woensdag 20 oktober 2021

Clubweekend in Bertogne oktober 2021

Clubweekend 15-16-17 oktober 2021 

Het allereerste clubweekend zit erop. Niet dat we nooit eerder met de club op weekend zijn gegaan, maar ditmaal was het de bedoeling om heel de club een weekend samen te brengen. Dat is grotendeels gelukt, nooit eerder verbleven we met zoveel (ex-)leden onder één dak.

We kunnen er meer dan tevreden op terugblikken en het zal ons nog lang heugen.  Het weer was gewoon fantastisch, en de gekozen gîte was uitstekend (Le Baty, in Tronle/Bertogne https://www.gite-lebaty.be/?lang=nl). Met een ruime eetzaal, een grote, zeer compleet uitgeruste keuken, een bovenverdieping met een tiental aparte kamers en proper en genoeg sanitair én dat alles voor een werkelijk schappelijke prijs.

De gezellige eetzaal

Maar ook in het beste huis moet je zelf voor de gezelligheid zorgen! Dat was dik in orde, getuige het hartelijk weerziens met al die mensen die we door Covidtoestanden lang niet meer hadden gezien, of met enkele ex-leden die we nog veel langer hadden gemist. Er is dus twee avonden flink doorgezakt tot in de vroege uurtjes. Merci Pierre voor de extra streekbiertjes!

Bijpraten met vrienden van weleer

Vele mensen (24) waren al vrijdagavond aangekomen, soms na een lange rit met veel fileleed. Maar eens aan tafel met de heerlijke pasta à la Dagobert, was dat gauw vergeten. 

Smullen van de pasta

’s Anderendaags was het opstaan niet makkelijk (sommigen hadden echt maar enkele uurtjes geslapen). Na het verorberen van een stevig ontbijt met eitjes en spek, ging dat al wat beter... 

Erik en Frans bakken de eitjes

Tegen 11 u waren vrijwel alle andere deelnemers ook aangekomen en kregen de plannen vorm.

Een flink groep ging grotten in Eprave. Ze deden er de Grotte d’Eprave en geloof het of niet: velen hadden die nooit gedaan. Terwijl Bart zijn kindjes en vrouw inwijdde in wat speleologie echt is, in het eenvoudige stuk van de grot, gingen de anderen naar de “Réseau Hades” waar je mooi kan traverseren boven een meertje met diep water.

De grotters klaar voor de Grotte d'Eprave 

Een andere groep ging een wandeling maken van +/- 15 km. En het moest weer lukken: op amper 500 m van de gîte was er een niet-aangekondigde klopjacht bezig en dus moest er al dadelijk geïmproviseerd én extra gestapt worden.  

De wandelploeg gaat van start

Een viertal hevige mountainbikers waagde zich aan de grote toer van 41 km die Kim had uitgestippeld. 

De toer van 41 km (gîte=vertrek linksonder)

Een pittige trip, met venijnige kuitenbijters en enkele flitsend snelle afdalingen (zo flitsend dat iemand – ik noem geen namen – een keer uit het prikkeldraad moest worden gevist en wat later over de kop ging). Vier uur later kwamen de fietsers weer thuis. Paul & Annette met de tong op de grond, Kim en Mark nog in tiptop conditie.

3/4 van de mountainbikeploeg van zaterdag

Een zekere Pierre ging doorheen de Ourthe waden en kwam ’s avonds nat, vuil, moe maar glunderend binnenvallen. Alsof de tijd 15 jaar had stilgestaan, hij is niks veranderd. Nadien bleek dat ook Annemie zich aan een frisse duik in een meertje had gewaagd. Een echte ijsberin!

De streek bleek schitterend mooi te zijn, met vele vergezichten, heel bosrijk, vele riviertjes. Een paradijs om te mountainbiken of wandelen.

Prachtige streek

Rond 16 -17 u was iedereen terug. Collectief groentjes snijden en de BBQ voorbereiden. Tegen 18 u bood de club een aperitief aan, en dan was het tijd om al die hongerige magen te vullen. Er was eten zat en het moet gezegd: de Grillmeisters Erik en Peter leverden uitstekend werk af: alles was perfect gebraden.

De beste stuurlui staan aan wal!

Die avond werd het weer héél laat, want tja, zet 32 mensen bij elkaar: die hebben heel veel bij te praten. En plannen te smeden voor toekomstige activiteiten en vakanties. Het was in de eetzaal dan ook een rumoer van jewelste. Zet daar dan nog een Wilfried tussen met zijn luide schaterlach, dan weet je het wel.

Zondag dan, ontbijten en dan weer op pad. Een groep ging geocachen, een andere groep ging wandelen (ditmaal een trip van 18 km).

