dinsdag 12 juni 2018

Eerste niet-duikers in Réseau Nico


De Vallei van Pont-le-Prêtre (PLP) houdt ons nu al 29 jaar in de ban. Vorig jaar schreef ik er een stukje over http://scavalon.blogspot.com/2017/12/plp-oude-liefde-roest-niet.html. Lees dat eerst en je bent weer helemaal mee.
Dus, in 1994 hadden we daar een serie grotjes ontdekt (E1->E4 en E18) waarvan het overduidelijk was dat er “iets” onder zat. Maar vele onderzoeken hadden dan weer tot een andere conclusie geleid, nl. dat de hevige tocht in de laagst gelegen gaten (E1 en E2) slechts het gevolg was van lokale circulaties met hoger gelegen gaten.
Toch bleef het knagen, vooral “s winters waren de vele aangevroren en dampende gaten  echt zeer aanlokkelijk.

De ontdekking van de “Réseau Nico” in 2010 door duiker Nico Hecq leverde het bewijs: onder deze grotjes zat een veel groter stelsel. Maar de topo bracht onvoldoende zekerheid waar er juist gewerkt moest worden om er via een "droge" ingang in te geraken. De “E1” was het meest plausibel, volgens de topo zouden we al praktisch in de Réseau Nico moeten binnenzitten, maar in dat grotje was niks evidents te vinden. Die topo was dus niet 100% correct...
Grotte E1
In de winter 2017-2018 ging ik 4 keer solo werken in de E4 (de grot die het hevigste dampte 's winters), om finaal na 4 m zware desobstructie een miezerig gaatje te bereiken, waarvan een rooktest  uitwees dat het in relatie stond met de E2. Over en Out dus. Een andere rooktest, in de E1 ditmaal die ’s winters fors aanzuigt, leek ook het belang van die E1 te reduceren want de rook kwam er in de E18 uit, die 3 m hoger en wat opzij ligt! En een grondige inspectie van heel de grot (zegge en schrijven 7 m lang) leverde echt niks op, hooguit wat extreem nauwe spleten, naar boven dan nog (terwijl de Réseau Nico eronder moest liggen). 
Maar in mei 2018 passeerde ik er weer, ditmaal met Geert de Sadelaer (van Cascade) en Annette en de FLIR warmtecamera van Geert liet ons overduidelijk de koude luchtlaag zien die uit de grot golfde. De laatste steen mocht bovenkomen: dit mysterie moest worden opgelost!

Op vrijdag 11 mei 2018  ging ik dus weer naar de E1. Eerste vaststelling: een das had recent een nest gemaakt 2 m ver in de grot, er lag daar een enorm pak mos. Wat verder enkele zeer onsmakelijke natte dassendrollen. Nadat ik "onze" grot terug geclaimd en opgekuist had, heb ik alles nog maar eens met wierook afgezocht en dan toch een stijgende spleet gevonden die duidelijk tochtte. De opening was maar 20 x 15 cm maar erachter werd het ietsje breder. Driedubbele plop gezet, waarna ik er met veel moeite met mijn hoofd door kon: ik zag een 40 cm breed gangetje dat tot op 5 cm van het plafond was opgevuld met klei. Humm minder uitnodigend, maar toch weer een dubbele plop gezet. 
Ik kon nu met mijn borstkas door het gat, erg smal nog en groef moeizaam verder. Een dikke calcietvloer maakte het nog wat lastiger; die moest ik proberen te breken. Telkens weer achteruit door die vernauwing met mijn aarde! Het liep horizontaal over 1 m 50, grotendeels opgevuld met klei/puin, en dan leek het weer omlaag te lopen, in een verticale en nauwe spleet (10 cm). "Omlaag" dat was alvast positief en nu en dan blies koude tocht in mijn gezicht. Na 3 uur gestopt want ik was bont en blauw na 40 keer door die vernauwing te zijn gewurmd. Maar toch zeer optimistisch!

Zaterdag 19 mei 2018: behalve Geert was er nu ook duiker Stijn Schaballie. Op het programma stond er eerst een duik in de resurgentie van PLP. Stijn had Nico Hecq destijds een keer vergezeld tijdens de explo’s post-sifon en kende dus het traject. Bedoeling was om enkele radiolocaties te doen waarmee we de topo van Nico beter konden positioneren ten opzichte van de kleine grotjes aan de oppervlakte, zodat wij beter wisten waar te werken om ons een droge toegang te verschaffen. Stijn nam een ARVA (lawinebieper) mee en er was afgesproken op 2 plaatsen in de grot telkens gedurende 20 minuten uit te zenden. Geert had daartoe een strikte timing opgesteld! 
Stijn vertrekkensklaar in de resurgentie
Stijn verdween in het donkere sop en een half uur later konden wij het ARVA-signaal oppikken. Op de eerste plaats zat er zowat 5 m diepte tussen beide toestellen, op de andere plaats iets meer. Maar intussen was ik in de E1 gekropen, en in de spleet waar ik vorige zondag had gewerkt, kon ik Stijn vaag horen stommelen. Ik riep me schor maar er kwam geen antwoord. Toch was het zeker: er was hier ergens een verbinding!

Na de duik trokken we uiteraard naar de E1 waar ik intussen nog een drievoudige plop had gedaan om de toegang tot het uit te graven gangetje nog te verbreden. Ik liet Stijn het puin ruimen en daarna wat graven, maar hij kon er amper in werken want hij is nogal fors gebouwd. Ik - de kleinste- dan maar weer. Ik groef naar de nauwe spleet toe die ik vorige keer had gezien, maar na een tijd kreeg ik rechts ook iets in het vizier en dat leek breder. En na nog wat meer tijd, zag ik wat ruimte, mogelijk doordringbaar! De tocht was fel toegenomen.  Graven als gek dus, Stijn en Geert stockeerden de aarde waar ze maar konden. Na nog eens anderhalf uur had ik beter zicht op de zaak: een donker gat omgeven door grote blokken. Ik kon ze doorduwen en toen… rolde er een steen verder en die viel hoorbaar diep omlaag en dan PLONS! Hoera!
Nog een kwartier later waagde ik een poging, ik geraakte er met mijn hoofd en borst door en zag dat het goed was. Stijn moest me wel aan mijn voeten weer uit het (sterk dalende) nauwe gat trekken! Nog een half uur graven en hop ik kon er vlot doorheen. Ik kwam op een balkon, van 1 meter breed dat enkel bestond uit grote blokken die tegen een schuin plafond geklemd zaten. Tussen de blokken zag ik een grote diepte, zeker 5-6 m. Ik vreesde elke moment met heel die hangende éboulis omlaag te donderen. Na wat voorzichtig ruimwerk kon ik me eindelijk draaien, me veilig zetten om de zaak te bekijken. Ik bleek in het dak van de grote “Salle du Miroir” te zijn uitgekomen, wat een verrassing! We hadden gedacht ergens in het uiterst stroomopwaartse stuk van de Réseau Nico te belanden maar we kwamen er halverwege in uit! Stijn kwam ook eens kijken en zag dat het goed was. Maar een afdaling zat er vandaag niet meer in.

