donderdag 4 augustus 2022

Battery power washers ... nextgen in conservation

De laatste tijd geraak ik omwille van verschillende redenen nog amper onder de grond maar dat neemt niet weg dat ik nog wel met speleologie bezig ben. Ik ben nog redelijk actief op het internet waaronder ook op het  UK caving forum het is daar dat ik een tijdje geleden in contact ben gekomen met een Engelse speleoloog die ook heel hard inzet op grotbescherming. 

Het was in één van zijn posts dat hij aanhaalde dat hij tegenwoordig hogedrukreinigers op batterijen gebruikt om modder en vuil van concreties te spuiten in grotten. 

Wij in België hebben ook wel wat ervaring met hogedrukreinigers in grotten. Denken we maar aan de grote opkuis actie in de ST-Anne Opkuisactie in de Sainte-Anne (2012) Maar het gebruik van hogedrukreinigers op batterijen is denk ik nog niet echt in gebruik bij ons. 

Daarom hierbij wat informatie die ik van Dr. Andrew Peter Glanvill  (Aka Mrodoc) heb gekregen en die ik van hem mocht gebruiken om dit bij een groter publiek kenbaar te maken.

Eerst een testimonial van Peter van hoe hij heeft getracht om andere mensen te inspireren in de UK.

Cleaning Devon Caves

Recently I decided to take the cordless jet washer back to Devon in an attempt to inspire others to do some cleaning. The washer has a 3-metre hose allowing a bit of leeway with where it is used but obviously it is most convenient near a water source.  If longer term work is planned siting containers under reliable drips in drier parts of a cave is the way round this problem. Accordingly, when we visited Baker’s Pit it was corner at the bottom of the Main Chamber where a small stream flows that we chose for an initial attempt.  It was impressive to see a featureless muddy roof and wall being restored to clean white limestone and when we finished the patch we were working on, Lee Knight pointed out patches of green malachite in the roof that had never been seen previously.

A few weeks later and I took the opportunity on three occasions to work in Pridhamsleigh Cavern.  This is frequented by large numbers of outdoor groups throughout the year and most of the passages are now walking sized, so much mud has been transported out of the cave. However much remains on the walls either by smearing or the obnoxious habit of throwing mud balls at them.  Accompanied by different cavers, on 3 recent occasions, we have focussed on the Junction Chamber area where we started on the stalagmite flows in there. It is quite addictive when you get started, seeing the mud flow away revealing a stal banks true colours.  In the roof muddy nubs were exposed as typical Devon stubby clear helictites and the brown featureless walls were transformed into white veined surfaces. We knew we were getting somewhere when we spoke to group leaders preparing to enter the cave and found they noticed it was looking cleaner! On the most recent trip we moved on to the Deep Well where there is a particular fine flow that has now been restored to its former glory.  Kieran is now talking about conservation tape. I am hoping a virtuous circle will be develop once people notice how nice sections of the cave now look and will desist from muddying them again.

Maar een foto zegt zoveel meer dus hieronder enkele action shots.





Ik hoop dat dit mensen op ideeën brengt en deze manier van werken ook zijn weg kan vinden bij ons. Naast alle andere manieren natuurlijk. Want de manier met kleine drukvatjes of een hogedrukspuit op 220V kan natuurlijk ook nog. Ik aanzie dit als een goede aanvulling op de reeds gekende manieren.

De gebruikte tools zijn van het merk Worx hydrospot tools maar er zijn reeds verschillende alternatieven op de markt verkrijgbaar

Credits : 

Dr. Andrew Peter Glanvill  member of
Bristol Exploration Club
- Devon Speleological Society
- Grampian Speleological Group

dinsdag 19 juli 2022

De eerste doorsteek Wuinant-Haminte

De ploeg explorators die al enkele jaren in het Système Wuinant-Haminte aan het werk is, keek al maanden uit naar de beloning: het maken van de eerste integrale doorsteek van de Wuinant naar de Haminte. Een parcours dat zijn gelijke niet kent in België. Anderhalve kilometer doorheen een galerij van grote afmetingen (vaak 10-15 m breed), in een somptueus decor; een vrijwel eindeloze opeenvolging van grote stalagmitische massieven in alle vormen en kleuren, die reflecteren in het water van de vele bassins. Maar ook, een 50 m lange semi-sifonerende zone waarin zelfs bij “droge” omstandigheden enkele lage passages en 2 vrije duiken moeten worden gedaan. 

De vorige poging, in mei 2022, mislukte (zie https://scavalon.blogspot.com/2022/05/anticlimax-in-de-wuinant.html ) omdat heel de rivier buiten (La Magne) in een gat verdween dat spontaan was ontstaan in de twee dagen die onze poging-tot-doorsteek voorafgingen. 

Vandaag 17 juli 2022 stonden 4 Walen, 4 Vlamingen en 1 Pool te popelen om het eindelijk af te ronden: Annette, Krzysztof, Erik, Paul van Avalon, Patrice (GRSC), Robert/Bobo (C7), Jonathan (SCAN), Charlotte (RCAE ?) en Stijn (Cascade). Frits en Jack konden er jammer genoeg niet bij zijn .

Het had weken niet geregend, een echte hittegolf. Maar opnieuw verdween de hele Magne in een gat in de bedding, ditmaal helemaal stroomopwaarts. 

Heel de Magne verdwijnt in dit bassin (foto: Patrice)

Het debiet was niet enorm (+/- 15 l/s) maar het stond vast: dat water kwam in de Wuinant terecht en wel helemaal stroomopwaarts. Nu is er in de grot een eind verder stroomafwaarts (op nog 1 km van de P40 van de Wuinant) een groot verdwijnpunt in de ondergrondse rivier. Het is de “Perte Principale”, waarin vaak alle water verdwijnt (en we weten nog steeds niet waarheen!). In zulke omstandigheden stroomt er dus geen water verder richting P40; en alleen dan kan je de sifonnerende zone voorbij geraken. Alles zou ervan vanaf hangen of die “perte principale “ vandaag al dat water kon absorberen. 

We zijn er klaar voor! (foto: Paul)

We hadden afgesproken in Olne. Rond 11 u stapte een vreemd uitgedoste karavaan doorheen het bos naar de Wuinant. Verbazend ver !  

Op weg naar Trou Wuinant (foto: Paul)

Neopreentjes aan, en de P40 af. Gauw kwam het nieuws dat er onderaan de P40 een riviertje stroomde. Dat was heel slecht nieuws, want dan zitten de sifons vrijwel dicht. Hoe was dat toch mogelijk! Echter, de eerste man was Stijn, een duiker (een waterrat dus) en de tweede Jonathan, die het daar niet kende. Het water stond zowat 30 cm boven de rode verfstreep die het maximum niveau aangaf waarbij het nog min of meer veilig doenbaar was. Eén keer ooit hadden we het gedaan met 10 cm erboven en gezegd: hoger mag het écht niet staan!

De eerste lage passage, een korte “duck” met doorgaans 10-15 cm lucht en gemakkelijk, sifonneerde compleet. Tegen dat ik beneden kwam, waren Stijn en Jonathan al doorheen die sifon verdwenen en was geen enkele communicatie meer mogelijk. In deze sifon hangt een touw om onder water te volgen, maar ik wist dat het daarachter erg laag bleef en we hadden dus geen enkel zicht op de lengte van de duik (en wie erdoorheen was, kon het ons evenmin vertellen). Je kon bovendien niet staan, we dobberden als eenden rond. De twee dames waren allerminst gerustgesteld, ze hadden dat nooit eerder gedaan. Patrice dook eronder door, wat later wezen 3 rukjes aan het touw uit dat de volgende mocht komen. Dat was Charlotte, die even nodig had om voldoende moed te verzamelen. Ik volgde dan ook, je moest over 1 meter onder water, erachter was 20 cm lucht maar weer heel diep water. Annette kwam nu ook, maar kwam proestend en hoestend boven, ze had al een flinke borrel rioolwater geslikt. Lastiger dan dit mocht het echt niet worden!

