dinsdag 20 september 2016

Eurospeleo en een weekje Wales

Terwijl een deel van de club zich naar jaarlijkse gewoonte ging afbeulen in de Pyreneeën, namen Annemie en Paul VI, vergezeld van Alex van TRT, een paar weken verlof in Groot-Brittannië.

Eerst trokken we naar Wales, waar de Chelsea Caving Club een pre congress camp georganiseerd had. We verbleven er in Whitewalls (Llangattock, South East Wales), de perfecte speleogîte, met grote omkleedplaats/speleorommelruimte met warme douche à volonté, keuken met plaats voor iedereen, wasplaats voor speleogerief, een droogzwierder, en last but not least, plaats om een tentje te zetten voor wie liever niet tussen de snurkers slaapt. Van dat laatste maakten we natuurlijk dankbaar gebruik.
(Foto: Paul Van Immerseel)
Zaterdagochtend maakten we kennis met het internationale en – soms letterlijk – bonte gezelschap van Amerikanen, Australiërs, Britten en een Zwitserse die zich hadden ingeschreven, en met de vrijwilligers van dienst, die ons de rest van de week zouden begeleiden in de grotten in de omgeving. 
Zondag 7 augustus: Ogof Craig a Ffynnon
Met zowat de hele bende (12 – 1 die nog wat moet bekomen van de verre reis) en 5 begeleiders trekken we naar deze grot die zich bevindt aan de andere kant van de heuvel waarop “ons” huisje staat.  Ogof Craig a Ffynnon is in totaal 8 km lang, en zoals de meeste grotten hier, voornamelijk horizontaal. Ze staat bekend als de mooist gedecoreerde grot van Wales. De bende valt al snel uit elkaar in snellere en tragere groepjes, wat ook de bedoeling van de begeleiders was. De Zwitserse MJ (Marie-José),  Australische Jeanine en ik maken er een girls’ trip van: zoals girls dat nu eenmaal doen slagen we er in om zowat de hele weg te tetteren, en tegelijk toch niets de missen van de uitleg van gids Adrian. We gaan tot het eindpunt van de grot, waar men hoopt ooit de verbinding te maken met Ogof y Daren Cilau, die deel uitmaakt van het Llangattock systeem. Op de terugweg kruisen we het groepje met Alex en Paul, en bezoeken we de prachtige en uiterst fragiele Helectite Passage.
Een deel van de bende (Foto: Marie-José Gilbert)
Helectites (of excentrieken) (Foto: Paul Van Immerseel)
De Pagoda (Foto: Paul Van Immerseel)
Maandag 8 augustus: Agen Allwedd ("grand circle")
Agen Allwed is met zijn 32 km één van de langste grotten van Wales, en de langste van Llangattock Escarpment. Paul, Alex, MJ, Steven, Chris en Annemie doen er de Grand Circle, met als gidsen Mandy, John Stevens en (de andere) Chris. “You don’t need any gear”, hadden we begrepen, maar tot onze verbazing toveren onze gidsen onderweg toch allemaal ergens een gordel en leeflijn tevoorschijn – die wij dus niet bij hebben. Met wat geprul met prussiks en doorgeven van leeflijnen en vooral wat bange momenten van ondergetekende, geraken we toch overal op en af, en staan we na een uur of 9 allemaal weer veilig buiten.

Zonnetje Mandy (Foto:  Marie-José Gilbert)
Typisch Welsh equipement: knopenkoordjes - no gear needed  (Foto: Marie-José Gilbert)

Dinsdag 9 augustus: Ogof Cnwc - Daren Cilau
John Stevens en Mandy gidsen ons (Paul, Alex, Annemie en MJ) van Ogof Cnwc (de droge ingang) naar Daren Cilau. Op die manier houden we het beruchte natte kruipstuk van meer dan 500 meter voor het einde. Na een goeie 5 uur stappen we moe, nat en voldaan richting warme douche.
Onderweg in Ogof Cnwc - Daren Cilau (Foto: Paul Van Immerseel)
Onderweg in Ogof Cnwc - Daren Cilau (Foto: Marie-José Gilbert)
Woensdag 10 augustus: Ogof Draenen (round trip)
Paul, Alex, Annemie, MJ en Chris maken met gids Adrian een rondtripje in Ogof Draenen, de langste grot van Wales (66 km), die pas in 1994 ontdekt werd. Spannend, want de doorgang voor de rondtrip zou misschien geblokkeerd zijn, waardoor het ook wel een lange heen-en-weer trip zou kunnen worden. Maar we hebben geluk, Adrian kent de grot goed en vindt een doorgang. Na een uur of 6 staan we weer buiten.
Ter plaatse ineengepuzzelde loodzware en oersterke ladder. Straffe toeren halen ze uit daar in Wales, om toch maar niet aan een touw te moeten gaan hangen (Foto: Marie-José Gilbert)
Donderdag 11 augustus: Otter Hole
En ja, de organisatoren slaagden erin om niet één, maar twee toelatingen te krijgen voor Otter Hole, één van de mooist gedecoreerde grotten van Groot-Brittannië, zodat iedereen die wou er naartoe kon. Paul, Alex, Annemie, MJ, Chris en Steven kiezen voor de “over tide” trip. De toegang van deze grot, die aan de oever van de Wye ligt, komt bij hoog tij onder water te staan, zodat je er dan niet in of uit kan. Wij gaan de grot in voor het tij opkomt, en zullen er dus pas 9 uur later, als het water weer gezakt is, terug uit kunnen. Dat wil zeggen dat we ruim onze tijd kunnen nemen, en ook nog een heel eind voorbij de bekende Hall of 30 een kijkje kunnen gaan nemen. In deze beroemde grot is ooit een film gemaakt; de kabels waarover de camera geleid werd hangen er nog. Toch is alles goed geconserveerd gebleven, en op verschillende plaatsen in de grot wordt water opgevangen en staat het poetsgerief klaar voor als er toch eens iets besmeurd zou raken. Doordat de ingangszone van de grot bij hoog tijd overstroomt, is deze ongelooflijk modderig. Speciaal voor de bezoekers van Otter Hole is er in het bos dan ook een bad met borstels en waterslang geïnstalleerd, waar je toch alvast de grootste hoop smurrie van kleren en gerief kunt wassen.

