Posts tonen met het label Fagnoules. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fagnoules. Alle posts tonen

woensdag 16 november 2022

Fagnoules, zoveelste karweidag

Geen enkele grot heeft mij/ons al zoveel werk bezorgd als deze. Maar dit is een topgrot, en dus verdient ze het om tot het einde der dagen toegankelijk te blijven. Gisteren zaterdag, grote werken in de Fagnoules dus. 9-koppige ploeg (Toon Van Hoye, Len van Roeyen, Annette Van Houtte, Paul De Bie, Jonathan Demaret, Kjel Dupon en nog 3 Styx'ers. Bedankt iedereen voor de hulp!

Ik had de weken voordien al veel materiaal verzameld. Er was bv. 75 kg turbobeton dat ik in halve zakken had gedaan. Buizen ter onderstutting, een kitzak vol gereedschap, boormachine, slijpmachine, graafbakken enz. Normaliter zouden we dat een week geleden met zijn drie (P&A, Erik) zijn gaan doen, maar bij het zien van de berg kitzakken hadden we toch maar wijselijk besloten om naar een andere grot te gaan.

Ditmaal was de ploeg groot genoeg, we maakten een mensenketting en het materiaal was aldus op een kwartier ter plaatse: in de Salle des Arcs. Daar splitsten we op. Annette en ik zouden eerst met de dam beginnen, terwijl de andere 7 doorheen de Siphon 2 zouden gaan. Achter die sifon hadden we vier maanden geleden al een grote operatie gehouden. Toen was er uit de sifon (die door de megacrue van 2021 vrijwel onpasseerbaar was geworden), wel 3 ton grind en zand geschept en dat was toen provisoir op de oever opgestapeld, tegengehouden door een net van kippengaas. Niks dat eeuwig zou standhouden, en dus moest al dat grind vandaag nog eens 15 m verder worden gebracht naar een betere stockageplaats.

De 7 man sterke ploeg was daar al gauw een uurtje of 3 mee zoet. Ze braken vervolgens heel de lelijke kippengaasafrastering af, en gingen dan op verkenning in de rest van de grot. Wat amusement op de traversees boven de waterval, en dan heel de réseau Oufti-Amaai en de prachtige galerie Océade bezocht. Iedereen onder de indruk!


Op het programma van Annette en mij stond o.m. het maken van een nieuwe afdamming ter vervanging van de oude, houten dam. Die stond daar al exact 20 jaar, ongelooflijk toch. Maar was stilaan rot geworden. Die dam had destijds gediend om de rivier te kunnen capteren en in buizen doorheen de Siphon 2 leiden, tijdens het gigantische project waarbij we heel die sifon hebben geëlimineerd. In principe is de dam nu overbodig, maar onlangs had hij zijn nut toch weer bewezen. Die dam kan immers de rivier een tijdje (15-20 min) tegenhouden, wat het mogelijk maakt om in de Siphon 2 onderhoudswerken uit te voeren, of er bij hoog water doorheen te geraken.

Vandaag maakten we dus een nieuwe dam, en wel een gegoten in gewapend beton. Eerst werd een bekisting gemaakt van Styrodurplaat (heel makkelijk op vorm te snijden) en een nieuwe buis geplaatst (met grotere diameter en afsluitbaar met schroefdeksel). Dan veel turbobeton gemaakt, gemengd met stenen. Heel veel gebricoleer dus, maar tegen 15 u was het wel grotendeels klaar. Verdere afwerking is voor volgende week.





Vervolgens moesten we een blok onderstutten met buizen. Dat was door de crue van 2021 komen los te hangen, en iedereen kruipt er op die plek onderdoor. Laten vallen was geen optie want erboven hangt wel een ton los puin. Een uur later was het min of meer en hoofdzakelijk psychologisch onderstut. Moet nog beter!

 Enkele meters daar vandaan, had ik in juli een gaatje opgemerkt in de vloer, dat er vroeger niet was. Ook alweer door die megacrue ontstaan. Ik had er toen even met Erik aan gewerkt, waardoor we enkele meters dieper hadden kunnen kijken. Het was echter te instabiel om af te dalen. Dit keer had ik percuteermateriaal bij (ook dat nog) en nadat enkele grote blokken waren geëlimineerd, kon ik voorzichtig twee meter lager in een klein zaaltje plaatsnemen. Een gat in de vloer tegen de zijwand, ging nog wel 2 m dieper. Weer blokken ruimen dus. Toen probeerde ik eens erin af te dalen, maar mijn borstkas blokkeerde en dus kroop ik terug omhoog. Amper uit het gat stortte alles met veel geraas onder mij in! Oef, effe geluk want 5 seconden eerder had ik eronder gezeten!

Het gat was nu wel véél ruimer en dus kon ik makkelijk verder. Annette volgde voorzichtig. Een vrij grote gang, duidelijk een rivierbedding, liep naar rechts (stroomaf) en naar links (stroomop). Dit laatste was ruimst en dus bekeken we dat eerst. 10 meter verder, zowaar een flink zaaltje (een meter of vier) en het liep op zicht nog verder, alleen lag daar een groot blok in de weg. Terug stroomafwaarts dan maar, naar ons beginpunt. Na wat verbreden geraakt Annette daar een meter of 5-6 verder. Best interessant allemaal, een meter of 20-30 erbij. We veronderstellen dat deze rivierbedding naar een andere perte in de doline moet leiden. Wat leuk is: het Systeem Fagnoules-Buc zal hierdoor de 3000 m lengte overschrijden. Wordt vervolgd dus, topo zal ook voor volgende week zijn.