Jonge geocachers met hun vondst: een mysterieus kistje

De mountainbikers (die met 7 waren vandaag) deden het wat rustiger aan vandaag, met een tochtje van 29 km. Al goed want de laatste kilometers waren sommigen aan de bezemwagen toe. Arme Toon kon met zijn geleende fiets niet op zijn kleinste plateau schakelen vooraan, en moest dus zwaar “stoempen” op elke klim.

Klaar voor de strijd: de fietsers zondagochtend

Rond 16 u konden we de deur tevreden achter ons dicht trekken. Het was méér dan goed. Dit gaan we nog doen, dat staat vast. Nu wel eerst effe bekomen.

Bedankt allemaal, voor jullie aanwezigheid, jullie goede humeur en alle vriendschap! Bedankt aan onze ex-leden, en ook aan de mensen die de moeite deden om zelfs maar voor één dag af te komen.

Dank ook aan Kim en Paul VI voor het uitstippelen van de mooie fiets- en wandelroutes en aan iedereen die de handen uit de mouwen stak bij de voorbereiding of tijdens het weekend zelf.

Tenslotte dank aan alle fotografen (Pierre, Dagobert, Paul DB, Paul VI, Mario, Mark, Erik) die voor mooie herinneringen zorgden. Een selectie foto’s kan je via onze Avalon Facebookgroep bekijken of downloaden. 

Deelnemers: Rudi, Veerle, Erik, Peter C, Paul DB, Annette, Kim, Toni, Ellen, Hans, Mats, Krzysztof, Monica, Antony, Hannah, Dagobert, Annemie, Mario, Frank, Bart, Mieke, Berre, Gitte, Wilfried, Paul VI, Peter V, Kris, Jolan, Toon, Pierre, Mark, Kevin, Frans.

Zicht vanuit de gîte op zondagochtend


dinsdag 19 oktober 2021

De Anialarra-expeditie van 2021

 In 2021 organiseerde speleoclub Avalon voor het 25ste opeenvolgende jaar een exploratiekamp op Anialarra (onderdeel van het beroemde Pierre Saint Martin-massief). Zoals gewoonlijk, was deze opgesplitst in twee delen: van 31/7 tot 14/8 en van 12/9 tot 25/9 en kwam het deelnemersveld(je) vanuit Avalon en 3 clubs van het UBS. Uiteraard werkten we onder de vlag en de zegen van ARSIP, de overkoepelende organisatie die al meer dan 50 jaar lang de speleologische activiteiten op het massief coördineert. Het werd alweer een geslaagde editie, met als hoogtepunt de exploratie van een indrukwekkende nieuwe “sima”: los Amigos.

Inleiding

Aangezien het grootste deel van Anialarra in Spanje ligt, in een streng gereglementeerd natuurreservaat (het natuurpark van Larra-Belagua), zijn er toestemmingen nodig (die via ARSIP worden geregeld) en daarmee was dit jaar één en ander misgelopen. Waar juist de administratieve molen in de soep was gedraaid (of omgekeerd), weten we niet maar feit was dat we eigenlijk de toestemming hadden gekregen om aan de exploraties op Budoguia en de BU56 mee te doen. Maar over Anialarra werd niet gesproken. Hoewel er mondeling werd toegezegd dat het in orde was, vreesden we dat er bij een eventuele reddingsactie problemen zouden kunnen ontstaan. We besloten dan ook om geen lange, meerdaagse en geëngageerde tochten in het Systeem te maken (en dan meer bepaald het verder exploreren van de Rivière Tintin en de eventuele verbinding maken met de Gouffre des Partages). We hadden sowieso werk genoeg met het verder zetten van de exploratie van enkele beloftevolle gaten die we in 2020 hadden gevonden, en met het zoeken naar een ingang die ons een directe toegang tot de Rivière Tintin zou kunnen verschaffen (waardoor er zelfs helemaal geen meerdaagse tochten meer nodig zouden zijn !). Dit laatste objectief houdt ons intussen al wel een jaar of 12 bezig en ondanks alle inspanningen, zijn we er nog steeds nergens dieper dan pakweg -200 m geraakt…

Het wispelturige weer

In augustus was het weer ronduit fantastisch. Gedurende 10 van de 14 dagen was de lucht er diepblauw en liet de zon zich van haar beste kant zien. We kregen dag na dag de meest irreële wolkenzeeën en zonsondergangen te zien en ’s avonds konden we ons vergapen aan de flonkerende sterrenhemel, tijdens de maanloze nachten.

Sprookjeslandschap bij zonsondergang

September daarentegen was heel wat minder aangenaam, met vaak instabiel en zeer variabel weer. We kregen een uitgebreid menu van mist, miezer, gietende regen, smeltende sneeuw, donder en bliksem, stormwind en gelukkig ook een dag of 5 stralende zon. We zagen ons zelfs verplicht om enkele regendagen in de Arsipchalet uit te zitten en het koude en vochtige weer werkte duchtig op het moreel. Erger nog, het saboteerde ronduit een van onze hoofddoelen: Sima de la Tormenta. Laten we dan ook met deze grot beginnen.