The Hall of 30 (Foto: Marie-José Gilbert)
Vrijdag 12 augustus: Day off.
Er is heel de week stevig gegrot, en enkel voor de “no crawling”-activiteit op het planningsbord  blijkt er veel interesse te zijn. Paul en Annemie maken nog een dagwandeling in de omgeving.

Day off ... (Foto: Paul Van Immerseel)
Zaterdag 13 augustus rijden we van Wales naar Eurospeleo in Yorkshire Dales.  
Het is al vrij laat wanneer we daar arriveren, maar we vinden gelukkig toch nog een plekje op de “quiet” campsite.  Daarna nog een paar uurtjes palaveren over welke van de meer dan 30 geëquipeerde grotten we de volgende dagen zullen doen, en langs welke in- en uitgang. En natuurlijk ook nog langs de grote tent/bar, waar we een hoop bekende gezichten zien.

Zondag 14 augustus: Ease Gill
Paul en Annemie gaan via de "high level route" van Lancaster Hole naar  Fall Pot en vervolgens naar Stake Pot, en van daar naar beneden naar de Main Drain. We volgen dit mooi uitgesleten riviertje tot we aan het blokkenstort van Oxbox Corner komen,  Daar maken we rechtsomkeer 
en gaan, dit keer via de rivier, terug naar Stake Pot en Fall Pot, en van daar terug omhoog naar Lancaster Hole.

Main Drain (Foto: Paul Van Immerseel)
Maandag 15 augustus: Paul en Annemie maken een dagwandeling
Paul en Annemie trekken een dagje uit om in het Yorkshire Dales National Park te gaan wandelen. We zoeken en vinden in Settle de pub met het beste bier en de lekkerste ijsjes.

In Yorkshire Dales National Park (Foto: Paul Van Immerseel)
Dinsdag 16 augustus: Gaping Gill - Disappointment Pot
Deze klassieker moet je echt wel doen als je in de Yorkshire Dales bent. Extra attractie is dit keer de winch, die onophoudelijk aan sneltempo mensen op en af brengt. Voor de gelegenheid is bovendien de 100 meter hoge waterval belicht. 
Paul, Alex en Annemie nemen de Dihedral ingang, die via een zijroute uitkomt in de reusachtige zaal waar het daglicht binnenvalt. We gaan via Bar Pot naar New Hensler’s Passage, en zoeken dan via Hensler’s Master Cave, waar we nog even het riviertje gaan bewonderen,  onze weg naar Disappointment Pot. De aangekondigde duck (voûte mouillante) blijkt eigenlijk uit twee achtereenvolgende ducks te bestaan,  Ook de rest van de beschrijving van deze route is niet erg duidelijk, en duidelijke kruipsporen of zo zijn niet te bespeuren, zodat we eventjes vrezen dat we de 2 ducks een tweede keer zullen moeten passeren … Maar gelukkig, wanneer we de hoop bijna opgegeven hebben, zien we tot onze verbazing niet het verwachte touw, maar meteen het daglicht. Spurtje naar de parking, en we zijn nog op tijd om ons af te melden aan de receptie (voor elk grotbezoek moet je je vooraf aanmelden, en ook het tijdstip opgeven dat je denkt terug te zijn).

De winch in Gaping Gill (Foto: Paul Van Immerseel)
Woensdag 17 augustus: uitslapen, winkelen, kapot gerief herstellen, …
Knutselen met duct-tape  (Foto: Paul Van Immerseel)
Donderdag 18 augustus: Doorsteek Upper Long Churn Cave - Alum Pot
Nog eentje die je niet mag missen! We (Paul, Alex, Annemie) nemen de Upper Long Churn ingang. Deze wordt ook vaak gebruikt voor initiaties, maar daar is gelukkig niet veel van te merken, het water spoelt alle sporen van voorgangers weg. Onderweg ontmoeten we Jeanine en Ric die we in Wales leerden kennen, en die de doorsteek in de andere richting maken. Na wat traversées en putjes zien we het zonnetje schijnen in deze dampige, mossige  put van wel 100 meter diep. We gaan langs de North West Route terug omhoog, een ononderbroken P60, helemaal in daglicht.

Zicht op Alum Pot vanuit Long Churn Cave  (Foto: Paul Van Immerseel)

Na de middag doen Paul en Annemie nog een karstwandeling langs Malham Cove en Gordale Scar.

Malham Cove (Foto: Paul Van Immerseel)

's Avonds in de buurt van Gordale Scar (Foto: Paul Van Immerseel)
Vrijdag 19 augustus: Rowten Pot
Het heeft geregend, en het gaat nog regenen, waardoor de grotkeuze ineens heel wat beperkter is. Paul, Alex en Annemie kiezen voor Rowten Pot, een kleiner, voornamelijk verticaal grotje van zo’n 105 meter diep met watervalletjes. Een goeie keuze, zo blijkt, en vreemd genoeg is er hier niet veel volk, zodat we niet te veel tegenliggers hebben bij het naar buiten komen. 