Enfin, wat een namiddag! Twee weken geleden waren we nog aan het overwegen de resurgentie leeg te pompen. En dan plots, na twee keer 3 uur graven: bingo! Kwestie van de juiste spleet te vinden. Waarom deden we dat in 1994 al niet? Ach, soms is het inderdaad een kwestie van tijd, van inzichten verwerven, volharding en veel geduld. De “E1” kon nu eindelijk een naam krijgen ook: Grotte de la Patience wordt het.
Die avond mocht de champagne open die Geert - erg vooruitziend - 's ochtends te koelen had gezet!

We kijken met plezier terug op de foto's en films van die dag (foto: Annette)
Op Zaterdag 9 juni 2018 zouden we dan eindelijk die Réseau Nico eens gaan bekijken. In de Grotte de la Patience (ex-E1) kroop ik tot op het balkon en bekeek ik de situatie eens goed: er was geen veilig doorkomen aan, dit was een zeer gevaarlijke mikado van minstens 4 enorme blokken die allen op één sleutelblok steunden: een kanjer van wel 200 kg die God weet hoe met een hoekpuntje tegen het plafond geklemd zat. Ik besloot om er voorlopig af te blijven en zag een mogelijkheid om de blokken te vermijden, door ver opzij, een stuk van het plafond te halen en zo een toegang te maken die de blokken vermeed. Twee gaten geboord, dubbele plop dus. Een half uur later kon ik zien dat het goed was en 4 ankerpunten boren om ons touw te equiperen. Nog wat later stonden Geert en ik 4 m lager, als eerste niet-duikers in de “Salle du Miroir”. En we waren best tevreden, dit leek bijna première!
Afdaling van het balkon in Salle du Miroir
Van beneden af was het pakket blokken dat op de rand van het balkon balanceerde nog intimiderender. Dat moest opgekuist worden! Maar dat was een zorg voor straks, eerst gingen we alles eens goed bekijken. De “Réseau Nico” bleek in essentie uit 2 ruime maar zeer instabiele zalen te bestaan. In Grotte Strauss zijn er mooi uitgesleten drukgangen; echter hier enkel blokkenstorten. Overal grote, wankelende blokken waarvan we er al dadelijk enkele lieten vallen.
Salle du Miroir
De Salle du Miroir was mooi vanwege de breukspiegel en de witte en okerkleurige moonmilchlaag op de wanden; de Salle Grigri dan was somber en modderig maar hier was wel de enige concretie! Hier stroomde de rivier in een brede, lage gang, naar de 3 sifons toe die de verbinding met de resurgentie vormde. Een vast touw liep in een zeer ruime cheminee omhoog: Nico en Didier Havelange hadden destijds (sept. 2011)  toch wel een huzarenstukje geleverd door deze 3 m brede en 10 m hoge schouw te beklimmen - post-sifon dan!
Salle Grigri met 1 concretie én een rivier
Via een lage doorgang en een zeer instabiele – gevaarlijke- kruipgang bereikten we de tweede rivier (inderdaad er schijnen er twee verschillende te zijn!) die uit een sifon kwam. Naast deze sifon was een blokkentoestand met wat tocht – mogelijk interessant dus. Na een uurtje hadden we alles bekeken en lonkte thuis de aperitief. 
Annette in de rivier
Terug de put op, waar ik op het balkon het sleutelblok voorzag van een plop. Indien dit blok daardoor viel, zouden de twee immense blokken die erop tegen aan leunden, ook komen, hoopte ik.
PLOP (vanop veilige afstand) en ik hoorde dadelijk dat het plan niet gelukt was. In plaats van de verwachte aardbeving van een ton blokken die 5 m omlaag viel, was er hoogstens wat gerommel. GRRR! Zorgen voor morgen dus maar hopelijk waren we niet van de regen in de drop geraakt.

’s Anderendaags, zondag 10 juni 2018, met Geert en Annette weer richting PLP. Eerst de Grotte Strauss in voor een fotosessie. En voor de eerste keer sedert haar ontdekking in 1993, werden er foto’s genomen die dit mooie grotje eer aan doen. 

De mooie drukgangen van Grotte Strauss
Daarna naar de E1/Grotte de la Patience die amper 75 m er vandaan ligt. Zoals gevreesd waren de blokken op het balkon niet gevallen, de situatie was nu levensgevaarlijk. Het grote blok dat ik had geplopt, hing nog enkel met een klein, gebarsten hoekje vast.
Met een lange koevoet probeerde ik het te doen vallen, maar ik lag in feite half doorheen een flinke vernauwing en indien dat blok viel, dan vielen de twee nog veel grotere blokken ernaast ook en daar lag ik gewoon half onder! Er zat niks anders op dan met een bang hart en koud zweet in de handen opnieuw een gat in het gammele sleutelblok te boren. Intussen maakten Geert en Annette een oppervlaktetopo vanaf de resurgentie tot aan de ingang hier (de derde topo reeds, want dat deden we ook twee keer in 1994, maar we wilden die gegevens toch nog “triplechecken”).

Oppervlaktetopo in de jungle
Wat later “plop”, gevolgd door een secondenlange reeks van dreunen en trillingen die tot buiten voelbaar waren. YES, alles lag beneden. Maar ons balkon was nu gewoon verdwenen, wat maakte dat ons nauwe uitgegraven gangetje nu ineens op de afgrond uitkwam. Het touw moest volledig verhangen worden, gelukkig had ik 4 ankers extra meegenomen!
Nogmaals in Salle du Miroir
In de grot was het plan vandaag simpel: een paar goede foto’s maken zodat het thuisfront ook eens kon zien hoe die Réseau Nico er uitzag. Daarmee waren we een uur of 2 bezig. Daarna een stukje topo vanaf een topopunt van Nico tot buiten, zodat we het hele topoplaatje compleet hadden. Daaruit bleek dan ook gauw dat er een fout van enkele meters in de topo van Nico zat, in de sifons waarschijnlijk. Met deze correctie te maken, klopte de positie van de E1/Patience ten opzichte van de Réseau Nico plots veel beter. Alles werd nu duidelijk. De Patience lag in feite naast en niet boven de Réseau Nico, zoals iedereen aanvankelijk dacht.
Paul maakt een ruwe topo (foto: Annette)
Enfin, er wacht ons in de grot nog wel wat werk. De toegang tot het balkon is nog te nauw en vooral zeer instabiel. Moet gesaneerd worden. In de Réseau Nico zijn nog enkele vraagtekens en graafmogelijkheden (maar het moet gezegd dat de duikers destijds grondig te werk zijn gegaan). En natuurlijk moet er een toposynthèse komen en is er dus flink wat topowerk in het verschiet. Tot slot is er nog flink wat hydrologisch onderzoek te doen, naar de oorsprong van de twee verschillende rivieren. Wordt dus vervolgd! Ik ben in elk geval opgetogen over de vooruitgang van de laatste maanden.

