donderdag 18 augustus 2016

Tweede week Anialarra

Het werd, door omstandigheden buiten onze wil, niet helemaal wat we in gedachten hadden. Wat niet wil zeggen dat we ons niet geamuseerd hebben! Ons programma, waarvan de hoofdmoot een tweedaagse tocht in de Réseau Nostradamus was, werd onverwacht afgebroken. Reden was een zwaar ongeval, ver stroomafwaarts in het Systeem van Anialarra, waar onze Franse vrienden van de Interclubs Anialarra Ouest exploreren via de vorig jaar ontdekte AN308. Een vallend blok had een van onze Franse vrienden zwaar gekwetst: gebroken ribben en wervelkwetsuur. Kortom, weer een secours zoals Annette er in 2007 een had meegemaakt. Bijna 100 speleo’s, ongeveer 50/50 Spéléo Secours Français en Spaanse Guardia Civil, en dixit sommige kranten ook “3 spécialistes Belges”. Dat waren wij dus: Annette, Frits en Paul.

Annette maakt kennis met de ploeg Fransen met wie we een ploeg vormen tijdens de secours
Het werd een flink zware dobber, want de AN308 was een grot met veel vernauwingen en meanders die allen meermaals moesten gedynamiteerd worden.  Onze taak was de evacuatiestellingen te equiperen van -250 tot -200, samen met een 6-tal Fransen. Ik ga hier niet heel het verhaal vertellen, maar we waren 20 uur non-stop onder de grond in de weer. We brachten het slachtoffer tot -200, maar moesten nog wachten tot het op -150 was om de brancard voorbij te geraken richting uitgang.  Die avond, weer op de camping, als een blok in slaap gevallen na bijna 30 u zonder slaap. Om vier u ’s ochtends bericht dat het slachtoffer buiten was.
Het was een zware dobber, maar we hadden het voor geen geld willen missen. Aldus hebben we toch een wederdienst kunnen bewijzen aan de mensen die ons destijds (2007) kwamen helpen.

Frits na 20 u stevig doorgrotten. En hij was zowaar moe!
Paul en Annette, na de secours
Onze ploeg weer aan de auto's, na de secours. Het is daar intussen een show van Guardia Civil 4x4's.

Enfin, dit gebeuren liet sporen na, mentaal en vooral fysiek. We waren doodmoe (zelfs Frits, die anders niet kapot te krijgen is), en daarbij kwam voor mij nog een verkoudheid/keelpijn. Bijgevolg werd ook de laatste “grote” activiteit, een dagtrip in het Systeem, afgelast.


Wat we wel nog deden…

In de Plumas volgde een sessie om de puinberg boven de meander te stabiliseren. Frits toonde zich er een meester in het bouwen van muren. Nadien trokken we nog in die grot om de meander te verbreden. Eén goede plop volstond, wat verder volgde een putje van 3 meter en een van 8 meter. Dan opnieuw een te klein gaatje met erachter een putje. Maar de tocht is zeer sterk, dus we geven hier niet in op. Momenteel moeten we rond de -50 à -60 zitten.

De Calimeros na een pechdag in de Plumas
In de Pokémon werd de toegang tot een nieuwe, meanderende put verbreed. Maar jammer genoeg wordt het wat verder opnieuw zeer smal. We hebben daar flink wat werk voor de boeg. Ook hier zitten we rond de -50. De grot ligt boven Tintin, de tocht is goed en dus gaat deze grot nog flink onder handen worden genomen.
Gertian passeert een zopas verbrede doorgang in de Pokémon,

Terwijl wij de secours deden, exploreerden de andere drie (Kim, Lieven en Gertian) nog wat gaten en ze hernamen de Sima de la Verguenza die ze (eindelijk) topografeerden. Deze 90 m diepe put is een belangrijke grot boven Tintin. Ze beklommen ook de Pic d’Anie, een must voor wie de zone van Anialarra eens vanuit de lucht wil kunnen zien.

Viering 50 jaar ARSIP
Tussen de bedrijven door was er natuurlijk de viering van 50 jaar ARSIP, een ronduit heerlijke avond in het gezelschap van vele vrienden en anciens. Met natuurlijk de voorstelling van het nieuwe boek “ARSIP 18”, een meer dan 300 blz dikke turf over de exploraties van de afgelopen 15 jaar. Met daarin een groot artikel over de Anialarra, natuurlijk.

 Zie http://www.arsip.fr/



Samengevat: een kleine 500 m première in het Systeem, weeral wat vraagtekens opgelost in de Babosa, en enkele nieuwe grotten in een embryonaal stadium (maar dat kan gauw veranderen). In combinatie met een kleine maar enthousiaste ploeg, een bijna tropisch klimaat en vooral de levenservaring van een “echte” secours erbij, was het voor mij een geslaagde aflevering. En uiteraard is dit enkel het voorspel van de septemberexpeditie. Traditioneel levert die altijd weer spectaculaire zaken op. Dus tot dan!


dinsdag 9 augustus 2016

Samenvatting 1ste week Anialarra

Een dikke week is al voorbijgevlogen. Tien dagen stralend weer en veel speleo. Het feit dat we ditmaal met slechts 6 à 7 speleo’s waren, bleek zoals gehoopt alleen maar een voordeel dan een nadeel! Alles gaat zoveel vlotter qua organisatie en we bleven bijna voortdurend in het hoogtekamp.
Gertian, Kim, Frits en Annette komen terug van een stevige tocht in de Babosa

De georganiseerde chaos in ons "grotje" is dit jaar best te doen, door de kleine ploeg.