Waterellende in Sima de la Tormenta (AN709)

We begonnen vorig jaar (sept 2020) in Sima de la Tormenta te werken. Samen met Annette en Lieven had Paul er een meander over 5 m verbreed en we waren gestopt boven een nieuw putje. Een bijzonder sterke tocht en een grote resonantie deden ons dromen van een diepe put verderop, die zelfs al een naam had gekregen: Puits des Nonnes. Maar het spreekwoord zegt: nooit het vel van de beer verkopen voor je hem geschoten hebt! Dus toen we dit jaar, na nog menige desobstructiedag, eindelijk beneden in die Puits des Nonnes stonden, bleek die…  7 m diep te zijn, én dood te lopen. Maar hij was wel 30 m hoog, en daar kwam die resonantie van.

Beginzone Tormenta; eerder smal!

Gelukkig bracht een klimmetje ons 6 m hoger naar het vervolg, een meander met de klassieke “punctuele” versmallingen. Na 4 dagen van verbredingswerken (Paul, Annette en Rudi) braken we dan eindelijk door in iets ruim. Zéér ruim zelfs: een meander van twee meter breed. Van links kwam een klein actiefje dat 15 m verder in een onpeilbaar diep gat verdween: de Puits des Chippendales. Eén afdaling in augustus, aan de droge zijde, bracht ons dadelijk 50 m dieper en daar compliceerde de zaak zich, want daar moest men onder het druppende water van het actiefje passeren. De put zelf ging nog veel, veel dieper maar het was duidelijk dat dit bij regenweer een probleem zou kunnen zijn.

De grote meander boven de Chippendales

In september gingen we eerste werk een groot dekzeil schuin onder het lekwater spannen, zodat we in de put eronder toch enigszins beschermd waren. In de veronderstelling dat we de komende dagen wel zouden verder exploreren, lieten we er zelfs enkele kitzakken met materiaal achter (waaronder een boormachine, waterdicht verpakt wel). 

Begin van de natte zone op -120 m

Maar het kwakkelweer trok een lelijke streep door onze rekening. Een week later, na een nacht regen, gingen we eens kijken en we kwamen tot onze verrassing terecht in een bulderend inferno van water. Nooit eerder zagen we zo’n massa water in een put omlaag donderen op Anialarra. Het was duidelijk dat het dekzeil geen enkele oplossing bood, en het bleek zelfs onmogelijk om het touw en één van de 2 kitzakken te recupereren. Dat gebeurde pas enkele dagen later toen het droger was. We trokken toen ook ineens een streep onder onze verdere exploraties voor 2021.

Dezelfde plek bij crue

In totaal maakten we dit jaar 10 tochten in Sima de la Tormenta, die nu -121 m diep is en perfect boven een zijrivier van het Systeem van Anialarra (de Rivière Felix) ligt. Vrijwel zeker wordt dit ooit een ingang. Maar om die verbinding te maken, moet er nog wel 285 m dieper worden gegaan. Dat is nog heel veel en één ding is zeker: dat water gaat ons tot daar beneden vergezellen. Of we volgend jaar deze exploratie zullen kunnen verderzetten, zal van de weergoden afhangen want 200% gegarandeerd droog weer zal nodig zijn. En het zal met een héél klein hartje en erg veel stress worden, dat staat nu ook al vast.

De blitzexplo van Sima de los Amigos (AN454) 

Vorig jaar vond een trio (Jack, Frits en Krzysztof) een horizontale nauwe spleet, op amper 500 m van het kamp. Hevige tocht, en amper 3 meter verder leek het ruimer te worden. Lieven en Krzysztof hadden er toen enkele uren vergeefs met hamer en beitel aan gewerkt. 

De ingang van “los Amigos”

Dit jaar ging het duo Frits/Stéphane er met beter materiaal tegenaan en enkele uren later zaten ze al in een eerste put van wel 30 m diep. En het liep verder, en hoe! Amper enkele dagen later stonden ze, samen met Rudi, met open mond te kijken vanop een platformpje op -120 m. Voor hen was er een grote ruimte, wel 20 m diameter en zeer hoog. Was dit een zaal? Nee, want er bleek geen bodem te zijn: dit was wel degelijk een put, van buitengewone afmetingen (de Salle sans Sol). Na veel ruimwerk van losse blokken, en veel kunstig en gedurfd equipeerwerk, stonden ze ’s avonds onderaan deze Puits Extra-ordinaire, op -200, in een grote zaal met reusachtige blokken.