Topo-overzicht (met raster 20x20 m)

Foto's: Paul De Bie (tenzij anders vermeld)

woensdag 30 mei 2018

Precieze hoogteliggingen dankzij Lidar

In het verleden gaf ik al eens uitleg over hoe je gebruik kan maken van Lidar oppervlaktemodellen om virtueel te prospecteren. 
http://scavalon.blogspot.com/2016/01/virtueel-prospecteren-met-lidar_21.html
En toeval of niet (zou ons blog dan toch worden gelezen?) na deze publicatie begonnen ook anderen die Lidar luchtfoto's her en der in speleoartikels te beschrijven of gebruiken.

Vandaag wil ik nog een extraatje prijsgeven.
Speleo’s die met topografie bezig zijn, of inventariswerk doen van karstverschijnselen, worstelen steevast met het probleem dat het buitengewoon moeilijk is om precies te weten op welke hoogte een grot ligt. En dat is vaak broodnodig:

  • Je wil een topografische synthese maken van meerdere grotten in één gebied.
  • Je wil een topo uitwerken  van een complexe grot met meerdere ingangen.  
  • Je wil  weten hoe diep de ondergrondse rivier zit ten opzichte van haar resurgentie.
Tot op heden moest je een stafkaart bekijken en aan de hand van de hoogtelijnen kon je dan met veel geluk de hoogteligging van je grot(ten) op 5 à 10 m nauwkeurig aflezen. Volstond dat niet, dan was een precieze oppervlaktetopo vanaf een punt waarvan de hoogteligging exact gekend was, de enige optie. Het NGI heeft een toepassing waarop je al deze “geodetische punten” kan opvragen: http://www.ngi.be/gdoc/index.html?lang=nl

Wilde je enigszins juist werken, dan moest je die topo met een optische waterpas of een theodoliet maken! Ik heb met Annette de voorbije 10 jaar dan ook menig stukje van België “gewaterpast”.  Zie bv. http://scavalon.blogspot.com/2011/02/een-dagje-waterpassen_18.html

Tussen haakjes:  een GPS is niet echt bruikbaar, zelfs in de ideaalste omstandigheden waarbij hij een maximum aan satellieten kan zien, is de gemeten hoogte te onnauwkeurig voor ons doel. Dan kan je veel beter op de stafkaart kijken! 
Maar voortaan kan het anders. Weer op het GIS systeem van de Waalse Overheid, WalonMap.

Hoe je in daarin alle nodige lagen toevoegt  en hoe je het gebruikt, ga ik niet (weer) uitleggen.

Hier een link naar de bron van Fontaine de Rivire, ik heb ineens enkele interessante lagen toegevoegd zoals de Akwa, de recente luchtfoto, het Lidar terreinmodel. http://geoportail.wallonie.be/walonmap#SHARE=6D6D89088AB1687CE053D0AFA49D9D36#CTX=DDB

Hoe nu weten op welke hoogte die bron precies ligt? Met het knopje Mésurer, dan Profil altimétrique. Trek met de muis een lijntje door het gewenste punt en dubbelklik. Een mooi grafiekje opent en je kan daar zelfs met de muis doorheen schuiven ook.  Aldus zien we dat de bron op 122,13 m hoogte ligt.



Maar er is veel meer mogelijk! Je kan trouwens ook een hele polygoon tekenen en pas op het einde dubbelklikken, zo maak je met enkele muisklikken het hoogteprofiel van een hele vallei. Of hoe het terrein van de ene naar de andere grotingang verloopt. Een lengteprofiel van een rivierbedding maken, een doorsnede van een doline tekenen: kinderspel. En geloof me vrij het is precies, ik heb vele checks gedaan en dit is op de decimeter juist. Gedaan dus met waterpassen ?  
Maar het wordt nog leuker want het is een fantastische aanvulling bij het “virtueel prospecteren met Lidar”.  Bv. ik zie op de Lidarfoto een doline (nr 561-024), en wil weten hoe diep ze is, voor ik in mijn auto spring om de ontdekking van het jaar te doen. Klik klik en zo weet ik dat deze doline tussen de 3 en 6 m diep is.


Nog beter: de Lidarscans worden voorzien van een artificiële schaduwing omdat je er anders geen reliëf in zou zien (het zijn dan enkel miljoenen puntjes). Dit is de “Hillshading”. Maar steile valleiflanken worden daardoor soms pikzwart of net geheel wit en je ziet dus niks meer. Maar dankzij het “Profil altimétrique” kunnen we toch het reliëf “zien” en dolines of verzakkingen vinden die anders onzichtbaar blijven.

Kortom, een geweldige tool waar we nog veel tijd mee gaan besparen. Niet dat je elke grotingang nu precies kan aanduiden, maar je kan minstens de hoogte van een nabijgelegen, herkenbaar punt in het landschap vinden vanaf waar je een stukje oppervlaktetopo van kan maken.

Let wel op: Het Lidar digitaal terreinmodel (MNT) is zodanig geprogrammeerd dat een aantal zaken worden weggefilterd omdat die niets met het oppervlak van het terrein te maken hebben: bomen of huizen bv. maar evengoed misschien een bruggetje of zo, waar je nu net met je topo van wilde vertrekken. Altijd bij de les blijven dus en best meerdere hoogtemetingen doen nabij het punt dat je voor ogen had.

dinsdag 22 mei 2018

Kleurproeven in vallei van de Lembrée


Zoals jullie weten zijn we al sedert 1994 (dus bijna 25 jaar!) bezig in de Vallei van de Lembrée. Honderden dagen veldwerk resulteerden in een reeks ontdekkingen die bijna 5 km in lengte totaliseren. Tientallen topo’s; duizenden foto’s en de beschrijvingen van de +/- 130 karstfenomenen wachten op publicatie. Maar voor er ooit iets gepubliceerd wordt, moet het hydrologisch plaatje van het karstsysteem duidelijk zijn geworden. 
In de loop der jaren hielden we er een vijftal kleurproeven maar daardoor waren er soms meer vragen dan antwoorden gekomen.  Vandaar dat ik heb besloten om in 2018 een tandje bij te steken en alles te kleuren wat er te kleuren valt! Dit in samenwerking met ISSEP (www.issep.be)  en sinds kort met Geert de Sadelaer van Cascade, geniale elektronicus die een compacte maar zeer goed werkende fluorimeter bouwde.