Ik maakte me nu heel ongerust want ik wist dat het verderop wél veel moeilijker werd. En ik maakte me ook zorgen in de overduidelijk slechte lucht. Tien meter verder, de gevaarlijkste duik. Altijd al een lastige, met rotsuitsteeksels in het plafond waar je onderwater in hapert, en een duiklijn die het speleotouw kruist en waarin je blijft haken. En dat touw, dat moest je op de tast zoeken onder water, zelfs de ankerpunten zaten onder water vandaag! 

Maar, je kan wel communiceren met iemand die er voorbij is, want er is een nauw gat op hoogte. Met veel moeite duwde ik mijn kitzak doorheen dat gat naar Charlotte, en ik zag dat mits de bodem ervan weg te graven, het misschien wel mogelijk was om daar zelf doorheen te geraken ook. Ik groef 1 minuut en raakte dan compleet buiten adem. Heel beangstigend, ik kreeg gewoon niet genoeg lucht meer. Ik besefte dat de lucht veel te weinig zuurstof bevatte, bovendien zaten we hier met 9 mensen in de hele lage ruimte tussen diep water en plafond, in wat eigenlijk maar klokken tussen sifons waren. En met zijn negenen verbruik je heel gauw die paar m³ (slechte) lucht! Levensgevaarlijk gewoon, ik kende maar al te goed de tragedie van Langstroth Pot  (zie onderaan).

De lastigste duik. Oude foto (van Jack); tijdens onze doorsteek zat zelfs het ankerpunt van het touw volledig onder water.

Wat doen: terugkeren was al bijna geen optie, een deel van de ploeg was al verderop. Hier nog lang vertoeven was ook geen optie. Terwijl Annette vergeefs probeerde of ze doorheen dat nauw gat geraakte, vond ik wat adem terug en ik dook door de passage. Onder water geraakte mijn been in iets verstrengeld: een kitzak die Patrice was kwijtgespeeld. Terwijl ik al watertrappend (het was hier 2 m diep) met dat ding worstelde, voelde ik er nog een tweede. Moraal: kitzakken die zinken zijn geen goed idee. Annette kwam nu ook, ik tastte onder water tot ik haar voet voelde komen en trok eraan. Slecht plan: ik trok mezelf ook onverwacht kop onder en zodoende lagen we allebei te proesten en hoesten. Ik bleef op post om Krzysztof te helpen. Maar die dook veel te ver onder water door (chocowater uiteraard) en kwam spartelend boven, net onder mijn kin en gaf me een flinke uppercut. Waardoor ik keihard op mijn tong beet. Kortom, miserie, miserie!

De volgende 20 meter gingen vlotter, prachtig stuk waarin je tussen de stalactieten waadt die in het water hangen, hier en daar nog een lage passage, niks ergs meer. Normaal is dit een diepe modderbak, nu een zacht kabbelende beek. 

Oef, iedereen was erdoor en we hergroepeerden onderaan de helling die naar de Réseau du Flair loopt. 

Stijn was al eens naar de Siphon 2 gaan kijken, want 100 meter verder hadden we nog een echte sifon te duiken. “Dat gaat wel, ik denk maximum 3 m lang” zegde hij. 

Hier begint Siphon 2 (foto: Stijn)

Wablief? Dat zou echt wel te gevaarlijk zijn voor sommigen van onze ploeg. Ik ging zelf eens kijken, gevolgd door Erik. Maar gelukkig was het er niet anders dan anders, wel stond het water wat hoger. Een dak van zowat 1,5 à 2 m lang dus, die sifon hadden we al vaak gedaan.

Gerustgesteld trokken we naar de Réseau du Flair, die we drie jaar geleden ontdekten. Er waren nooit foto’s gemaakt in de 2 grote zalen en ik had daarvoor alle fotomateriaal voorzien. In beide zalen maakten we destijds hoge beklimmingen, een foto vanaf daar zou nog indrukwekkender zijn geweest, maar daarvoor was nu geen tijd.

De bovenste grote zaal van Réseau du Flair

En de onderste grote zaal (foto's: Paul)

Intussen trok de rest van de ploeg al verder, om daar het klimtouw uit de Escalade des Cowboys te gaan halen, een karweitje voor Jonathan en Bobo.

Jonathan komt weer omlaag met ons klimtouw aan de gordel. We kunnen weer klimmen! (foto: Paul)
 

De Wuinant met water: schitterend (foto: Stijn)

Sprookjeswereld (foto: Stijn)

De rest van het verhaal is gauw verteld: de duik doorheen de Siphon 2 ging vlotjes (proficiat Annette & Charlotte!) en de doortocht van de rest van de grot was zoals steeds fantastisch. Van het ene bassin in het andere, gelukkig hadden we een neopreen aan. Eindelijk zagen we die grot eens met een stromende rivier! Na een kilometer bereikten we de “Perte Principale” en inderdaad: die absorbeerde niet alles. Een goede afdamming zou hier anders wonderen kunnen doen. Maar willen we dat wel, de Wuinant droogleggen?  

Het verdwijnpunt van de rivier zit links. Een klein beetje ging nog rechtdoor richting P40 (foto: Paul)

Rustig aan trokken verder, terwijl we Stijn nog wat assisteerden voor het maken van zijn (héél goede) foto's.

Postkaartje! (foto: Stijn)

Sommigen waren het water en de extreme voûte-mouillantes nog niet beu en dus toonde ik hen de indrukwekkende Grande Diaclase, verdedigd door een 7 m lange waterpassage met slechts 5 cm lucht. 

Er voorbij sta je in een bijna 20 m hoge kloof, die we ooit nog willen uitklimmen! 

Bobo komt terug van de VM (foto: Patrice)

Daarna volgde een dik half uur worstelen om met al onze kitzakken en vooral in onze neopreens doorheen te Haminte te spartelen. Om 17 u stonden we buiten: wat een tochtje! 

Het was een privilege om dit te mogen/kunnen doen. En nogmaals hulde aan het onvermoeibare desobstructieteam onder leiding van Patrice en Francis, dat meer dan 80 dagen in de Haminte werkte om finaal die droge boveningang aan de Wuinant te maken!
Hulde ook aan Annette die hier echt haar grenzen verlegde want door sifons duiken is echt niet haar ding. Maar waar een wil is, is een weg! Ik ken weinig mensen met zo'n sterk karakter. 

Boven: Charlotte, Annette, Krzysztof, Patrice, Stijn. Onder: Bobo, Paul, Erik, Jonathan


Videoimpressie van onze doorsteek hier: 
https://www.youtube.com/watch?v=_FlU-l-2t8c

Meer artikels over onze explo's in de Wuinant:
https://scavalon.blogspot.com/search/label/Trou%20Wuinant

Sifons vrij duiken: bezint eer ge begint!