Zicht omhoog in de Puits Extra-ordinaire

De ploeg werd uitgebreid met Paul en Annette die mee verder exploreerden. De dimensies bleven buitengewoon, waren dit wel putten of toch eerder zalen?  Na de afdaling van de Salle des Fleurs (vol aragonietbloemen) kwam de Puits du Bowling. Daarna een grote kloof van wel 40 m diep en 3 m breed waarin we een spannende afdaling van 37 m maakten (Puits Trop vite) op het gloednieuwe en dus razendsnelle 9 mm touw dat de ComExplo van de UBS ons had geschonken. Beneden stonden we op bekend terrein, dat Paul, Annette en Rudi dadelijk herkenden: dit was de Galerie Shit-schiste, een zijrivier van de Rivière des Affamés. Niemand minder dan ditzelfde trio had 20 jaar geleden, op 23 augustus 2001, voor het eerst voet gezet in deze grote en mooi geconcretioneerde galerij, en staan roepen in die 40 m hoge canyon langswaar we nu waren afgedaald. De cirkel was rond, Anialarra had er een 12de ingang bij en wat voor eentje! Spotgemakkelijk, geen vernauwingen (op de ingang na) en vooral: slechts 285 m diep, wat veel minder diep is dan de meeste andere ingangen (doorgaans rond de -400) in deze zone.

Deze ingang gaf ons een razendsnelle toegang tot de “amonts” van de Rivière des Affamés, die we in 2001-2002 hadden ontdekt en die niet geheel was geëxploreerd. Twee jaar geleden waren Frits, Lieven en Paul er ook als eens gaan verder werken, vertrekkende vanuit de AN51 natuurlijk. We hadden toen, stroomopwaarts van de Galerie Shit-Schiste, vlotjes 300 m bij gevonden. In september werd dan ook geprofiteerd van de Amigos om twee exploratiedagen in die réseau te houden.

Links en rechts werden enkele stukken ontdekt (Affluent Kurba en een stukje fossiele bovenverdieping) maar het was vooral een korte desobstructie van een vernauwing, geheel stroomopwaarts, die het trio Annette, Paul en Erik een magnifieke première opleverde.

Kers op de taart was de ontdekking van een grote galerij of zaal van 50 x 10 m met schitterende concreties en metersdikke zandsedimenten: Le Château de Sable. In totaal werd er ruim 300 m ingeblikt. Het nieuwe stukje doopten we Réseau Noa. Immers, diezelfde avond werd Frits vader van een zoontje Noa. Voor alle duidelijkheid: Frits zat toen in België!

De mooiste ontdekking was “le Château de Sable”

Hoewel er nog enkele vraagtekens blijven in de Affamés en Noa, ontbrak ons daarvoor de tijd. Sima de los Amigos werd grotendeels gedesequipeerd. We maakten er 12 tochten in.

In de grote zaal aan de voet van de enorme Puits Extra-Ordinaire

Dankzij de verbinding met Sima de los Amigos en de nieuwe ontdekkingen in de Réseau des Affamés, en ook enkele vorderingen door onze collega’s van de Interclub Anialarra Ouest, meet het Systeem van Anialarra nu 49000 m in lengte voor een ongewijzigde diepte van -853 m.

Bankroet in Sima del Banco (AN456)

Het onverdroten prospectiewerk in de zone boven de Rivière Tintin resulteerde in de ontdekking van enkele nieuwe, beloftevolle gaten die Frits, Stéphane en Rudi in augustus onder handen namen. De AN480 liep dicht rond -50, maar de AN456 bleek meer in petto te hebben. Zoveel dat Frits er zijn kop op verwedde dat dit dé ingang tot Tintin zou worden. Hij doopte de grot Sima del Banco. In sommige kaartspelen betekent “Banco” zeggen, dat je alleen tegen de bank speelt voor het gehele bedrag. Kortom: alles of niets spelen. Maar dat is altijd gevaarlijk op Anialarra (cfr Sima de la Verdad, het gat van de waarheid).

Op -60 was er een uiterst nauwe spleet, waarin stenen wel 50 m omlaag vielen. Die spleet werd de “Coffre-fort” gedoopt (de brandkast), naar analogie met de naam van de grot. Na enkele dagen sloopwerk door Frits en Stéphane in augustus, mochten Jack en Lieven verder doen in september en zo geraakten zij er finaal doorheen.  Eronder kon inderdaad nog 50 m dieper worden afgedaald, maar alles liep er dicht in totaal ondoordringbare spleten en zonder enige voelbare tocht. Jammer maar helaas voor hen die “banco” speelden: op -108 m bleken ze bankroet te zijn. De grot werd dan ook volledig gedesequipeerd. We trokken er 8 keer naartoe… zonde van al dat werk.