Aangezien er nog geen spoor van de anderen was, hebben Annette en ik alle kitzakken (ze waren nu toch véél lichter) al tot in het ingangszaaltje gebracht. Toen de anderen daar arriveerden, zegden ze mij dat de 4 Styxers, er langs de boveningang uit wilden en al waren vertrokken. Oei, die mogelijkheid hadden we vanochtend wel geopperd, maar met een gids natuurlijk. Want dat is een best ingewikkeld traject met tal van afslagen waar je verkeerd kan lopen, en vooral een weinig evidente cheminee van 17 m hoog die je moet uitklimmen, in een zone waar er nog zo’n 4 andere zijn!  Dus dat plan kon best wel eens héél lang duren of mislukken, en het was al tegen 18 u dus niemand wilde daar nog lang staan wachten.

Kortom, ik die mannen achterna. In de Salle Goelasnuf had ik ze al te pakken en zo zijn we vlotjes in een halfuurtje via de boveningang naar buiten geraakt. De andere 5 waren toen al lang buiten, natuurlijk.

Topdag in een topgrot.

donderdag 5 mei 2022

Fagnoules na de megacrue van juli 2021

Wat voorafging

Uiteraard, de crue van het millenium die van 14 tot 17 juli 2021 heel Wallonië blank zette, wegens een "waterbom" met een onwaarschijnlijke hoeveelheid regen (tot 270 liter/m² in het oosten van het land).
Drie dagen na deze "crue", op 19 juli, zijn Annette en ik de zaak langs buiten gaan bekijken. Het was duidelijk dat alle weilanden het water naar de doline hadden afgevoerd en dat een woeste rivier daar heel veel schade had aangericht. De ingang was totaal verstopt. Amper 10 dagen later was die alweer opengemaakt door een moedig trio: https://scavalon.blogspot.com/2021/08/fagnoules-de-zoektocht-naar-de-poort.html

In november 2021 zijn we in de grot al eens de schade gaan opnemen. Toen zagen we al een waterlijn, 2 m hoog in de eerste grote zaal van de grot: een heel slecht teken!

Crueniveau in Salle des Arcs

We zijn toen gestrand aan de sifon 2 (Exterminé), die opnieuw sifonneerde. Niet vergeten dat we destijds (2004) achter deze 13 m lange sifon over wel 40 m afstand een diepe gracht hebben gegraven, waardoor het waterniveau ervan veel lager is komen te staan. Hoogstwaarschijnlijk was er nu in die gracht voorbij de sifon een groot pakket sediment en keien gespoeld. Niet de eerste keer;  7 jaar geleden hadden we die gracht ook al eens opnieuw moeten uitgraven...met 11 man! Dat relaas staat hier  https://scavalon.blogspot.com/2015/06/grote-manoeuvres-in-de-fagnoules_16.html

Hoe dan ook, we moesten die sifon weer voorbij geraken. Erachter zit nog 2,5 km grot!

Zondag 1 mei 2022, dag van de arbeid! 

En dus trokken we naar de Fagnoules: Erik, Toon, Len, Paul VI, Annemie, Dagobert, Annette en Paul.  

Het was nu 6 maanden later, het had wekenlang niet geregend. Het debiet van de ondergrondse rivier zou laag moeten zijn. Maar of dit genoeg was om weer luchtruimte in de sifon te hebben?

Eerste probleem was alweer de ingang. Een spar van wel 40 m lang was omgevallen en lag over de doline, tot in de weide. Er waren takken omlaag gevallen en die versperden de ingang maar gelukkig had de houten constructie die we daar 6 jaar geleden maakten, alles tegengehouden. Een kwartier later waren de takken opgeruimd. 


We maken de ingang weer vrij (foto's PVI)

Aan de Sifon 2 gekomen dook ik in het sop, het zag er goed uit, ik zat zo 5 meter verder. Dan nog 15 cm lucht, dan 10 cm … 5 cm en dan nog hooguit een vingertje lucht. De minste beweging deed het water de passage afsluiten. Ik wist dat het niet meer ver was, maar er was een reële kans om onder water op een obstakel te stuiten (een berg keien bv) en dus leek het niet verantwoord om door te gaan. Enkele anderen kwamen ook eens kijken, het oordeel was unaniem: te gevaarlijk. 


We beraadslaagden. We konden naar de Chantoir de Buc gaan, de stroomafwaartse ingang en vanaf daar de ondergrondse rivier remonteren tot aan deze S2. Maar de Buc was ook ingestort door die megacrue en daar moet dus eerst flink aan gewerkt worden, bovendien was het best mogelijk dat we op het meer dan 500 m lange traject nog andere obstakels zouden tegenkomen. En dus kwam het idee om, zoals in de goede oude tijd, de rivier tijdelijk af te dammen, om zo het debiet in de Sifon 2 tijdelijk te verminderen waardoor er hopelijk wat meer lucht zou vrijkomen. Net lang genoeg om erdoor te floepen...