Vrij duiken van sifons in België is (gelukkig) raar of zelden nodig. Hoe ludiek het ook kan zijn wanneer het allemaal goed gaat, het is een gevaarlijke onderneming, de veiligheidsmarge is erg klein en de risico’s zijn groot. Je kan onderwater blijven vasthangen of in de verkeerde richting gaan (in België is de zichtbaarheid sowieso nul). Of je kan bovenkomen waar er nog steeds te weinig luchtruimte is. Dat overkwam me ooit tijdens de explo’s in het Systeem van Bretaye: ik dook onder een dak door maar kwam boven in een plaatsje met maar enkele vingers lucht. Paniek gegarandeerd! En paniek is dodelijk. Het water is misschien je grootste vijand, maar de lucht is paradoxaal genoeg de tweede grootste. Luchtklokken tussen sifons bevatten vaak héél slechte lucht. De CO2 accumuleert er en het zuurstofgehalte daalt tot dodelijke waarden. In maart 2022, tijdens de explo’s op het massief van Les Croisiers (Vesdre), kwamen Cascadeduikers Stijn Schaballie en Randy Verlinde in een luchtklok terecht met minder dan 5% zuurstof. Als je daar 2 keer in ademt, bezwijm je ter plekke.

In Yorkshire gebeurde in 1976 een tragisch ongeval waarbij van de 6 speleo’s er 3 stierven. Dat staat gerelateerd op pagina 82 in het prachtige boek van Martyn Farr “The Darkness Beckons” 

https://issuu.com/naf4d/docs/the_darkness_beckons_inside

Langstroth Pot was een bekende doorsteek, een bijna ludieke zaak waarin na wat putten, enkele korte sifons vrij moesten worden gedoken. De eerste dook erdoor, kwam in de luchtklok, dook de volgende sifon en klaar. De tweede volgde, belandde in de luchtklok, ademde enkele keren voor de volgende duik en bezweek ter plaatse. De derde, denkende “hij is erdoor” volgde ook en stierf ook onmiddellijk in de luchtklok. De vierde volgde en stierf idem ditto. Nummer 5 en 6 overleefden het en moesten gered worden, aangezien ze hun touwen hadden doorgetrokken en niet terug konden. Nadien bleek dat een andere ploeg speleo’s kort voordien ook de doorsteek had gedaan. Zij hadden de lucht in de klok verzadigd met CO2....

Maar we moeten het niet verder gaan zoeken dan… Trou Wuinant, waar in 1971 de 20-jarige Dirk Van de Wee, probeerde om de sifonnerende zone vrij duikend te passeren. Hij overleefde het niet. 

Moraal van het verhaal: wat we in de Wuinant deden was niet zo verstandig en is niet voor herhaling vatbaar. Zolang de eerste voûte-mouillante (“duck”) openstaat, kan er lucht circuleren doorheen heel de sifonnerende zone, tot aan de immense volumes van de Réseau du Flair. Dan zou in principe de luchtkwaliteit redelijk goed moeten zijn. Als deze passage echter volledig dichtstaat, dan bestaat het vervolg uit deels sifonnerende passages met luchtklokken tussen. En dan is het koffiedik kijken…


woensdag 11 mei 2022

Anticlimax in de Wuinant

Zaterdag 7 mei 2022 : Vandaag zouden we de allereerste integrale traversee Wuinant-Haminte doen. De (vele) afspraken waren gemaakt, de (strikte) timing was door Patrice opgesteld, het restaurant om onze prestatie te gaan vieren, was gereserveerd.  Het weer was al wekenlang goed (droog dus), er stroomde amper water in de Magne, en om niets aan het toeval over te laten, was Jack met een vriend afgelopen dinsdag de Wuinant afgedaald via de P40, om te checken of de voûte-mouillantes en de korte duikpassages passeerbaar waren, want sedert de megacrue van juli 2021 waren we daar niet meer doorheen geweest. Resultaat van deze inspectie (tot voorbij de S2 zelfs): alles was OK, er stroomde geen water beneden de putten, groen licht. Dat kon niet mislukken!

Maar is er niet ergens een spreekwoord over het vel van de beer verkopen? 


Iedereen arriveerde op het afgesproken uur (14 u) in Olne, aan de kant van de Haminte dus. We waren met tien, dus dat zou grote ambiance worden daar beneden: Patrice, Frits, Charlotte, Bobo, Kjel, Jonathan, Jack, Annette, Erik en Paul. Neopreenpakken aan en dan nog bijna 1,5 km doorheen de weiden, in de hete zon, naar de Wuinant. Dan besef je pas wat voor een doorsteek dit is: de tweede langste van het land, na de grot van Han-sur-Lesse uiteraard. Een traject van 1450 m ondergronds! 



Aan de ingang van de Wuinant trokken we onze uitrusting aan, nog wat laatste grappen (de ambiance was er al) en weg waren wij. Ik ging als eerste de putten af. Bijna beneden meende ik even om voor de grap: “het sifonneert” omhoog te roepen, maar dat zou toch niemand geloven. Vijf meter lager, einde touw, ik maakte mijn afdaler los, keek even rond en viel dan bijna omver van verbazing: water! Jawel, de gang die dinsdag nog kurkdroog was, stond tot bijna het dak vol water. Ik riep dus omhoog: “het zit dicht, het passeert niet!” en zoals verwacht, dacht iedereen dat ik een grapje uithaalde. Dat kon toch niet? 


Maar toch wel dus. Ik had toch mijn neopreen aan en ging even op verkenning, 40 meter bijna verdronken galerij, met twee lage passages (10 cm lucht) tot aan de plaats waar normaliter het water pas begint. Vanaf hier zou het vandaag allicht over wel 50 m afstand sifonneren, dus verder gaan ging toch niet. Terug omhoog dus, puf puf puf ! Buiten trof ik heel de bende met heel sip gezicht aan. Daar ging onze doorsteek! Wat een anticlimax!

Om de dag te redden splitsten we in drie groepen:

- Jack, Charlotte, Bobo en Jonathan gingen toch de P40 af (Jonathan had die nooit gedaan). Ze deden daar beneden ook de 40 m “bijna verdronken” galerij zodat Charlotte toch ook al eens een “voûte-mouillante” kon doen. Al bij al een leuk stukje grot. 




- Frits en Kjel gingen eerst aan de resurgentie kijken en dan de bedding van de Magne inspecteren. De resurgentie stroomde, en ze konden het niveau ervan verlagen (wat zelfs de ploeg in de Wuinant opmerkte). En stroomopwaarts in de bedding vonden ze een flinke perte, waarin heel de Magne verdween. Deze situeerde zich boven de Affluent du Léopard. Maar die moet heel recent (tussen woensdag en vrijdag) zijn ontstaan! Dat gat moet dus wel worden dichtgemaakt... In ieder geval is er weer aangetoond (dit is al de tweede maal) dat een kleine perte buiten volstaat om de voute-mouillantes te doen vollopen. Het blijft tricky en onvoorspelbaar.

- Patrice nodigde Annette, Erik en Paul uit voor een bezoek aan de nabij gelegen Chantoir Faweu-Mika. Ons niet onbekend, we hebben daar lang geleden enkele malen aan gewerkt. Maar gauw opgegeven want een echt riool waarin de drollen ronddrijven. De GRSC gaf er niet op, begon 15 m verder in een "proper" gat te werken en heeft daar nu een grot van -100 m geëxploreerd (-75 en 25 m al duikend). Enfin Patrice had wel wat overredingskracht nodig, want Annette en ik hadden geen droog onderpak bij (enkel een intussen natte neopreen); het was al tegen 16 u en intussen was het flink aan het regenen. Maar kom, wie niet waagt die niet wint. Wij dus mee naar daar.
Afdaling in een éboulis tot zowat -50, dan komt men in ruimere gangen en kers op de taart is een prachtige dalende drukgang die finaal op de sifon eindigt. Tochtje van 2 uur, en toen we buitenkwamen bleek er een kletterend onweer te zijn gevallen. Bedankt Patrice om ons deze mooie, sportieve grot te tonen!

