donderdag 19 november 2009

Wijnactie 2009...

Beste trouwe lezers van dit blog,

Naar jaarlijkse traditie gaat de Speleoclub Avalon wijnactie weer van start.
Door deze wijn te kopen steunt u de club. Met deze steun kunnen wij ons materiaal aanschaffen, en aldus werkt u in feite mee aan de exploratie van de Belgische en buitenlandse ondergrond. En weten wij weer waarover we moeten bloggen en zo hebt u weer uw wekelijkse lectuur. Dus is de cirkel rond en iedereen is tevreden.


En o ja: u houdt er ook nog een lekker wijntje aan over!

Zowel de rode als de witte wijn van vorig jaar viel zeer goed in de smaak en dus kozen wij er opnieuw voor!


- een rode, Franse Cabernet Sauvignon "Jean Balmont" 2008 uit de Pays d'Oc.

- een witte Touraine 2007 (Sauvignon) uit de Loire-streek

Beide weer voorzien van een origineel speleo-etiket van de hand van Annette.


Denk NU aan de eindejaarsfeesten - Bestel tijdig



Nieuw: 2 € korting bij aankoop van een karton van 6 flessen!


De prijs bedraagt 6 Euro/fles. Koopt u per karton, dan betaalt u slechts 34 Euro. Een karton mag gemengd zijn: wit & rood.


Bestellen kan bij eender welk lid van SC Avalon, of bij onderstaand adres.
Vermeld duidelijk het aantal gewenste flessen van elke soort (rode/witte).
SC Avalon, Jan de Bodtlaan 59, 2650 Edegem
tel 03 440 49 87
scavalon@skynet.be


Voor levering spreken wij wel iets af.
Betalingen contant, of op rekening van SC Avalon vzw. Argenta bank: 979-6159289-85
IBAN: BE89 9796 1592 8985
BIC: ARSPBE22

bij voorbaat dank

BELANGRIJK VOOR SNELLE BESLISSERS:
Wij kunnen uw bestelling meenemen naar de Journées Scientifiques te Han-sur-Lesse op 5 december 2009

dinsdag 17 november 2009

Duik in het Verre Westen – vervolg en einde

Ongeveer een jaar geleden (okt 2008) dook Michel in de sifon die in het meest verafgelegen en meeste westelijk deel van de grot ligt: de sifon 9. Zie http://scavalon.blogspot.com/2008/10/duik-in-het-verre-westen.html voor het verslag van toen. Michel geraakte toen wel het diepste punt voorbij (op –8 m), steeg weer 5 meter doch een vernauwing op –3 hield hem tegen.

Gezien de extreem droge zomer van 2009 leek het ons het moment om deze duik te herhalen. Een flinke ploeg sherpa’s kreeg dan ook de eer en het genoegen om Michels zware spullen doorheen heel de grot te slepen: Annette, Bart, Raf, Tobias, Paul en genodigden Frans Kampkes en Florian De Bie.



Ondanks de regen van de voorbije weken waren de waterstanden onder de grond nog steeds ultra-laag. Meer nog: in vergelijking met ons bezoek van ongeveer een maand geleden, was het niveau van de S9 nog een extra meter gedaald: het stond dus zeker 3 meter lager dan tijdens de duik in 2008. Maar dit maakte het nog veel moeilijker voor Michel om zich in zijn neopreenpak en duikuitrusting te hijsen: hij moest dit staande in 1 m diep water doen. Blubber alom, heel slechte lucht (iedereen stond te hijgen), koud water, kortom een nachtmerrie. Na een half uur was Michel zover en verdween hij in het chocoladebruine water. Tien minuten later kwamen er geen bellen meer onze kant op: hij was het laagste punt voorbij! Wij droomden al van het grote vervolg dat hij vast en zeker aan het exploreren was…. maar een kwartier later kondigden bellen zijn terugkeer aan. Op die tijd kon hij onmogelijk veel hebben geëxploreerd (nog maar enkel de duikuitrusting afleggen en daarna weer aantrekken duurt al gauw 30 minuten).