19 jaar geleden maakte ik met wat houten balkjes een eenvoudig dammetje, bijna 100 m voor de sifon. Daarmee begon toen heel het avontuur van pompen, slangen leggen en de sifon elimineren. Ongelooflijk maar dat dammetje is nog steeds intact (doch wel bijna rot).

Het maken van het dammetje in december 2003 

Paul & Paul dus naar daar, om de buis in die dam even dicht te maken. Bleek dat we het water liefst 10 minuten konden tegenhouden vooraleer hij overliep. Weer aan de Sifon 2 gekomen, bleek dat het water daar na enkele minuten inderdaad 5 cm was gezakt en dat Erik er al eens was door gefloept! Hoera!

We herhaalden heel het maneuver en dit keer gingen ze er met 4 door: Erik, Toon, Len en Dagobert. De 10 minuten bleken net te volstaan.

Het viertal begon aan de andere kant zand en grind weg te graven en na een half uurtje was het water in de sifon duidelijk gezakt waardoor iedereen kon volgen. Met zijn achten hebben we dan nog een dik half uur gegraven. Maar het probleem is daar dat je al dat weggegraven zand enkel maar op de steile oevers kan gooien. Bij de eerstvolgende crue valt dat allemaal weer omlaag. Die gracht moet nog dieper worden gemaakt en vooral: alle materiaal moet veel verder worden gedeponeerd. Een operatie waarvoor je best met een man of 12 bent (we hebben het nog eens gedaan).

Daarna trokken we op verkenning. We hadden de indruk een première te doen, alle vloeren waren overdekt met 3 cm maagdelijke modder, geen voetstap meer te zien. Natte modder wel dus van zodra we erdoor liepen, was het al één papboel. In de Galerie Obscure, de grote fossiele galerij, waren vele balisagepaaltjes weggespoeld. Bijna 3 m hoger zagen we een duidelijke aftekening van de hoogwaterlijn. Dat betekende dat de grot praktisch heeft volgestaan, wel 25 m boven de Sifon 8 (maar opgelet: dat is niet het laagste punt van de grot, dat is nog 13 m lager!)

Iets wat ik mij nooit had kunnen voorstellen gezien het volume van de galerijen en de uitgestrektheid van de grot. Gelukkig zijn er niet veel concreties op het traject, maar degene die er wel waren, zagen nu bruin.

historische foto, deze witte concreties zijn nu overdekt met modder (Galerie Obscure)

De Sifon Moche dan, die passeerde als vanzelf. En ook de Sifon 6 nog steeds maar die was wel meer opgevuld. Dat hadden we eigenlijk niet durven hopen!  De dekzeilen die daar de vloer hadden beschermd, die hebben we teruggevonden aan de Sifon 8…

De ploeg splitste hier op, Dago wilde naar buiten en Paul en Annemie escorteerden hem. Annette, Erik en ik wilden de Oufti-Amai nog bekijken en Toon en Len hadden dat nog niet gezien dus die gingen mee (later bleek dat wij hen amper 3 jaar geleden al dit moois al hadden getoond, maar jonge hersenen zijn blijkbaar vergeetachtiger dan oude).
Ook hier, alles overdekt met een laagje modder. We beklommen de Montée impossible, die eindeloze helling. Tot daarboven kon toch nooit water hebben gestaan? En toch jawel! De Sifon 9 waarop heel deze tak van de grot eindigt zit…. 38 m lager. Van een crue gesproken!

Gelukkig bleek in de mooi geconcretioneerde Galerie Obscure, en in de Galerie Océade met die bassins, amper modderafzetting zichtbaar. Beneden, aan de pseudosifon daarentegen, was het grote modderellende en we zijn dan ook niet verder gegaan. Wat de situatie in de Réseau de l’Echo (met de mooie Salle du Mont Blanc) is, weten we nog niet. We zijn evenmin richting Chantoir de Buc gegaan, mogelijk zijn er daar ook problemen te verwachten.

Salle du Mont Blanc zoals we ze ons herinneren. Ze heeft nu volledig onder water gestaan. Dus mogelijk is de Mont Blanc nu de Mont Brun ! 

Terug naar buiten, onderweg nog even met Erik een zijgang gaan bekijken waar we destijds flink hadden gegraven. Blijft interessant maar moeilijk en dus hebben we de twee graafbakken die daar lagen mee naar buiten genomen.

Balans: onze mooie Chantoir des Fagnoules is niet meer hetzelfde. Het was vroeger hier en daar al een modderbak, nu is het dat overal. Het is gelukkig geen erg geconcretioneerde grot en dus is van die kant weinig schade te melden. Als de modderlaag nu nog wat wil opdrogen, zal het er allemaal wel redelijk meevallen. 

Te doen

Er wacht ons nu heel wat werk:

- De gracht achter de Sifon 2 uitdiepen en het dak van de sifon nog wat ophogen

- Een nieuwe dam maken nu het nog kan, voor de houten dam helemaal is weggerot. Want die dam bewijst nog steeds diensten.

- Een zeer gevaarlijk hangend blok net voor de Salle des Arcs onderstutten.