Aan de ingang van AN456-Sima del Banco (foto Jack)

Wie het kleine niet eert (Sima Pequeña AN461)

Zoals gezegd is weer stevig geprospecteerd boven Tintin (5 maal) en zo vond Paul een klein, onbenullig gat waarop trouwens al een rood kruis van onze voorgangers stond. Het was wel gevormd in de “faille de contact” tussen de kalkschist en de kalksteen en daarom mogelijk interessant. Drie meter dieper zat het vrijwel dicht met zand en veel blokken, maar Paul en Krzysztof beten er zich in vast.

De twee mollen aan de ingang van Sima Pequeña (foto Jack)

Enkele uren later was zoveel puin weggehaald dat ze 3 meter konden zakken. Daar liep alles dicht, op een spleet van 4 cm breed na. Maar het geoefend oor van Paul hoorde een vage resonantie wanneer men in die spleet riep! Volgden nog twee namiddagen gespierde desobstructie om zicht te krijgen op een (vage) verbreding. Stenen rollen/vallen soms wel 40 m dieper en er is goede tocht. Niemand die hier ditmaal al “banco” durft te roepen, maar wie weet wordt dit prutsgrotje toch iets? In 2022 ziet die Sima Pequeña ons zeker terug!

In de rand

Tijdens zogenaamde rustdagen zijn er toch altijd weer mensen die niet van stilzitten willen weten. Zo werkten Paul en Erik een middag om een spleet open te maken naast de weide aan Sima Ibarra. Dat leverde zowat 15 meter grot op, jammer genoeg potdicht. Diezelfde dag haalden ze ook wat topo-achterstand in, door de Cueva del Oso op te meten, een 35 m lange horizontale grot.

En wat te zeggen van Frits en Rudi, die op een rustdag hun trailuitrusting aantrokken om de Pic d’Anie op te spurten? Frits deed er ook nog gauw de Pic d’Arlas bij. En tegen dat soort supermensen moeten de oudjes van de ploeg het dus opnemen!

Erik in de spleet aan de weide

De “rustdag” van Frits en Rudi


Erik, Krzysztof en Jack prospecteerden ook nog een zone boven Sima de los Amigos, wat weer enkele nieuwe vraagtekens in de inventaris opleverde. Hetzelfde trio trok op een regendag naar Salle de la Verna, waar Jack de ervaren gids was voor de twee anderen die daar nog nooit waren geweest.

Vergeten we vooral Annette niet te vermelden, die in augustus een hele week niet kon grotten vanwege een acute lumbago, maar die zich des te harder inzette voor diverse kampkarweien. Vooral het opzetten en opplooien van de tenten is haar specialiteit, om over de frequente herstellingen te zwijgen. Want ook nu hadden we weer enkele zeer winderige periodes met rukwinden van boven de 100 km/u. En dat heeft altijd twee gevolgen: slapeloze nachten bij de inwoners van de tenten die heel de nacht staan te schudden, en scheurtjes of erger gebroken buizen bij de tenten zelf. 

Deelnemers

Van VVS : Rudi Bollaert, Erik Bruijn, Peter Coun, Paul De Bie, Lieven Demeyere, Krzysztof Nedza Kubienec, Annette Van Houtte (allen SC Avalon)

Van UBS: Jack London (C7), Stéphane Pire (GRPS), Frits Vanderwerff (GRSC)

De ploeg in augustus op -285 in Sima de los Amigos, na het maken van de verbinding. (Annette, Stéphane, Rudi, Frits, Paul).


De ploeg in september 2021 (Jack, Annette, Krzysztof, Erik, Paul, Lieven)


Dank aan onze Sponsors

·         De Commission Explo van de Union Belge de Spéléologie

·         Camping Ibarra te Sainte Engraçe

·         SD Worx

·         De Berghut te Hamme

·         Wie weet, ook het Verbond van Vlaamse Speleologen?

 


In het roze zien we de nieuwe ingang “Amigos”. In het blauw de verlengingen van dit jaar. Het rooster is 500 m breed.

 

Tekst & foto’s: Paul De Bie

 


woensdag 4 augustus 2021

Fagnoules, de zoektocht naar de poort.


Op zaterdag 31/07/2021 zijn Paul VI, Annemie en Michaëla naar de 
Fagnoules gereden om een poging te doen de ingang terug vrij te krijgen nadat het stormweer van de voorbije weken hier flink had huis gehouden. We waren maar met drie dus dat ging een zware dobber worden aan de foto's te zien die Paul de Bie had doorgestuurd na zijn controletocht van de ingangen. We zijn eerst naar de boven ingang gaan kijken. Deze zag er netjes uit maar het deksel open krijgen was niet van de poes,amaai.

Met twee man/vrouw hebben we moeten trekken en sleuren om deze open te krijgen. Zelf met ons extra wapen "wd40" ging ze héél moeilijk open, piepen en kraken, ongelooflijk! Maar uiteindelijk is het toch gelukt zodat Annemie even heel voorzichtig een kijkje kon nemen naar de toestand binnen. 