Daarna met heel de bende naar het café-restaurant “Le Montagnard” waar we tegen 19:30 hadden gereserveerd.  Heel leuke avond onder vrienden, met (teveel) lekker eten – vooral de “chocolademoelleux” . En het werd best laat voor een dagje speleo. Kortom, al bij al een dag die ik niet had willen missen. En die doorsteek, die komt er zeker nog eens van...


Paul De Bie  (foto's: Jack, Charlotte & Paul)


donderdag 5 mei 2022

Fagnoules na de megacrue van juli 2021

Wat voorafging

Uiteraard, de crue van het millenium die van 14 tot 17 juli 2021 heel Wallonië blank zette, wegens een "waterbom" met een onwaarschijnlijke hoeveelheid regen (tot 270 liter/m² in het oosten van het land).
Drie dagen na deze "crue", op 19 juli, zijn Annette en ik de zaak langs buiten gaan bekijken. Het was duidelijk dat alle weilanden het water naar de doline hadden afgevoerd en dat een woeste rivier daar heel veel schade had aangericht. De ingang was totaal verstopt. Amper 10 dagen later was die alweer opengemaakt door een moedig trio: https://scavalon.blogspot.com/2021/08/fagnoules-de-zoektocht-naar-de-poort.html

In november 2021 zijn we in de grot al eens de schade gaan opnemen. Toen zagen we al een waterlijn, 2 m hoog in de eerste grote zaal van de grot: een heel slecht teken!

Crueniveau in Salle des Arcs

We zijn toen gestrand aan de sifon 2 (Exterminé), die opnieuw sifonneerde. Niet vergeten dat we destijds (2004) achter deze 13 m lange sifon over wel 40 m afstand een diepe gracht hebben gegraven, waardoor het waterniveau ervan veel lager is komen te staan. Hoogstwaarschijnlijk was er nu in die gracht voorbij de sifon een groot pakket sediment en keien gespoeld. Niet de eerste keer;  7 jaar geleden hadden we die gracht ook al eens opnieuw moeten uitgraven...met 11 man! Dat relaas staat hier  https://scavalon.blogspot.com/2015/06/grote-manoeuvres-in-de-fagnoules_16.html

Hoe dan ook, we moesten die sifon weer voorbij geraken. Erachter zit nog 2,5 km grot!

Zondag 1 mei 2022, dag van de arbeid! 

En dus trokken we naar de Fagnoules: Erik, Toon, Len, Paul VI, Annemie, Dagobert, Annette en Paul.  

Het was nu 6 maanden later, het had wekenlang niet geregend. Het debiet van de ondergrondse rivier zou laag moeten zijn. Maar of dit genoeg was om weer luchtruimte in de sifon te hebben?

Eerste probleem was alweer de ingang. Een spar van wel 40 m lang was omgevallen en lag over de doline, tot in de weide. Er waren takken omlaag gevallen en die versperden de ingang maar gelukkig had de houten constructie die we daar 6 jaar geleden maakten, alles tegengehouden. Een kwartier later waren de takken opgeruimd. 


We maken de ingang weer vrij (foto's PVI)

Aan de Sifon 2 gekomen dook ik in het sop, het zag er goed uit, ik zat zo 5 meter verder. Dan nog 15 cm lucht, dan 10 cm … 5 cm en dan nog hooguit een vingertje lucht. De minste beweging deed het water de passage afsluiten. Ik wist dat het niet meer ver was, maar er was een reële kans om onder water op een obstakel te stuiten (een berg keien bv) en dus leek het niet verantwoord om door te gaan. Enkele anderen kwamen ook eens kijken, het oordeel was unaniem: te gevaarlijk. 


We beraadslaagden. We konden naar de Chantoir de Buc gaan, de stroomafwaartse ingang en vanaf daar de ondergrondse rivier remonteren tot aan deze S2. Maar de Buc was ook ingestort door die megacrue en daar moet dus eerst flink aan gewerkt worden, bovendien was het best mogelijk dat we op het meer dan 500 m lange traject nog andere obstakels zouden tegenkomen. En dus kwam het idee om, zoals in de goede oude tijd, de rivier tijdelijk af te dammen, om zo het debiet in de Sifon 2 tijdelijk te verminderen waardoor er hopelijk wat meer lucht zou vrijkomen. Net lang genoeg om erdoor te floepen...

19 jaar geleden maakte ik met wat houten balkjes een eenvoudig dammetje, bijna 100 m voor de sifon. Daarmee begon toen heel het avontuur van pompen, slangen leggen en de sifon elimineren. Ongelooflijk maar dat dammetje is nog steeds intact (doch wel bijna rot).

Het maken van het dammetje in december 2003 

Paul & Paul dus naar daar, om de buis in die dam even dicht te maken. Bleek dat we het water liefst 10 minuten konden tegenhouden vooraleer hij overliep. Weer aan de Sifon 2 gekomen, bleek dat het water daar na enkele minuten inderdaad 5 cm was gezakt en dat Erik er al eens was door gefloept! Hoera!

We herhaalden heel het maneuver en dit keer gingen ze er met 4 door: Erik, Toon, Len en Dagobert. De 10 minuten bleken net te volstaan.

Het viertal begon aan de andere kant zand en grind weg te graven en na een half uurtje was het water in de sifon duidelijk gezakt waardoor iedereen kon volgen. Met zijn achten hebben we dan nog een dik half uur gegraven. Maar het probleem is daar dat je al dat weggegraven zand enkel maar op de steile oevers kan gooien. Bij de eerstvolgende crue valt dat allemaal weer omlaag. Die gracht moet nog dieper worden gemaakt en vooral: alle materiaal moet veel verder worden gedeponeerd. Een operatie waarvoor je best met een man of 12 bent (we hebben het nog eens gedaan).

Daarna trokken we op verkenning. We hadden de indruk een première te doen, alle vloeren waren overdekt met 3 cm maagdelijke modder, geen voetstap meer te zien. Natte modder wel dus van zodra we erdoor liepen, was het al één papboel. In de Galerie Obscure, de grote fossiele galerij, waren vele balisagepaaltjes weggespoeld. Bijna 3 m hoger zagen we een duidelijke aftekening van de hoogwaterlijn. Dat betekende dat de grot praktisch heeft volgestaan, wel 25 m boven de Sifon 8 (maar opgelet: dat is niet het laagste punt van de grot, dat is nog 13 m lager!)

Iets wat ik mij nooit had kunnen voorstellen gezien het volume van de galerijen en de uitgestrektheid van de grot. Gelukkig zijn er niet veel concreties op het traject, maar degene die er wel waren, zagen nu bruin.

historische foto, deze witte concreties zijn nu overdekt met modder (Galerie Obscure)

De Sifon Moche dan, die passeerde als vanzelf. En ook de Sifon 6 nog steeds maar die was wel meer opgevuld. Dat hadden we eigenlijk niet durven hopen!  De dekzeilen die daar de vloer hadden beschermd, die hebben we teruggevonden aan de Sifon 8…

De ploeg splitste hier op, Dago wilde naar buiten en Paul en Annemie escorteerden hem. Annette, Erik en ik wilden de Oufti-Amai nog bekijken en Toon en Len hadden dat nog niet gezien dus die gingen mee (later bleek dat wij hen amper 3 jaar geleden al dit moois al hadden getoond, maar jonge hersenen zijn blijkbaar vergeetachtiger dan oude).
Ook hier, alles overdekt met een laagje modder. We beklommen de Montée impossible, die eindeloze helling. Tot daarboven kon toch nooit water hebben gestaan? En toch jawel! De Sifon 9 waarop heel deze tak van de grot eindigt zit…. 38 m lager. Van een crue gesproken!