Met spanning wachtten we tot onze duiker zijn adem had teruggevonden in de van CO2 verzadigde atmosfeer, en zijn relaas deed. De sifon daalde zacht over een meter of 25 afstand, tot op een diepte van 5,60 m. Dan werd het veel groter, hij kon recht omhoog stijgen tot aan een wateroppervlak: de sifon was gepasseerd! Maar, de enige uitweg uit deze luchtklok was een versmalling, recht boven hem. Onmogelijk die met duikuitrusting aan te passeren, en nergens was er iets waaraan hij zijn flessen en overige materiaal kon hangen. Alles dat hij uit zijn handen liet vallen zonk naar de bodem, 5 m dieper! Bovendien, hoe al watertrappend uit heel die uitrusting geraken, en dan een meter omhoog chemineren om te proberen die vernauwing te bereiken? Onmogelijk en levensgevaarlijk. Frustrerend maar er zat niets anders op dan terug te keren. Michel zocht alles onder water uiteraard goed af (op de tast): er schijnen geen andere doorgangen te zijn.

De vernauwing die Michel belette om verder te geraken, was ongetwijfeld dezelfde als diegene die hem tijdens zijn duik van vorig jaar ook stopte. Maar toen stond het water drie meter hoger, en was er dus geen luchtklok.



Jammer maar helaas, verdere duikpogingen schijnen zinloos. Avalon kan maar op één ding hopen en dat is een extreem-, ultra-, mega-, hyperdroog jaar 2010. Maar vooraleer die sifon opdroogt, zal er maandenlang een Saharaklimaat moeten heersen. De sifon is nu nog minstens 30 m lang en vertegenwoordigt een volume aan water van 50 m³ of meer. Maar niet getreurd: als het niet langs de S9 passeert, dan zal het langs de S8 moeten! Daar hebben we tot op heden nog niet veel aan gewerkt en dat gaan we heel spoedig rechtzetten. Binnen enkele weken lees je er hier meer nieuws over: we plannen immers om deze sifon leeg te pompen… Waarheen en hoe dat lossen we nog wel op.

Met dank aan alle dragers.

donderdag 12 november 2009

Een topodroom

De Trou des Côtes is de gedroomde grot om te (leren) topograferen. Droog, warm (10,5 °C) en vooral vrijwel modderloos. Dus geen vervelende waterdruppels die plots in je boekje neerpletsen of geen moddervegen op je blad. De topo van deze grot was hoognodig want we wisten werkelijk niet in welke richting we gingen.

Woensdag 11/11/2009: een feestdag. De keuze tussen thuiszitten of gaan topograferen in de TDC was gauw gemaakt. Drie ervaren topografen (Jos, Annette en Paul) namen een nieuweling onder hun vleugels: Bart.
Jos en Bart vormden een ploegje en namen de "gemakkelijkste" kant voor hun rekening: Salle du 21/7 en Salle Apollo 11. Niet al teveel zijgangen of complexe toestanden die een beginnend topograaf tot wanhoop drijven.
Annette en ik gingen richting Salle des Invités, het vorige zondag ontdekte grote vervolg. We topografeerden als gekken, leve de DistoX (die het ditmaal uitstekend deed want 's avonds bleken beide toestellen nog steeds tot op een tiende van een graad juist te staan - we hebben al anders geweten!). Het bleek allemaal veel groter en vooral ingewikkelder dan gedacht, dingen die boven elkaar liggen, circuitjes rond blokken, kortom het was een hele klus. Concreties overal waar je tussendoor moest meten, en voortdurend waren we verplicht om in kleine gaatjes te kruipen, die vol messcherpe bloemkooltjes waren gegroeid. Pijnlijk, en opnieuw 4 gaten in mijn onderpak.
Haa die bloemkooltjes!
De hele dag op neopreensokken rondhossen is ook niet bevordelijk om warme voeten te krijgen dus het was met enige opluchting dat we het andere duo onze richting hoorden uitkomen. Het was al bijna 17u, we waren al 7 uur bezig en ik had toen al 55 metingen gedaan, en was nog lang niet toe geraakt aan het bovenverdiep van de Salle des Invités. Ook zij waren niet rondgeraakt (een 25-tal metingen), de hele tak met o.m. Salle de la Recompense was nog niet gebeurd.
Overal concreties waar je tussendoor moet meten
Even gauw de metingen optellend bleek snel dat de TDC veel langer is dan ingeschat. Zonder veel gevaar voor overdrijving, kunnen we schatten dat we nu om en bij de 500 m moeten hebben, waarvan tweederde getopografeerd is!
Dit betekent dat we angstwekkend snel naar de 15.000 m zijn aan het gaan voor wat betreft onze tabel met Belgische exploraties , en dan zullen we - belofte maakt schuld - een vat aanbieden aan onze collega-speleo's van VVS en UBS. Net zoals we gedaan hebben toen we de 10 km haalden (de 10 KM-drink)!