- De houten ingangsconstructie heeft evenmin een eeuwig leven en is niet sterk genoeg. Moet veel beter gemaakt worden.

- De omgevallen spar weghalen.

- Chantoir de Buc weer vrijmaken en een betere afwatering van het beekje voorzien

We zullen nog zien hoe we dat aanpakken, maar het zou liefst voor de winter gebeuren zolang er niet teveel water is.

Over water gesproken…

Ik heb wat liggen cijferen over hoe deze grote grot in juli 2021 bijna volledig kon vollopen. Maar ook: waarom is ze niet overgelopen? Uiteraard is dat allemaal maar wat amusant en héél benaderend giswerk! 

De blauwe lijn geeft aan hoe hoog de grot is volgelopen. In het beginstuk heeft het water nog veel hoger gestaan (wegens enkele nauwere doorgangen allicht)

Heel de gekende grot heeft een volume van +/- 13.000 m³ (tamelijk precies gekend volgens topogegevens) en is voor 80% volgelopen, 10.400 m³ water dus. Eén Olympisch zwembad van 50 x 25 x 2 m is 2500 m³ water, dus een stuk of 4 zwembaden volstaan om de grot te vullen. Dan was de vraag: was er inderdaad zoveel water gevallen? Of misschien wel meer? 

De ondergrondse rivier heeft een debiet van 10 liter per seconde bij droog weer. Bij extreme crues wel 50 l/s (toen zijn we de Siphon Exterminé nog doorgeraakt!) tot misschien wel 100 l/s. Bij zo’n debiet was er een opstuwing van enkele meters hoogte zichtbaar voor enkele “flessenhalzen” van de grot zoals de Sifon 2, Moche of  S6, S7 en S8. Sommige ervan hebben een sectie van amper 0,5 vierkante meter. Maar één ding is zeker: 100 l/s kan perfect afgevoerd worden. Er moet dus in juli 2021 een veel hoger debiet zijn geweest.

Een crue van minimaal 50 l/s in 2007. We zijn toen zelfs nog door de S2 gekropen!

De doline ligt in een "cuvette" van weilanden van minstens 0,6 km² oppervlakte. Het regenwater dat daarop valt gaat, eens de grond verzadigd is, allemaal naar de grot. De ondergrondse rivier zelf komt van veel verder  maar het is niet in te schatten hoeveel het debiet daarvan toeneemt bij crue.

Rekening houdende met de oppervlakte van het drainagegebied, met de gemiddelde neerslag (140 l/m²) die in deze regio in 72 u is gevallen en nog wat gokwerk, kom ik op een mogelijk gemiddeld debiet van 400 l/s. Dat is zowat 100.000 m³ water op 3 dagen. Waarom is de grot dan eigenlijk niet geheel volgelopen of zelfs overgelopen? Want er is immers 8x zoveel water ingestroomd als haar totale inhoud.  

We hebben al eerder gezien dat het water vanaf  een debiet van 100 l/s voor sommige nauwere doorgangen begint op te stuwen. Het extra water (400-100 = 300 l/s) zou dan zijn beginnen stijgen voor die passages en in feite zou de grot dan binnen de 10 uur  reeds "vol" zijn geweest...

Dat dit niet is gebeurd, heeft diverse verklaringen.

Het debiet dat die nauwe passages kunnen doorlaten, hangt onder meer af van de druk van de waterkolom. Hoe hoger het water opstuwt, hoe meer druk op de uitstroomopeningen. En in ons geval, is er een stijging geweest van 20 meter of meer, dat is een overdruk van liefst 2 bar. Ik laat het aan de ingenieurs over om uit te rekenen hoeveel debiet er dan door bv. de Siphon Moche is geperst (sectie hooguit 0,75 m²)  maar ik gok op minstens 250 à 300 l/s.

Verder is het debiet van het aangevoerde water niet gelijkmatig die 400 l/s over de 3 dagen geweest. Zo’n crues kennen altijd een snelle opbouw naar een piek en dan een langzame daling. De grafiek met het debiet van de rivier de Bocq in Spontin, op amper 5 km van daar, geeft dat duidelijk aan.

Debiet van de Bocq gedurende de 3 regendagen, met een piek van 22 m³/s

Dus er kan best een piek zijn geweest van bv. 2000 l/s die de grot enkele uren lang heeft gevuld maar die dan is teruggevallen naar een veel lager gemiddelde...  

En vooral is er een totaal onbekende factor: “hoeveel grot zit er nog achter de eindsifon”. Want we vergelijken nu het volume aan regen (100.000 m³) met het volume van de gekende grot. De resurgentie ligt liefst 3000 m verder en 83 m lager dan de eindsifon. Dat is potentieel nog héél veel grot. Tien keer zoveel als we nu kennen. En dat is allicht ook deels of volledig volgelopen en daar was tijd en héél veel water voor nodig. Anders gezegd: het grootste deel van alle gevallen regen, is mogelijk gewoon verdwenen in een nog te ontdekken grot. Dromen staat vrij...

Paul De Bie

woensdag 4 augustus 2021

Fagnoules, de zoektocht naar de poort.


