maandag 9 november 2009

Onvergetelijke namiddag in TDC

Wie ons blog aandachtig volgt, weet dat we in de Trou des Côtes zicht hadden op een vervolg. Zou deze grot dan nog meer in petto hebben? Zou dit “het” vervolg zijn?  Of zouden we toch weer niet uit het blokkenstort geraken waar we ons de voorbije weken met enige doodsverachtiging hadden doorgewerkt? Veel vragen… die snel een antwoord zouden krijgen: de desobstructie leek een formaliteit van enkele uren.

Zondag 8/11/2009: een prachtige herfstdag. We zijn met 5, teveel voor in de TDC  dus er gaan er 3 (Bart, Dagobert en Peter) werken in een grot die in de buurt ligt, de D3.

De komende twee uur houden Rudi en ik ons bezig in de TDC met het verbreden van de te smalle passage in het blokkenstort. Tussen de bedrijven door toon ik Rudi de rest van de grot. In onderpak en op kousen om niks vuil te maken. Het blijft verdraaid mooi, en alles bij elkaar toch al wel een flink stuk. Lastige progressie, dat wel, want volgestouwd met concreties waar je voorzichtig tussendoor moet kruipen en slalommen, en alles is begroeid met bloemkooltjes, dus pijnlijk voor de knieën.

Weer naar onze desobstructie, het moment is daar, de passage lijkt groot genoeg, het onbekende lonkt. Ik wurm me als eerste door de toch nog zeer smalle doorgang en even later sta ik dan in het nieuwe vervolg. Zoals steeds is dit slechts half zo groot als we hadden ingeschat, een diaklaas van amper 50 cm breed en waarin ik net kan rechtstaan. Ik zie enkele meters verder, maar daar zie ik weer enorme blokken. Humm dat valt precies wel wat tegen! Rudi volgt ook, samen wurmen we ons 3-4 meter verder tot waar we achter een hoek kunnen kijken en dan… zien we wel 7 meter ver in een veel ruimere gang. Geen concreties: een kleivloer en blokken, maar iets zegt me dat dit “het vervolg” is. We besluiten onmiddellijk om de anderen te gaan halen; een gok want misschien loopt het helemaal niet verder, daarginds. We zetten nog een plop in de vernauwing, spurten naar buiten en bellen de anderen met de GSM op: “Komen, mannen, we hebben zicht op iets interessants”.  Die uitnodiging laten ze niet links liggen.

Een uur later zitten we met zijn allen aan het begin van het nieuwe stuk. We zijn uitgelaten als kinderen, de stemming zit erin. Rudi gaat als eerste, ik probeer te filmen.
Flonkerende vloeren van kristalNa vijf meter reeds zegt Rudi “oh la la!” en wie Rudi kent, weet dat zulks een uiting is van extreme blijdschap!  Yippie, het loopt verder, het wordt groot, zeer groot zelfs, en we zien de eerste concreties. De zaal  wordt voor de allereerste keer door mensenogen aanschouwd en prompt gedoopt: dit wordt de “Salle des Invités”. Wat verder kijken we onze ogen uit naar spierwitte vloeren vol glinsterende kristallen, druipstenen in alle formaten en vormen, en vooral een groot zwart gat dat in de verte lonkt.

Een uitnodigend zwart gat in de verte

Onze speleopakken en laarzen worden uitgetrokken, voorzichtig kruipen we door een wat lagere doorgang tussen de hagelwitte concreties. We staan in een grote, hoge zaal, het loopt verder langs links maar ook langs rechts. Ik neem rechts want daar is geen modder, en geraak zo in een magnifiek zaaltje met grote kolommen. Vanuit een zeer lage doorgang in het calciet komt een frisse bries. Deze lage passage zorgt voor flink wat hilariteit, want enkele stalactietjes maken de passage heel smal. Ik moet passen, en zelfs “geheim wapen” Rudi heeft er last mee. Vijf meter verder is er weer een smalle doorgang waar Rudi met veel moeite doorgeraakt. Wij hebben intussen enkele stalactietjes een zachtmoedig en goedbedoeld tikje gegeven waardoor we hem kunnen volgen. We belanden in een prachtig zaaltje met een glinsterend witte vloer. Er is geen evident vervolg te zien maar de plaats is wonderbaarlijk mooi.

een meterslange witte vloer

Terug maar, want Peter staat al te springen van ongeduld: hij is ergens omhoog geklommen en heeft zicht op een ruim vervolg, dat boven de Salle des Invités ligt. De hele stoet volgt hem, via een indrukwekkend balkon dat de zaal eronder domineert. We stijgen verbazend veel, we moeten hier nu toch echt wel vlak onder de oppervlakte zitten. De concreties zijn hier spaarzamer, maar een nestje met enkele afgeplatte grotparels levert alweer de inspiratie voor een naam: Salle Menthos.