Maar zover zijn we dus nog niet. En hoe bracht onze nieuwe topo-recruut het ervan af? In een woord: schitterend. 10 op 10 en een kus van de juffrouw. Natuurlijk, Bart had in de persoon van Jos een uitmuntende leermeester, maar er kon er maar een tegelijk het potlood vasthouden en dat was Bart. Is er een nieuwe P. Vandersleyen opgestaan? Oordeel zelf.
Barts eerste topo... een kunstwerk

woensdag 11 november 2009

Interclub 2009: Rivière-sur-Tarn in de Causses

Zaterdag 31/10/09
Na een vrij vlotte autorit arriveerden Annemie, Tobias en Michaëla rond 18.30u aan de Gite de Pèira Levada gelegen in Rivière-sur-Tarn. Heel de avond door arriveerden er speleo’s zodat we uiteindelijk met zo’n 30 man/vrouw waren.
Het ging weer een toffe, goedgevulde week worden want mijn verlanglijstje was langer dan er dagen waren om te gaan grotten.

Zondag 01/11/09
Zeer slecht geslapen wat te wijten was aan enkele snurkers op de kamer. Na het ontbijt,maken we ons klaar voor de eerste grottocht: Grotte de Fromagère.
De grot ligt in een begroeide doline midden in een open vlakte. De smalle ingang geeft direct uit op een klein putje van 9m en een zaaltje. We volgen een lage gang die uitkomt op een volgende serie putjes, enkele smalle passages tot we aan een laminoir aquatique komen.



Ambiance verzekerd want hier moet je plat op je buik door smerig slijkwater ploeteren tot aan de volgende put. De toegang tot deze p17 was voor enkelen te smal en hier zijn we dan ook teruggedraaid.
Besluit: leuke grot maar veel te weinig materiaal bij waardoor je constant moest improviseren tijdens het equiperen. 1°deel: Mich, 2° deel: Maureen. Desequip: Cloë
Deelnemers: Dennis, Maureen, Annemie, Michaëla, Cloë

Maandag 01/11/09
Vandaag staat de Aven des Hures op het programma. Een klepper van een grot maar we waren niet van plan de gehele grot te doen maar enkel te gaan tot aan de grote” puits de l’Echo”. Een magnifieke ingang, eivormig gevormd en waar je de eerste zes meter via een looplijn passeert tot aan de eerste putten.



Deze waren nog geëquipeerd door onze collega’s die de grot gisteren hadden bezocht. Veel gesukkeld aan de eerste fractie wegens te kort equipement.
De putten zijn allemaal om ter mooist, groot en één ervan is bedekt met een fantastische coulée over de gehele lengte van de put.



Doe hierbij nog enkele waterbassins die je moest traverseren en een zéér bochtige, knappe meander en je krijgt een fantastische gevarieerde en sportieve grot.
Spijtig genoeg hadden we niet genoeg touw bij om tot aan de Puits de l’Echo te geraken.

Besluit: een mooie tocht en ondanks we ons doel niet bereikt hadden was toch iedereen zeer tevreden.
Deelnemers: Maureen, Cloë, Dennis, Annemie,Michaëla

Dinsdag 02/11/09
Grotte de la Portalerie: volgens mij een initiatiegrot want toen we daar aankwamen stond er een groep van zeven initianten en twee begeleiders die net wilden afdalen in de ingangsput van 15m. We zijn deze groep op een subtiele manier gepasseerd en zo vervolgden we onze tocht langs mooie gours, nog een afklimmetje van 8m met een knopentouwtje en zo komt men uiteindelijk in een grote zaal. In het midden hiervan kan je nog een éboulis opklimmen waar je bovenaan je weg moet zoeken tussen de blokken om het vervolg van de grot te vinden nl. een blok waarop p8 staat vermeld. Deze afdalen en dan is het een zoektocht tussen de éboulis om veilig beneden te geraken tot aan een laminoir van 50m lang. Hier zijn we gestopt.

Besluit: Een mooie grot en gemakkelijk.
Deelnemers: Guido de Keyzer, Annemie, Michaëla, Dennis.