Op zaterdag 31/07/2021 zijn Paul VI, Annemie en Michaëla naar de 
Fagnoules gereden om een poging te doen de ingang terug vrij te krijgen nadat het stormweer van de voorbije weken hier flink had huis gehouden. We waren maar met drie dus dat ging een zware dobber worden aan de foto's te zien die Paul de Bie had doorgestuurd na zijn controletocht van de ingangen. We zijn eerst naar de boven ingang gaan kijken. Deze zag er netjes uit maar het deksel open krijgen was niet van de poes,amaai.

Met twee man/vrouw hebben we moeten trekken en sleuren om deze open te krijgen. Zelf met ons extra wapen "wd40" ging ze héél moeilijk open, piepen en kraken, ongelooflijk! Maar uiteindelijk is het toch gelukt zodat Annemie even heel voorzichtig een kijkje kon nemen naar de toestand binnen. 

Alles leek op het eerste zicht nog stabiel te zijn, ze is tot aan de diaklaze geweest waarin je afdaalt  en tot daar leek alles prima in orde. 

Dan via de weide overgestoken naar de doline van de Fagnoules. Onderweg hebben we nog een serieuze verzakking gezien die is ontstaan in de weide. Het water heeft ook hier zijn weg gezocht tussen de rotsblokken door. 


De ingang van de Fagnoules zagen we bijna niet meer liggen. Gelukkig dat de houten constructie stand heeft gehouden , wat een ravage! Vol goede moed begonnen we om 10.00u aan de opkuis. 



Kleine boomstammen tot hele bomen werden verwijderd, daarna werd er emmer per emmer zand en kiezel naar boven gedragen en in de kleine doline gestort aan de vossenburcht.


Toen we terug zicht kregen op het dak van de constructie werd het tijd 
om de ingang , dus de poort,  eens te controleren. Euch, poort? Waar moet die zitten? Potjandorie, dat gaat ons hier nog vééééél zweet kosten.



We herkenden niks meer, het was natuurlijk ook al wel héél lang geleden dat we hier waren geweest maar ergens hadden we toch nog in ons achterhoofd dat je een klein kloofje had waar je teneinde de poort had en waar een kleine smalle persoon net kon zitten om de poort te openen. Ok, we zullen zien waar we vandaag geraken maar hier moest zeker 1,5m diep uitgegraven worden en dat maar met z'n drietjes, pff. 



Uren verstreken, soms zakte de moed in onze schoenen omdat we niet 100% zeker waren dat we in de juiste richting aan het graven waren. Totdat Annemie ineens een boorgat zag en toen wisten we het, we waren goed aan het graven, oef! Na 6 uur graven, onze jus in onze armen bijna op, zagen we opeens een mooie, fantastische kleur. Een klein stukje "groen" van de poort kwam piepen, joepie!



Nog even doorzetten en we krijgen ze vrij! 
Nog een uurtje later na 7 uur noeste arbeid was het" victorie" kraaien! Eindelijk, de poort is vrij!  Maar nu moesten we ze nog open krijgen he. De sleutel ging wel in het slot maar de beugel wilde geen mm draaien. Waarschijnlijk stond er druk op de poort door allerlei klein gruis dat er tussen gesukkeld was, waardoor het slot klem is komen zitten. Vermits er een opening boven de poort was( ik weet niet of dit vroeger ook al was, ik kon er mijn been doorsteken) heeft Paul met een hamer enkele tikken aan de binnenkant van de poort gegeven waardoor deze toch watlosser kwam en er zo in het slot terug wat beweging kwam. Uiteindelijk is het ons dan toch gelukt om de poort open te krijgen, oef, missie geslaagd!

Het eerste wat me direct opviel was dat er vlak na de poort een kloof is ontstaan, de vloer waar je vroeger op lag is helemaal weggespoeld. 



We zijn dan verder gekropen tot aan het eerste zaaltje. De lage passage waar er al eens ijs stalagmieten stonden is nu een hele modderpassage geworden maar kan gemakkelijk weg geschept worden. In het zaaltje wisten we nog dat je over een blok moest kruipen om dan zo naar de éboulie te gaan. Aan de linkerkant van dit blok  zagen we nog sporen van een touwtje dat eens gespannen was maar volgens ons is er heel wat weggespoeld onder die gigantische blokken. Je kan nu met gemak langs die blok waar je normaal over kruipt passeren, wat natuurlijk niet
de 
bedoeling is want die gigantische blokken hangen daar toch maar vies vind ik.




Enfin, ik ben dan even voorzichtig een kijkje gaan nemen in de 
éboulie zelf. De stutten staan er nog allemaal en hebben op het eerste zicht niet bewogen.


Ik ben tot aan de brievenbus gaan kijken. Hier ligt een blokje in de weg maar ik kreeg het niet los en ik had geen koevoetje bij. Het is maar een klein blokje dat links in de spleet steekt. Nog wat takken en graspollen verwijderd en verder leek mij de doorgang goed. Ik ben niet afgedaald dus het verdere verloop heb ik niet kunnen zien. Mijne tuf was trouwens op dus tijd om op te kramen. 

Een zeer succesvolle dag vandaag, moe maar tevreden, geslaagd in onze opdracht, reden we terug naar huis. Topdag met een topteam!