Gelukkig bleek in de mooi geconcretioneerde Galerie Obscure, en in de Galerie Océade met die bassins, amper modderafzetting zichtbaar. Beneden, aan de pseudosifon daarentegen, was het grote modderellende en we zijn dan ook niet verder gegaan. Wat de situatie in de Réseau de l’Echo (met de mooie Salle du Mont Blanc) is, weten we nog niet. We zijn evenmin richting Chantoir de Buc gegaan, mogelijk zijn er daar ook problemen te verwachten.

Salle du Mont Blanc zoals we ze ons herinneren. Ze heeft nu volledig onder water gestaan. Dus mogelijk is de Mont Blanc nu de Mont Brun ! 

Terug naar buiten, onderweg nog even met Erik een zijgang gaan bekijken waar we destijds flink hadden gegraven. Blijft interessant maar moeilijk en dus hebben we de twee graafbakken die daar lagen mee naar buiten genomen.

Balans: onze mooie Chantoir des Fagnoules is niet meer hetzelfde. Het was vroeger hier en daar al een modderbak, nu is het dat overal. Het is gelukkig geen erg geconcretioneerde grot en dus is van die kant weinig schade te melden. Als de modderlaag nu nog wat wil opdrogen, zal het er allemaal wel redelijk meevallen. 

Te doen

Er wacht ons nu heel wat werk:

- De gracht achter de Sifon 2 uitdiepen en het dak van de sifon nog wat ophogen

- Een nieuwe dam maken nu het nog kan, voor de houten dam helemaal is weggerot. Want die dam bewijst nog steeds diensten.

- Een zeer gevaarlijk hangend blok net voor de Salle des Arcs onderstutten.

- De houten ingangsconstructie heeft evenmin een eeuwig leven en is niet sterk genoeg. Moet veel beter gemaakt worden.

- De omgevallen spar weghalen.

- Chantoir de Buc weer vrijmaken en een betere afwatering van het beekje voorzien

We zullen nog zien hoe we dat aanpakken, maar het zou liefst voor de winter gebeuren zolang er niet teveel water is.

Over water gesproken…

Ik heb wat liggen cijferen over hoe deze grote grot in juli 2021 bijna volledig kon vollopen. Maar ook: waarom is ze niet overgelopen? Uiteraard is dat allemaal maar wat amusant en héél benaderend giswerk! 

De blauwe lijn geeft aan hoe hoog de grot is volgelopen. In het beginstuk heeft het water nog veel hoger gestaan (wegens enkele nauwere doorgangen allicht)

Heel de gekende grot heeft een volume van +/- 13.000 m³ (tamelijk precies gekend volgens topogegevens) en is voor 80% volgelopen, 10.400 m³ water dus. Eén Olympisch zwembad van 50 x 25 x 2 m is 2500 m³ water, dus een stuk of 4 zwembaden volstaan om de grot te vullen. Dan was de vraag: was er inderdaad zoveel water gevallen? Of misschien wel meer? 

De ondergrondse rivier heeft een debiet van 10 liter per seconde bij droog weer. Bij extreme crues wel 50 l/s (toen zijn we de Siphon Exterminé nog doorgeraakt!) tot misschien wel 100 l/s. Bij zo’n debiet was er een opstuwing van enkele meters hoogte zichtbaar voor enkele “flessenhalzen” van de grot zoals de Sifon 2, Moche of  S6, S7 en S8. Sommige ervan hebben een sectie van amper 0,5 vierkante meter. Maar één ding is zeker: 100 l/s kan perfect afgevoerd worden. Er moet dus in juli 2021 een veel hoger debiet zijn geweest.

Een crue van minimaal 50 l/s in 2007. We zijn toen zelfs nog door de S2 gekropen!

De doline ligt in een "cuvette" van weilanden van minstens 0,6 km² oppervlakte. Het regenwater dat daarop valt gaat, eens de grond verzadigd is, allemaal naar de grot. De ondergrondse rivier zelf komt van veel verder  maar het is niet in te schatten hoeveel het debiet daarvan toeneemt bij crue.

Rekening houdende met de oppervlakte van het drainagegebied, met de gemiddelde neerslag (140 l/m²) die in deze regio in 72 u is gevallen en nog wat gokwerk, kom ik op een mogelijk gemiddeld debiet van 400 l/s. Dat is zowat 100.000 m³ water op 3 dagen. Waarom is de grot dan eigenlijk niet geheel volgelopen of zelfs overgelopen? Want er is immers 8x zoveel water ingestroomd als haar totale inhoud.  

We hebben al eerder gezien dat het water vanaf  een debiet van 100 l/s voor sommige nauwere doorgangen begint op te stuwen. Het extra water (400-100 = 300 l/s) zou dan zijn beginnen stijgen voor die passages en in feite zou de grot dan binnen de 10 uur  reeds "vol" zijn geweest...

Dat dit niet is gebeurd, heeft diverse verklaringen.

Het debiet dat die nauwe passages kunnen doorlaten, hangt onder meer af van de druk van de waterkolom. Hoe hoger het water opstuwt, hoe meer druk op de uitstroomopeningen. En in ons geval, is er een stijging geweest van 20 meter of meer, dat is een overdruk van liefst 2 bar. Ik laat het aan de ingenieurs over om uit te rekenen hoeveel debiet er dan door bv. de Siphon Moche is geperst (sectie hooguit 0,75 m²)  maar ik gok op minstens 250 à 300 l/s.

Verder is het debiet van het aangevoerde water niet gelijkmatig die 400 l/s over de 3 dagen geweest. Zo’n crues kennen altijd een snelle opbouw naar een piek en dan een langzame daling. De grafiek met het debiet van de rivier de Bocq in Spontin, op amper 5 km van daar, geeft dat duidelijk aan.

Debiet van de Bocq gedurende de 3 regendagen, met een piek van 22 m³/s

Dus er kan best een piek zijn geweest van bv. 2000 l/s die de grot enkele uren lang heeft gevuld maar die dan is teruggevallen naar een veel lager gemiddelde...  

En vooral is er een totaal onbekende factor: “hoeveel grot zit er nog achter de eindsifon”. Want we vergelijken nu het volume aan regen (100.000 m³) met het volume van de gekende grot. De resurgentie ligt liefst 3000 m verder en 83 m lager dan de eindsifon. Dat is potentieel nog héél veel grot. Tien keer zoveel als we nu kennen. En dat is allicht ook deels of volledig volgelopen en daar was tijd en héél veel water voor nodig. Anders gezegd: het grootste deel van alle gevallen regen, is mogelijk gewoon verdwenen in een nog te ontdekken grot. Dromen staat vrij...

Paul De Bie

dinsdag 15 februari 2022

Klimmen in de Wuinant – deel 2

Het relaas van de eerste poging staat nog steeds hier: https://scavalon.blogspot.com/2021/12/klimmen-in-de-wuinant.html en daarin zegde ik al: we zullen terugkomen met beter materiaal en een betere klimmer. En dat deden we dus.