Peter in de Salle MenthosGedurende een half uur zit iedereen wel ergens in een hoekje te exploreren, want het loopt in alle richtingen wel wat verder. Finaal vinden we het welletjes; we hebben ruim 100 à 150 m bijgevonden en we hebben geen flauw idee van welke richting we uitgaan. Zonder topo verder exploreren is te gek, daar moeten we nu echt werk van maken! Terug dus, allen zeer voldaan. Wat een prachtige grot. En vrijwel geen modder: je loopt hier een uur lang rond op je sokken, over het calciet. Hopelijk blijft het zo. Want de combinatie concreties en modder haten we als de pest (cfr. Grotte des Emotions).

Op de terugweg verbreden Rudi en ik nog enkele nauwe passages, de andere 3 stomen gauw naar buiten om in hun grotje, de D3, te gaan opruimen. Rond zes uur zitten we allen in het café, en kunnen we het glas heffen op één van onze mooiste ontdekkingen ooit. En het is nog niet gedaan!


Dagobert in de Salle des Invités
Meer foto's vind je hier (maar alles gauw-gauw genomen in volle première...).

Maar vooral... klik HIER voor de enige echte live video van deze onvergetelijke exploratie (13 minuten...)

maandag 2 november 2009

Traversee Fagnoules-Buc

Iets waar ik echt naar uitkeek was de gidsing van de “Twee Alberts” (Dubois en Briffoz) in de Fagnoules. Beide heren zijn op leeftijd (resp. 68 en 65!), maar echter nog steeds zeer actieve en energieke speleo’s die kunnen terugblikken op een rijke carrière boordevol speleologie.  Kleine Dubois, de bescheidenheid zelf maar een kei in geologie; lange Briffoz, de spraakwaterval, die behalve zeer goede geologische inzichten een diepgaande kennis heeft van scheikunde, elektriciteit, (kern)fysica, wiskunde, kortom een wandelende encyclopedie. Beide heren hadden hun oud neopreentje vanonder het stof gehaald en stonden te springen om de Fagnoules te keuren.

De twee Alberts

Behalve dit beruchte duo, gingen ook Annette en Benoit Grignard mee. De gemiddelde leeftijd van het hele gezelschap werd even gauw becijferd op 56! Respectabel, doch dat kon de pret niet drukken, want de sportieve ambities waren hoog: langs de onderingang binnen, bezoek aan de hele Oufti-Amai, en vervolgens er langs de Chantoir de Buc uit (hetgeen een primeur zou betekenen want tot op heden hadden we de traversee nog niet gedaan).

Het werd dan ook een tocht uit duizend. Snel ging het niet, want er was elke 30 meter wel een reden om te stoppen en een of ander geologisch fenomeen te bediscussiëren. En de Fagnoules is toch wel een bijzonder merkwaardige grot. Een echte collecteur met een groot debiet, die zich op zo’n geringe diepte bevindt, dat is al quasi onverklaarbaar (collectors bevinden zich normaal gesproken op het basisniveau). Voeg daarbij het feit dat de grot de grootste van het land is die in Viseaan kalksteen is gevormd, en op diverse plaatsen zelfs in een conglomeraat van hoekige brokken kalksteen (de “Brèche” de Dinant), dat de gehele grot sterk opgevuld is met een geelbruin zanderig sediment waarvan de herkomst noch ouderdom duidelijk zijn, dat er her en der interessante fossielen te zien zijn, en je begrijpt dat deze tocht het allure had van een wetenschappelijke excursie.
Zeer goed zichtbaar: de Brèche oftewel conglomeraat van hoekige stenen
Buitengewoon leerrijk, en op deze 6 uur durende tocht heb ik meer inzichten en ideeën verworven dan op de 6 voorgaande jaren samen. Valt allemaal nog verder uit te diepen, doch er zijn echt wel enkele interessante pistes te onderzoeken.