Michaëla

donderdag 28 maart 2019

De Fagnoules compilatie


Onlangs bracht Speleoclub Avalon een publicatie over de uitzonderlijke exploratie van de Chantoir des Fagnoules te Awagne uit, een “Special” van 50 blz.  Alle speleologen van het VVS of UBS hebben dit gekregen. Hierin werd kort de geschiedenis van de exploratie verhaald, maar het accent lag vooral op de beschrijving van de grot en de wetenschappelijke aspecten ervan.

Maar er was zoveel meer te vertellen! Om de saga van het “Systeem Fagnoules-Buc” in schoonheid af te sluiten, wordt er nu nog een boek uitgebracht. Een boek met uitsluitend de exploratieverhalen. Hiervoor werden alle verslagen, e-mails, blogs en dagboeken uitgeplozen. Het resultaat is een compilatie van liefst 132 bladzijden, rijkelijk geïllustreerd met meer dan 150 foto’s, waarvan velen nooit eerder uitgebracht.  De verhalen zijn van de hand van een 15 verschillende auteurs, met elk hun eigen stijl.

Voor wie zelf bij de exploratie betrokken was, is deze lectuur natuurlijk één brok nostalgie, en je zal misschien met weemoed al die straffe verhalen herlezen. Best mogelijk dat je op een foto in dit boek staat of er zelfs een tekstje voor hebt geleverd! En je krijgt hoe dan ook een eervolle vermelding in de lijst van liefst 90 medewerkers!
Maar iedereen, of je er nu bij was of niet, zal de speleomicrobe (weer) voelen kriebelen!

Het boek wordt door Speleoclub Avalon uitgebracht aan kostprijs, want we willen gewoon de herinnering aan een geweldig avontuur levend houden. Meer moet dat niet zijn.

Het wordt een vierkleurendruk op 135 gram papier met een zachte, glanzende kaft (350 gram).

De kostprijs: een luttele 15 euro!

Wil je dit stuk authentieke Belgische speleogeschiedenis binnenkort in huis hebben, laat het ons dan zonder dralen weten (graag voor 15 april). Ledvering is voorzien eind april 2019


Vermeld duidelijk het aantal exemplaren, je naam en adres en contactgegevens.
Opgelet: afhaling van het boek kan in Edegem (2650), ofwel Vieuxville (4190).  Wij staan ook open voor suggesties! Kwestie van afspreken.

Het kan ook opgestuurd worden = 6 euro extra voor 1 exemplaar. Voor meerdere exemplaren gelden andere tarieven. Opgelet: uitsluitend in België. Internationale verzending kost meer dan het boek zelf! Dat doen we dus niet, tenzij je persé wil, natuurlijk.

Betaling regelen we op moment van je definitieve bestelling.

Tot slot: het boek is in het Nederlands! Er staan wel enkele Franse teksten in, omdat de auteurs ervan het in die taal schreven. Maar er zijn geen plannen om het boek te vertalen in het Frans.

In het boek vinden we bijdragen van Jos Beyens, Rudi Bollaert, Paul De Bie, Herman Jorens, Mario Lebbe, Friedemann Koch,  Dagobert L’Ecluse, Jack London, Michel Pauwels, Frank Saenen, Bart Saey, Annette Van Houtte, Michaëla Vande Casteele, Erik Van den Broeck, Frans Verstreken


woensdag 9 november 2016

Nieuws van het Belgische explofront

Tijdens een weekje herfstvakantie hebben Annette en ik ijverig verder gedaan aan diverse van onze Belgische projecten. Een samenvatting:

Zaterdag 29 oktober 2015
Trou du Parrainin Eprave; een grot die al heel lang op mijn wenslijst stond. Het was een werkbezoek onder leiding van Benoit Lebeau (GRPS), in gezelschap van Marc Legros (SCF) en Annette. Het eerste deel van de grot is door mijnwerkers uitgegraven in de 19de eeuw. Verderop is er een ruime, zeer geconcretioneerde galerij (Cimétière), gevolgd door een zaal en enkele annexe réseaus en gangen. Achteraan zochten we in elk gaatje, maar een evidente plek om te werken vonden we niet echt. We vervingen ook een looplijn, dus hadden we de boormachine toch niet voor niks bij. We haalden ook nogal wat rommel van de ontdekkers eruit, graafbakken, emmers, graafmateriaal enz. Toffe grot, jammer genoeg met plakkerige modder en die zit ook over de meeste concreties uitgesmeerd, want de oorspronkelijke ontdekkers van deze grot namen het destijds niet zo nauw. Tegenwoordig is de grot perfect gebaliseerd met touwtjes zodat er geen verdere schade meer kan bijkomen.

Woensdag 2 november 2016
Met Annette naar de Fagnoules. Eerst een uurtje bezig geweest met het fotograferen van een boeket bizarre zwammetjes in de Salle des Arcs. Deze waren op een binnengespoelde dennenappel gegroeid; echt prachtige dingetjes. 



