
Na een copieus ontbijt, weer op pad: naar de Gouffre de l’Avenir
ditmaal. Deze ligt ook flink ver, in een zone waar tot over enkele jaren de
firma Rocamat opnieuw kalksteen kwam buitenhalen. Intussen is die exploitatie ook
al weer stopgezet, maar de blokken liggen er nog, netjes gelabeld met QR-codes.
De ploeg Bart met de 3 juniors vertrok in de Avenir: ruime maar wat natte
putten en nogal wat equipeerwerk. De ploeg Erik, Sofie, Annette en Paul vertrok
langs de beruchte Grande Viaille, een zeer nauwe meander. Dat begon slecht,
want na 5 m geraakte Erik al niet verder: het was veel te smal. Het vermoeden
rees dat we te vroeg waren gestart en inderdaad, we zaten in een stukje meander
dat na 10 meter weer door de groeve was doorsneden. Eens in de goede ingang,
werd het na amper 10 meter alweer problematisch smal. Zéér smal. Hadden wij dit
vroeger dan gedaan (in de loop der jaren zijn we minstens 3 keer doorheen de Grande
Viaille geweest)?
De meander was erg hoog, het was heel moeilijk te zien op
welke niveau de juiste doorgang was. Nadat ik mijn zitgordel had uitgetrokken,
kon ik een zware vernauwing doorwroeten die me op het niveau van het riviertje
bracht. Enkele meters verder was er een volgende, nog smallere passage waar ik
minutenlang over heb staan twijfelen. Maar van opgeven was geen sprake! Indien
we dit op ons 30ste hadden gekund, dan moest het op 66 ook nog
kunnen want ik was geen kilogram zwaarder dan toen. Wel al 5-6 keer ribben
gebroken in dergelijke toestanden…dus toch wat oppassen.
En dus wroette ik verder tot ik een zaaltje kwam. De meander
hernam daar, gauw verkennen: na 30 m bereikte ik een stalen balk: het ankerpunt
van de grote put die uitkomt in de Avenir. Gauw terug naar de anderen. Iedereen
trok zijn speleomateriaal uit, dat werd samen met de kitzakken doorgegeven en mits
de juiste aanwijzingen geraakte iedereen er doorheen! Oef, dat was toch wel
spannend!
Na het equiperen van de magnifieke en ruime put (P8+P30)
stonden we gauw beneden in de Avenir waar de andere groep intussen ook al stond
te wachten. Het vervolg hier was mij goed bekend: 400 m meander, flink modderig
en met veel weerhaken op de wanden. Ik maakte Emiel wijs dat er op het einde
een zaaltje was met duizenden grotparels; meer motivatie was er niet nodig om het
jonge trio in dat hellegat te doen verdwijnen, gevolgd door Erik en Sofie. Annette
en ik klommen langs de Avenir uit, nadat we Bart de nodige instructies hadden
gegeven voor hun terugweg via de “Grande” Viaille. We namen een maximum aan
materiaal langs onze kant mee en maakten een kitzak leeg, waarin zij hun
zitgordels konden transporteren in de meander.
Een uur later stonden we weer in de groeve, nog een uur
later gevolgd door Erik en Sofie die alles hadden gedesequipeerd. Nu maar hopen
dat het andere viertal nergens in de Grande Viaille gestrand was. Gauw naar
daar (een paar honderd meter door de groeve stappen) en daar kwam net Lou naar
buiten gesparteld, met zijn helm scheef op zijn kop en zwaar geladen met
kitzakken. Sterke gast! Even later floepte Emiel eruit met alle “pochkes”,
gevolgd door Noor die net als gisteren nog lentefris was. Bart als laatste, en
zo was de groep compleet en was het tijd voor een hilarische “selfie”: de
obligate groepsfoto. Wat de duizenden grotparels betreft, helemaal achteraan
die moddermeander van de Avenir: daarvan zijn helaas geen foto’s genomen!
Het liep al tegen 17 u, dus naar het kamp waar we nog absurd
veel aperitiefsnacks moesten verorberen – met een glaasje Cava. Alweer een
lekkere maaltijd; het leek veel te veel tot de Lou demonstreerde hoe je 3
borden met bloemkool, veel patatjes en vlees wegwerkte. Daarna verorberde hij
nog zes (6!) appels als dessert.