Rowten Pot - met een tapijtje aan de ingang (Foto: Paul Van Immerseel)
Rowten Pot (Foto: Paul Van Immerseel)
Zaterdag  20 augustus: White Cliffs of Dover – en de vakantie is alweer voorbijgevlogen

De White Cliffs (Foto: Paul Van Immerseel)

donderdag 18 augustus 2016

Tweede week Anialarra

Het werd, door omstandigheden buiten onze wil, niet helemaal wat we in gedachten hadden. Wat niet wil zeggen dat we ons niet geamuseerd hebben! Ons programma, waarvan de hoofdmoot een tweedaagse tocht in de Réseau Nostradamus was, werd onverwacht afgebroken. Reden was een zwaar ongeval, ver stroomafwaarts in het Systeem van Anialarra, waar onze Franse vrienden van de Interclubs Anialarra Ouest exploreren via de vorig jaar ontdekte AN308. Een vallend blok had een van onze Franse vrienden zwaar gekwetst: gebroken ribben en wervelkwetsuur. Kortom, weer een secours zoals Annette er in 2007 een had meegemaakt. Bijna 100 speleo’s, ongeveer 50/50 Spéléo Secours Français en Spaanse Guardia Civil, en dixit sommige kranten ook “3 spécialistes Belges”. Dat waren wij dus: Annette, Frits en Paul.

Annette maakt kennis met de ploeg Fransen met wie we een ploeg vormen tijdens de secours
Het werd een flink zware dobber, want de AN308 was een grot met veel vernauwingen en meanders die allen meermaals moesten gedynamiteerd worden.  Onze taak was de evacuatiestellingen te equiperen van -250 tot -200, samen met een 6-tal Fransen. Ik ga hier niet heel het verhaal vertellen, maar we waren 20 uur non-stop onder de grond in de weer. We brachten het slachtoffer tot -200, maar moesten nog wachten tot het op -150 was om de brancard voorbij te geraken richting uitgang.  Die avond, weer op de camping, als een blok in slaap gevallen na bijna 30 u zonder slaap. Om vier u ’s ochtends bericht dat het slachtoffer buiten was.
Het was een zware dobber, maar we hadden het voor geen geld willen missen. Aldus hebben we toch een wederdienst kunnen bewijzen aan de mensen die ons destijds (2007) kwamen helpen.

Frits na 20 u stevig doorgrotten. En hij was zowaar moe!
Paul en Annette, na de secours
Onze ploeg weer aan de auto's, na de secours. Het is daar intussen een show van Guardia Civil 4x4's.

Enfin, dit gebeuren liet sporen na, mentaal en vooral fysiek. We waren doodmoe (zelfs Frits, die anders niet kapot te krijgen is), en daarbij kwam voor mij nog een verkoudheid/keelpijn. Bijgevolg werd ook de laatste “grote” activiteit, een dagtrip in het Systeem, afgelast.


Wat we wel nog deden…

In de Plumas volgde een sessie om de puinberg boven de meander te stabiliseren. Frits toonde zich er een meester in het bouwen van muren. Nadien trokken we nog in die grot om de meander te verbreden. Eén goede plop volstond, wat verder volgde een putje van 3 meter en een van 8 meter. Dan opnieuw een te klein gaatje met erachter een putje. Maar de tocht is zeer sterk, dus we geven hier niet in op. Momenteel moeten we rond de -50 à -60 zitten.

De Calimeros na een pechdag in de Plumas
In de Pokémon werd de toegang tot een nieuwe, meanderende put verbreed. Maar jammer genoeg wordt het wat verder opnieuw zeer smal. We hebben daar flink wat werk voor de boeg. Ook hier zitten we rond de -50. De grot ligt boven Tintin, de tocht is goed en dus gaat deze grot nog flink onder handen worden genomen.
Gertian passeert een zopas verbrede doorgang in de Pokémon,

Terwijl wij de secours deden, exploreerden de andere drie (Kim, Lieven en Gertian) nog wat gaten en ze hernamen de Sima de la Verguenza die ze (eindelijk) topografeerden. Deze 90 m diepe put is een belangrijke grot boven Tintin. Ze beklommen ook de Pic d’Anie, een must voor wie de zone van Anialarra eens vanuit de lucht wil kunnen zien.

Viering 50 jaar ARSIP
Tussen de bedrijven door was er natuurlijk de viering van 50 jaar ARSIP, een ronduit heerlijke avond in het gezelschap van vele vrienden en anciens. Met natuurlijk de voorstelling van het nieuwe boek “ARSIP 18”, een meer dan 300 blz dikke turf over de exploraties van de afgelopen 15 jaar. Met daarin een groot artikel over de Anialarra, natuurlijk.

 Zie http://www.arsip.fr/



Samengevat: een kleine 500 m première in het Systeem, weeral wat vraagtekens opgelost in de Babosa, en enkele nieuwe grotten in een embryonaal stadium (maar dat kan gauw veranderen). In combinatie met een kleine maar enthousiaste ploeg, een bijna tropisch klimaat en vooral de levenservaring van een “echte” secours erbij, was het voor mij een geslaagde aflevering. En uiteraard is dit enkel het voorspel van de septemberexpeditie. Traditioneel levert die altijd weer spectaculaire zaken op. Dus tot dan!


dinsdag 9 augustus 2016

Samenvatting 1ste week Anialarra

Een dikke week is al voorbijgevlogen. Tien dagen stralend weer en veel speleo. Het feit dat we ditmaal met slechts 6 à 7 speleo’s waren, bleek zoals gehoopt alleen maar een voordeel dan een nadeel! Alles gaat zoveel vlotter qua organisatie en we bleven bijna voortdurend in het hoogtekamp.
Gertian, Kim, Frits en Annette komen terug van een stevige tocht in de Babosa

De georganiseerde chaos in ons "grotje" is dit jaar best te doen, door de kleine ploeg.