Alles leek op het eerste zicht nog stabiel te zijn, ze is tot aan de diaklaze geweest waarin je afdaalt  en tot daar leek alles prima in orde. 

Dan via de weide overgestoken naar de doline van de Fagnoules. Onderweg hebben we nog een serieuze verzakking gezien die is ontstaan in de weide. Het water heeft ook hier zijn weg gezocht tussen de rotsblokken door. 


De ingang van de Fagnoules zagen we bijna niet meer liggen. Gelukkig dat de houten constructie stand heeft gehouden , wat een ravage! Vol goede moed begonnen we om 10.00u aan de opkuis. 



Kleine boomstammen tot hele bomen werden verwijderd, daarna werd er emmer per emmer zand en kiezel naar boven gedragen en in de kleine doline gestort aan de vossenburcht.


Toen we terug zicht kregen op het dak van de constructie werd het tijd 
om de ingang , dus de poort,  eens te controleren. Euch, poort? Waar moet die zitten? Potjandorie, dat gaat ons hier nog vééééél zweet kosten.



We herkenden niks meer, het was natuurlijk ook al wel héél lang geleden dat we hier waren geweest maar ergens hadden we toch nog in ons achterhoofd dat je een klein kloofje had waar je teneinde de poort had en waar een kleine smalle persoon net kon zitten om de poort te openen. Ok, we zullen zien waar we vandaag geraken maar hier moest zeker 1,5m diep uitgegraven worden en dat maar met z'n drietjes, pff. 



Uren verstreken, soms zakte de moed in onze schoenen omdat we niet 100% zeker waren dat we in de juiste richting aan het graven waren. Totdat Annemie ineens een boorgat zag en toen wisten we het, we waren goed aan het graven, oef! Na 6 uur graven, onze jus in onze armen bijna op, zagen we opeens een mooie, fantastische kleur. Een klein stukje "groen" van de poort kwam piepen, joepie!



Nog even doorzetten en we krijgen ze vrij! 
Nog een uurtje later na 7 uur noeste arbeid was het" victorie" kraaien! Eindelijk, de poort is vrij!  Maar nu moesten we ze nog open krijgen he. De sleutel ging wel in het slot maar de beugel wilde geen mm draaien. Waarschijnlijk stond er druk op de poort door allerlei klein gruis dat er tussen gesukkeld was, waardoor het slot klem is komen zitten. Vermits er een opening boven de poort was( ik weet niet of dit vroeger ook al was, ik kon er mijn been doorsteken) heeft Paul met een hamer enkele tikken aan de binnenkant van de poort gegeven waardoor deze toch watlosser kwam en er zo in het slot terug wat beweging kwam. Uiteindelijk is het ons dan toch gelukt om de poort open te krijgen, oef, missie geslaagd!

Het eerste wat me direct opviel was dat er vlak na de poort een kloof is ontstaan, de vloer waar je vroeger op lag is helemaal weggespoeld. 



We zijn dan verder gekropen tot aan het eerste zaaltje. De lage passage waar er al eens ijs stalagmieten stonden is nu een hele modderpassage geworden maar kan gemakkelijk weg geschept worden. In het zaaltje wisten we nog dat je over een blok moest kruipen om dan zo naar de éboulie te gaan. Aan de linkerkant van dit blok  zagen we nog sporen van een touwtje dat eens gespannen was maar volgens ons is er heel wat weggespoeld onder die gigantische blokken. Je kan nu met gemak langs die blok waar je normaal over kruipt passeren, wat natuurlijk niet
de 
bedoeling is want die gigantische blokken hangen daar toch maar vies vind ik.




Enfin, ik ben dan even voorzichtig een kijkje gaan nemen in de 
éboulie zelf. De stutten staan er nog allemaal en hebben op het eerste zicht niet bewogen.


Ik ben tot aan de brievenbus gaan kijken. Hier ligt een blokje in de weg maar ik kreeg het niet los en ik had geen koevoetje bij. Het is maar een klein blokje dat links in de spleet steekt. Nog wat takken en graspollen verwijderd en verder leek mij de doorgang goed. Ik ben niet afgedaald dus het verdere verloop heb ik niet kunnen zien. Mijne tuf was trouwens op dus tijd om op te kramen. 

Een zeer succesvolle dag vandaag, moe maar tevreden, geslaagd in onze opdracht, reden we terug naar huis. Topdag met een topteam!


Michaëla

woensdag 9 juni 2021

Hydrologisch speurwerk in de vallei van Pont-le-Pretre


Inleiding

Foto's: Paul & Krzysztof

De Pont-le-Prêtre is een zijriviertje van de rivier de Aisne en het vloeit ermee samen tussen Juzaine en Aisne. Net zoals zijn grote broer, vallei van de Lembrée, is er een ondergronds karstsysteem: pertes, grotingangen, veel dolines en een resurgentie. Avalon begon er al een eeuwigheid geleden te werken, en wel door in 1989 een sifon leeg te pompen in de Trou sans Nom. Dat kleine grotje was toen vrijwel het enige dat er in het stroomafwaartse deel van de vallei gekend was. Meer stroomopwaarts kende men al wel Trou Eugène (1963) en de Chantoir des Bannis (1970).