Eerste kleurproef was op Donderdag 22 maart 2018. Om 17u stipt goten Annette en ik 150 g uranine (fluo) uit in de Chantoir de Bressine in Ferrières. Die was nooit eerder gekleurd en was de meest stroomopwaartse chantoir van de Lembrée! 
Chantoir de Bressine
We legden fluocapteurs in de resurgenties, zo ook in de bron van de Grotte Charles en de vijver aan de Roche aux Corneilles. De mensen van ISSEP hadden de resurgentie voorzien van een machine die automatisch waterstalen nam om het uur.
De waterstaalnemer aan de bron
De ochtend nadien trok ik naar de Grotte des Illusions om daar de fluocapteurs in de collecteur van de Lembrée te leggen. Deze grot biedt via een 10 m diepe put een zicht op de ondergrondse Lembrée. Het water stond 5-6 m hoog in de put, wat niet zo gunstig was (= heel veel water, dus grote verdunning).
Die avond, en dat was ook het stramien voor de volgende dagen, zou ik nog verschillende keren naar deze grot en de resurgenties gaan om waterstalen te nemen en fluocapteurs te wisselen.
Illusions (opgelet er schort nog iets aan de indicaties van de diepte)
Het was intussen duidelijk geworden dat bij deze kleurproef de wet van Murphy genadeloos toesloeg. Het debiet van de resurgentie was veel groter, zowat het dubbele, dan wat het meettoestel van Aqualim (dat het debiet van de rivier stroomafwaarts, in Palogne permanent meet) had doen uitschijnen. Minstens 700 l/s! We hadden met erg weinig kleurstof gewerkt en met zulke grote verdunning zaten we op de limieten van wat meetbaar was.
Vervolgens bleek dat de automatische waterstaalnemer defect was, die had niks gedaan. Gelukkig was er de elektronische fluorimeter in de bron en hoera, vanaf maandag 26 maart was de fluo beginnen verschijnen op de grafiek van de fluorimeter, maar heel zwak. En dan ineens vanaf vrijdagnacht begon de grafiek bokkensprongen te maken, met totaal onmogelijke pieken voor zowat alles, dus ook troebelheid, niveau enz. Er was iets mis.

Vrijdag 28 maart gingen Annette en ik ter plaatse kijken: er bleek een enorme boomstronk in de bron te zijn gevallen met een wortel eraan van wel een kubieke meter groot; een enorme klomp modder en aarde die de optische sensoren van de fluorimeter had verstopt.  Na schoonmaak van de fluorimeter (waar ook een slangetje was van losgekomen) registreerde deze weer normaal. Op ronde om de fluocapteurs te gaan halen, ook in de Illusions. Daar stond het water zowaar nog een meter hoger. Een ingeving gehad en in de Perte/resurgence des Bouteilles gekropen, die 150 m stroomafwaarts ligt: daar stond het water op -3. Zou dit niet gewoon ook een zicht op de ondergrondse Lembrée zijn? Jammer genoeg lag er geen fluocapteur in, maar ik heb wel een waterstaal genomen.
En omdat ik wilde weten of beide watertafels niet even hoog zouden liggen -wat de theorie zou staven – ben ik rond 17 u nog gauw met Annette een waterpassing gaan doen van de Illusions naar de Bouteilles. Hieruit bleek dat de watertafel in de Bouteilles 2 m lager lag. Om zekerheid te hebben moet er hier een kleine kleuring gebeuren.

Na analyse van alle fluocapteurs en waterstalen door de mensen van ISSEP in hun labo (waarvoor dank!), was dit het resultaat van deze kleurproef: de Chantoir de Bressine watert eveneens af naar de resurgentie van de Lembrée, en wel via de collecteur die zichtbaar is in de Grotte des Illusions. Over het traject van 4140 m doet het water 95 uur, aan een gemiddelde snelheid van 44 m/u, maar we weten van vroeger dat het eerste deel van het traject, tot aan de Illusions, vele malen sneller is dan de het laatste stuk tot aan de bron.
Overigens, bleken ook de fluocapteurs van de vijver aan de RAC positief, maar het zou me te ver leiden om dat hier in dit artikel te bespreken.

Gezien de kleurproef niet in ideale omstandigheden verliep, is het best mogelijk dat we ze in de toekomst zullen herhalen (met een elektronische fluorimeter in de Illusions dan).

Op vrijdag 18 mei 2018 (het begin van een zonovergoten lang Pinksterweekend vol verrassingen), vond een volgende kleurproef plaats. Geert van Cascade vervoegde mij rond de middag in Vieuxville. We zouden vandaag alles voorbereiden voor de kleurproef van de Abime de Fermine

Eerst naar de Grotte des Illusions, die een relatief gemakkelijke toegang biedt tot de ondergrondse Lembrée. Beneden de 10 m diepe put werd de fluorimeter van Geert in de rivier geplaatst; die een maand lang om de 5 minuten de (eventuele) doorgang van de kleurstof zal meten. Daarna nog fluocapteurs gaan leggen in de resurgentie, waar er ook permanent een elektronische fluorimeter van ISSEP staat.
Dan nog capteurs gaan leggen in de overloop van de vijver aan de RAC, die hoogstwaarschijnlijk ook door bronnen wordt gevoed. We zagen dat er iemand thuis was in dit privéterrein, dus aangebeld en we werden zowaar zeer goed onthaald door de eigenaar, een gepensioneerde Nederlander. Hij gaf ons maar wat graag een rondleiding op zijn 3 hectare groot terrein en inderdaad: die vijver wordt gevoed door 2, mogelijk 3 verschillende bronnen. Een ervan is zelf volledig overbouwd met een huisje. De oorsprong van het water is nog niet zeker maar dat zullen onze kleurproeven de komende maanden hopelijk duidelijk maken.
Een van de bronnen die de vijver voeden
Daarna naar de Abime de Fermine, discreet door het bos (dat verboden terrein is!). Prachtige site; het riviertje stroomt door een pittoreske vallei over de schist en verdwijnt dan tegen een 20 m hoge kalksteenwand in een donker gat: de mythische “Abime” (zowat 50 m diep). 200 g opgeloste uranine uitgegoten, steeds spectaculair om zien.
Kleuring Abime de Fermine
De enige kleurproef ooit gebeurde 90 jaar geleden, en toen was er van het hydrologisch systeem van de Lembrée nog niets bekend. Toen verscheen de kleurstof na 6 dagen in de resurgentie van de Lembrée. Wat we deze keer vooral willen weten is of het water al dan niet via de collecteur van de ondergrondse Lembrée passeert (zichtbaar in de Illusions) of niet. De fluo is onderweg, afwachten nu!


dinsdag 1 mei 2018

Trou de la Casserole stand van zaken


De laatste verslagen over onze werken in de Trou de la Casserole dateren al van 14 februari, dus tijd voor een update want er is intussen niet stilgezeten!

Zondag 17 maart 2018: mijn partners waren Kris en Erik. Daar bleek het enorme blok, waar ik een buis had onder gestoken, gezakt te zijn! Dat ding weegt 300 kg , amaai en zeggen dat ik daar enkele uren heb onder gewerkt! Besloten dat we die instabiele zijkant zullen vermijden, ook al zit daar de meeste tocht. Veilig gespeeld en dus verder omlaag gewerkt langs de vaste wand. Twee hoekpunten van blokken afgeplopt zodat we wat meer plaats hadden. De brokkelhelling met kippendraad gestabiliseerd. 