We maakten twee dagtrips in het Systeem waarop o.m. de klim in de Coude Malchance werd gemaakt, die jammer genoeg dicht liep op +40 m hoogte. Maar er werden in die sector toch enkele premières gemaakt, en op een andere plaats kwam een mooi stuk uit de lucht vallen dat door het trio Frits-Gertian-Erik werd ingeblikt en zowat 200 m extra opleverde (Galeries des Petits).
De ingangsputten van de AN51 werden van 200 m gloednieuw touw voorzien, dat jammer genoeg diezelfde dag al op enkele plaatsen werd doorgesneden door het grootste en gevaarlijkste stuk brol ooit ontworpen: de Petzl Croll met zijn inoxplaatje, dat (totaal onverwacht) transformeert  in een soort scheermes wanneer het ingesleten geraakt!

Er werd al hard gewerkt in de Sima de la Babosa (3 tochten) waar een nieuwe puttenreeks werd geëxploreerd die op -190 begint. Jammer genoeg verbond ze 100 m dieper opnieuw met de beruchte Puits des 7 Méandres. Maar er blijven nog diverse zaken te doen in deze klepper van een grot. Frits heeft er alvast zijn hart aan verloren.

De Sima de las Plumas dan. Na een dag nieuwe verbredingswerken geraakten Annette en Kim doorheen de vernauwing op -28m. Een nieuwe put (P9) gevolgd door een blokkengang en een instabiele P5 kwam uit op een meander die een tweede oordeel vereist. Dus nog niets spectaculairs.
Er werd uiteraard veel werk verzet in de zone boven de Rivière Tintin. 

De Sima Bond, onze grote hoop, leverde na wat desobstructie wat putjes op maar rond -50 m liep de meander vrijwel dicht (10 cm breed). Frits “percuteerde” zich voorbij de bocht, geraakte nog 2 m dieper maar daar herbegint de meander, extreem smal. Er is onvoldoende tocht om ons te motiveren nog veel tijd in deze grot te steken.
Maar intussen hebben we onze hoop gevestigd op een andere grot vlakbij, AN624-Sima Pokémon. Door Paul 2 jaar geleden gevonden, met een duidelijke tocht. De instabiele ingang werd vorig jaar vrijgemaakt en gaf via een P10 toegang tot een complex grotje. Hierin zat een tak met sterke tocht, waar een nieuwe put (15 m)werd opengemaakt . Beneden is het voorlopig einde op een vernauwing met eronder een nieuwe meanderende put.  Flinke aanzuigende tocht. Wordt de komende dagen vervolgd.


Op het programma staat nu nog een tweedaagse in de Nostradamus, een tocht in de Babosa en uiteraard het vervolg van de Pokémon. Hopelijk houdt het fantastische weer nog een weekje aan!

dinsdag 26 juli 2016

Haute Marne - Trou du Tonnerre


Op 21 en 22 juli heeft een 4-koppige ploeg (Jos, Peter en Liam VDB en Dagobert) in ons projectje in de Haute Marne er een serieuze lap op gegeven.  Op het einde van onze vorige sessie in mei hadden we geconstateerd dat de tocht vanuit een smal een bijna volledig opgevulde gang kwam. 


Zo was de situatie in mei.

 Zie ook :  Haute Marne mei 2016
 
Jos had in voorbije maanden al wat voorbereidende verbredingen en graafwerken gaan doen in die mate dat hij reeds een 2-tal meter opgeschoten was in deze pijp. 

Maar de komende 2 dagen zouden we met 4 man toch heel wat werk kunnen verrichten. En zo gepland zo gedaan. De eerste dag werd het gestockeerde puin naar buiten gebracht en werd er duchtig verbreed en gegraven in het vervolg van de gang. In het eerste deel kan je nu reeds op handen en voeten vorderen. En tegen het einde van dag kwamen we zowaar aan de splitsing die we al heel de tijd in de verte zagen. Een groot blok deed nog eventjes lastig maar kon toch niet op tegen het Bosch geweld. Op deze eerste dag zijn we toch zo’n 3 meter opgeschoten schat ik zo.  Het laatste wapenfeit van de dag is nog een dubbele injectie in de linkerwand zodat het werk van morgen wat comfortabeler zal zijn. 
1 van de verbredingen  van de dag
Eliminatie van de linkerwand net voor de splitsing om te kunnen werken.
Na een goede nachtrust beginnen we vol goede moed aan dag 2.  Buiten is het drukkend warm en al snel horen we de eerste donderslagen in de verte. Rond de middag begint het dan ook zwaar te onweren en te regenen. Met als gevolg dat we onze ingang moeten afsluiten met een dekzeil en we zelf met 4 in de grot schuilen. Ondertussen blijven we natuurlijk verder werken op onze terminus en stockeren we het puin aan de ingang van de grot. Gelukkig hadden we die gisteren net vrij gemaakt.

Op de terminus van gisteren was er net genoeg plaatst om links en rechts in een vervolgje te kijken maar tegen 15:00 was er al zoveel weggegraven dat je daar nu al gehurkt kon zitten. Peter en Liam zijn elkaar daar zelfs gepasseerd. Om maar te zeggen dat je op een halve dag toch heel veel kunt verzetten.  