Maar er was ook tijd voor actie en fun, de traversee boven de waterval werd gedaan; de hele Oufti-Amai werd doorgespetterd, en dan werd koers gezet naar de Hyperventilateur waar ons nog een grote opruim wachtte van de “Zwijnenbak”, waarin vele weken geleden een megaplop was gezet. Het ruimen van alle puin duurde een uur, daarna lag de weg (eindelijk) wijd open: iedereen kan er nu vlot door. Om 16 u zwaaide de poort van de Buc open en stak de eerste zijn neus  voorzichtig buiten: geen jagers of boswachters te zien? OK, de kust was veilig en dus “sneakten” we discreet naar buiten. De allereerste doorsteek Fagnoules-Buc was een feit.


Paul De Bie en Albert Dubois

Wat later zaten we in het café in Purnode, waar nog urenlang werd verder gefilosofeerd. Een zeer leuke en interessante dag, en zoals steeds wanneer je met oude knarren op weg bent; is het een geweldige opsteker te weten dat een speleocarrière niet eindigt op 50 of 60! De accenten en interesses verleggen zich (dat proces is bij mij trouwens al lang aan de gang), de sportieve mogelijkheden verminderen enigszins maar het heilige speleovuur knettert des te harder.

maandag 26 oktober 2009

Nog eens naar de TDC

Salle de la Recompense

Vele andere bezigheden maakten dat het intussen al 5 weken geleden was dat we onze jongste ontdekking “Trou des Cotes” bezochten. Zondag werd orde op zaken gesteld door Bart, Dago en Paul. Het werd een heftig dagje met eliminatie van enkele lastige vernauwingen in het eerste stuk, een fotosessie in de mooiste zaal van de grot (Salle de la Récompense) , en vooral een flinke desobstructiesessie in het blokkenstort. Even het geheugen opfrissen:  op 31/8 spotte Paul een duidelijke luchtstroom vanuit een zeer klein gaatje in Salle du 21/7; samen met Peter V werd na een uur graven een vordering gemaakt van een meter of 5, einde in een grote diaklaas met overal blokken en opvulling.


Salle de la Recompense

Enkele weken later gingen Dago en Peter C daar werken (zie http://scavalon.blogspot.com/2009/09/trou-des-cotes.html); ze maakten er flink wat plaats en concludeerden dat de interessantste plek aan de rechterkant tussen de blokken was. Er was wat tocht, doch die kwam uit spleetjes van enkele centimeters breed.

Gisteren dus werd de zaak grondig en langdurig geïnspecteerd, maar de toestand aan de rechterkant inspireerde het opperhoofd niet echt: zeer veel werk in het vooruitzicht en in de blokken. Rechtdoor, in het verlengde van de diaklaas, leek interessanter want een stabiele linker zijwand, die bovendien vol bloemkooltjes stond (wat vaak een teken is van luchtstroom). En inderdaad, geheel achteraan vonden we een met de hand voelbare tocht vanuit een miezerig gaatje.  Logische plaats, maar niet evident want het zat daar vrijwel potdicht met puin en daarenboven lag men er languit onder een killerblok van een ton zwaar dat nergens op leek te rusten. Verstand op nul en toch maar daar beginnen werken...
Salle de la Recompense
Uren en uren zijn er daar blokken en zand uitgehaald, en oh verrassing rond 17u ‘s avonds werden enkele gaatjes zichtbaar waarin we wat verder konden kijken. Nog een half uur later waren we wel zeker: we zien in een veel ruimer vervolg, het is lager gelegen,we zien terug stabiele wanden. Voorlopig is de doorgang nog te smal maar de verbreding lijkt niet moeilijk. Is dit de weg naar het grote vervolg? De toekomst zal het ons leren.



Rond 17u30 er maar een punt achter gezet, aan de ingang van de diaklaas getuigde een enorme stapel blokken en zand van het werk dat hier vandaag verzet is. 