Tegen 16 u waren we een ruime meter gezakt en kwam er plots in de verste, diepste hoek een klein gaatje vrij dat haaks (naar links) in de wand vertrekt. En dat begon ook te tochten (terwijl er tot dan in onze put geen blazende tocht merkbaar was!). Met heel veel moeite erin kunnen kijken en dat ziet er interessant uit: smal pijpje in massieve rots maar men ziet 1 m ver. We zitten hier wel al zeker 5 m diep. Tegen 17u30 gestopt, we hadden minstens een ton puin verzet!
Zicht doorheen een gaatje van 15 cm breed op een horizontaal gangetje!
Zondag 25 maart 2018: We zijn slechts met 2:  Erik en ik. Eerst links en rechts enkele grote blokken geplopt én de toegang van ons nieuw gangetje. Alles gelukt, een massa puin te ruimen dat we, omdat we maar met 2 waren, opzij in de ingang legden. We kregen zicht op ons gangetje. Daar werd nog zoveel mogelijk uitgehaald, moeizaam want je ligt met je kop omlaag.  Finaal bleek dat er ook daar een groot blok lag, dat ook nog geplopt werd. Eens alles geruimd was, hadden we beter zicht op de zaak: een mooi uitgespoeld plafond, wat geconcretioneerd, breed en hoog genoeg om te werken. Maar alles nog opgevuld met zand en puin, en minder tocht dan ik wilde. Maar het vervolg moet langs hier zijn!
De kunst van het laten werken
We liggen nu al met ons hoofd binnen in het nieuwe gangetje!
Zaterdag 31 maart 2018: Alleen naar het gat waar ik enkele urenbezig was met diverse stabilisatiewerken. 5 kg snelcement en een paar ijzeren staven gebruikt. Ziet er veilig uit voor onze desob van morgen.

Zondag 1 april 2018: Met Herman, Mich en Erik er een flinke lap op gegeven. Ons volledig geconcentreerd op het horizontale gangetje beneden. Eerst plaats gemaakt met een dubbele plop, dan 2 uur zand en puin omhoog gehaald. Een oordeelkundige geplaatste katrol maakte het veel eenvoudiger om de emmers omhoog te trekken. 

Nog een dubbele plop en middageten, vervolgens weer 3 u lang emmers zand en puin omhoog gehaald.  Resultaat de “klok” is nu zo ruim dat je erin kan zitten. Voorlopig geen doorbraak maar op verste punt een flauw tochtend gaatje.

De kunst van het muren bouwen

Zelfs lange Erik kan nu al rechtop in het gangetje zitten dat een maand geleden amper 15 cm hoog was!

Zondag 22 april 2018: Even alleen tot aan de Casserole waar ik beneden nog wat heb gegraven om zicht te krijgen op het blaasgaatje. Blijft in aaneengekit puin, nauw en niet echt veel tocht. Zal lastig worden!

Zondag 29 april 2018: Het weer is onweerachtig maar toch zullen we heel de dag gespaard blijven! We zijn met 4 (Herman, Mich, Rudi en ik). Ik heb niet zoveel hoop om nog veel te kunnen vorderen zonder grote plopwerken. Het eerste uur graaf ik hoofdzakelijk het kleine plaatsje veel dieper uit zodat we bewegingsruimte krijgen om vlotter te werken. Dan is het de beurt aan Rudi die op het verste punt verder doet en zowaar na een uur plots een spleet openmaakt waaruit flinke tocht komt. 
De tochtende spleet, een laagvoeg in feite
Maar het is heel nauw en enkele grote blokken belemmeren het zicht. We wisselen van plaats, ik wrik en sleur de blokken weg. Links zie ik dat de wand uit een oude en gefractureerde calcietbult bestaat, wel 30 cm dik! Die is eenvoudig te demonteren en zo halen we wel 100 kg massief calciet uit de grot. 
Grote blokken massief calciet
Een bewijs dat we in een echte grot zitten die achteraf opgevuld werd met oppervlaktepuin. Na Rudi kunnen Herman en Michaëla nog veel extra plaats maken, zodat ’s avonds de stapel puin en zand buiten alweer een halve meter hoger is geworden. We eindigen de dag met een plop in de nauwe spleet waaruit de tocht komt. We zijn er nog lang niet maar het ziet er echt hoe langer hoe grottiger uit. Het horizontale gangetje is nu al bijna 3 m lang. 


We kunnen nu al met twee rechtop zitten in het gangetje

dinsdag 24 april 2018

De Avalon mini - expedities naar de grensregio tussen de Haute Marne en de Haute Saône

Na 10 mini - expedities naar het zuiden van de Haute Marne, werd het tijd om alles in een verslag te gieten. Het is een samenvatting geworden van 2 jaar pretentieloze speleo, en misschien enkel interessant voor wie er bij was. Toch willen we onze 'werken' delen omdat het misschien ook andere clubs kan inspireren.
Je kan het verslag (printklaar) hier vinden:

https://www.dropbox.com/s/tpjmkucgytfwfg9/De%20mini-expedities.pdf?dl=0



Jos

zondag 4 maart 2018

Speleovakantie Doubs/ Nans sous St Anne februari 2018

Do 8/2: Vandaag start de vakantie! Om 16.00u kwam Eric me ophalen en tegen 17.00u waren we in Mechelen waar we hadden afgesproken met Mario. Alle gerief wordt overgeladen in de auto van Mario en in opperbeste stemming vertrekken we richting Poinson naar het huisje van Jos om de nacht door te brengen.

Vr 9/2: De volgende ochtend na het ontbijt vertrekken we richting Nans s/s St. Anne maar onderweg pikken we nog gauw een grotje mee nl de “Gouffre du Petit Siblot”. Klein maar zeer mooi! Een vrij smalle ingang, enkele putjes en onderaan een zeer mooie geconcretioneerde zaal. De moeite om te doen. Eruit komen was wat pittiger omdat ik met het verkeerde been in mijn traptouw zat en daardoor niet omhoog geraakte in de smalle ingangsspleet. Gelukkig waren m’n kameraden er om dit oudje te redden,ha,ha. Zo, dat was al een leuke opwarmer.







Toen we omgekleed waren zijn we verder gereden naar de gîte en hebben we ons geïnstalleerd. Tegen 22.00u ben ik gaan slapen want op de anderen wachten had geen zin want die zouden pas tegen middernacht binnenvallen.



Za 10/2: Vandaag ben ik samen met Mario op zoek gegaan naar de “grotte du Tunnel de la Cabette”. Dit is een ondergrondse  tunnel  die gebruikt wordt voor watercaptage en deze tunnel doorkruist een grotje. Voor Mario stond deze al een hele tijd op zijn verlanglijstje . Hij heeft er al eens alleen vruchteloos achter gezocht dus vandaag moest dit lukken, met gps coördinaten en een tweede man/vrouw. Het had ferm gesneeuwd (10cm) maar gelukkig konden we toch tot aan de buvette rijden. Bon, de gps opgezet maar helaas, de coördinaten die Mario had gevonden op het internet gaven de plaats weer van de buvette en niet die van de “Tunnel”. Ok, niet erg, we gaan dan maar op goed geluk wat rondsnollen. Na een eerste verkenning die niets opleverde trokken we terug naar de auto om vandaar een nieuwe richting uit te gaan.