Ondertussen is het gestopt met onweren en kunnen we terug naar buiten. In de resurgentie beneden aan de helling  zien we dat het water duchtig aan het stijgen is. Sinds deze ochtend zeker al 30cm.  Het systeem van de Vannon reageert dus zeer snel op neerslag. Dus laat ons hopen dat het systeem weinig verdronken zones heeft. 

Terug naar onze terminus. Uit het linkse pijpje komt maar weinig tocht en dat laten we dus nog eventjes zoals het is. Langs rechts komt er meer tocht.  Echter dit is niet alle tocht want een deel van de tocht gaat ook via een bovenniveau naar buiten. In dit bovenniveau hebben we ook nog wat gewerkt maar daar zit je onder en tussen de blokken. Dus veel te tricky! We hopen dus eigenlijk dat we via het rechtse pijpje aan de terminus ook aan de oorsprong van alle tocht komen en dat de tocht die we hier hebben een afsplitsing is van de hoofd luchtstroming die via het bovenniveau gaat.  



Hier lig ik op de splitsing, en dan te geloven dat je hier amper kon bewegen aan het begin van dag.
Tijd om nog wat te graven en ik ontferm me over een groot blok dat in de wand vast zit en dat ons het zicht op het vervolg naar rechts belemmert. Na een kwartier is het los maar het is veel te groot om via onze uitgegraven en verbrede gang naar buiten te krijgen. Dus krijgt dit blok een injectie. Na de opkuis en na nog wat graven zien we het vervolg via een smalle pijp waarvan het plafond opgevuld is met blokken en klei. Eigenlijk identiek dezelfde situatie als waar we 5 meter daarvoor zijn aan begonnen. Het is ondertussen echter al redelijk laat en dus beseffen we dat de grote doorbraak niet voor vandaag zal zijn.

Een ambetant blok krijgt een gaatje.
Het blok 70x40x25 was net iets te groot om door het gangetje te trekken
 
We ruimen alles op en we hopen hier snel met een volgende ploeg terug te staan.  Er zit iets in deze heuvel en we zullen  het vinden. We hopen heimelijk dat we snel via het gangetje in een grotere gang komen waar we de rest van de tocht gaan terugvinden (het deel dat nu via het bovenniveau gaat). Jammer dat dit project op 510km van Antwerpen ligt.
 
's Avonds na het avondeten denken we na over hoe we dit "gat" gaan noemen. Na enkele voorstellen ligt er plots "Trou du Tonnerre" als naam op tafel. En ja het klopt wel dat er heel wat gedonder is geweest op deze 2 dagen. Donderdag van alle injecties en vrijdag door het onweer dat we over ons kregen.
 
Zaterdagochtend  kramen we op en rijden we (Peter, Liam en ikzelf) terug naar België. Jos blijft nog in zijn huisje voor enkele weken en misschien kan hij zich wel niet in houden en gaat hij nog wat verder doen. Echter alleen is maar alleen.


Het vervolg: van boven en van onder uit te graven en links te verbreden. De tocht komt van daar.

donderdag 9 juni 2016

Op zoek naar de ultieme foto

Zondag 5 mei 2016:  weer naar Rivire, nieuwe fotosessie met als doel de ultieme foto te maken van het meer. “HET” meer, een van de grootste en mooiste van Europa en dat allemaal op 3 km van ons huis in Vieuxville. Ik had er in januari al foto’s gemaakt. Die waren zeker niet slecht (sommigen vonden het de beste foto’s die er ooit waren gemaakt) maar ikzelf was niet geheel tevreden. Dat kon nog veel beter – ik ben altijd kritisch als het op fotograferen aankomt (en de rest J ).  Da’s trouwens de enige manier om je niveau omhoog te krikken .

Vandaag was het een familieuitstap: Paul in gezelschap van vrouwlief Annette, dochter Ellen en haar vriend Hans. Zwaar geladen door de grot, ik had een massa fotomateriaal bij en we hadden 2 bootjes. Een half uur bezig geweest met het leegscheppen van de lage doorgang halverwege het parcours, die tot bijna het plafond sifonneerde. Gelukkig lag er een emmertje en een bak.

Aan het meer gekomen, bleek dit nog minstens een meter hoger te staan, dan in januari, en toen stond het al hoog! Onderaan het touwtje waarmee je van de grote galerij boven tot het meer afdaalt, stonden we al kniediep in het water. Dat betekende ook dat de looplijnen waarmee je langs de wand van het meer kunt “wandelen”, niet te gebruiken waren (sommigen hingen bijna in het water!) en dat alle verplaatsingen dus per boot dienden te gebeuren. Op zich geen probleem, maar trager en moeizamer. Maar ook zoveel leuker!

Het materiaal nodig om deze foto's te maken
Ik stelde de camera op in de hoek achteraan het meer, de enige plek vandaag waar je uit het water kon staan. Het statief werd iets hoger dan vorige keer geplaatst, en stevig vastgezet met 2 spantouwtjes. Eerst opstellen van de 3 grote Yongnuo 560 elektronenflitsers (richtgetal 60). Twee langs de grote wand, een op de korte wand. Doel van deze flitsers: uitlichten van de zaal, reliëf op de wanden toveren en de twee bootjes verlichten. Het positioneren van die dingen moest al varend gebeuren. Gelukkig waren ze radiografisch vanop afstand instelbaar (zoom en lichtsterkte) zodat ik tijdens de fotosessie zelf, hun belichting vanop mijn plaats kon regelen.