Daarna naar de Siphon Exterminé (S2) waar we als opdracht hadden: een plop zetten in het plafond, op het laagste punt. De waterstand was nog steeds erg laag, er was 30 cm lucht en dus was het nu of nooit. Op mijn rug in het water liggend boorde ik zo een gat van bijna 1 m diep (en 12 mm diameter). Extra veel goe poeier erin, en een half uur later BOEM. Het resultaat valt af te wachten. Hopelijk is dit lage punt, dat bij hoog water een probleem kan zijn (2 jaar geleden moesten we hier nog met het hoofd half onder water passeren), nu definitief weg. Tenslotte nog een uur bezig geweest aan de ingang, waar ik de opening in het beton onder de poort vergrootte met de Hilti, hamer en beitel, om aldus de doorstroming van het water te verbeteren. Hopelijk hebben we nu minder last van modderophoping voor de poort.

Vrijdag 4 november 2016
Grotte de Vieuxville, Annette en Paul. Deze grot ligt amper 150 m van onze chalet, da’s praktisch dus. Samen met Frits van de GRSC had ik vorig jaar deze oude werf van NTS hernomen. Eerst hadden we de grot getopografeerd, daarna hadden we er in 2015-2016 enkele malen ingewerkt en zo vlot wel 80 m bijgevonden! Onze laatste ontdekking dateerde van februari en was een ruime galerij die nog op topografie en een tweede oordeel wachtte.

Eerst de grot aan Annette getoond, daarna naar het stuk dat Frits en ik in februari ontdekten. Dit geheel getopografeerd (38 m). Tijdens de toposessie ergens omhooggeklommen en zo een meter of 5 bijgevonden, met einde op een vernauwing met erachter minstens 5 m ruimere gang. Maar weinig tocht. Tot slot in de nauwe spleet (links als je de nieuwe gang binnenkomt) ook een vervolg ontwaard en dat ziet er goed uit want hier is goede blazende tocht! Desobstructie van beide mogelijkheden is eenvoudig. Maar dat gaan we natuurlijk samen met Frits doen.
De grot meet nu al 249 m.

Zondag 6 nov 2016
Trou des Mouflons
Na het laatste verslag hier op het blog http://scavalon.blogspot.be/2016/05/mouflons-langzaam-maar-zeker.html waren we nog 2 keer terug naar daar geweest. Aldus zaten we nu 3 m diep in een putje dat geheel met hoekig puin (van buiten afkomstig dus) was opgevuld en moeizaam moest worden leeggemaakt. 
Vandaag voor de  15de keer naar de Mouflons, met Annette. Vandaag ging het gebeuren. Eerst was het de beurt aan Annette om puin te ruimen. Een uur later was ze 70 cm gezakt en werden de blokken groter, er waren zelfs gaten tussen waarin steentjes 2 meter diep vielen! Daarna ruimde ik nog een uur. Het was nu duidelijk: onder ons waren er grote blokken met daartussen hopelijk doordringbare ruimte. Maar doordat we weer een meter dieper waren gezakt, hadden we nu links van ons een stapel zeer instabiel en afbrokkelend puin. Die kon elke moment de dieperik ingaan. We verkozen voor een plopje in een sleutelblok. 
Paul kan voorzichtig door de net vrijgemaakte doorgang glippen
Dat bleek de goede keuze: een uur later was de doorgang vrij en kon ik tussen 2 grote blokken doorglippen en hoera: voor het eerst in 15 graafdagen kwamen we in een ruimte uit! Hier was zelfs plaats voor ons allebei! Veel stelde het niet voor: we konden in 3 richtingen telkens een paar meter ver geraken. Maar in één hoek was er zeer duidelijke tocht, een klein gaatje lonkte. We werkten daar nog een uurtje aan tot we zicht kregen op een meter extra vervolg.

Annette in het ontdekte vervolg. Nog klein maar wel echte grot.


De dag was om, maar we waren toch wel tevreden. We zitten in een stabiel grotje en we hebben daar stockageruimte zodat we niet met meer met alle stenen naar buiten moeten. Want dat buiten is toch al wel 7-8 m omhoog! Hopelijk geraken we nu ook verder in een echte, grote grot (hoewel de kans reëel is dat we gewoon in de Trou des Côtes uitkomen).

woensdag 16 maart 2016

Vleermuisredding in de Fagnoules

Zaterdag 27 februari 2016
Paul en Nicolas gingen naar de Fagnoules, om met twee leden van Plecotus (Pierette en Jonathan) vleermuizen tellen. Tot onze totale verrassing vastgesteld dat er zich een grote aardverschuiving had voorgedaan boven de ingang, waarmee bovendien een heel dikke berk was meegekomen die zich met zijn wortel in de ingang had vastgezet. 
De ingang verdwenen onder tonnen zand en puin.
Zo ziet het er normaal uit!

Vast en zeker het gevolg van de hevige regenval en mogelijk ook de sneeuwval van de voorbije weken. Ongelooflijk dat zo een ruime ingang plotsklaps kan weggevaagd worden: er zitten vele kubieke meters modder in de ingang + een boom. Het zal je maar overkomen wanneer je in een grot zit!
Kortom onze geliefde Fagnoules, zondermeer een supergrot uniek in zijn genre (3 km lang), was verdwenen!


Waterval in de Fagnoules
We hebben de grot dan via de ingang nabij het verdwijnpunt gedaan, een veel lastiger, natter en langer traject. 