(de mooie foto's zijn allen van de hand van Bart Saey)

zaterdag 24 oktober 2009

2009-10 Waar is dit


Nog gauw de opgave voor oktober! In welke grot is deze foto genomen? En hoe heet deze passage? Een makkie...

zondag 18 oktober 2009

Anialarra: uitgebreid verslag september 2009

Ziezo, een uitgebreid verslag, met foto's én de topo's van AN60 en AN509 kunnen jullie hier vinden: http://www.scavalon.be/avalonnl/psm/anial2009.htm

En, ik had even mijn buik vol van topo's tekenen en verslagen types. Ik heb me dus enkele avondjes ontspanning gepermitteerd. Als trouwe lezer van het linkse blaadje van Guy Mortier, HUMO, heb ik mij al vaak kostelijk geamuseerd met de fotorubriek "Het Gat van de Wereld". (zie hier voor een voorbeeld)



Niet zo moeilijk, dacht ik. Gauw proberen. En voilà: een special Anialarra 2009, van 13 bladzijden. Of het leuk is of niet, dat laat ik aan jullie over. Voor mensen die de Anialarra-expé niet kennen, of de folkloristische entourage ervan en hun rare gewoonten (Sofies koopzucht! Dirks kookkunsten!) is het misschien wat minder duidelijk. Maar dat geeft niet: als wij er maar mee kunnen lachen!

Hier de link naar mijn eerste bijdrage (oei komen er misschien nog dus? ).

Voor wie moeilijkheden heeft om de PDF te openen, probeer de ZIP-file

Laat de kleurenprinters op het werk dus maar ronken, want dit wordt een verzamelaarsobject. Gaat veel geld waard zijn, binnen 30 jaar :-). Veel leesgenot. En laat het weten als julie nog van dat willen hé. Ik heb namelijk een quasi onuitputtelijke verzameling foto's.

(PS: Dit is SATIRE, beste vrienden. Dat niemand zich dus persoonlijk geviseerd voelt. )

dinsdag 13 oktober 2009

Droog maar niet droog genoeg

Zondag, profiterend van de extreem droge zomerperiode, toch maar eens in de Fagnoules gaan kijken naar het niveau van de Siphon 9, de meest stroomafwaartse sifon dus. Nu is dit geen sifon van de hoofdrivier; hij wordt aangevuld door een kleine infiltratie. Wanneer deze in de zomer opdroogt, zakt de sifon langzaam maar zeker.

We waren met vier: Bart, Annette, invité Maureen en ik. De weg naar de sifon was niet de kortste. Allereerst gingen we langs de boveningang binnen, waar tot onze verbazing de beek buiten kurkdroog stond. Oei dat was zweten in onze neopreenpakken. Gelukkig was er in de collecteur wel water, maar minder dan we gewend zijn. Dit inspireerde ons tot het trachten te maken van een verbinding in de actieve benedenverdieping van de Réseau des Plongeurs. Deze verdieping is van beide kanten uit bereikbaar doch er ontbreekt 20 m voor een fysieke verbinding: daar waren we vroeger steeds gestrand op extreme voute-mouillantes. Bart en Maureen erin langs de ene kant, Annette en ik langs de andere. Het water stond laag, maar toch een zeer lange, lugubere voute-mouillante, liggend op de rug met neus en lippen tegen plafond en dat over ruim 10 m.  Dan hoorde ik nu en dan een flard geluid (onverstaanbaar), zag nu en dan een glimp licht. Verder door sifonneerde de passage net wel, net niet. Door het klotsen van het water kwam nu en dan een gaatje van enkele centimeters vrij. Bart wurmde zich aan de andere kant in de nauwe sifon, tot nog enkel zijn mond boven was. Aan mijn kant zag ik één halve laars verschijnen, meer niet. De sifon is dus zowat 1m70 lang en smal én dus gevaarlijk. Ik raakte de laars zachtjes aan zonder erin te knijpen, want ik vreesde dat Bart dat als een signaal zou zien om te komen. Gelukkig begreep ook hij dat het hier “risky business” was, want ook aan mijn kant was er amper een decimeter lucht. We staakten de poging, de verbinding is trouwens virtueel gemaakt.