Woensdag 03/11/09
Grotte de Baume Layrou: vandaag zijn we met een hele grote groep op stap, 10 personen.
De grot begint met een grote porche waarin een gang vertrekt die algauw uitkomt in een éboulis. Hier hebben we veel moeten zoeken om de juiste weg te vinden tot aan de eerste zaal:”salle Ronde”. Het vervolg verliep weer tussen de blokken totdat we uiteindelijk aan een diaklaze kwamen die we moesten traverseren. Hierna kwamen we in een grote, lange gang terecht(200m) die mooi geconcrectioneerd was maar die hoe verder je ging lager werd totdat je uiteindelijk op je buik verder moest tot aan een étroiture. Hierachter was nog een mooi zaaltje en deze was ook meteen onze eindhalte. De terugweg is dankzij onze stenen mannekes die we overal geplaats hadden redelijk vlot verlopen.

Besluit: Voor mij persoonlijk was dit een iets minder leuke grot omdat we veel hebben moeten zoeken en kruipen in de éboulis.
Deelnemers: Annemie, Guido, Anita, Dennis, Kris, Maureen, Cloë, Michaëla, Jonas, Jente.

Donderdag 4/11/09
Vandaag hadden we een fikse wandeltocht gepland. “De wandeling van de gieren” . De tocht maakt een verbinding tussen de corniche van de Jointe en de corniche van de Tarn.



Het weer zit ons spijtig genoeg niet mee. De hele dag heeft het gemiezerd, soms echte regen en af en toe kwam er ook nog mist opzetten. Maar de sfeer in de groep kon niet stuk. Er werden grappen gemaakt, de leukste foto’s werden getrokken en ondanks het slechte weer werden we toch regelmatig getrakteerd op enorme prachtige vergezichten en enkele gieren die boven onze hoofden rondcirkelden. De bizarre rotsformaties en natuurwonderen maakten dat deze dag nog lang in mijn herinnering zal blijven.





Besluit: een zéér leuke dag ondanks het slechte weer. Zeker voor herhaling vatbaar.
Deelnemers: Dennis, Maureen, Cloë, Kris, Sabine, Jente, Michaëla

Vrijdag 5/11/09
Vandaag als toetje een simpel en kort grotje : L’Aven de Valad Nègre . Een ingangsput van 55m gevolgd door een énorme zaal waar je wouden van stalagmieten en kandelaars vindt. Een nieuwe ervaring voor mij omdat ik voor de eerste keer geéquipeerd heb zonder dat er iemand ervaren bij was die me eventueel nog kon verbeteren. Het vertrek op een ijzeren steunbalk(poetrel) was om het zacht uit te drukken”spannend”. Een tiental meter lager nog een deviatie passeren en dan vrijhangend naar beneden.
Besluit: leuk om te equiperen, mooie zaal, kortom een ideale afsluiter van deze vakantie.
Deelnemers: Annemie en Michaëla


Zaterdag 6/11/09
Vertrek terug huiswaarts, snif, snif, snif !

Michaëla

maandag 9 november 2009

Onvergetelijke namiddag in TDC

Wie ons blog aandachtig volgt, weet dat we in de Trou des Côtes zicht hadden op een vervolg. Zou deze grot dan nog meer in petto hebben? Zou dit “het” vervolg zijn?  Of zouden we toch weer niet uit het blokkenstort geraken waar we ons de voorbije weken met enige doodsverachtiging hadden doorgewerkt? Veel vragen… die snel een antwoord zouden krijgen: de desobstructie leek een formaliteit van enkele uren.

Zondag 8/11/2009: een prachtige herfstdag. We zijn met 5, teveel voor in de TDC  dus er gaan er 3 (Bart, Dagobert en Peter) werken in een grot die in de buurt ligt, de D3.

De komende twee uur houden Rudi en ik ons bezig in de TDC met het verbreden van de te smalle passage in het blokkenstort. Tussen de bedrijven door toon ik Rudi de rest van de grot. In onderpak en op kousen om niks vuil te maken. Het blijft verdraaid mooi, en alles bij elkaar toch al wel een flink stuk. Lastige progressie, dat wel, want volgestouwd met concreties waar je voorzichtig tussendoor moet kruipen en slalommen, en alles is begroeid met bloemkooltjes, dus pijnlijk voor de knieën.