19 vleermuizen geteld van 4 verschillende soorten, een succes dus. En er zitten er allicht veel meer, want de grot is zeer ingewikkeld en er zijn heel veel hoeken en kantjes. Maar: binnen enkele weken worden die diertjes wakker, en die geraken niet meer buiten. Het traject naar de andere ingang kennen ze niet, het is meer dan 150 m lang, nogal ingewikkeld en eindigt tenslotte op een niet erg vleermuisvriendelijke poort. Kortom, dat kon wel eens catastrofale gevolgen hebben voor deze nuttige diertjes.
Vleermuisskelet in de Salle des Noisettes (Réseau de l'Echo)
We zijn de situatie langs binnen gaan bekijken.  Na het weghalen van enkele honderden kilo's modderpap hebben we de poort open gekregen en er een uur gegraven. Maar het zit hermetisch dicht, hier is dagen werk aan.

Zaterdag 12 maart 2016
Uitgraven van de ingang van de Fagnoules op een prachtige zonnige dag. Paul, Kim, Annemie voor Avalon, Frits van GRSC en Marie, Bastien en Jonathan van Plecotus.  



Het elimineren van de boom ging verbazend vlot, dankzij de kettingzaag en vooral  de sterke tirfort van Frits, zelfs de wortel die misschien wel 500 kg woog werd er zo uitgesleurd. 




de wortel wordt langzaam maar zeker weggetakeld
Maar eens die obstakels weg waren, werd gauw duidelijk hoeveel aarde er in de ingang was geschoven: ik schatte minstens 2m50 hoog. En die aarde was een soort natte blubberige klei vol wortels. Graven was er niet echt in mogelijk, het was eerder als mollen dat we emmers vol schepten. En die wogen zeker 20 kilogram per stuk. We maakten een mensenketting en urenlang kwamen de volle emmers aan flink ritme eraan. 
We probeerden die emmers leeg te maken, ver genoeg van de ingang zodat het er niet weer zou inspoelen, maar dat was meer als proberen een pot choco leeg te schudden. Zwaar werk! De berg modder groeide tot onwaarschijnlijke proporties, meerdere kubieke meters. Maar we zakten slechts traag richting van de poort en hoe dieper we groeven, hoe natter de opvulling werd. 

Zo is het Panamakanaal ook gegraven: met emmers
Rond 14u30 u, God mag weten na hoeveel emmers (500? 1000? ) was onze pijp vrijwel uit en zag het er niet naar uit dat het nog voor vandaag zou zijn.  Toen kwam Frits de menselijke graafmachine zich even bemoeien met het graafwerk, de cadans werd nog wat opgedreven en de emmers vlogen nu aan een moordend tempo over en weer. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ze nog maar half vol waren, want onze armspieren waren dat ook nog maar. 

Tussen het graafwerk door, hielden Marie en ik zich een half uurtje bezig met het vullen van een waterreservoir (150 liter)  op de rand van de doline. Een tuinslang hevelde het water 10 meter lager waar er genoeg druk was om, eens we de poort vrij zouden hebben, de boel wat proper te spuiten.


Rond 14 u, er zit nog minstens 1m50 modder in
Rond 15u30 kregen we eindelijk zicht op een kleine luchtspleet tussen de modder en de rots en wat later zagen we een glimp van de poort. Frits was nu niet meer te houden, vooral niet nadat Bastien had aangekondigd dat hij en Marie om 16 u dienden te vertrekken.  Het vullen van de emmers ging trouwens hoe langer hoe beter, de modder was hier een lopende pap die gewoon in de emmers kon geschept worden.  


We naderen de poort
Rond 16 u was de poort zodanig vrijgemaakt dat ik erdoor kon glippen. Beneden wachtte me een ongelooflijke modderbrij, die tot op 20 cm van het plafond kwam. Ik ploeterde erdoorheen en trok met beide armen de brij zover mogelijk achteruit tot in de zaal. Ondertussen sproeide Frits met de tuinslang de overschot van de modder weg die natuurlijk allemaal omlaag glibberde in mijn richting.
Zicht op de berg modder die uit het gat is gehaald


De ingang is bijna leeggemaakt
We besloten het daarbij te laten, we waren  bekaf en er was nog voor meerdere uren werk om enerzijds de modderbrij beneden weg te werken, anderzijds nog veel loshangende grond boven de ingang te verwijderen.
Daarover ontfermde zondags het trio Jos, Nicolas en Erik zich, ze hadden er nog een uur of 4 werk mee!
De modderbrij beneden de ingangsput
Het was een meer dan geslaagde “reddingspoging”. Maar nu moeten we nog wel ervoor zorgen dat dit niet meer kan gebeuren, want de wand boven de ingang heeft nu geen enkele stevigheid meer en eerder vroeg dan laat zal er zich weer zo een modderlawine voordoen . Er dient een soort afdak te worden gebouwd, dat is iets voor de komende maanden. Nu eerst het goede weer wat afwachten zodat alles wat kan opdrogen.

De vleermuisjes kunnen in elk geval weer buiten, en dat was het voornaamste. En wij kunnen weer binnen, da's ook meegepakt. Zeer veel dank aan de mensen van Plecotus en GRSC om ons bij te staan in deze moeilijke operatie. 

Foto's bij dit artikeltje: Bart Saey, Paul De Bie, Annemie Lambert, Erik Bruijn