Annette plaatste zich strategisch op zowat de enige plek langs de wand van het meer die nog droog lag (jammer genoeg wat verder dan ik had gewild, maar door de hoge waterstand was dit de enige optie). Een vierde Vivitarflitser nabij de camera was op haar gericht. Een klein 5de Sunpak flitsertje, achter haar, bedoeld om wat tegenlicht op haar te geven, functioneerde jammer genoeg niet – ik merkte dat euvel pas nadat de fotosessie gedaan was.
Deze opstelling kwam +/- overeen met wat ik in januari had gedaan doch er waren twee grote verschillen die ervoor moesten zorgen dat deze foto beter werd. Ten eerste een andere camera (Olympus OM D EM-5) en een groothoeklens (18 mm kleinbeeld equivalent) waardoor ik heel het meer en ook het plafond kon fotograferen, wat vorige keer niet lukte. Ten tweede, verlichten van het water onder de boot met magnesiumflitslampen (technologie van 100 jaar geleden, en die lampen zijn ook zo oud. Jammer genoeg worden ze niet meer gemaakt en is mijn stock, die ooit enorm was, nu vrijwel uitgeput).

Volgde een uur experimenteren, waarbij Hand en Ellen het hele meer diverse keren rondpeddelden. Zij flitsten onder de boot met M3 magnesium  flitslampjes. Het effect was alvast mooi. Maar het kon beter. Eens de 24 lampjes die ik bij had, allemaal opgebrand waren, volgde een andere strategie, waarbij de grote kanonnen werden ingezet: enorme magnesium flitslampen (Sylvania GE31 en Philips PF100).  Ik had iets gemaakt waardoor we deze 5 meter diep in het water konden laten zinken. Maar het resultaat was niet goed. Dan maar de lampen gewoon naast de boot in het water laten flitsen. Bingo: het hele water lichtte nu op, tot aan de wanden toe, echt surrealistisch.
Jammer genoeg had ik maar een tiental van dergelijke grote flitslampen bij, en eens het juiste diafragma was gevonden, waren ze op. Maar er werden toch enkele prachtige foto’s gemaakt.

Natuurlijk is zo een fotosessie in feite een aaneenschakeling van mislukkingen. Ofwel is er een van beide magnesiumlampjes niet afgegaan, (maar het andere wel, dus da’s puur verlies), ofwel was de camera slecht scherp gesteld (de zaal is aardedonker, en meer dan 50 m lang dus je ziet amper die bootjes liggen), ofwel was er bewegingsonscherpte want ik werkte op B-positie of erg lange sluitertijd  (vanwege de mix tussen elektronenflitsers en manueel afgedrukte magnesiumflitsers), ofwel lagen de boten niet waar ze moesten liggen, ofwel was de foto overbelicht enzovoort enzovoort. Dat geknoei is deel van het plezier, alleen jammer dat er op die manier een volledige kitzak vol magnesiumlampen is doorgegaan voor uiteindelijk slechts enkele goede foto’s.

Maar toch wel best tevreden. De lat ligt alvast weer wat hoger voor wie beter wil doen (het kan!). Uit het 25-tal foto’s selecteerde ik er vier die er kop en nek boven uitsteken. Hiertussen kiezen is moeilijk. Maar toch een voorkeur voor deze vooral vanwege de prachtige fosforescentie van het water langs de wanden van het meer. 



Toch zou ik weer zeggen: het kan nog ietsje beter en ik weet nu perfect hoe ik dat moet doen. Dus misschien dat ik er ooit nog wel eens terugkeer.
De vier foto's staan hier https://www.flickr.com/photos/pauldebie/sets/72157666886862254/show?rb=1
 (50% verkleind wel).
 
Ik maakte ook een kleine timelapse film waarop je kan zien hoe Hans en Ellen over het water van de ene naar de andere plaats werden gestuurd.
video


Alvast veel dank aan Annette, Hans en Ellen voor hun geduldige assistentie, en aan Jack London en CASA-C7 die deze grot beheren. 

Tot slot een vergelijking tussen de foto die ik in januari maakte en degene die ik nu maakte:


dinsdag 31 mei 2016

Mouflons langzaam maar zeker

Er is de voorbije weken nog stevig gewerkt aan de Trou des Mouflons. Stilaan lijkt een doorbraak(je) in zicht!

Zondag 17 april 2016 :  Paul solo: weer 3 uurtjes gaan graven, in de namiddag. Zoals ik op voorhand wist, was het echt wel lastig, zo alleen. We gebruiken kleine 5 liter emmertjes, want het is hier te nauw om met grotere bakken of emmers te werken. Telkens ik 5 emmertjes vol had, moest ik ermee naar buiten: ellendig. Veel puin geruimd in het “gangetje” langs de schuine wand. Tot mijn verbazing (en teleurstelling) zit het onderaan dat gangetje dicht, de tocht komt dus van rechtdoor uit het puin (horizontaal). Dus nog veel puin te ruimen! Op de duur kon ik volledig in het gangetje liggen, maar het is nog te nauw (plopwerk). Helemaal achteraan gestopt op een wit geconcretioneerd holletje. Is dat het vervolg?

Zondag 8 mei 2016 : Annette en Paul. Buiten was het liefst 27°C! De grot zoog flink aan, hoewel nu en dan de tocht plots keerde en dan fel koud blies. Zeer veel puin uit het “gangetje” gehaald. Twee plopsessies om de rechterwand (stabiel) te verbreden en enkele grote blokken in de vloer weg te doen. Einde van de dag: het gaatje ten einde rechtdoor, gaat over 70 cm verder en wordt 15 cm breed. Maar we hebben ook een gaatje opengemaakt recht omlaag, waarin men 60-70 cm ver ziet. Tenslotte is er ook haaks naar rechts iets. Alles zuigt sterk aan. Volgende keer moeten we werk maken van een stevig luik op de grot, het risico dat hier iemand (of een schaap) in valt is reëel.