Na dit intermezzo (de passage werd nog getopografeerd) gingen we verder.
Bart in Galerie Océade (Oufti-Amai)
Aan het begin van de Oufti-Amai topografeerden we de vreselijk blubberige graafplaats boven de S8 en dan verder maar naar de S9. En jawel, die was verdwenen! Althans, die hoop flakkerde toch even op, toen we een ruime (1m50) galerij zagen dalen waar normaal de sifon is. Echter, na 10 m te hebben afgelegd en bijna 3 m te zijn gedaald, was het liedje uit: water! Bart dook er nog even tot aan zijn neus in, maar wetende dat Michel Pauwels 8 m diep in deze sifon was gedoken, was dat natuurlijk een dappere maar ridicule poging. Maar toch interessant: Michel geraakte destijds voorbij het diepste punt en steeg weer tot –3 m, waar hij de doorgang niet vond (zie “Duik in het Verre Westen” ). Zou hij nu die duik kunnen herhalen, dan zou hij misschien “droog” uit de sifon geraken!

Terwijl Annette en ik de topo van deze 10 m lange blubberpijp aanvatten, hielden Bart en Maureen zich bezig met het uit de grot slepen van 50 m ribbelbuis die we hier vorig jaar naartoe hadden gebracht (zie “Pufferdepuf en Plopperdeplop”), in de hoop de tijdelijke sifon te kunnen leeg hevelen (maar dit had nooit gewerkt). Daarna begonnen Annette en ik aan de “Pièce de Résistance”: de topo van een ultra-vettige affluent. Dit stond garant voor  30 meter lang miserie, een onherkenbaar topoboek en 5 scheuren in mijn neopreen. Na dit stuk authentiek speleoplezier, gauw naar de Hyperventilateur om daar de “boem” te herdoen die in juni was mislukt (zie “Zwijnenbak gedaan ermee”)

Daarna snel naar buiten, waar het intussen reeds 18u was en we het jeugdige duo naast de auto troffen bij een grote stapel buizen. Opdracht geslaagd dus.  Een lange maar wederom vruchtbare dag. En die duik in de S9 willen we zo rap mogelijk gaan doen, nu nog de duiker motiveren.

woensdag 7 oktober 2009

Bijna perfect

 

De september expeditie is achter de rug. Het was een zeer goede aflevering. Magnifiek nazomerweer, een week stevig doorgrotten, goede sfeer, en première à volonté. Een week zomerweer in oktober: ongelooflijk!

Een trio (Mark, Kris, Friedemann) zat 4 dagen in het vooruitgeschoven kamp van Puits Milou (-702 m) en exploreerde er verder in Fantasio en Quick & Flupke. Fantasio is eindelijk getopografeerd en wordt als afgesloten beschouwd. Nog geen verbinding met de Partages maar er werd wel een interessante spleet gevonden die in de goede richting loopt en duidelijk tocht aanzuigt. Maar daaraan werken zal van de kant van de Partages moeten gebeuren! Het Systeem meet nu 25,8 km. In de amonts van Tintin

Ondertussen werkten de andere 4 (Bart, Dirk, Annette en Paul) in:

- Gouffre Venus: nieuwe P40 afgedaald, vervolg is veel te nauwe spleet (-100) die flink tocht aanzuigt, dus zware werken in het vooruitzicht in 2010.Massa rommel na de explo van de Gouffre Venus

- AN51: verder explo nieuwe puttenreeks vanaf -90. Einde rond –150 op een zeer diepe put (mogelijk 100 m). Ook hier interessante perspectieven voor 2010.

- AN60: verdere explo lucarne in Puits Friedemann, einde rond –241 m op te nauwe put. De fond van -297 herbekeken (grote desob maar zeer interessant, veel tocht), en volledig desequipement van de grot.Paul bovenaan de Puits Friedemann (P108)

- Dagtrip in systeem rond -475: goede progressie in de desob richting FR3. 3 meter opgeschoten, en zicht op laminoir met geluid bulderende rivier. We zijn er echt bijna!

Dus op alle fronten opgeschoten , maar geen enkele van onze 5 verbindingen heeft zich gewonnen willen geven. Hoewel...