De menselijke gekko genaamd Frits

De klim zou geprobeerd worden door Frits (die we wel eerst ruim voordien uit zijn winterslaap waren gaan wekken). En de inzet was groot, want hij had beloofd om al zijn speleomateriaal weg te geven, wanneer hij niet boven geraakte!

Om 10 u stipt stond een stevige ploeg gereed. Oude rotten in het vak Jack London (C7), Annette Van Houtte en Paul De Bie (AVALON), aangevuld met de “machine” Frits van der Werff (GRSC) en het wat jonger geweld Jonathan Demaret (SCAN). De kitzakken werden ingepakt en we eindigden met 5 flinke kits. Logisch want elk van ons moest heel zijn persoonlijke uitrusting in een kitzak vervoeren. De Haminte is te smal en lastig met een klimgordel, en bovendien wilden we dat materiaal zo proper mogelijk houden. Gelukkig lagen de touwen en vooral de (zware) hamer al ter plaatse.

De Haminte bleek natter dan verwacht en aan de finale haakse bocht gekomen waar men in de Wuinant uitkomt, bleek daar over 2 m lengte wel 30 cm water te staan! Dat was ook weer de eerste keer hier. Aie aie wij wilden echt nog geen nat pak nu! Ik geraakte er met moeite min of meer droog voorbij en begon aan de andere kant een grachtje te graven. Maar het werd gauw duidelijk dat dit grachtje minstens 10 m lang zou moeten zijn. En dus volgden de anderen ook zo goed en kwaad als het kon. We werkten vervolgens een half uur aan de gracht maar het lukte niet om voldoende niveauverschil te creëren om het water af te voeren. Dat probleem zullen we later echt moeten aanpakken.

Dan op weg doorheen de imponerende galerij. We zijn er nu al 20 keer geweest en toch zijn we telkens weer verbluft over de afmetingen ervan en vooral het schitterende ondergrondse landschap. Zeker wanneer de grot zoals nu nat is (afgelopen nacht was er een lichte crue geweest) en alle bassins vol water staan, is het gewoon een sprookje.

Wat een mens al niet nodig heeft om te gaan klimmen!

Aan de klim gekomen, begonnen we met het materiaal uit te sorteren. Frits trok zijn modderig pak uit en zijn klimuitrusting aan. Intussen ging Jonathan de laarzen van “monsieur le gekko” proper schrobben in de rivier. Niet eenvoudig om vanuit een wereld van modder naar een sneeuwwit toverlandschap toe te klimmen. Maar we waren op zijn minst verplicht ons best te doen om de boel zo netjes mogelijk te houden! 

Frits (al in zuivere kledij) krijgt zijn schoongemaakte laarzen aangereikt

Jack zou zekeren, en de andere 3 zouden intussen rondlummelen, foto’s nemen, commentaar leveren en genieten van het spektakel. Het doel was dus een schouw die zich midden in het plafond opende, en wetende dat de galerij hier minstens 15 m breed is en 10 meter hoog, beloofde het een mooie show te worden.

Jack zekerde 2uur lang de klimmer

Ik had vorige keer een zestal spitplaten laten zitten, dus Frits geraakte vlot de eerste 2 meter van het zeer sterk hellend dak voorbij. Het vervolg was een 2 uur durende worsteling tegen de zwaartekracht. Maar Frits heeft veel meer kracht, souplesse en vooral armlengte dan mij, dus niemand die aan de goede afloop twijfelde. Eens hij het schuine dak voorbij was en de verticale wand bereikte, ging het vlot. Dan bereikte hij de zeer geconcretioneerde rand van de schouw, en kon hij al lassowerpend rond stalagmieten, snel hoogte winnen.

De omgeving is zondermeer somptueus te noemen

Hij bereikte finaal een platform, zowat 15 m boven de rivier, waar een oude spit bevestigde: hier waren de “cowboys” Luc en Roland 35 jaar geleden dus ook geraakt. Maar dan al lassowerpend van helemaal beneden! Je moet het maar doen!

Frits hing nu een speleotouw correct uit, perfect vrijhangend tot in de rivier. Zo konden wij beneden onze modderlaarzen schoonmaken, en dadelijk het touw beklimmen. Want de grootste moeilijkheid van heel de klim is de intense en sneeuwwitte concretionering. Ondanks al onze voorzorgen lieten we toch enkele vuile voeten achter, Moeder Natuur maakt het ons soms erg moeilijk...

We klimmen Frits achterna vanuit de rivier

Het eerste platform op ongeveer 15 m hoogte

Op het platform was het verbazend ruim, wel 10 m breed en alles supergeconcretioneerd. Het evidentste vervolg was een zeer steile helling, volledig met calciet bedekt, die wel 20 m schuin omhoog liep. Ik kreeg de eer deze uit te klimmen. Intussen was Jonathan begonnen aan het desequiperen van alle ankerpunten op de klimroute van Frits, gezekerd door Jack, terwijl Frits op zijn beurt mij zekerde.

Paul beklimt de 18 m lange schuine helling

 Ik klom voorzichtig omhoog, het was erg glad. Een eventuele val/schuiver zou eindigen in het 15 m diepe gat onder mij! 5 m verder vond ik wat grip zodat ik daar even een tussenzekering kon boren. Nog 10 m en twee ankerpunten verder stond ik oog in oog met een spectaculair geoxideerde musketon, die als een bloem geëxplodeerd was. Hierop hadden onze voorgangers destijds hun touw gehangen. De musketon was gebroken waardoor het touw waarschijnlijk enkele jaren geleden spontaan omlaag is gevallen.

Wat er na 36 jaar overblijft van een musketon

Ik boorde twee ankerpunten bij, zodat de rest van de ploeg kon volgen.

Zicht van boven op het hellend vlak naar het platform van +15

De gang liep nog steeds schuin omhoog, maar een dikke opvulling van zand en blokken, alles goed overgoten met dik calciet, belette elke doorgang na een meter of 8. Het heeft er alle schijn van dat deze grote galerij van bovenaf is volgeschoven met sediment. Kortom, erboven zit er iets. Maar onmogelijk te bereiken. Jammer! 

Jammer maar de - nochtans ruime - gang zit hogerop potdicht

Terwijl Annette en ik de topo maakten, probeerde Jack nog een ander gat te bereiken. Maar daarvoor moest ook geklommen en gezekerd worden. Dat was niet meer voor vandaag. Aangezien er nog enkele andere mogelijkheden waren, besloten we het touw te laten hangen. We keken nog eens rond en genoten van het spectaculaire uitzicht hierboven. 

Zicht omlaag vanaf +15. Aan de overkant met de concreties moeten we volgende keer zien te geraken!

Terug omlaag dus, alles inpakken, en wegwezen. Er zijn nog zeker 4 andere klimmen te doen, dus we gaan hier gauw terug staan. Om stipt 18 u trokken we de poort van de Haminte achter ons dicht.

Al bij al, niet ontevreden. Ook al loopt het niet direct verder, de klim en vooral de ruimte daarboven zijn danig spectaculair. Zoals vrijwel alles in de Wuinant, “on-Belgisch”.

De topo wees uit dat we 28 m waren gestegen. Niet slecht, maar er is zoveel meer potentieel. De oppervlakte zit nog minstens 55-60 m hoger. Niet vergeten dat de Réseau du Flair, die we twee jaar geleden vonden daar, tot +58 m stijgt!  