Zaterdag 21 mei 2016: Paul solo. Daags voordien een stevig luik gemaakt, van betonplex 3 cm dik. Woog als lood dus voorlopig niet gemonteerd, zodat ik het in stukken naar daar kon dragen.
Vroeg opgestaan want ik kon enkel deze voormiddag. Rond 9 u ter plaatse. Het omhoog dragen van het luik lukte in twee keer. De plaatsing ging vanzelf, ik had goed gegokt voor wat de afmetingen betrof. Een uur later was alles in elkaar geschroefd en kon ik beginnen met het aanvullen met stenen en grond. Nog een uur later was alles al heel wat minder opvallend dan voordien en vooral veel veiliger. Dan toch nog gauw in de grot. Eerst het puin ruimen dat we vorige keer hadden laten liggen, ging moeizaam zo alleen. Maar de techniek met de kleine emmertjes werkt wel. Nadat het puin weg was, wat in de vloer zitten rommelen. Plots opende zich een gaatje en tot mijn verrassing vielen stenen enkele meter omlaag! Nog een half uur later had ik zicht op een putje, recht omlaag. Nog veel te nauw, hier is nog werk aan. Maar het ziet er echt wel hoopvol uit!


De constructie staat op haar plaats, nu aanvullen met stenen errond

Zicht op de zaak, na aanvulling met puin rond het gat

De emmertjes


zicht recht omlaag, in het "putje". Voor de eerste keer wat echte ruimte!
  
Zaterdag 28 mei 2016:, Paul en Annette. Het putje aangevallen, eerst enkele flinke blokken bovenaan kunnen wegkrijgen waardoor we meer plaats om te werken kregen. Het putje opende zich in massieve rots aan 2 kanten en dus werd er duchtig geplopt. Dat ging goed maar het puin eruit halen in kopstand was niet simpel. Bij de derde reeks ploppen kwamen enkele heel grote stukken los en momenteel zit alles beneden potdicht met 50 cm puin, echt een massa. Maar toch hebben we al een vervolg kunnen zien, maar er gaat nog wel wat werk aan zijn. Omdat het al tegen 18 u liep, ermee gestopt. Reuze benieuwd naar het vervolg maar dat zal niet voor direct zijn.

Annette ruimt het putje uit, er komt stilaan meer plaats

Na de laatste plop (die niet meer geruimd werd)

woensdag 11 mei 2016

Haute Marne 4/5 – 8/5 2016


Woensdagavond 4 mei 2016 vertrekken Jos, Erik, Dagobert met een volgeladen auto vanuit Antwerpen. Peter VDB en Liam zijn dan ook al onderweg vanuit Brussel. Na een relatief vlotte rit, enkel rond Brussel file, zijn we rond 00:15 in Poinson. Uitladen, de stoof aansteken en na nog een glas kruipen we onze slaapzak in.
 

Donderdagochtend vertrekken we richting resurgentie van de Vannon. Het plan was om ons eindzaaltje te stabiliseren. Nadat we al het gevallen puin hadden weggeruimd en een eerste stut hadden geplaatst kunnen we verder werken naar achter toe. Maar we blijven nog altijd onder een vreselijk plafond zitten. 
 


Avalon gaat grotten... en ze nemen mee





Tegen de middag komt Jos samen met de andere drie, Annemie, Paul VI en Mario ons vervoegen.  Jos had het drietal opgewacht aan zijn huisje.  Maar eigenlijk zijn we nu met veel te veel om hier te werken dus vertrekt het drietal al snel richting Rigotte om daar een laminoir te bekijken. Jos en mezelf bekijken ondertussen het dak en de opties om iets te stutten. Maar eigenlijk zijn er geen opties, we kunnen nergens op bouwen dus besluiten we om een deel te laten vallen. Maar we komen van de drup in de regen en na een tijdje is er zoveel puin gevallen en is het zo onstabiel geworden dat verder werken geen zin meer heeft.  Over deze werkplek kunnen we een kruis maken.

Maar er zijn in de buurt van de resurgentie nog andere gaten, dus zakken we enkel meters op de helling en bekijken 3 dassengaten. Deze tochten alle drie zeer fel en het middelste van de 3 geeft zicht op een smalle spleet die berg inwaarts gaat.  Dit zal de volgende desobplek  worden! Ondertussen is het andere drietal reeds terug en zetten we een punt achter deze eerste werkdag.

Terug in het huisje installeren we ons in het zonnetje in de tuin. Paul VI leert ons adhv een trucje met je vingers hoe je kan berekenen hoe lang de zon nog boven de horizon zal blijven staan . Dit zal  de rest van de dagen te pas en te onpas gebruikt worden. Na het eten (lekkere spagetti van Dagobert:  nvdr ) en het verdwijnen van de zon verhuizen we naar binnen waar we ons rond de open houtstoof installeren.

Na een goede nachtrust staat er vandaag (6/5) geen explo op het programma. We rijden naar Arbecy waar we de Chaland gaan doen. Een lekke band zorgt voor wat oponthoud maar tegen 11:00 kunnen we er dan toch aan beginnen. De Chaland is een echte must. Na een afdaling via ladders die je best wel beveiligd met een eigen touw van 40m  kom je uit in een afluent van de hoofdrivier.  Het eerste deel van de grot vorder je door de rivier die op sommige plaatsen toch wel borstdiep is. Maar we zijn allemaal in neopreen dus dat is geen enkel probleem.