Maar gelukkig voor ons stond er juist een boswachter  aan de auto, die ons dan de weg heeft gewezen. Ons gauw omgekleed en door de verse sneeuw naar de ingang waar we algauw het aan het ijzeren poortje stonden. Een tunnel met een kanaaltje in waar een beetje water in stond. Je kan net niet rechtop lopen wat zeer belastend is voor je rug. Na ongeveer 800m kwamen we op de plaats waar de tunnel een klein grotje doorkruist. Een afdaling van +/- 15m en we kwamen in een zaal terecht die je zowel links als rechts zo’n 20m kan volgen. Aan beide kanten loopt alles dicht. Terug naar boven dan en de tunnel nog even verder gevolgd tot we aan een instorting kwamen, op +/- 1,2km ver van de ingang. De tunnel liep nog veel verder maar we zijn niet over die instorting gekropen. Terug naar buiten dan. Onderweg nog vele kleine vleermuisjes gezien en in het kanaaltje zaten witte kleine kreeftjes nl. Nifargussen.  We hebben zelfs een kikker gezien in het water. Terug buiten tegen de middag dus nog veel te vroeg om naar de gîte te gaan. We zijn dan naar de “source de Lison” gereden wat toch telkens weer zeer impressionant is om te zien, zeker nu met al die sneeuw. Ook even naar de “Creux Billard” en de “Sarrazine” gewandeld in een feeëriek landschap met al die besneeuwde bomen.



Tegen 17.00u terug naar de gîte gereden waar de anderen(Kris,Toon,Gleb,Frank,Kamiel,Lukas,Peter C.) ook al terug waren van hun grottocht naar de “Baudin”. Dit is één van de ingangen die uitkomt in de collecteur  van het systeem “Verneau”. Zij zijn echter niet ver geraakt omdat de waterstand te hoog was.

Jos en Eric zijn op zoek geweest naar de “Combe de Malvaux” maar hebben deze niet gevonden. Per toeval in een ander grotje terecht gekomen die daar in de buurt lag nl. de “Beaume du Mont”.‘s Avonds hebben we een lekkere ratatouille gegeten en terwijl de huishoudelijke taken werden verdeeld ontfermde Eric zich over het kitten van de zakken voor de volgende dag. Bij het knapperend vuurtje van de kachel zijn er heel wat droge moppen op tafel gegooid. Een gezellige drukte en er is heel wat afgelachen.



Zo 11/2: Vandaag stond de “Gouffre Pouet-Pouet” op het programma.(-160m).

Vroeg opgestaan 6u45, rustig ontbeten, gerief klaargemaakt en de eerste ploeg(Eric, Jos, Gleb, Mich) kon vertrekken om te grot al te gaan equiperen. De tweede ploeg zou zo’n 2 uur later komen. Het had vannacht nog wat bijgesneeuwd maar gelukkig toch zonder problemen op de parkeerplaats geraakt. Er stond wel een fris windje waardoor het kouder aanvoelde dan gisteren. Vlug omkleden en door de sneeuw richting grot. Eerst een weide doorkruisen en dan even de bosrand volgen tot aan de grot. Eric begon met equiperen en halverwege nam Gleb het over. Alles verliep vlotjes totdat Eric opmerkte dat we waarschijnlijk te weinig plaketten gingen hebben. In de grotbeschrijving stond vermeld dat er “nombreuse broches” waren maar we hebben er letterlijk maar één gezien. Gelukkig had Eric toch wat reserve plaketten en assen meegenomen maar  hoe dieper we afdaalden hoe meer we moesten improviseren met veel natuurlijke ankerpunten te gebruiken. De grot is een puttenreeks die wordt afgewisseld met enkele meanders en na een laatste put van 27m kom je in een collecteur die je stroomopwaarts en -afwaarts kan volgen tot aan een sifon. Spijtig genoeg waren, ondanks onze besparingen, alle plaketten op en konden we de laatste put niet afdalen. Ondertussen was de tweede ploeg ons al ingelopen zodat we met zijn elven verspreid zaten in de meanders en putten. Enfin, niks aan te doen, terug dan maar. Zo halverwege de terugweg kwamen we aan een put die deze morgend nog kurkdroog was maar waar er nu toch een serieuze douche afkwam.  Kletsnat tot op mijn onderbroek klom ik naar boven, nog even een lastig gaatje doorkruipen bovenaan de put en even later stonden we weer buiten. Niet treuzelen nu en in looppas door de diepe sneeuw naar de auto gerend. Verdorie wat was het koud! Nog een klein sneeuwbuitje erbij  en dan denk je toch van” wat doe ik hier?” Maar eenmaal terug in je lekkere warme kleren is alles vlug vergeten. We hebben gewacht totdat iedereen terug uit de grot was en daarna zijn Mario, Jos, Eric en ikzelf al terug naar de gîte gereden om de kachel aan te steken en een lekkere warme chocomelk klaar te maken. Een half uurtje later kwamen de anderen ook binnen, allen verkleumd van de kou. Na een lekkere warme douche en een mok hete verse chocomelk ontdooide iedereen en algauw werden de foto’s en filmpjes bekeken van de grottocht. ‘s Avonds een lekkere spaghetti om terug op krachten te komen en plannen maken voor morgen.




Mario en ik gaan niet grotten maar wat sight-seeing doen en ook nog wat eten halen. Frank,Kamiel,Lukas,Kris en Toon gaan langlaufen en Jos, Gleb en Eric gaan een tweede poging doen om de “combe de Malvaux(-86m) te vinden. 


Ma 12/2: Vandaag lekker lang geslapen tot 8.30u. Heerlijk ontbijt met spek en eieren klaargemaakt door Lukas en Kamiel. Eerst naar de winkel om inkopen te doen. Onderweg zagen we enkele forten staan. Ok, dit wilde ik wel eens van dichtbij gaan bekijken. Fort Belin en Fort St. Andre. Daar aangekomen bleek dat we in geen van beiden binnen konden maar toch wel leuk om deze gigantische bouwwerken eens te zien. ‘s Middags even naar de gîte gaan eten en daarna een wandeling gemaakt naar de Source de Verneau die vlakbij de gîte ligt. Een korte maar mooie wandeling langs de Verneau die zich in kleine watervalletjes naar beneden een weg zocht. Spijtig genoeg zijn we niet tot aan de bron zelf geraakt omdat het wandelpad was weggezakt en het te gevaarlijk werd om toch verder te gaan. Dan maar terug naar de gîte maar eerst nog even gepasseerd lang het kaaswinkeltje waar ze heerlijke comté verkopen. Ondertussen is het weeral aan het sneeuwen en dat terwijl het zonnetje schijnt, echt bizar. Er was nog wat tijd over om mijn verslagje bij te werken en lekker te keuvelen bij de kachel. Ik hoop dat de eigenaar vanavond wat hout bijbrengt want het gaat er rap door. Daarna ben ik al begonnen aan de voorbereidingen voor het avondeten: boontjes met tomaten, rijst, aardappelen en kip.




Tegen 16.30u kwam de eerste ploeg terug binnenvallen. Ze hadden de grot gevonden: een opeenvolging van putjes en enkele meanders. Een leuk grotje maar niets spectaculairs. Enkel de toegangsweg was pittig, een steile wandeling door de sneeuw in een magnifiek bos.

De anderen kwamen vrij laat thuis, het was reeds 19.30u maar ze hadden zich super geamuseerd. Toon had zijn drone meegenomen zodat we allemaal konden meegenieten van hun valpartijen en stuntelige afdalingen tijdens hun langlauf tocht. Het was weeral voor iedereen een geweldige dag geweest.