We maakten twee dagtrips in het Systeem waarop o.m. de klim in de Coude Malchance werd gemaakt, die jammer genoeg dicht liep op +40 m hoogte. Maar er werden in die sector toch enkele premières gemaakt, en op een andere plaats kwam een mooi stuk uit de lucht vallen dat door het trio Frits-Gertian-Erik werd ingeblikt en zowat 200 m extra opleverde (Galeries des Petits).
De ingangsputten van de AN51 werden van 200 m gloednieuw touw voorzien, dat jammer genoeg diezelfde dag al op enkele plaatsen werd doorgesneden door het grootste en gevaarlijkste stuk brol ooit ontworpen: de Petzl Croll met zijn inoxplaatje, dat (totaal onverwacht) transformeert  in een soort scheermes wanneer het ingesleten geraakt!

Er werd al hard gewerkt in de Sima de la Babosa (3 tochten) waar een nieuwe puttenreeks werd geëxploreerd die op -190 begint. Jammer genoeg verbond ze 100 m dieper opnieuw met de beruchte Puits des 7 Méandres. Maar er blijven nog diverse zaken te doen in deze klepper van een grot. Frits heeft er alvast zijn hart aan verloren.

De Sima de las Plumas dan. Na een dag nieuwe verbredingswerken geraakten Annette en Kim doorheen de vernauwing op -28m. Een nieuwe put (P9) gevolgd door een blokkengang en een instabiele P5 kwam uit op een meander die een tweede oordeel vereist. Dus nog niets spectaculairs.
Er werd uiteraard veel werk verzet in de zone boven de Rivière Tintin. 

De Sima Bond, onze grote hoop, leverde na wat desobstructie wat putjes op maar rond -50 m liep de meander vrijwel dicht (10 cm breed). Frits “percuteerde” zich voorbij de bocht, geraakte nog 2 m dieper maar daar herbegint de meander, extreem smal. Er is onvoldoende tocht om ons te motiveren nog veel tijd in deze grot te steken.
Maar intussen hebben we onze hoop gevestigd op een andere grot vlakbij, AN624-Sima Pokémon. Door Paul 2 jaar geleden gevonden, met een duidelijke tocht. De instabiele ingang werd vorig jaar vrijgemaakt en gaf via een P10 toegang tot een complex grotje. Hierin zat een tak met sterke tocht, waar een nieuwe put (15 m)werd opengemaakt . Beneden is het voorlopig einde op een vernauwing met eronder een nieuwe meanderende put.  Flinke aanzuigende tocht. Wordt de komende dagen vervolgd.


Op het programma staat nu nog een tweedaagse in de Nostradamus, een tocht in de Babosa en uiteraard het vervolg van de Pokémon. Hopelijk houdt het fantastische weer nog een weekje aan!

dinsdag 26 juli 2016

Haute Marne - Trou du Tonnerre


Op 21 en 22 juli heeft een 4-koppige ploeg (Jos, Peter en Liam VDB en Dagobert) in ons projectje in de Haute Marne er een serieuze lap op gegeven.  Op het einde van onze vorige sessie in mei hadden we geconstateerd dat de tocht vanuit een smal een bijna volledig opgevulde gang kwam. 


Zo was de situatie in mei.

 Zie ook :  Haute Marne mei 2016
 
Jos had in voorbije maanden al wat voorbereidende verbredingen en graafwerken gaan doen in die mate dat hij reeds een 2-tal meter opgeschoten was in deze pijp. 

Maar de komende 2 dagen zouden we met 4 man toch heel wat werk kunnen verrichten. En zo gepland zo gedaan. De eerste dag werd het gestockeerde puin naar buiten gebracht en werd er duchtig verbreed en gegraven in het vervolg van de gang. In het eerste deel kan je nu reeds op handen en voeten vorderen. En tegen het einde van dag kwamen we zowaar aan de splitsing die we al heel de tijd in de verte zagen. Een groot blok deed nog eventjes lastig maar kon toch niet op tegen het Bosch geweld. Op deze eerste dag zijn we toch zo’n 3 meter opgeschoten schat ik zo.  Het laatste wapenfeit van de dag is nog een dubbele injectie in de linkerwand zodat het werk van morgen wat comfortabeler zal zijn. 
1 van de verbredingen  van de dag
Eliminatie van de linkerwand net voor de splitsing om te kunnen werken.
Na een goede nachtrust beginnen we vol goede moed aan dag 2.  Buiten is het drukkend warm en al snel horen we de eerste donderslagen in de verte. Rond de middag begint het dan ook zwaar te onweren en te regenen. Met als gevolg dat we onze ingang moeten afsluiten met een dekzeil en we zelf met 4 in de grot schuilen. Ondertussen blijven we natuurlijk verder werken op onze terminus en stockeren we het puin aan de ingang van de grot. Gelukkig hadden we die gisteren net vrij gemaakt.

Op de terminus van gisteren was er net genoeg plaatst om links en rechts in een vervolgje te kijken maar tegen 15:00 was er al zoveel weggegraven dat je daar nu al gehurkt kon zitten. Peter en Liam zijn elkaar daar zelfs gepasseerd. Om maar te zeggen dat je op een halve dag toch heel veel kunt verzetten.  

Ondertussen is het gestopt met onweren en kunnen we terug naar buiten. In de resurgentie beneden aan de helling  zien we dat het water duchtig aan het stijgen is. Sinds deze ochtend zeker al 30cm.  Het systeem van de Vannon reageert dus zeer snel op neerslag. Dus laat ons hopen dat het systeem weinig verdronken zones heeft. 

Terug naar onze terminus. Uit het linkse pijpje komt maar weinig tocht en dat laten we dus nog eventjes zoals het is. Langs rechts komt er meer tocht.  Echter dit is niet alle tocht want een deel van de tocht gaat ook via een bovenniveau naar buiten. In dit bovenniveau hebben we ook nog wat gewerkt maar daar zit je onder en tussen de blokken. Dus veel te tricky! We hopen dus eigenlijk dat we via het rechtse pijpje aan de terminus ook aan de oorsprong van alle tocht komen en dat de tocht die we hier hebben een afsplitsing is van de hoofd luchtstroming die via het bovenniveau gaat.  