Weer naar onze desobstructie, het moment is daar, de passage lijkt groot genoeg, het onbekende lonkt. Ik wurm me als eerste door de toch nog zeer smalle doorgang en even later sta ik dan in het nieuwe vervolg. Zoals steeds is dit slechts half zo groot als we hadden ingeschat, een diaklaas van amper 50 cm breed en waarin ik net kan rechtstaan. Ik zie enkele meters verder, maar daar zie ik weer enorme blokken. Humm dat valt precies wel wat tegen! Rudi volgt ook, samen wurmen we ons 3-4 meter verder tot waar we achter een hoek kunnen kijken en dan… zien we wel 7 meter ver in een veel ruimere gang. Geen concreties: een kleivloer en blokken, maar iets zegt me dat dit “het vervolg” is. We besluiten onmiddellijk om de anderen te gaan halen; een gok want misschien loopt het helemaal niet verder, daarginds. We zetten nog een plop in de vernauwing, spurten naar buiten en bellen de anderen met de GSM op: “Komen, mannen, we hebben zicht op iets interessants”.  Die uitnodiging laten ze niet links liggen.

Een uur later zitten we met zijn allen aan het begin van het nieuwe stuk. We zijn uitgelaten als kinderen, de stemming zit erin. Rudi gaat als eerste, ik probeer te filmen.
Flonkerende vloeren van kristalNa vijf meter reeds zegt Rudi “oh la la!” en wie Rudi kent, weet dat zulks een uiting is van extreme blijdschap!  Yippie, het loopt verder, het wordt groot, zeer groot zelfs, en we zien de eerste concreties. De zaal  wordt voor de allereerste keer door mensenogen aanschouwd en prompt gedoopt: dit wordt de “Salle des Invités”. Wat verder kijken we onze ogen uit naar spierwitte vloeren vol glinsterende kristallen, druipstenen in alle formaten en vormen, en vooral een groot zwart gat dat in de verte lonkt.

Een uitnodigend zwart gat in de verte

Onze speleopakken en laarzen worden uitgetrokken, voorzichtig kruipen we door een wat lagere doorgang tussen de hagelwitte concreties. We staan in een grote, hoge zaal, het loopt verder langs links maar ook langs rechts. Ik neem rechts want daar is geen modder, en geraak zo in een magnifiek zaaltje met grote kolommen. Vanuit een zeer lage doorgang in het calciet komt een frisse bries. Deze lage passage zorgt voor flink wat hilariteit, want enkele stalactietjes maken de passage heel smal. Ik moet passen, en zelfs “geheim wapen” Rudi heeft er last mee. Vijf meter verder is er weer een smalle doorgang waar Rudi met veel moeite doorgeraakt. Wij hebben intussen enkele stalactietjes een zachtmoedig en goedbedoeld tikje gegeven waardoor we hem kunnen volgen. We belanden in een prachtig zaaltje met een glinsterend witte vloer. Er is geen evident vervolg te zien maar de plaats is wonderbaarlijk mooi.

een meterslange witte vloer

Terug maar, want Peter staat al te springen van ongeduld: hij is ergens omhoog geklommen en heeft zicht op een ruim vervolg, dat boven de Salle des Invités ligt. De hele stoet volgt hem, via een indrukwekkend balkon dat de zaal eronder domineert. We stijgen verbazend veel, we moeten hier nu toch echt wel vlak onder de oppervlakte zitten. De concreties zijn hier spaarzamer, maar een nestje met enkele afgeplatte grotparels levert alweer de inspiratie voor een naam: Salle Menthos.

Peter in de Salle MenthosGedurende een half uur zit iedereen wel ergens in een hoekje te exploreren, want het loopt in alle richtingen wel wat verder. Finaal vinden we het welletjes; we hebben ruim 100 à 150 m bijgevonden en we hebben geen flauw idee van welke richting we uitgaan. Zonder topo verder exploreren is te gek, daar moeten we nu echt werk van maken! Terug dus, allen zeer voldaan. Wat een prachtige grot. En vrijwel geen modder: je loopt hier een uur lang rond op je sokken, over het calciet. Hopelijk blijft het zo. Want de combinatie concreties en modder haten we als de pest (cfr. Grotte des Emotions).

Op de terugweg verbreden Rudi en ik nog enkele nauwe passages, de andere 3 stomen gauw naar buiten om in hun grotje, de D3, te gaan opruimen. Rond zes uur zitten we allen in het café, en kunnen we het glas heffen op één van onze mooiste ontdekkingen ooit. En het is nog niet gedaan!