De oorsprong van deze “Grande Cheminée”, is voor mij nog niet direct duidelijk. Eminente geologen (Yves Quinif)  stelden dat de klassieke put van de Wuinant (P40), mogelijk een oude Vauclusiaanse resurgentie is, die +/- 350000 jaar geleden functioneerde toen de valleibodem van de Magne zich nog 40 m hoger bevond.

Hypothese van Y. Quinif

In het licht van de recentere ontdekkingen, en dan vooral de bijna verticale Réseau du Flair, die veel groter is en ook nog hoger stijgt dan de P40, is deze hypothese misschien aan een herziening toe.

Oh ja, tot slot nog melden dat we (opnieuw) een kleine kleurproef hebben gedaan in het riviertje van de Haminte, om opnieuw vast te stellen dat we de fluo nergens in de Wuinant zien verschijnen.

Korte video van al het klimwerk: https://youtu.be/9IWSFGUjyrg


donderdag 3 februari 2022

Mazy, de laatste groeve van zwart marmer

Zaterdag 29 januari 2022; een dag waar we al lang naar uitkeken want vandaag konden we mee met Plecotus op vleermuistelling in de enige nog actieve ondergrondse steengroeve van zwart marmer van het land: Mazy!

Afspraak om 10 u aan de gebouwen van de Sociéte Merbes-Sprimont in Mazy-Golzinnes. We (= Annette, Paul en Jack) werden begeleid door Jonathan Demaret, die de zaak hier op zijn broekzak kende, want hij had er enkele jaren gewerkt! Ter plaatse ontmoetten we ook nog een viertal andere leden van Plecotus. Dat was geruststellend: het speuren naar vleermuizen zouden we vooral aan hen overlaten. Jack en ik gingen eerder op fotosafari!

Onze gids Jonathan maakt de poort van het paradijs open.

Het zwarte marmer van Mazy is wereldberoemd en wordt als sinds eeuwen overal ter wereld gebruikt, in de meest prestigieuze gebouwen (voor schouwen of vloeren), voor beeldhouwwerken, graftombes enz. Het is geen echt marmer in de geologische betekenis. Het is een zeer zuivere, diepzwarte kalksteen uit het Devoon, met een uiterst fijne kristallijne structuur die toelaat het tot hoogglans te polijsten. De beste kwaliteiten bevatten geen spikkeltje of adertje wit!

In Mazy werd het marmer in het begin (rond 1850) in openluchtgroeves gewonnen, want de marmerbanken liggen schuin en kwamen dus hier en daar aan de oppervlakte. Wegens de afhelling van de lagen (-17°) was men gauw verplicht om ondergronds verder te werken en zo ontstond een kleine ondergrondse groeve: de “Carrière d’Agasse”. Aangrenzend (op slechts enkele tientallen meters ervan) ontstond een tweede groeve: de “Carrière de la Vicomtesse”. Het extraheren van de blokken was evenwel lastig, en hoe verder men groef hoe dieper het werd wegens de constante afhelling van de lagen.

De huidige ingang (Agasse) was vroeger een openluchtgroeve

Het was pas in 1930 dat men besloot om enkele honderden meters er vandaan een schacht te maken waarmee ineens de diepere lagen konden worden bereikt. Een put van 60 m diep en 4 m diameter werd vanaf dan de enige toegang. 

Zicht omhoog in de 60 m diepe schacht

Onderaan deze put werd de groeve ondergronds uitgehouwen in verschillende richtingen. De “steenkoolmijnmethode” dus. Aldus is het grootste deel van de huidige ondergrondse groeve ontstaan.

De lift boven de 60 m diepe put (foto: Internet)

Echter, het was nog steeds niet mogelijk om met grote machines te werken want alles moest via die smalle liftkoker worden neergelaten (waarlangs dus ook alle gewonnen marmerblokken werden opgetakeld). Maar intussen had een deel van de ondergrondse groeve bijna de originele “Carrière d’Agasse” bereikt en in 1999 werd de verbinding gemaakt.

Kaart van de groeve. In het rood het stuk dat momenteel in exploitatie is.

Er was nu een grote ingang langs waar men met grote machines kon binnenrijden: een vorklift om de blokken te vervoeren, grote zaagmachines of compressors enz. De liftschacht zou vanaf dan nog slechts sporadisch gebruikt worden en ook de exploitatietechnieken veranderden drastisch.

Men ziet de 5 marmerbanken die men ontgint, evenals de donkere, dunne laagvoegen

De marmerlaag is ongeveer 10 m dik en bestaat uit vrij dunne banken (30 à 50 cm dik) die door fijne laagvoegen van elkaar gescheiden worden. Deze zijn goed zichtbaar en vormen een breukvlak dat de dikte van de ontgonnen blokken limiteert. In Mazy ontgint men de 5 beste banken (qua kwaliteit) die alles samen om en bij de 2 m dikte vertegenwoordigen. Maar er net boven zit een 140 cm dikke laag van onbruikbare, brokkelige kalksteen. Deze laag wordt als eerste verwijderd. Dat gebeurde met zwart kruit tot in 2017, daarna machinaal. Vanaf dan werden er in de groeve geen explosieven meer gebruikt wat veel veiliger was, minder gecompliceerd en beter voor de vleermuizen!

Boven de grijze marmerlagen ziet men de 1m40 dikke laag van bruinere, onbruikbare kalksteen

Eens die slechte laag verwijderd was over een zekere diepte en breedte (pakweg enkele meters per keer!), bekwam men dus een lage ruimte waarvan de vloer uit de bovenste goede marmerbank bestond. Vervolgens boorde men (ongetwijfeld met op perslucht aangedreven boormachines) een hele serie gaten netjes op een lijn. Een zwaar werk, dat heel tijdrovend was en luidruchtig. Vervolgens sloeg men hier en daar wiggen met de voorhamer erin en aldus kon men een blok losbreken. Eens de bovenste bank weg was, verwijderde men op dezelfde wijze de vier banken eronder. Men had nu een ruimte van pakweg 350 cm hoog gecreëerd…de hoogte die men bijna overal in de groeve ziet. Vervolgens schoof men op en herhaalde men alles. Om te vermijden dat het plafond omlaag kwam, liet men op regelmatige afstanden flinke pilaren staan (pakweg 3 x 3 m basis). Het grootste deel van de groeve is op deze wijze gemaakt en men ziet de karakteristieke pilaren met de rijen boorgaten overal.

Vandaag de dag gebruikt men enorme zaagmachines in combinatie met de gediamanteerde snijkabel.

De "haveuse"

De zaagmachine of “haveuse” lijkt op een buitenmaatse kettingzaag maar dan met tanden van keihard wolframcarbide. De onbruikbare laag boven de goede marmerbanken, zaagt men nu ook gewoon mee weg. Eerst zaagt men links en rechts van het te verwijderen stuk, verticale sleuven over de volledige diepte van het zaagblad (zowat 1,5 meter). Onderaan zaagt men horizontaal, en bovenaan ook, vlak onder het plafond, over heel de breedte. Het enorme blok hangt nu nog enkel met zijn achterzijde vast. 

Het vooraf in een tiental partjes verzaagd blok wordt met een diamantkabel achteraan losgezaagd

Men kan vervolgens een lange staalkabel (met op regelmatige afstanden verdikkingen met diamantstukjes) helemaal rondom het blok leggen, zo diep mogelijk. Met een simpel systeem van haakse katrollen wordt deze kabel rondgedraaid door een aandrijfmotor. Deze staat op een slede die voortdurend opschuift en zo de kabel constant op de juiste spanning houdt. Water koelt de zaak voortdurend af. Men zaagt aldus de achterkant van het blok stilaan los. Men kan zo in één keer een blok van wel 6 m breed loszagen.