Hier lig ik op de splitsing, en dan te geloven dat je hier amper kon bewegen aan het begin van dag.
Tijd om nog wat te graven en ik ontferm me over een groot blok dat in de wand vast zit en dat ons het zicht op het vervolg naar rechts belemmert. Na een kwartier is het los maar het is veel te groot om via onze uitgegraven en verbrede gang naar buiten te krijgen. Dus krijgt dit blok een injectie. Na de opkuis en na nog wat graven zien we het vervolg via een smalle pijp waarvan het plafond opgevuld is met blokken en klei. Eigenlijk identiek dezelfde situatie als waar we 5 meter daarvoor zijn aan begonnen. Het is ondertussen echter al redelijk laat en dus beseffen we dat de grote doorbraak niet voor vandaag zal zijn.

Een ambetant blok krijgt een gaatje.
Het blok 70x40x25 was net iets te groot om door het gangetje te trekken
 
We ruimen alles op en we hopen hier snel met een volgende ploeg terug te staan.  Er zit iets in deze heuvel en we zullen  het vinden. We hopen heimelijk dat we snel via het gangetje in een grotere gang komen waar we de rest van de tocht gaan terugvinden (het deel dat nu via het bovenniveau gaat). Jammer dat dit project op 510km van Antwerpen ligt.
 
's Avonds na het avondeten denken we na over hoe we dit "gat" gaan noemen. Na enkele voorstellen ligt er plots "Trou du Tonnerre" als naam op tafel. En ja het klopt wel dat er heel wat gedonder is geweest op deze 2 dagen. Donderdag van alle injecties en vrijdag door het onweer dat we over ons kregen.
 
Zaterdagochtend  kramen we op en rijden we (Peter, Liam en ikzelf) terug naar België. Jos blijft nog in zijn huisje voor enkele weken en misschien kan hij zich wel niet in houden en gaat hij nog wat verder doen. Echter alleen is maar alleen.


Het vervolg: van boven en van onder uit te graven en links te verbreden. De tocht komt van daar.

donderdag 9 juni 2016

Op zoek naar de ultieme foto

Zondag 5 mei 2016:  weer naar Rivire, nieuwe fotosessie met als doel de ultieme foto te maken van het meer. “HET” meer, een van de grootste en mooiste van Europa en dat allemaal op 3 km van ons huis in Vieuxville. Ik had er in januari al foto’s gemaakt. Die waren zeker niet slecht (sommigen vonden het de beste foto’s die er ooit waren gemaakt) maar ikzelf was niet geheel tevreden. Dat kon nog veel beter – ik ben altijd kritisch als het op fotograferen aankomt (en de rest J ).  Da’s trouwens de enige manier om je niveau omhoog te krikken .

Vandaag was het een familieuitstap: Paul in gezelschap van vrouwlief Annette, dochter Ellen en haar vriend Hans. Zwaar geladen door de grot, ik had een massa fotomateriaal bij en we hadden 2 bootjes. Een half uur bezig geweest met het leegscheppen van de lage doorgang halverwege het parcours, die tot bijna het plafond sifonneerde. Gelukkig lag er een emmertje en een bak.

Aan het meer gekomen, bleek dit nog minstens een meter hoger te staan, dan in januari, en toen stond het al hoog! Onderaan het touwtje waarmee je van de grote galerij boven tot het meer afdaalt, stonden we al kniediep in het water. Dat betekende ook dat de looplijnen waarmee je langs de wand van het meer kunt “wandelen”, niet te gebruiken waren (sommigen hingen bijna in het water!) en dat alle verplaatsingen dus per boot dienden te gebeuren. Op zich geen probleem, maar trager en moeizamer. Maar ook zoveel leuker!

Het materiaal nodig om deze foto's te maken
Ik stelde de camera op in de hoek achteraan het meer, de enige plek vandaag waar je uit het water kon staan. Het statief werd iets hoger dan vorige keer geplaatst, en stevig vastgezet met 2 spantouwtjes. Eerst opstellen van de 3 grote Yongnuo 560 elektronenflitsers (richtgetal 60). Twee langs de grote wand, een op de korte wand. Doel van deze flitsers: uitlichten van de zaal, reliëf op de wanden toveren en de twee bootjes verlichten. Het positioneren van die dingen moest al varend gebeuren. Gelukkig waren ze radiografisch vanop afstand instelbaar (zoom en lichtsterkte) zodat ik tijdens de fotosessie zelf, hun belichting vanop mijn plaats kon regelen.

Annette plaatste zich strategisch op zowat de enige plek langs de wand van het meer die nog droog lag (jammer genoeg wat verder dan ik had gewild, maar door de hoge waterstand was dit de enige optie). Een vierde Vivitarflitser nabij de camera was op haar gericht. Een klein 5de Sunpak flitsertje, achter haar, bedoeld om wat tegenlicht op haar te geven, functioneerde jammer genoeg niet – ik merkte dat euvel pas nadat de fotosessie gedaan was.
Deze opstelling kwam +/- overeen met wat ik in januari had gedaan doch er waren twee grote verschillen die ervoor moesten zorgen dat deze foto beter werd. Ten eerste een andere camera (Olympus OM D EM-5) en een groothoeklens (18 mm kleinbeeld equivalent) waardoor ik heel het meer en ook het plafond kon fotograferen, wat vorige keer niet lukte. Ten tweede, verlichten van het water onder de boot met magnesiumflitslampen (technologie van 100 jaar geleden, en die lampen zijn ook zo oud. Jammer genoeg worden ze niet meer gemaakt en is mijn stock, die ooit enorm was, nu vrijwel uitgeput).