Dagobert in de Salle des Invités
Meer foto's vind je hier (maar alles gauw-gauw genomen in volle première...).

Maar vooral... klik HIER voor de enige echte live video van deze onvergetelijke exploratie (13 minuten...)

maandag 2 november 2009

Traversee Fagnoules-Buc

Iets waar ik echt naar uitkeek was de gidsing van de “Twee Alberts” (Dubois en Briffoz) in de Fagnoules. Beide heren zijn op leeftijd (resp. 68 en 65!), maar echter nog steeds zeer actieve en energieke speleo’s die kunnen terugblikken op een rijke carrière boordevol speleologie.  Kleine Dubois, de bescheidenheid zelf maar een kei in geologie; lange Briffoz, de spraakwaterval, die behalve zeer goede geologische inzichten een diepgaande kennis heeft van scheikunde, elektriciteit, (kern)fysica, wiskunde, kortom een wandelende encyclopedie. Beide heren hadden hun oud neopreentje vanonder het stof gehaald en stonden te springen om de Fagnoules te keuren.

De twee Alberts

Behalve dit beruchte duo, gingen ook Annette en Benoit Grignard mee. De gemiddelde leeftijd van het hele gezelschap werd even gauw becijferd op 56! Respectabel, doch dat kon de pret niet drukken, want de sportieve ambities waren hoog: langs de onderingang binnen, bezoek aan de hele Oufti-Amai, en vervolgens er langs de Chantoir de Buc uit (hetgeen een primeur zou betekenen want tot op heden hadden we de traversee nog niet gedaan).

Het werd dan ook een tocht uit duizend. Snel ging het niet, want er was elke 30 meter wel een reden om te stoppen en een of ander geologisch fenomeen te bediscussiëren. En de Fagnoules is toch wel een bijzonder merkwaardige grot. Een echte collecteur met een groot debiet, die zich op zo’n geringe diepte bevindt, dat is al quasi onverklaarbaar (collectors bevinden zich normaal gesproken op het basisniveau). Voeg daarbij het feit dat de grot de grootste van het land is die in Viseaan kalksteen is gevormd, en op diverse plaatsen zelfs in een conglomeraat van hoekige brokken kalksteen (de “Brèche” de Dinant), dat de gehele grot sterk opgevuld is met een geelbruin zanderig sediment waarvan de herkomst noch ouderdom duidelijk zijn, dat er her en der interessante fossielen te zien zijn, en je begrijpt dat deze tocht het allure had van een wetenschappelijke excursie.
Zeer goed zichtbaar: de Brèche oftewel conglomeraat van hoekige stenen
Buitengewoon leerrijk, en op deze 6 uur durende tocht heb ik meer inzichten en ideeën verworven dan op de 6 voorgaande jaren samen. Valt allemaal nog verder uit te diepen, doch er zijn echt wel enkele interessante pistes te onderzoeken.

Maar er was ook tijd voor actie en fun, de traversee boven de waterval werd gedaan; de hele Oufti-Amai werd doorgespetterd, en dan werd koers gezet naar de Hyperventilateur waar ons nog een grote opruim wachtte van de “Zwijnenbak”, waarin vele weken geleden een megaplop was gezet. Het ruimen van alle puin duurde een uur, daarna lag de weg (eindelijk) wijd open: iedereen kan er nu vlot door. Om 16 u zwaaide de poort van de Buc open en stak de eerste zijn neus  voorzichtig buiten: geen jagers of boswachters te zien? OK, de kust was veilig en dus “sneakten” we discreet naar buiten. De allereerste doorsteek Fagnoules-Buc was een feit.


Paul De Bie en Albert Dubois

Wat later zaten we in het café in Purnode, waar nog urenlang werd verder gefilosofeerd. Een zeer leuke en interessante dag, en zoals steeds wanneer je met oude knarren op weg bent; is het een geweldige opsteker te weten dat een speleocarrière niet eindigt op 50 of 60! De accenten en interesses verleggen zich (dat proces is bij mij trouwens al lang aan de gang), de sportieve mogelijkheden verminderen enigszins maar het heilige speleovuur knettert des te harder.

maandag 26 oktober 2009

Nog eens naar de TDC

Salle de la Recompense

Vele andere bezigheden maakten dat het intussen al 5 weken geleden was dat we onze jongste ontdekking “Trou des Cotes” bezochten. Zondag werd orde op zaken gesteld door Bart, Dago en Paul. Het werd een heftig dagje met eliminatie van enkele lastige vernauwingen in het eerste stuk, een fotosessie in de mooiste zaal van de grot (Salle de la Récompense) , en vooral een flinke desobstructiesessie in het blokkenstort. Even het geheugen opfrissen:  op 31/8 spotte Paul een duidelijke luchtstroom vanuit een zeer klein gaatje in Salle du 21/7; samen met Peter V werd na een uur graven een vordering gemaakt van een meter of 5, einde in een grote diaklaas met overal blokken en opvulling.