De diamantkabel wordt langs 4 poelies gelegd en draait voortdurend rond

Opmerking: In de praktijk zal men vooraf eerst met de “haveuse” het enorme blok al in 6 horizontale plakken zagen, en een keer verticaal in het midden. Eens alles achteraan is doorgezaagd met de kabel, heeft men direct een 12-tal aparte hanteerbare blokken (want één groot blok van 6 m breed en 3 m hoog zou een paar honderd ton wegen en dus onmogelijk verplaatsbaar zijn). Na de extractie uit de groeve, worden de blokken buiten "proper" gezaagd, opgemeten en genummerd, in afwachting van een koper.

Buiten liggen honderden tonnen marmer gereed voor verdere verwerking

Uiteraard gaat dit allemaal niet snel. In Mazy wint men op die manier zowat 300 m3 marmer per jaar. Ruwweg 300 marmerblokken, of eentje per dag. Elke blok brengt zowat 10000 à 15000 € op. Lijkt veel maar de exploitatie is zo arbeidsintensief dat het amper rendabel is. Doch enkel al omwille van het prestige, is het belangrijk dat deze ontginning blijft bestaan! En vergeet niet: nergens anders ter wereld kan deze soort marmer worden ontgonnen. 
Swan Coffee table @ 25.200 € (bron: Echo.be)

De huidige groeve is ruwweg 300 m lang op 120 m breed en bestrijkt een oppervlakte van +/- 4000 m². De voorraad aan goed marmer is nog zeer aanzienlijk.

De laagste delen van de groeve zijn ondergelopen

Wie zegt ondergrondse groeve of mijn, zegt water. Inderdaad, dat is hier niet anders. En aangezien de lagen 17° afhellen, bereikt men al over enkele honderden meters afstand een aanzienlijke diepte, in dit geval +/- 60 m. Dat is al onder de grondwatertafel en dus is er een voortdurende insijpeling van water. Er moet dus dag en nacht gepompt worden om de exploitatiezone droog te houden. Dankzij de afhelling van de groeve is dat eerder makkelijk want alle water stroomt naar het laagste punt. Daar pompt men elke dag honderden kubieke meters water weg. Water dat niet geschikt is voor consumptie, want vervuild met zaagstof of andere producten. 

Pompinstallatie van de SWDE

Maar in het (grootste) deel van de groeve, dat al decennia niet meer in exploitatie is, zijn er twee gedeelten die men opzettelijk onder water laat lopen om dan vervolgens dat water als drinkwater weg te pompen. De SWDE (Waalse watermaatschappij) heeft hier een installatie die elk jaar 750 miljoen liter drinkwater oppompt!

Eilandjes van drijvend calciet op het heldere water

Als bezoeker kan men op vele plaatsen kamers zien die deels of helemaal onderwater staan; dat water is glashelder en azuurblauw. In het oude deel van de groeve zijn er door het kalkrijke water veel afzettingen ontstaan. Soms loopt men er wel honderd meter over prachtige vloeren van witte microgours! 

Witte gours

De vloer is volledig bedekt met een dikke laag kalkafzetting.

In het oude gedeelte van de groeve, had men destijds een onaangename verrassing: een geologische breuk liep dwars door de ontginning. De marmerlagen waren er over wel 15 m verticaal verschoven waardoor men zich verplicht zag een heel eind dieper te graven, en een soort tunnel te maken doorheen de slechte lagen, om veel verder weer in de goede marmer te geraken. Hier zijn dus twee verdiepingen in de groeve. Een 15 m hoge ladder laat ons toe om ze allebei te bezoeken. Deze zone is zeer indrukwekkend want de gangen zijn er tot 15 m hoog!

De originele marmerontginning ziet men helemaal boven. De tunnel onderaan komt honderd meter verder weer in de goede lagen terecht.

De terugweg van onze tocht gebeurde langs het centrale deel van de groeve, dat grotendeels is opgevuld met “remblai”: kleiner steenpuin dat onbruikbaar is. Een deel ervan wordt nu buiten gehaald om gebruikt te worden voor wegenbouw e.d. maar vroeger stockeerde men dat vooral in de reeds ontgonnen kamers. Deze werden tot aan het plafond volgestapeld. Veel goedkoper dan het naar buiten halen, maar vooral: aldus werd de schokgolf en geluidsgolf van de dynamitages gedempt en ging die niet doorheen heel de groeve. 

In de opvullingszone leidt een oranje touwtje ons in de juiste richting: de uitgang

Na onze tocht gingen we naar de vlakbij gelegen groeve van Vicomtesse. Deze verlaten groeve is oud en werd volledig manueel uitgehakt. Er is nergens ook maar een boorgat te zien. Men heeft hier volgens een uitzonderlijke en riskante methode gewerkt. Om zo veel mogelijk van de kostbare rots te kunnen winnen, heeft men amper pilaren laten staan. Het plafond werd vooral onderstut met stapels stenen of houten boomstammen (de methode van de "pilliers à bras"). Het merendeel ervan is intussen bezweken onder de immense druk van het plafond. De hele groeve ligt dan ook bezaaid met tonnen zware blokken en platen die omlaag zijn gevallen.

Een stut die het vrijwel begeven heeft

De arbeiders van destijds moeten constant in angst hebben gewerkt. Het spreekt voor zich dat je hier niet te lang en zeker niet eender waar moet rondlopen.

Overal liggen enorme platen die van het plafond zijn gevallen

Ook in deze groeve zijn de laagste kamers onder water gelopen. Merkwaardig genoeg is dit mooi groen, terwijl het in de Carrière d’Agasse azuurblauw is!
Ook hier is een groot deel van het plafond omlaag gevallen

En de vleermuizen: wel, in beide groeven samen telden werd er zowat 200. Het merendeels heel goed verborgen in spleetjes of zelf diep in de boorgaten. Het vereist een kennersoog om ze te vinden, en te identificeren.

Terug naar buiten...

 Opmerking: beide groeves bevinden zich op het privéterrein van de Société Merbes-Sprimont, en mogen niet zonder toestemming worden bezocht.

Wat documentatie over de ontginning en het gebruik van het zwarte marmer:

Twee video's:
https://www.youtube.com/watch?v=VEamNIhPy2o
https://www.youtube.com/watch?v=p7UHrkRD9mU

Twee oudere teksten van Vincent Duseigne over hoe de exploratie er in 2002 aan toeging:
http://tchorski.morkitu.org/3/1597.htm
http://tchorski.morkitu.org/3/1596.htm

Een zeer goede inventaris van zwartmarmergroeven in België, met beschrijving en historiek
https://lirias.kuleuven.be/bitstream/123456789/490218/1/Doper%2B%C2%AE,+Marbre+noir.pdf

En een artikel in MO Magazine (NL/FR). Men spreekt hier over een "mijn" maar dat is fout. Het is feitelijk een (steen)groeve.
https://www.mo.be/reportage/het-laatste-van-de-belgische-marmers
https://www.mo.be/fr/reportage/le-dernier-des-marbres-belges

En dan nog meer informatie hier:
https://docplayer.nl/30517807-Marmer-over-de-ontginning-en-verwerking-van-natuursteen-en-zwart-marmer-de-springstof-methode-het-wiggen-slaan.html