De verrassing kwam van de AN509 (Pozo Mariposa). Door ons ontdekt in 2007 leek deze grot te eindigen op -90, doch bij het desequiperen was nog toen een mogelijkheid gezien door Paul. Vandaar we deze grot toch nog eens checkten en zowaar: het liep door! Spectaculaire afdaling in een wereld van sneeuw, ijs en rots tot -90, dan een meandertje met felle tocht, dat uitkomt op een schier ononderbroken puttenreeks. Hierin hebben we ons 3 dagen lang kunnen uitleven, de sport was om het water dat van diverse plaatsen komt, te omzeilen via lucarnes en fossiele putten.

Annette rond -50 in de AN509

Zaterdagmiddag geraakten we tot op -280 m, waar een immense put begint die door Bart over 40 m werd afgedaald, dus tot zowat -320 m. Vanaf daar vallen stenen nog 5 seconden vrij omlaag: dus nog een dikke 80 à 100 m. De verbinding met het Systeem is 99,9 % zeker: we zitten hier net boven de 15 m brede Galerie de Nostradamus, die op die plek zeer hoog is (omhooglopende putten). De galerij ligt op -390 m ten opzichte van de oppervlakte.

AN509: Iedereen wacht op een richeltje terwijl Paul equipeert A?509: De schitterende P80 (of 100?) die op -150 begint.

Een 5de ingang dus, die het hele Systeem 20 m dieper zal maken (en 600 m langer). Bevestiging in 2010, maar intussen kraken we toch al een flesje champagne, zo zeker zijn we van onze zaak.

Rond -60 in de AN509 AN509: Prachtige putten, hier rond -260

Het was een “bijna perfecte” week. Ze was perfect geweest, mocht ze één dag meer hebben geteld en we beneden in de AN509 waren geraakt, mochten we geen ongelukje hebben gehad met een pak stenen dat iemand op zijn kop viel in een P50, en mocht Friedemann zijn Mexicaanse griep hebben thuisgelaten. Veel spijt dat het gedaan is, nu weer 10 maanden wachten! Binnenkort volgt een uitgebreider verslag, meer foto’s en video.

Verslagje: Paul. Foto's: Mark & Paul

donderdag 24 september 2009

Een verbinding volstaat

Morgen vertrekken we naar de Anialarra, voor nog een weekje. Het weerbericht ziet er voor de komende dagen alvast prima uit, en we hebben er reuze veel zin in. Op het programma: vijf verbindingen. Maar we zullen al blij zijn mochten we er één kunnen maken. In volgorde, van gemakkelijk naar moeilijk:

1) Verbinding Anialarra – FR3: levert 2 km en 3 ingangen extra op. We zitten er nog maximum 10 m af, én we horen de rivier van de FR3 reeds!

2) Verbinding AN60 – Anialarra: levert 1 km en een extra ingang op. Maar we zitten in de AN60 nu op –300, terwijl de Anialarra op –420 zit.

3) Verbinding Venus – Anialarra: zou een ingang opleveren die het hele systeem in een ruk 170 m dieper zou maken (-910 dus). Maar in de Venus zitten we op –60, met zicht op een P40. Er is nog niks zeker, we moeten nog 350 m zakken!

4) Verbinding Anialarra – PSM – Partages: zou een systeem opleveren van 110 km, 17 ingangen en –1440 m. We zitten nog slechts een kleine honderd meter van de Partages verwijderd.

5) Verbinding Aspirateur – Tintin: is een interne “shunt” die ons zou toelaten om van op –630 reeds door te stoten naar Tintin en aldus een traject van 4 km en evenveel uren uit te sparen.

Voilà en nu ga ik een zin construeren met zoveel mogelijk cijfertjes in. We zijn met 7 Avalonners, dus er gaan er 3 naar de fond voor 4 dagen, om aan verbinding 4 en/of 5 te werken. De rest zal zich in 2 groepjes van 2 verdelen die aan verbinding 1, 2 en 3 gaan werken. Meer nieuws binnen een dag of 10.

Banzai!

Deelnemers: Friedemann Koch, Mark Michiels, Annette Van Houtte, Bart Saey, Dirk Devriendt, Kris Vermeulen, Paul De Bie.

woensdag 23 september 2009

Ze waren weer dik in orde

… die speleologische Dagen 2009, en 15 Avalonners waren van de partij!