Salle de la Recompense

Enkele weken later gingen Dago en Peter C daar werken (zie http://scavalon.blogspot.com/2009/09/trou-des-cotes.html); ze maakten er flink wat plaats en concludeerden dat de interessantste plek aan de rechterkant tussen de blokken was. Er was wat tocht, doch die kwam uit spleetjes van enkele centimeters breed.

Gisteren dus werd de zaak grondig en langdurig geïnspecteerd, maar de toestand aan de rechterkant inspireerde het opperhoofd niet echt: zeer veel werk in het vooruitzicht en in de blokken. Rechtdoor, in het verlengde van de diaklaas, leek interessanter want een stabiele linker zijwand, die bovendien vol bloemkooltjes stond (wat vaak een teken is van luchtstroom). En inderdaad, geheel achteraan vonden we een met de hand voelbare tocht vanuit een miezerig gaatje.  Logische plaats, maar niet evident want het zat daar vrijwel potdicht met puin en daarenboven lag men er languit onder een killerblok van een ton zwaar dat nergens op leek te rusten. Verstand op nul en toch maar daar beginnen werken...
Salle de la Recompense
Uren en uren zijn er daar blokken en zand uitgehaald, en oh verrassing rond 17u ‘s avonds werden enkele gaatjes zichtbaar waarin we wat verder konden kijken. Nog een half uur later waren we wel zeker: we zien in een veel ruimer vervolg, het is lager gelegen,we zien terug stabiele wanden. Voorlopig is de doorgang nog te smal maar de verbreding lijkt niet moeilijk. Is dit de weg naar het grote vervolg? De toekomst zal het ons leren.



Rond 17u30 er maar een punt achter gezet, aan de ingang van de diaklaas getuigde een enorme stapel blokken en zand van het werk dat hier vandaag verzet is. 


(de mooie foto's zijn allen van de hand van Bart Saey)

zaterdag 24 oktober 2009

2009-10 Waar is dit


Nog gauw de opgave voor oktober! In welke grot is deze foto genomen? En hoe heet deze passage? Een makkie...

zondag 18 oktober 2009

Anialarra: uitgebreid verslag september 2009

Ziezo, een uitgebreid verslag, met foto's én de topo's van AN60 en AN509 kunnen jullie hier vinden: http://www.scavalon.be/avalonnl/psm/anial2009.htm

En, ik had even mijn buik vol van topo's tekenen en verslagen types. Ik heb me dus enkele avondjes ontspanning gepermitteerd. Als trouwe lezer van het linkse blaadje van Guy Mortier, HUMO, heb ik mij al vaak kostelijk geamuseerd met de fotorubriek "Het Gat van de Wereld". (zie hier voor een voorbeeld)



Niet zo moeilijk, dacht ik. Gauw proberen. En voilà: een special Anialarra 2009, van 13 bladzijden. Of het leuk is of niet, dat laat ik aan jullie over. Voor mensen die de Anialarra-expé niet kennen, of de folkloristische entourage ervan en hun rare gewoonten (Sofies koopzucht! Dirks kookkunsten!) is het misschien wat minder duidelijk. Maar dat geeft niet: als wij er maar mee kunnen lachen!

Hier de link naar mijn eerste bijdrage (oei komen er misschien nog dus? ).

Voor wie moeilijkheden heeft om de PDF te openen, probeer de ZIP-file

Laat de kleurenprinters op het werk dus maar ronken, want dit wordt een verzamelaarsobject. Gaat veel geld waard zijn, binnen 30 jaar :-). Veel leesgenot. En laat het weten als julie nog van dat willen hé. Ik heb namelijk een quasi onuitputtelijke verzameling foto's.