Volgde een uur experimenteren, waarbij Hand en Ellen het hele meer diverse keren rondpeddelden. Zij flitsten onder de boot met M3 magnesium  flitslampjes. Het effect was alvast mooi. Maar het kon beter. Eens de 24 lampjes die ik bij had, allemaal opgebrand waren, volgde een andere strategie, waarbij de grote kanonnen werden ingezet: enorme magnesium flitslampen (Sylvania GE31 en Philips PF100).  Ik had iets gemaakt waardoor we deze 5 meter diep in het water konden laten zinken. Maar het resultaat was niet goed. Dan maar de lampen gewoon naast de boot in het water laten flitsen. Bingo: het hele water lichtte nu op, tot aan de wanden toe, echt surrealistisch.
Jammer genoeg had ik maar een tiental van dergelijke grote flitslampen bij, en eens het juiste diafragma was gevonden, waren ze op. Maar er werden toch enkele prachtige foto’s gemaakt.

Natuurlijk is zo een fotosessie in feite een aaneenschakeling van mislukkingen. Ofwel is er een van beide magnesiumlampjes niet afgegaan, (maar het andere wel, dus da’s puur verlies), ofwel was de camera slecht scherp gesteld (de zaal is aardedonker, en meer dan 50 m lang dus je ziet amper die bootjes liggen), ofwel was er bewegingsonscherpte want ik werkte op B-positie of erg lange sluitertijd  (vanwege de mix tussen elektronenflitsers en manueel afgedrukte magnesiumflitsers), ofwel lagen de boten niet waar ze moesten liggen, ofwel was de foto overbelicht enzovoort enzovoort. Dat geknoei is deel van het plezier, alleen jammer dat er op die manier een volledige kitzak vol magnesiumlampen is doorgegaan voor uiteindelijk slechts enkele goede foto’s.

Maar toch wel best tevreden. De lat ligt alvast weer wat hoger voor wie beter wil doen (het kan!). Uit het 25-tal foto’s selecteerde ik er vier die er kop en nek boven uitsteken. Hiertussen kiezen is moeilijk. Maar toch een voorkeur voor deze vooral vanwege de prachtige fosforescentie van het water langs de wanden van het meer. 



Toch zou ik weer zeggen: het kan nog ietsje beter en ik weet nu perfect hoe ik dat moet doen. Dus misschien dat ik er ooit nog wel eens terugkeer.
De vier foto's staan hier https://www.flickr.com/photos/pauldebie/sets/72157666886862254/show?rb=1
 (50% verkleind wel).
 
Ik maakte ook een kleine timelapse film waarop je kan zien hoe Hans en Ellen over het water van de ene naar de andere plaats werden gestuurd.
video


Alvast veel dank aan Annette, Hans en Ellen voor hun geduldige assistentie, en aan Jack London en CASA-C7 die deze grot beheren. 

Tot slot een vergelijking tussen de foto die ik in januari maakte en degene die ik nu maakte:


dinsdag 31 mei 2016

Mouflons langzaam maar zeker

Er is de voorbije weken nog stevig gewerkt aan de Trou des Mouflons. Stilaan lijkt een doorbraak(je) in zicht!

Zondag 17 april 2016 :  Paul solo: weer 3 uurtjes gaan graven, in de namiddag. Zoals ik op voorhand wist, was het echt wel lastig, zo alleen. We gebruiken kleine 5 liter emmertjes, want het is hier te nauw om met grotere bakken of emmers te werken. Telkens ik 5 emmertjes vol had, moest ik ermee naar buiten: ellendig. Veel puin geruimd in het “gangetje” langs de schuine wand. Tot mijn verbazing (en teleurstelling) zit het onderaan dat gangetje dicht, de tocht komt dus van rechtdoor uit het puin (horizontaal). Dus nog veel puin te ruimen! Op de duur kon ik volledig in het gangetje liggen, maar het is nog te nauw (plopwerk). Helemaal achteraan gestopt op een wit geconcretioneerd holletje. Is dat het vervolg?

Zondag 8 mei 2016 : Annette en Paul. Buiten was het liefst 27°C! De grot zoog flink aan, hoewel nu en dan de tocht plots keerde en dan fel koud blies. Zeer veel puin uit het “gangetje” gehaald. Twee plopsessies om de rechterwand (stabiel) te verbreden en enkele grote blokken in de vloer weg te doen. Einde van de dag: het gaatje ten einde rechtdoor, gaat over 70 cm verder en wordt 15 cm breed. Maar we hebben ook een gaatje opengemaakt recht omlaag, waarin men 60-70 cm ver ziet. Tenslotte is er ook haaks naar rechts iets. Alles zuigt sterk aan. Volgende keer moeten we werk maken van een stevig luik op de grot, het risico dat hier iemand (of een schaap) in valt is reëel.

Zaterdag 21 mei 2016: Paul solo. Daags voordien een stevig luik gemaakt, van betonplex 3 cm dik. Woog als lood dus voorlopig niet gemonteerd, zodat ik het in stukken naar daar kon dragen.
Vroeg opgestaan want ik kon enkel deze voormiddag. Rond 9 u ter plaatse. Het omhoog dragen van het luik lukte in twee keer. De plaatsing ging vanzelf, ik had goed gegokt voor wat de afmetingen betrof. Een uur later was alles in elkaar geschroefd en kon ik beginnen met het aanvullen met stenen en grond. Nog een uur later was alles al heel wat minder opvallend dan voordien en vooral veel veiliger. Dan toch nog gauw in de grot. Eerst het puin ruimen dat we vorige keer hadden laten liggen, ging moeizaam zo alleen. Maar de techniek met de kleine emmertjes werkt wel. Nadat het puin weg was, wat in de vloer zitten rommelen. Plots opende zich een gaatje en tot mijn verrassing vielen stenen enkele meter omlaag! Nog een half uur later had ik zicht op een putje, recht omlaag. Nog veel te nauw, hier is nog werk aan. Maar het ziet er echt wel hoopvol uit!