Di 13/2: Onze laatste dag, spijtig. Iedereen om 7.00u opgestaan om de gîte op te ruimen en alles in te laden in de auto’s. Frank + zonen en Gleb rijden meteen naar huis. De anderen gaan eerst nog een klein grotje doen nl. de “  Gouffre des Ordons” (Montrond le Chateau) . Een eenvoudige ingangsput van 5m gevolgd door ene van 20m. Daarna kom je in een uitermate geconcretioneerde galerij waar we vele foto’s genomen hebben. Dit was echt een super afsluiter van de week! Iedereen zonder problemen weer naar buiten en nadat we waren omgekleed hebben we afscheid genomen van elkaar en de terugreis aangevat. Voor iedereen was deze vakantie voor herhaling vatbaar. Het was super leuk !





Verslag : Mich

Foto's    : Mich

dinsdag 20 februari 2018

Vervolg van de werken in PLP

Er is nog flink verder gewerkt, meestal door mij alleen gezien Annette in revalidatie is van een tweede schouderoperatie. Maar het alleen werken wordt problematisch, dus ik hoop echt de komende maanden enkele clubgenoten mee te krijgen.

Kort overzicht:

Zondag 24 december 2017:  Een namiddag naar de E14/Casserole. Eerst een plop gedaan; prima resultaat en ik ben even bezig met het weghalen van wat enorme blokken. Daarna graaf ik heel de middag verder omlaag. De zanderige opvulling begint stilaan wat openingen te vertonen tussen de blokjes. Ik zak een 60-70 cm. Het wordt hoe langer hoe zwaarder de bakjes omhoog te brengen. Volgende keer kom ik met een compagnon!

Zaterdag 30 december 2017: Opnieuw naar de E14/Casserole, ditmaal met Erik. Eerste werk maken we met wat boomstammetjes een barricade waar we ons puin achter kunnen dumpen, zodat het niet heel de doline inrolt. Dan beginnen we eraan. We graven telkens een uur en wisselen dan van plaats. Zwaar werk, want het graven gaat snel en de bak met puin moet telkens een paar meter omhoog worden gestoken. Na een hele dag werken zijn we zeker 70 cm gezakt, het is veel breder geworden maar we zitten nog steeds in een bijzonder losse opvulling van vuistgrote stenen, en stofdroge klei. Bij de minste aanraking kalven de wanden af. Hoewel hier en daar een klein gaatje tussen de stenen verschijnt, breken we niet door in iets ruimers. Op het einde van de dag graven we nog wat in de hoek waar we 22 jaar geleden al werkten. Daar is meer tocht en men ziet er tussen de blokken flink dieper. Misschien moeten we daar toch ook eens terug naar kijken? Twijfel, twijfel…
Erik in de Casserole
Zondag 14 januari 2018: Dagje grotten met Frits (GRSC). Het was de eerste zonnige dag sinds 6 weken!
Allereerst gaan proberen de poort van de Grotte Strauss open te krijgen, een ontdekking van ons van 1993. Dat slot zat nl. al minstens 10 jaar vast! Het laatste bezoek aan de grot dateerde van 2002. Je eigen poort openbreken: moet kunnen! We hadden een slijpmachine bij op accu en een boormachine. Een uur later was hoekijzer dat het hangslot afschermt van inbraakpogingen verwijderd en mocht Frits met hamer en beitel het slot te lijf gaan. Een minuut later was het al gebeurd, niet het slot maar wel een van de (te zwakke) U-beugeltjes die op de poort gelast was, was gebroken.
Wij de grot in, voor een tochtje van een uurtje in deze kleine maar mooie grot. Nogal wat concreties (en alles goed nat vandaag) en mooie, ruime galerijen. Ik begreep terug waarom we er een poort hadden ingezet. Die natuurlijk zo rap mogelijk hersteld moet worden.

Daarna naar de E14/Casserole nabij de Contrastes. De dag was al bijna om dus we hebben er maar 2,5 uur gegraven. Opnieuw een halve meter gezakt in de gortdroge zanderige opvulling. Nog geen doorbraak in zicht maar we zitten warm, denk ik.
Frits haalt weer een bakje uit het gat
Zaterdag 20 januari 2018: Eerst naar de Grotte Strauss waar ik 2 lastige uren bezig was om de poort te herstellen en opnieuw afsluitbaar te maken. Maar het lukte en zo was de grot dan toch weer beschermd. Nu nog de balisagetouwtjes vervangen (die zijn  op vele plaatsen stuk) en de grot is weer als nieuw.
Daarna nog naar de E14/Casserole. Het was intussen flink pokkenweer maar gelukkig zit je in de grot droog. Eerst plopte ik (tweemaal) het grote blok beneden waarop Frits en ik waren gestopt. Nadat ik alle blokken naar buiten had gedragen (4 m omhoog) groef ik tegen de geconcretioneerde wand verder. Zo bracht ik een bak of 15 puin eruit maar er kwam nog steeds geen doorbraak in zicht. Eens goed gewierookt en dat bleek negatief daar waar ik bezig was. Verder gezocht en zo vond ik een venijnig blazend gaatje midden in de instabiele puinstapel achter mij. Dat was de kant waar ik liever was afgebleven! Toch maar met de koevoet enkele grote blokken laten vallen. Grote instorting, maar die maakte wel een “klok” zichtbaar van 80 cm diep. Overal zicht op los puin en een massa extra blokken te ruimen nu. En een enorme plaat waar je dwars onder lag en die amper leek vast te hangen. BRRRR!
Instabieler is amper mogelijk!
Het openmaken van dat instabiel gat had wel een drastische verandering in de tocht veroorzaakt, die nu overwegend blazend was. Maar het werk is er niet makkelijker op geworden.

Zondag 21 januari 2018: Jos en Erik kwamen de Grotte Strauss opnieuw en piekfijn voorzien van stevige balisagetouwtjes. Daarna gingen ze hetzelfde doen in de Grotte de Maye Crevé, die voorzien was van spuuglelijke roodwitte linten. Voilà weer een nuttige bijdrage aan de bescherming van onze karst geleverd!
Erik vervangt de balisage in de Grotte Strauss (foto: Jos)
Zaterdag 28 januari 2018: Ik ging eerst naar de Casserole om er wat maten te nemen van de instabiele troep zodat daar een volgende keer wat buizen en stutten kunnen geplaatst worden. Daarna heel de middag zwaar gewerkt in de E4, een van de grotjes aan het begin van de vallei. We werkten daar 23 jaar geleden al. Voorlopig wat gevorderd tot een nauwe spleet met tocht. Plopwerk. Nog wat in de andere grotjes geneusd,  o.m. de E1.