Vrijdag een dag van sleuren, slepen, knutselen, monteren, opbouwen. Eens de grote tent rechtstond en voorzien was van tafels en stoelen, de verlichting hing, de muziek speelde en de toog geïnstalleerd was, werd de edele kunst van het tooghangen verfijnd. Van al dat werken hadden we grote dorst gekregen en het duurde ruim tot 3u ‘ s ochtends voor de laatsten hun bed opzochten.


Inschrijven voor de grottochten

De lager dan verwachte opkomst van de “echte grotters” op zaterdag maakte dat ditmaal iedereen de grot van zijn dromen kon reserveren. Zij die om 5u ‘ s morgens opstonden om als eerste aan de inschrijvingen te staan, waren eraan voor de moeite. Maar toch wel wat jammer, zo’n uitgebreid programma en dan niet genoeg mensen om het in te vullen (ik diende zelfs in extremis 3 grotten te annuleren). Dat moet volgende keer beter hé speleo’s, want zo gaan we nog in affronten vallen! Maar zij die wel waren gaan grotten lieten het niet aan hun hart komen. Niks dan blije gezichten ‘s avonds, iedereen had zich reuze geamuseerd.

Zaterdagavond stroomde de grote tent barstensvol (ik schat +/- 300 mensen) met speleo’s vanuit alle hoeken van het land (en zelfs Engeland en Duitsland). Speleo Nederland had voor lekker (veel) eten gezorgd, er was ditmaal een prima discobar, de Rochefort stond koel. Tientallen mensen die je in lang niet had gezien, zoveel verhalen te vertellen, zoveel pinten te trakteren. Kortom: ambiance!
Njam njam!
Er werd dan ook gefeest, geschranst, gedronken, geluld en gedanst tot een gat in de nacht. En een diep gat, zo ongeveer tot 5 u ‘ s ochtends.

Het opstaan op zondag was dan ook pijnlijk. Gelukkig was het programma heel wat rustiger: gezellig rondhangen nabij de demonstratiestands, de boekenwinkeltjes, genieten van de prachtige 3D-voorstelling van DDR, pintje drinken in de zon. Trouwens die zon was 3 dagen lang van de partij: het was ongelooflijk goed weer.
De stand van de ons zeer bekende Berghut
Tot slot nog een paar uur lang heel de boel afbreken, knikkebollend naar huis rijden en als een bewusteloze slapen (en dan zijn er die vragen waarom we dat niet elk jaar organiseren. Ja hallo!).

Tussen de bedrijven door was er ook de uitreiking van de Prix Alphonse Doemen, en daar werd Avalon (met de exploratie van Fagnoules) gedeeld winnaar met Albert Dubois (met exploraties in Marokko). Proficiat aan Albert, en dank aan UBS en wijlen Alphonse voor de 200 Eurootjes die goed zullen besteed worden.

Maar de echte laureaten die in de bloemetjes dienen gezet te worden, vind ik, zijn de tientallen vrijwilligers die zich 3 dagen lang uit de naad hebben gewerkt om dit evenement te doen slagen. Behalve de velen die hielpen met opbouw en afbraak, waren er de mensen die achter de toog stonden, muziek draaiden, het secretariaat bemanden, eten maakten, ontbijt verzorgden op een onmenselijk vroeg uur (zeker als je om 5 uur bent gaan slapen), demonstraties gaven, de hele dag karweitjes uitvoerden of problemen oplosten, spaghetti en hot-dogs serveerden, of anderen in grotten gidsten. Op deze laatste categorie na zijn al die mensen niet gaan grotten, overigens, en dat is toch wel een grote opgave, want het is net op dàt weekend dat je uitzonderlijke grotten kan doen!  Dus hulde aan al die medewerkers, zonder hen zou het gewoon niet georganiseerd kunnen worden. Zij verdienen van mij de ereprijs.


Terwijl de meesten zijn gaan grotten, zijn er nog tientallen vrijwilligers hard aan het werk

Hier nog een fotogalerij met wat sfeerfoto's van deze aflevering.

woensdag 16 september 2009

2009-09 waar is dit?

Ziezo, voor de maand september geef ik een cadeautje op een plateautje.
Een poepsimpele opgave. Je moet deze resurgentie zelfs niet kennen om met wat fantasie haar naam te kunnen raden. Maar behalve de naam, ook graag de plaats...