De constructie staat op haar plaats, nu aanvullen met stenen errond

Zicht op de zaak, na aanvulling met puin rond het gat

De emmertjes


zicht recht omlaag, in het "putje". Voor de eerste keer wat echte ruimte!
  
Zaterdag 28 mei 2016:, Paul en Annette. Het putje aangevallen, eerst enkele flinke blokken bovenaan kunnen wegkrijgen waardoor we meer plaats om te werken kregen. Het putje opende zich in massieve rots aan 2 kanten en dus werd er duchtig geplopt. Dat ging goed maar het puin eruit halen in kopstand was niet simpel. Bij de derde reeks ploppen kwamen enkele heel grote stukken los en momenteel zit alles beneden potdicht met 50 cm puin, echt een massa. Maar toch hebben we al een vervolg kunnen zien, maar er gaat nog wel wat werk aan zijn. Omdat het al tegen 18 u liep, ermee gestopt. Reuze benieuwd naar het vervolg maar dat zal niet voor direct zijn.

Annette ruimt het putje uit, er komt stilaan meer plaats

Na de laatste plop (die niet meer geruimd werd)

woensdag 11 mei 2016

Haute Marne 4/5 – 8/5 2016


Woensdagavond 4 mei 2016 vertrekken Jos, Erik, Dagobert met een volgeladen auto vanuit Antwerpen. Peter VDB en Liam zijn dan ook al onderweg vanuit Brussel. Na een relatief vlotte rit, enkel rond Brussel file, zijn we rond 00:15 in Poinson. Uitladen, de stoof aansteken en na nog een glas kruipen we onze slaapzak in.
 

Donderdagochtend vertrekken we richting resurgentie van de Vannon. Het plan was om ons eindzaaltje te stabiliseren. Nadat we al het gevallen puin hadden weggeruimd en een eerste stut hadden geplaatst kunnen we verder werken naar achter toe. Maar we blijven nog altijd onder een vreselijk plafond zitten. 
 


Avalon gaat grotten... en ze nemen mee





Tegen de middag komt Jos samen met de andere drie, Annemie, Paul VI en Mario ons vervoegen.  Jos had het drietal opgewacht aan zijn huisje.  Maar eigenlijk zijn we nu met veel te veel om hier te werken dus vertrekt het drietal al snel richting Rigotte om daar een laminoir te bekijken. Jos en mezelf bekijken ondertussen het dak en de opties om iets te stutten. Maar eigenlijk zijn er geen opties, we kunnen nergens op bouwen dus besluiten we om een deel te laten vallen. Maar we komen van de drup in de regen en na een tijdje is er zoveel puin gevallen en is het zo onstabiel geworden dat verder werken geen zin meer heeft.  Over deze werkplek kunnen we een kruis maken.

Maar er zijn in de buurt van de resurgentie nog andere gaten, dus zakken we enkel meters op de helling en bekijken 3 dassengaten. Deze tochten alle drie zeer fel en het middelste van de 3 geeft zicht op een smalle spleet die berg inwaarts gaat.  Dit zal de volgende desobplek  worden! Ondertussen is het andere drietal reeds terug en zetten we een punt achter deze eerste werkdag.

Terug in het huisje installeren we ons in het zonnetje in de tuin. Paul VI leert ons adhv een trucje met je vingers hoe je kan berekenen hoe lang de zon nog boven de horizon zal blijven staan . Dit zal  de rest van de dagen te pas en te onpas gebruikt worden. Na het eten (lekkere spagetti van Dagobert:  nvdr ) en het verdwijnen van de zon verhuizen we naar binnen waar we ons rond de open houtstoof installeren.

Na een goede nachtrust staat er vandaag (6/5) geen explo op het programma. We rijden naar Arbecy waar we de Chaland gaan doen. Een lekke band zorgt voor wat oponthoud maar tegen 11:00 kunnen we er dan toch aan beginnen. De Chaland is een echte must. Na een afdaling via ladders die je best wel beveiligd met een eigen touw van 40m  kom je uit in een afluent van de hoofdrivier.  Het eerste deel van de grot vorder je door de rivier die op sommige plaatsen toch wel borstdiep is. Maar we zijn allemaal in neopreen dus dat is geen enkel probleem.

Klaar voor de Chaland
Na een goede kilometer verlaat je de eigenlijke rivier in de Salle Roncal en volg je een semi-actief gedeelte van de grot. Ook hier moet je toch nog af en toe door diep water waden. Uiteindelijk kom je dan in de befaamde gigantische galerijen terecht die zo gekend zijn om hun lastige modder progressie. Maar de concreties die hier aan de plafonds hangen, maken al dat geploeter meer dan goed. De galerijen op zich zijn soms wel 15m breed en 10 meter hoog. Maar aan alle mooie liedjes komt een einde en wanneer de dimensies kleiner worden en  het plafond begint te zakken, weten we hoe laat het is. We komen in de buurt van de laminoir. Wanneer iedereen aan de toegang van de laminoir ligt  en na wat rekenwerk zou een trip tot helemaal van achter het te laat maken. Dus beslissen we unaniem om hier terug te draaien. Leen, de vrouw van Jos, is namelijk ook afgekomen en ging koken voor ons. Dus we konden haar niet eeuwig laten wachten.

De terugweg verloopt vlot en we blijven ons vergapen aan de prachtige concreties. Ik sta om 17:30, na 6,5u grotten buiten . Dit was een tripje dat me nog lang zal bijblijven.’s Avonds worden we getrakteerd op een Indisch eetfestijn dat Leen uit haar koksmuts heeft getoverd.

Zaterdag 7/5 vertrekt er een ploegje (Mario, Paul Vi en Annemie)  richting Deujeau. Dit is het stroomopwaarste gedeelte van de Chaland. Het viertal Erik, Peter VDB, Liam en Dagobert gaan terug naar de resurgentie van de Vannon om daar het middelste dassengat aan te vallen. Jos en het andere drietal  zullen ons daar later vervoegen.
Na het graven van de sleuf vallen we de ingang aan.