Aangezien we morgen naar huis vertrokken, maar nog de Rupt
du Puits wilden meepakken (grote ondergrondse rivier), deden we nu al een
flinke “portage” van materiaal naar de auto’s buiten. Buiten schemerde het al
dus de hoop om wat zonlicht mee te pakken, konden we wel opbergen. Dan maar
gauw weer de duisternis van de groeve opgezocht.
Maandag 6 april 2026
Om 7 u liep de wekker af, er was vandaag geen tijd om te
luieren. Ontbijten, grote opruim en schoonmaak van ons verblijf en alweer een
flinke portage naar de auto’s. Dan naar Robert-Espagne, de wat rare naam van
het dorpje waar de Rupt du Puits ligt.
Nadat Erik de sleutel had afgehaald bij de lokale speleo’s,
equipeerden we de put (twee touwen naast elkaar zodat we sneller konden
uitklimmen vanmiddag). Blijft ook een bizar geval, die kaarsrechte pijp omlaag,
in de jaren ’70 exact geboord op de plek waar het moest: twee meter naast de
rand van de stroomafwaartse sifon.
Heel het gezelschap ging op weg in ganzenpas, met veel
gedruis en gespetter in die mooie rivier. We moesten 1,8 km doen tot aan de
sifon, en dat is een heel eind! De galerij is anderhalve meter breed, vaak 10 m
hoog en verandert heel geleidelijk aan van vorm naargelang je verder
stroomopwaarts loopt. Onderweg zijn er vele kleine zijriviertjes. Hier en daar kwam
het water tot aan het kruis (veel gejammer en geroep dus!). Na ongeveer
anderhalve kilometer hoorden we het gebulder van de watervallen. Stel je niks
spectaculairs voor, de hoogste is 70 cm hoog! Het probleem was een 2 m diep
bassin er net voor. Erik gaf een demonstratie van hoe je daarin nat tot aan je
schouders kon worden. We stonden hem goed uit te lachen tot het onze beurt was…
Enkel Lou en Bart geraakten er droog over mits een gewaagde “oppo” (ter info:
heel de natte zone is droog te passeren via een 100 m lange en vast
geëquipeerde looplijn, hoog in de galerij maar dan moet je wel je klimuitrusting
bijhebben).
Er volgde nu een mooi stuk met diepe bassins en kleine watervalletjes, daarna veranderde de gang van profiel en werd het een sombere, zwarte elliptische gang. Wat verder strandden we voor de stroomopwaartse sifon: meer dan 600 m lang. Aan de andere kant ervan is de Gouffre de la Béva. Sommigen bezochten de Affluent des Macaronis, best mooi eigenlijk!
Maar veel tijd om daar te dralen was er niet, iedereen was flink nat en koud. De
harde kern besloot om terug te “gaan” via de grote, beruchte rondgang. Geen van
hen had dat al gedaan dus ze wisten niet beter. Paul en Annette hadden het al
diverse keren gedaan, Bart ook al eens, dus die lieten deze kelk ditmaal aan
zich voorbijgaan. Die rondgang, dat betekent zowat anderhalve km kruipen
doorheen scherpe meanders, lage gangen gevuld met blubber en water of gewoon
droog zand. Er komt gewoon geen einde aan, en telkens vraag je je af “maar wat
doe ik hier eigenlijk?”. De anciens gaven de goede raad aan de masochistischen:
“Nooit twijfelen of opgeven daar. Verstand op nul zetten en blijven gaan!” en
stapten fluks via de rivier naar de ingang terug. Nog 50 m omhoog het touw op
en we waren buiten in het zonnetje.
Anderhalf uur later kondigden stoomwolken die uit de buis
kwamen, de terugkomst van de tweede ploeg aan. Lou en Noor vlogen als gek de
touwen op, maar inhalen is er moeilijk en Noor won met de vingers in de neus.
Als beloning kreeg ze een slokje lauw sokkensap uit de laarzen van Sofie. Van
je vrienden moet je het hebben!
Rond 16 u waren de auto’s weer ingeladen, en na een
babbeltje met de lokale speleo’s die toevallig voorbijkwamen, waren we op weg
naar huis…. Het was toch weer goed.
Verslag: Brompi
Link naar een fotoalbum: https://photos.app.goo.gl/v8bLoF6tjTSsY6N9A met foto's genomen door zowat iedereen













.jpg)