In de loop der jaren staken we héél veel tijd en energie in dit pittoreske valleitje en zo ontdekten we er de Grotte Strauss (1993), de Grotte aux Contrastes (1994), de Chantoir E9 (1994) en nog een 15-tal andere kleine grotjes waaronder de “E1” die later Grotte de la Patience zou worden gedoopt. In 2010 slaagde duiker Nico Hecq erin om de sifons van de resurgentie van PLP voorbij te geraken en zo de Réseau Nico te exploreren, post-sifon uiteraard.  In 2018 verbond Avalon de Grotte de la Patience met deze Réseau Nico, waardoor een droge toegang mogelijk werd (er was welkome hulp van Cascade die o.m. de sifons doordoken ter bevestiging.). Zie ook https://scavalon.blogspot.com/2018/06/eerste-niet-duikers-in-reseau-nico.html

In de rand van dit alles, ontdekte de GRSC de Chantoir de Ronsombeux, die weliswaar niet in deze vallei zelf ligt, maar er waarschijnlijk wel hydrologisch verband mee houdt.


Na 32 jaar aanwezigheid in de vallei, en een paar honderd dagen exploratie, bleef één ding zo goed als onbekend: hoe functioneerde dit karstsysteem hydrologisch? Op één kleurproef na (Avalon 1994) tussen de Chantoir E9 en de resurgentie, was er van geen enkele van de bovenvernoemde grotten bekend of ze inderdaad draineerden naar de enige bekende resurgentie…

Ik wilde daar voor eens en voor altijd een zicht op krijgen. Met de materiele hulp van Geert de Sadelaer (Cascade) die 3 elektronische fluorimeters ter beschikking stelde, begon ik in de lente van 2021 met een campagne kleurproeven. In deze artikelenreeks zal ik de resultaten en ervaringen toelichten.  

Proef 1: Chantoir E9 23/5/2021

Deze prachtige chantoir absorbeert een flink deel van de rivier en ligt zowat 400 m in rechte lijn van de resurgentie. We geraakten er in 1994 een eind in; in 2021 werd dat opnieuw opengemaakt.

Deelnemers: Erik, Dagobert, Paul, Annette.  Eerst een fluorimeter in de resurgentie geïnstalleerd, daarna afgedaald in de Grotte de la Patience om er daar ook twee te plaatsen (in Rivière Sud en Rivière Nord). Toen we aanstalten maakten weer te vertrekken, hoorden we rond 11:30 u gedurende een minuut een luguber, luid klokkend geluid van een sifon die leeg kwam… Pas enkele weken later, toen we de data van de flurimeters analyseerden,  zou duidelijk worden wat er daar aan de hand was.

Plaatsing van een fluorimeter in de Rivière Nord

Daarna naar de grote Chantoir (E9) om er de kleurstof in te gieten: 75 g uranine. Er was een flink debiet, ten gevolge flinke regenval enkele dagen eerder.

Injectie in de Chantoir E9

Forse regenval op 25/5 rond 11 u zorgde voor een flinke stijging van het debiet, waarbij de rivier weer tot aan de Aisne stroomde. Zou de kleurproef daardoor mislukt zijn? Spanning…

Ik recupereerde de fluorimeter van de resurgentie 5 dagen later en verwerkte de data. Succes: de kleurstof was 7 u na injectie gearriveerd in de resurgentie (snelheid 60 m/u). De piek (maximum concentratie) na 12 u (snelheid 35 m/u). Niet erg snel, maar er is dan ook slechts enkele meters hoogteverschil tussen chantoir en de resurgentie.

Deze eerste kleurproef leverde al dadelijk een nieuw mysterie op.

We constateren een fenomeen van cyclische en kortstondige verhoging van debiet, zowel van de Rivière Sud als Nord. Voorlopig blijft het gissen naar de oorsprong, hoewel er in het verleden al oscillaties van het waterniveau van het meer van de Grotte aux Contrastes werden geobserveerd ook (ook in een context van dé-crue).