Eerste werk van de dag was het  graven van een sleuf van zo’n 75cm diep op een meter breed om op een deftige manier aan het gat te kunnen werken.  Eens dat gefixed vielen we met de legerschop de opvulling aan.  Het graven ging verbazend goed en al snel lagen we met onze neus voor de smalle spleet die we eergisteren al zagen. Al snel werd het duidelijk dat deze spleet eigenlijk een drukgang is die recht de heuvel in gaat. Een koude bries blies ons in het gezicht en was dus onze gids. Na verloop van tijd lagen we al een stuk in de spleet en zagen we langs links en rechtdoor iets vertrekken. Maar om goed te kunnen werken moest er net aan de ingang wat rots verwijderd worden.

De toegang nog voor de verbreding
Een koud kunstje voor de Bosch en zijn vrienden en na een kwartiertje was de toegang een autostrade. Je kon nu gemakkelijk de graafbak voor je zetten en dat maakte het verder graven veel aangenamer.

 
Na de verbreding is het een autostrade.

Jos was ondertussen aangekomen gevolgd door het andere drietal. Op dat moment lag ik net te graven en had ik iets in het snuitje. Voor mij zag ik tegen het plafond dat er terug nestmateriaal van de das tot tegen het plafond lag.  De “ervaring” leerde me dat dit een teken was dat je daar moest graven want dassen vullen de laatste spleetjes zo op. En inderdaad enkel steken met de schop en er vormde zich een gat dat direct begon te tochten. Het vervolg ging naar links en dan direct terug naar rechts maar ook nog rechtdoor.

De spanning stijgt dan altijd een beetje en na nog meer gegraaf bleek de meeste tocht uit een smalle spleet te komen.  Maar vermits we niet direct wilden beginnen te ploppen,  groeven we toch nog eerst wat naar links.

Tegen 17:00 verlaten Peter VDB en Liam ons want zij vertrekken vanavond reeds naar huis.  De anderen graven nog tot 18:30 verder. En ze zagen dat het goed was. Zo goed zelfs dat het plan om morgen een sondage te gaan doen in de Rocheleule al snel werd opgeborgen.’s Avonds schuiven we weer met onze voetjes onder tafel en smullen we weer van de kookkunsten van Leen. Wat kan het leven toch mooi zijn.

Zondag 8/5 gaan we met het overgebleven zestal nog enkele uren verder graven. Er zijn reeds 4 mensen nodig om vlot te kunnen werken. Terwijl de eerste ploeg van 4 aan het graven is brengen de andere 2 de vorige graafplek in orde. We sluiten één ingang terug af (we laten enkel een kleine opening voor de vleermuizen) en brengen een “DANGER” teken aan net boven de ingang.  De toegang zomaar laten open liggen naar die onstabiele grot leek ons niet zo’n goed idee. Tevens kuisen we de helling terug op zodat alles er weer in zijn oorspronkelijke staat bij ligt.

Game over
Tegen 11:00 zijn we aangekomen in de ruimte die we langs links zagen maar hier is het plafond terug wat onstabieler en is de tocht toch een stuk minder dan  de smalle spleet rechtdoor. Het vervolg zal dan toch die smalle spleet zijn. Maar dat verhaal is voor een volgende keer.

 

De toekomst zal het uitwijzen of dit ons naar de ondergrondse Vannon brengt.

We hebben allemaal een goed gevoel hierbij en denken dat we langs deze weg wel eens de ondergrondse Vannon kunnen vinden.

Na het reinigen van het materiaal in de rivier passeren we nog een laatste maal aan het huisje van Jos en Leen. Waar Leen wederom een feestdis heeft voorzien als middagmaal. Om daarna de rit huiswaarts aan te vallen. Na een vlotte rit  zijn we rond 19:00 in Antwerpen.

Bedankt Leen en Jos dat we wederom van jullie gastvrijheid mochten genieten.  En nog een extra bedankje voor Leen voor het lekkere eten.

Deelnemers aan deze mini-expe: Peter, Liam, Dagobert, Mario, Annemie, Paul VI, Jos en Erik.

woensdag 13 april 2016

Trou des Mouflons

De voorbije weken werd er flink gewerkt in een gaatje dat al 7 jaar geleden gevonden werd. A113 is het nummer – en sinds kort heeft het ook een naam “Trou des Mouflons”.

Wat historiek: Op een koude winterdag in december 2009 trokken Dagobert en ik (Paul) erop uit voor wat prospectie. In het bos boven de Trou des Côtes vinden we een natte plek in de bladeren. Niks wijst op de aanwezigheid van een grot maar de thermometer geeft toch aan dat het hier warmer is, zonder dat we daarom van voelbare tocht kunnen spreken. Het gat krijgt als nummer A113.
Ontdekking in december 2009: Dagobert meet de temperatuur
Die dag wordt ook de A114 gevonden. Daar is veel tocht en de aandacht gaat dan ook vooral naar daar uit. Maar ondanks grote werken, 10 dagen in 2010-2011, vinden we er (nog) geen vervolg.

Toch wordt er in 2010 ook enkele keren aan de A113 gewerkt (Dago en Jos). Maar hiermee geraken we amper 50 cm diep, pure rots en er is geen enkel vervolg te bespeuren en tocht is al evenmin duidelijk. In 2011 maak ik het gaatje weer leeg (zat vol bladeren en aarde) en kan aldus een spleetje openmaken van hooguit 1 x 2 cm dat de wierook een beetje opzij blaast, 9°C warme lucht. Interessant doch van een “rokend tochtgat” is allerminst sprake. We zijn intussen nog volop in de Trou des Côtes bezig en hoewel de A113 voorbij de terminus van die grot ligt, hopen we vooral van binnenuit verder in de berg te geraken.
In de loop der jaren passeer ik er nu en dan en zo komt het dat ik er in de winter van 2016 weer eens de bladeren uithaal en met mijn thermometer zit te peuteren. In de TDC zijn we niet verder geraakt en ik neem me voor om deze keer toch eens een lap op die A113 te geven. Het feit dat Annette en ik daar nu op 10 minuten vandaan een buitenhuis hebben, vergemakkelijkt de zaak natuurlijk fors. Het is een ideale plek om me nu en dan enkele uurtjes te gaan afreageren! En zodoende volgen er al gauw 6 graafsessies van telkens 3 à 4 uur.