Klaar voor de Chaland
Na een goede kilometer verlaat je de eigenlijke rivier in de Salle Roncal en volg je een semi-actief gedeelte van de grot. Ook hier moet je toch nog af en toe door diep water waden. Uiteindelijk kom je dan in de befaamde gigantische galerijen terecht die zo gekend zijn om hun lastige modder progressie. Maar de concreties die hier aan de plafonds hangen, maken al dat geploeter meer dan goed. De galerijen op zich zijn soms wel 15m breed en 10 meter hoog. Maar aan alle mooie liedjes komt een einde en wanneer de dimensies kleiner worden en  het plafond begint te zakken, weten we hoe laat het is. We komen in de buurt van de laminoir. Wanneer iedereen aan de toegang van de laminoir ligt  en na wat rekenwerk zou een trip tot helemaal van achter het te laat maken. Dus beslissen we unaniem om hier terug te draaien. Leen, de vrouw van Jos, is namelijk ook afgekomen en ging koken voor ons. Dus we konden haar niet eeuwig laten wachten.

De terugweg verloopt vlot en we blijven ons vergapen aan de prachtige concreties. Ik sta om 17:30, na 6,5u grotten buiten . Dit was een tripje dat me nog lang zal bijblijven.’s Avonds worden we getrakteerd op een Indisch eetfestijn dat Leen uit haar koksmuts heeft getoverd.

Zaterdag 7/5 vertrekt er een ploegje (Mario, Paul Vi en Annemie)  richting Deujeau. Dit is het stroomopwaarste gedeelte van de Chaland. Het viertal Erik, Peter VDB, Liam en Dagobert gaan terug naar de resurgentie van de Vannon om daar het middelste dassengat aan te vallen. Jos en het andere drietal  zullen ons daar later vervoegen.
Na het graven van de sleuf vallen we de ingang aan.

Eerste werk van de dag was het  graven van een sleuf van zo’n 75cm diep op een meter breed om op een deftige manier aan het gat te kunnen werken.  Eens dat gefixed vielen we met de legerschop de opvulling aan.  Het graven ging verbazend goed en al snel lagen we met onze neus voor de smalle spleet die we eergisteren al zagen. Al snel werd het duidelijk dat deze spleet eigenlijk een drukgang is die recht de heuvel in gaat. Een koude bries blies ons in het gezicht en was dus onze gids. Na verloop van tijd lagen we al een stuk in de spleet en zagen we langs links en rechtdoor iets vertrekken. Maar om goed te kunnen werken moest er net aan de ingang wat rots verwijderd worden.

De toegang nog voor de verbreding
Een koud kunstje voor de Bosch en zijn vrienden en na een kwartiertje was de toegang een autostrade. Je kon nu gemakkelijk de graafbak voor je zetten en dat maakte het verder graven veel aangenamer.

 
Na de verbreding is het een autostrade.

Jos was ondertussen aangekomen gevolgd door het andere drietal. Op dat moment lag ik net te graven en had ik iets in het snuitje. Voor mij zag ik tegen het plafond dat er terug nestmateriaal van de das tot tegen het plafond lag.  De “ervaring” leerde me dat dit een teken was dat je daar moest graven want dassen vullen de laatste spleetjes zo op. En inderdaad enkel steken met de schop en er vormde zich een gat dat direct begon te tochten. Het vervolg ging naar links en dan direct terug naar rechts maar ook nog rechtdoor.

De spanning stijgt dan altijd een beetje en na nog meer gegraaf bleek de meeste tocht uit een smalle spleet te komen.  Maar vermits we niet direct wilden beginnen te ploppen,  groeven we toch nog eerst wat naar links.

Tegen 17:00 verlaten Peter VDB en Liam ons want zij vertrekken vanavond reeds naar huis.  De anderen graven nog tot 18:30 verder. En ze zagen dat het goed was. Zo goed zelfs dat het plan om morgen een sondage te gaan doen in de Rocheleule al snel werd opgeborgen.’s Avonds schuiven we weer met onze voetjes onder tafel en smullen we weer van de kookkunsten van Leen. Wat kan het leven toch mooi zijn.

Zondag 8/5 gaan we met het overgebleven zestal nog enkele uren verder graven. Er zijn reeds 4 mensen nodig om vlot te kunnen werken. Terwijl de eerste ploeg van 4 aan het graven is brengen de andere 2 de vorige graafplek in orde. We sluiten één ingang terug af (we laten enkel een kleine opening voor de vleermuizen) en brengen een “DANGER” teken aan net boven de ingang.  De toegang zomaar laten open liggen naar die onstabiele grot leek ons niet zo’n goed idee. Tevens kuisen we de helling terug op zodat alles er weer in zijn oorspronkelijke staat bij ligt.

Game over
Tegen 11:00 zijn we aangekomen in de ruimte die we langs links zagen maar hier is het plafond terug wat onstabieler en is de tocht toch een stuk minder dan  de smalle spleet rechtdoor. Het vervolg zal dan toch die smalle spleet zijn. Maar dat verhaal is voor een volgende keer.

 

De toekomst zal het uitwijzen of dit ons naar de ondergrondse Vannon brengt.

We hebben allemaal een goed gevoel hierbij en denken dat we langs deze weg wel eens de ondergrondse Vannon kunnen vinden.

Na het reinigen van het materiaal in de rivier passeren we nog een laatste maal aan het huisje van Jos en Leen. Waar Leen wederom een feestdis heeft voorzien als middagmaal. Om daarna de rit huiswaarts aan te vallen. Na een vlotte rit  zijn we rond 19:00 in Antwerpen.

Bedankt Leen en Jos dat we wederom van jullie gastvrijheid mochten genieten.  En nog een extra bedankje voor Leen voor het lekkere eten.

Deelnemers aan deze mini-expe: Peter, Liam, Dagobert, Mario, Annemie, Paul VI, Jos en Erik.