(PS: Dit is SATIRE, beste vrienden. Dat niemand zich dus persoonlijk geviseerd voelt. )

dinsdag 13 oktober 2009

Droog maar niet droog genoeg

Zondag, profiterend van de extreem droge zomerperiode, toch maar eens in de Fagnoules gaan kijken naar het niveau van de Siphon 9, de meest stroomafwaartse sifon dus. Nu is dit geen sifon van de hoofdrivier; hij wordt aangevuld door een kleine infiltratie. Wanneer deze in de zomer opdroogt, zakt de sifon langzaam maar zeker.

We waren met vier: Bart, Annette, invité Maureen en ik. De weg naar de sifon was niet de kortste. Allereerst gingen we langs de boveningang binnen, waar tot onze verbazing de beek buiten kurkdroog stond. Oei dat was zweten in onze neopreenpakken. Gelukkig was er in de collecteur wel water, maar minder dan we gewend zijn. Dit inspireerde ons tot het trachten te maken van een verbinding in de actieve benedenverdieping van de Réseau des Plongeurs. Deze verdieping is van beide kanten uit bereikbaar doch er ontbreekt 20 m voor een fysieke verbinding: daar waren we vroeger steeds gestrand op extreme voute-mouillantes. Bart en Maureen erin langs de ene kant, Annette en ik langs de andere. Het water stond laag, maar toch een zeer lange, lugubere voute-mouillante, liggend op de rug met neus en lippen tegen plafond en dat over ruim 10 m.  Dan hoorde ik nu en dan een flard geluid (onverstaanbaar), zag nu en dan een glimp licht. Verder door sifonneerde de passage net wel, net niet. Door het klotsen van het water kwam nu en dan een gaatje van enkele centimeters vrij. Bart wurmde zich aan de andere kant in de nauwe sifon, tot nog enkel zijn mond boven was. Aan mijn kant zag ik één halve laars verschijnen, meer niet. De sifon is dus zowat 1m70 lang en smal én dus gevaarlijk. Ik raakte de laars zachtjes aan zonder erin te knijpen, want ik vreesde dat Bart dat als een signaal zou zien om te komen. Gelukkig begreep ook hij dat het hier “risky business” was, want ook aan mijn kant was er amper een decimeter lucht. We staakten de poging, de verbinding is trouwens virtueel gemaakt.

Na dit intermezzo (de passage werd nog getopografeerd) gingen we verder.
Bart in Galerie Océade (Oufti-Amai)
Aan het begin van de Oufti-Amai topografeerden we de vreselijk blubberige graafplaats boven de S8 en dan verder maar naar de S9. En jawel, die was verdwenen! Althans, die hoop flakkerde toch even op, toen we een ruime (1m50) galerij zagen dalen waar normaal de sifon is. Echter, na 10 m te hebben afgelegd en bijna 3 m te zijn gedaald, was het liedje uit: water! Bart dook er nog even tot aan zijn neus in, maar wetende dat Michel Pauwels 8 m diep in deze sifon was gedoken, was dat natuurlijk een dappere maar ridicule poging. Maar toch interessant: Michel geraakte destijds voorbij het diepste punt en steeg weer tot –3 m, waar hij de doorgang niet vond (zie “Duik in het Verre Westen” ). Zou hij nu die duik kunnen herhalen, dan zou hij misschien “droog” uit de sifon geraken!

Terwijl Annette en ik de topo van deze 10 m lange blubberpijp aanvatten, hielden Bart en Maureen zich bezig met het uit de grot slepen van 50 m ribbelbuis die we hier vorig jaar naartoe hadden gebracht (zie “Pufferdepuf en Plopperdeplop”), in de hoop de tijdelijke sifon te kunnen leeg hevelen (maar dit had nooit gewerkt). Daarna begonnen Annette en ik aan de “Pièce de Résistance”: de topo van een ultra-vettige affluent. Dit stond garant voor  30 meter lang miserie, een onherkenbaar topoboek en 5 scheuren in mijn neopreen. Na dit stuk authentiek speleoplezier, gauw naar de Hyperventilateur om daar de “boem” te herdoen die in juni was mislukt (zie “Zwijnenbak gedaan ermee”)

Daarna snel naar buiten, waar het intussen reeds 18u was en we het jeugdige duo naast de auto troffen bij een grote stapel buizen. Opdracht geslaagd dus.  Een lange maar wederom vruchtbare dag. En die duik in de S9 willen we zo rap mogelijk gaan doen, nu nog de duiker motiveren.