5 maart 2016: Paul solo. Eerste werk moet er geplopt worden (4 x). Met een kussen en dekzeil demp ik het geluid. Na het openbreken van de massieve rots aan de oppervlakte, kom ik in een compacte opvulling van hoekige blokken. Die zijn allen vol okerkleurige bloemkolen gegroeid, wat een zeer goed teken is (die vormen zich door grotlucht, waarin met calciet verzadigde waterdruppeltjes zweven). Ik heb zelfs een klein gaatje kunnen openmaken dat nu duidelijk blaast. Ik eindig op een diepte van 1 meter.
Na een uur of twee werken en enkele plops, opent zich een klein gaatje met wat tocht (= het zwarte driehoekje rechts naast de hamer)
Einde van de sessie, het tochtgaatje is wat opengemaakt.
13 maart 2016: Paul solo. Ontmoeting met een groepje mouflons (wild schaap). Ditmaal had ik een emmer bij zodat het leeghalen veel sneller ging. Op een andere plek vind ik meer tocht en aan het vorige keer gevonden tochtgaatje wordt niet verder gedaan. De opvulling bestond nog steeds uit stenen met bloemkolen op gegroeid. In één hoek maakte ik een gat open met veel tocht. Om in die richting verder te werken, moest ik 2 plops doen.

De situatie na de graafdag van 13/3. Het gat is nu 1 m diep. 
20 maart 2016: Paul en Peter VDB. We halen we er veel puin uit. Het ziet er hoe langer hoe beter uit: we zijn door een soort van kalksteenlaag geplopt, en door dit venster in iets geraakt met wat meer ruimte tussen de blokjes (d.w.z. enkele centimeters, terwijl het voorheen hermetisch opgevuld was). Het gat wordt na ons werk afgedekt met een houten plaat en de stapel puin (zeer opvallend vanwege de oranje en witte kleur van de blokken) wordt zo goed mogelijk gecamoufleerd met bladeren.
Peter aan het werk                     
3 april 2016: Paul solo. De opvulling gaat langzaam over van kleine keien naar grotere blokken met wat meer ruimte tussen. Grot is nog niet zicht maar de tocht is nu zeer sterk aanzuigend (het is warm buiten) en alles staat vol bloemkolen.
Het sediment vult werkelijk alles op, maar er komt wat ruimte tussen. Let op de bloemkooltjes.
 5 april 2016: Paul solo. Er komt meer en meer ruimte tussen de stenen, einde met zicht op een gangetje van 10 cm hoog en 20cm breed. Het werken is ontzettend vermoeiend, je ligt met je hoofd steil omlaag, breed is het nergens en met elke steen moet je achteruit en 2 m omhoog.

Ik krijg zicht op wat grotere stenen, mijn voet geeft de schaal.

Tegen 's avonds heb ik een gangetje opengemaakt. Voor het eerste is er "ruimte" (10 cm hoog).
10 april 2016: Annette en Paul. Prachtig weer en ditmaal ben ik niet alleen. Maar Annette herstelt nog van een rugprobleem (flink verschot) dus we moeten het rustig aan doen en niet te veel gewicht ineens pakken. In de grot kan ik enkele grote blokken uit het plafond wrikken, daardoor komt er net genoeg ruimte om gekromd in het “volgende” plaatsje te zitten en zo aan het vervolg te graven. ’t Is allemaal klein en lastig werken, gelukkig zijn we ook kleine (en lastige) mensen. Na een uurtje moeten we een drievoudige plop doen, om een blok in de vloer weg te werken en de doorgang links en rechts te verbreden. We hebben nu een solide wand bereikt die ver schuin omlaag loopt en vol bloemkolen staat. Maar vanaf links is er een massa puin en zand tegen geschoven, de passage is amper een vuist breed gebleven. Kortom, hier is nog immens veel te ruimen!
Annette aan het werk. Het lijkt op een grotje maar:  al die ruimte is de voorbije weken leeggemaakt! Vergelijk deze foto met de foto hierboven (waarop mijn voet staat).

Eindsituatie: rechts een massieve wand, links een massa rommel die er nog uit moet.
We zitten nu toch al zowat 2 m 50 diep en 3 m ver. Een echte grot is niet ver meer, alle indicatoren zijn goed. En in de loop der jaren hebben diverse van die in de winter gevonden “natte gaatjes tussen de bladeren”, op plekken waar echt niks te zien was dat aan een ingang deed denken, mooie ontdekkingen opgeleverd. Grotte aux Contrastes, Grotte Strauss, Trou du Bonheur, Grotte des Surprises, om er maar enkele te noemen. Wordt dus vervolgd.

Het gat tijdens de graafwerken

Na de werken wordt alles zo goed mogelijk afgedekt

woensdag 16 maart 2016

Vleermuisredding in de Fagnoules

Zaterdag 27 februari 2016
Paul en Nicolas gingen naar de Fagnoules, om met twee leden van Plecotus (Pierette en Jonathan) vleermuizen tellen. Tot onze totale verrassing vastgesteld dat er zich een grote aardverschuiving had voorgedaan boven de ingang, waarmee bovendien een heel dikke berk was meegekomen die zich met zijn wortel in de ingang had vastgezet. 
De ingang verdwenen onder tonnen zand en puin.
Zo ziet het er normaal uit!