Zaterdag 4 feb 2017: Vroeg op pad naar de E4. Het was koud met nu en dan wat natte sneeuw. De grot was nog natter en ik dus al gauw ook. Ik had een extra laag onderkleding aan maar was toch gauw verkleumd. Op het laagste punt blokken geruimd, in feite de lagen afbreken. Ik kreeg zicht op de pleet rechts die met moonmilch bedekt is, maar ze schijnt 1 m lager dicht te zitten en met wierrook was er geen overtuigende tocht mee. Ik was nu wel ontmoedigend maar waar kwam die hevige tocht aan de ingang dan vandaan?  Na wat speuren vond ik de oorsprong: het is een breuk in zo een kalklaag. Amper een paar vingers breed en het is nog niet mogelijk om erin te kijken. Volgende keer weet ik meer! Wat me wel ongerust maakt: 5 m onder de E4 ligt een grotje van ons, de E2 en dat zuigt aan. Hopelijk is de tocht die uit de E4 blaast, niet daar van afkomstig!
De tocht in de E4 komt ergens van tussenuit deze kalkplaten
Vrijdag 9 feb 2018: Nog eens de vallei van PLP gecheckt, er lag wat sneeuw. In de Casserole vond ik nog een spleet die flink blies, weer tussen het uiterst instabiele puin. Dan een rooktest gedaan in de E2 die stevig aanzoog. En enkele minuten later begon de E4 te roken! Die test had ik beter niet gedaan want ik weet niet of het nog veel zin heeft om verder te werken in de E4.

Zaterdag 10 februari 2018: In de Casserole een poging gedaan om de enorme plaat waar je onder ligt met een buis te stutten. De buis was te kort en het resultaat is niet fameus. Het blaasgaatje opengemaakt en inderdaad: enkel losse troep. Nog een poging in het horizontale gangetje gedaan, maar wegens geen graafmateriaal dat gauw opgegeven. Dan naar de E4 waar ik enkele uren lang de platen heb liggen demonteren tot ik zicht kreeg op een mini-gangetje dat er onder zit. De tocht komt vandaar. Het ziet er niet zo geweldig (meer) uit.
De E4 na een middagje doorwerken
na afdekken met bladeren valt dat al veel minder op

Zaterdag 17 februari 2018: Vleermuizentelling in de Vallei van PLP. Ik trok met Pierrette Nyssen en Jonathan Demaret van Plecotus naar de Grotte aux Contrastes. We wilden toch eens zien of (nu er een ander deksel op de grot lag)  er al vleermuizen hun weg hadden gevonden naar wat – denken we – een ideale overwinteringsplaats zou zijn. Maar vlot ging dat niet.
Jonathan en Pierrette gereed voor de Contrastes
Ik vertrok enthousiast in de ingang (verticale buis) geladen met een kit vol touwen, een losse boormachine want ik wilde wat ankerpunten bijplaatsen en ik had uiteraard mijn hele klimuitrusting aan. Allereerst viel me op dat een van onze houten beplankingen het na 24 jaar begeven had (we ontdekten de grot in 1994) en er daardoor een dreigend pak blokken en aarde loshing. Wat dieper geraakt ik niet verder, er is daar een lastige passage om in een erg laag stukje te geraken. Ik geraakt zelfs niet meer voorbij die bocht, kon wel stenen voelen liggen maar met alle brol die ik aanhad en bijhad, zat ik potvast. Ik besefte gauw wat er gebeurd was: een instorting van boven had de doorgang deels versperd. Gelukkig had ik ok graafmateriaal meegenomen en zelfs een stuk stevig kippengaas en voldoende “goujons”. Kortom we konden ineens de instabiele troep boven mij beveiligen én de doorgang opnieuw uitgraven. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, het heeft 2 uur geduurd en ik heb de klotepassage daaronder wel 10x gedaan. Tegen dan was mijn pijpje al uit.

Enfin we zijn toch in de grote zaal geraakt (Salle Gluante) waar evenwel nog geen vleermuizen hingen, maar er fladderde er wel een rond. Daarna de andere kant van de grot, de P11 die toegang geeft tot een andere zaal (Faux Espoirs). Maar verdorie wat was de toegang tot die put een vervelend, nauw gat. Waarom we dat destijds niet wat ruimer hebben gemaakt, snap ik niet (we waren toen jong, smaller en leniger, natuurlijk en alles kon niet moeilijk genoeg zijn). Pierrette geraakte er niet door, Jonathan en ik wel. Onze inspanning werd beloond: beneden hing een “Grand Murin” en intussen had  Pierrette nog een “Moustache” (Myotis mystacinus) gevonden. Drie vleermuizen dus.

Jonathan en ikke
Erg laat uit de grot maar het was nog licht en de zon scheen, dus trokken we verder in de vallei waar ik nog diverse grotjes wist zijn. Ik had geen hoop om ver in Trou Sans Nom te geraken, normaal sluit een sifon in de winter ¾ van de grot af. Maar deze stond vrij! Deze grot leverde een tiental vleermuizen op, meestal Moustaches die zich in spleetjes en holtes van de wand wringen en zo amper te zien zijn. Maar niks ontsnapt aan het oog van mijn 2 collega’s van Plecotus! Na dit onverwachte succes checkten we de Abri du Nefli, amper 3 m diep. En toch, ook hier zaten 4 van die beestjes in een spleetje gewurmd. 
En ook de kleine grot “E1” leverde er 4 op. Straf dat die Moustachjes vaak vlakbij de ingang zitten, waar het volle bak vriest. 
Kortom, 22 vleermuizen geteld vandaag en we waren wreed content.

  • Contrastes (Grotte aux) 496-103: 1 MYOTIS MYOTIS + 1 MYOTIS MYSTACINUS/BRANDTII + 1 MAMMALIA CHIROPTERA en vol
  • Sans nom (Trou) 552-019 : 1 RHINOLOPHUS FERRUMEQUINUM + 2 MYOTIS DAUBENTONI + 8 MYOTIS MYSTACINUS
  • Nefli (Grotte du) 552-017 : 2 MYOTIS MYSTACINUS + 2 PIPISTRELLUS sp
  • Avalon( petite grotte E1 de) 552-027 : 4 MYOTIS MYSTACINUS

Zondag 18 februari 2018: ’s Ochtends gauw naar de Vallei van PLP want ik wilde de tocht aan de Casserole checken, profiterend van het vries
weer. De grot lijkt op twee verschillende karstverschijnselen te liggen. Er valt een enorme koude tocht in omlaag die verdwijnt in het puin. Maar in de zijkant, vanuit de superinstabiele klok die ik er laatst openmaakte, blaast een al even hevige vochtige damp, en die is 9 à 9,5°C warm. Ik veronderstel dat deze afkomstig is van de Grotte aux Contrastes, want die ligt hier vlakbij en de ingang zuigt zeer fel aan. Maar waarheen gaat dan de tocht die in omlaag verdwijnt? Mysterie!

In de namiddag ging ik dan verder op vleermuizentelling, in de Vallei van de Lembrée. Grot in, grot uit: Grotte Anneton (waar dassen zowat heel de grot ondergescheten hebben), Grotte de l’Intuïtion, Grotte du Tié d’la l’Aiwé, Grotte en U, Grotte de la Brouette, Trou du Gué, en de ingangszone van de Grotte des Illusions en Grotte des Surprises.
Twee schattige Moustachkes zij aan zij aan het pitten in de Tié d'la l'Aiwé
Alles bij elkaar een tiental fladderaars gespot. En er allicht evenveel niet gezien Waarschijnlijk is mijn oog er nog niet genoeg op geoefend.