Vast en zeker het gevolg van de hevige regenval en mogelijk ook de sneeuwval van de voorbije weken. Ongelooflijk dat zo een ruime ingang plotsklaps kan weggevaagd worden: er zitten vele kubieke meters modder in de ingang + een boom. Het zal je maar overkomen wanneer je in een grot zit!
Kortom onze geliefde Fagnoules, zondermeer een supergrot uniek in zijn genre (3 km lang), was verdwenen!


Waterval in de Fagnoules
We hebben de grot dan via de ingang nabij het verdwijnpunt gedaan, een veel lastiger, natter en langer traject. 

19 vleermuizen geteld van 4 verschillende soorten, een succes dus. En er zitten er allicht veel meer, want de grot is zeer ingewikkeld en er zijn heel veel hoeken en kantjes. Maar: binnen enkele weken worden die diertjes wakker, en die geraken niet meer buiten. Het traject naar de andere ingang kennen ze niet, het is meer dan 150 m lang, nogal ingewikkeld en eindigt tenslotte op een niet erg vleermuisvriendelijke poort. Kortom, dat kon wel eens catastrofale gevolgen hebben voor deze nuttige diertjes.
Vleermuisskelet in de Salle des Noisettes (Réseau de l'Echo)
We zijn de situatie langs binnen gaan bekijken.  Na het weghalen van enkele honderden kilo's modderpap hebben we de poort open gekregen en er een uur gegraven. Maar het zit hermetisch dicht, hier is dagen werk aan.

Zaterdag 12 maart 2016
Uitgraven van de ingang van de Fagnoules op een prachtige zonnige dag. Paul, Kim, Annemie voor Avalon, Frits van GRSC en Marie, Bastien en Jonathan van Plecotus.  



Het elimineren van de boom ging verbazend vlot, dankzij de kettingzaag en vooral  de sterke tirfort van Frits, zelfs de wortel die misschien wel 500 kg woog werd er zo uitgesleurd. 




de wortel wordt langzaam maar zeker weggetakeld
Maar eens die obstakels weg waren, werd gauw duidelijk hoeveel aarde er in de ingang was geschoven: ik schatte minstens 2m50 hoog. En die aarde was een soort natte blubberige klei vol wortels. Graven was er niet echt in mogelijk, het was eerder als mollen dat we emmers vol schepten. En die wogen zeker 20 kilogram per stuk. We maakten een mensenketting en urenlang kwamen de volle emmers aan flink ritme eraan. 
We probeerden die emmers leeg te maken, ver genoeg van de ingang zodat het er niet weer zou inspoelen, maar dat was meer als proberen een pot choco leeg te schudden. Zwaar werk! De berg modder groeide tot onwaarschijnlijke proporties, meerdere kubieke meters. Maar we zakten slechts traag richting van de poort en hoe dieper we groeven, hoe natter de opvulling werd. 

Zo is het Panamakanaal ook gegraven: met emmers
Rond 14u30 u, God mag weten na hoeveel emmers (500? 1000? ) was onze pijp vrijwel uit en zag het er niet naar uit dat het nog voor vandaag zou zijn.  Toen kwam Frits de menselijke graafmachine zich even bemoeien met het graafwerk, de cadans werd nog wat opgedreven en de emmers vlogen nu aan een moordend tempo over en weer. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ze nog maar half vol waren, want onze armspieren waren dat ook nog maar. 

Tussen het graafwerk door, hielden Marie en ik zich een half uurtje bezig met het vullen van een waterreservoir (150 liter)  op de rand van de doline. Een tuinslang hevelde het water 10 meter lager waar er genoeg druk was om, eens we de poort vrij zouden hebben, de boel wat proper te spuiten.


Rond 14 u, er zit nog minstens 1m50 modder in
Rond 15u30 kregen we eindelijk zicht op een kleine luchtspleet tussen de modder en de rots en wat later zagen we een glimp van de poort. Frits was nu niet meer te houden, vooral niet nadat Bastien had aangekondigd dat hij en Marie om 16 u dienden te vertrekken.  Het vullen van de emmers ging trouwens hoe langer hoe beter, de modder was hier een lopende pap die gewoon in de emmers kon geschept worden.  


We naderen de poort
Rond 16 u was de poort zodanig vrijgemaakt dat ik erdoor kon glippen. Beneden wachtte me een ongelooflijke modderbrij, die tot op 20 cm van het plafond kwam. Ik ploeterde erdoorheen en trok met beide armen de brij zover mogelijk achteruit tot in de zaal. Ondertussen sproeide Frits met de tuinslang de overschot van de modder weg die natuurlijk allemaal omlaag glibberde in mijn richting.
Zicht op de berg modder die uit het gat is gehaald


De ingang is bijna leeggemaakt
We besloten het daarbij te laten, we waren  bekaf en er was nog voor meerdere uren werk om enerzijds de modderbrij beneden weg te werken, anderzijds nog veel loshangende grond boven de ingang te verwijderen.
Daarover ontfermde zondags het trio Jos, Nicolas en Erik zich, ze hadden er nog een uur of 4 werk mee!
De modderbrij beneden de ingangsput
Het was een meer dan geslaagde “reddingspoging”. Maar nu moeten we nog wel ervoor zorgen dat dit niet meer kan gebeuren, want de wand boven de ingang heeft nu geen enkele stevigheid meer en eerder vroeg dan laat zal er zich weer zo een modderlawine voordoen . Er dient een soort afdak te worden gebouwd, dat is iets voor de komende maanden. Nu eerst het goede weer wat afwachten zodat alles wat kan opdrogen.

De vleermuisjes kunnen in elk geval weer buiten, en dat was het voornaamste. En wij kunnen weer binnen, da's ook meegepakt. Zeer veel dank aan de mensen van Plecotus en GRSC om ons bij te staan in deze moeilijke operatie. 

Foto's bij dit artikeltje: Bart Saey, Paul De Bie, Annemie Lambert, Erik Bruijn