De ronduit bizarre curves van Proef1 hier:


En het verslag van deze proef met onze conclusies kan je hier lezen:

Proef 2: Chantoir des Bannis 29/5/2021

Deze chantoir werd in 1970 geëxploreerd maar is sedertdien weer verstopt geraakt. Oorspronkelijk was dit een grote perte van de rivier, maar door de constructie van een betonnen dijk en het verleggen van de rivierloop, ligt hij nu droog. Er zijn evenwel nog steeds kleine verdwijnpunten in de oever van de rivier. Hij ligt ongeveer 1000 m van de resurgentie. Gezien de zuidelijke ligging, is er geen enkele zekerheid dat hij naar de resurgentie van PLP  draineert. Dat wilde ik dus allereerst uitvlooien. En aangezien hij stroomopwaarts van de Grotte aux Contrastes ligt, waarin een groot ondergronds meer is, wilde ik ook ineens daar de eventuele doortocht van de uranine monitoren.


Op vrijdag 28/5/2021ging ik als voorbereiding op de dag van morgen in de Contrastes de nauwe zone onderaan de ingangsput verbreden. 27 jaar geleden hadden we er niet veel hinder van, maar tegenwoordig lijkt het wel alsof er een geologisch fenomeen is gebeurd waardoor alles plots veel smaller lijkt! Na enkele uren werk was alles naar wens. Daags nadien, zaterdag 29/5/2021 (met Kris, Krzysztof, Erik, Paul, Annette), zijn we eerst een kleuring gaan doen in een perte aan de Chantoir des Bannis. Deze winter stortte het water zich daar met geraas in, nu was het gat verzadigd en lag het midden in de stroming van de rivier (die heel hoog stond). Maar ik had uit voorzorg een lange buis mee. Die konden we zo diep mogelijk tussen de stenen van de perte duwen, en dan de fluo er bovenin gieten. Niet simpel met 175 gr zeer geconcentreerde fluo! En die verscheen niet terug in de rivier, dus werd wel degelijk geabsorbeerd door de perte!

Injectie in een klein verdwijnpunt nabij Chantoir des Bannis

Dan naar de Contrastes, waarin we nogal wat putjes moesten equiperen. In de zaal bleek het water heel hoog te staan, wel 2-3 m hoger dan normaal. Het was dus niet mogelijk de fluorimeter in het midden van het meer te hangen. Met wat gedoe kon ik hem voldoende diep hangen. Nu hopen dat het water niet te snel zakt waardoor hij droog zou vallen!

Vanop dit "eiland" hingen we de fluorimeter 2 meter diep

Nog wat rondgekeken in de zaal, er zijn nog 2 cheminees uit te klimmen. De doorgang naar Salle de l’Entonnoir en Cheminée des Nerfs Eprouvés sifonneerde volledig en dat verklaart waarom de grot amper tochtte.

Na de zaal, wilden we nog de andere réseau doen met de P11. Met twee Hiltipatronen de heel smalle ingang hiervan verbreed, super gelukt. Allemaal naar beneden. Daar is in feite ook nog een desobmogelijkheid, in het blokkenstort omhoog achter de concreties. 

Groepsfoto na een toffe trip in de Contrastes

Naar buiten en dan naar de Casserole puin gaan ruimen (Kris, Annette, Paul) terwijl Erik en XTof aan een “gisteren teruggevonden gat” hebben gewerkt. Finaal blijkt dat een nauwe, instabiele spleet te zijn die na een meter of 3-4 lijkt dicht te lopen, vrijwel zonder tocht. Om 17:30 u weer aan de auto, waar we besloten nog gauw naar de Chantoir des Bannis te gaan loeren. Er zijn twee grote ingangen. Een achter de cabane, waaraan te werken valt, duidelijke tocht. De andere is de oorspronkelijke, die in de jaren 60 tot wel 100 m ver geëxploreerd werd maar nu verstopt zit met takken en bouwafval. Doch het lijkt niet moeilijk weer vrij te maken! In deze vallei is nog werk voor jaren!  

Proef 3: Chantoir de Ronsombeux 6/6/2021

met Erik, Geert, Annette en Paul.

Eerst naar de (diffuse) pertes stroomopwaarts van de Ronsombeux. Een eerste complicatie: de koeien waren uit de weide gebroken, de elektrische omheining lag op de grond. Nadat we die vleesbeesten wat voor ons uit hadden gedreven, konden wij met onze zware last door: een kruiwagen met jerrycans (70 liter water). Aan de perte sijpelde een minuscule beek in de grond, maar Erik vond een muizenholletje waarin het goed wegliep en daar konden we voorzichtig onze 5 liter uranine (200 g) ingieten. Dan 75 liter water achterna gegoten om het een beetje een “boost” te geven (1000 liter was beter geweest!). Terug naar de auto, de boer was er intussen ook en toen die ons in zijn wei zag naderen met onze kruiwagen, vreesden we her ergste, maar na een gemoedelijk babbeltje was hij overtuigd dat wij de omheining niet hadden opengemaakt.


Injectie en grondig naspoelen

Dan naar de Contrastes. Op de parking stonden wel 15 auto’s, bleek er daar een gezelschap bezig te zijn met speurhonden te trainen in de weide!  Enfin na wat gedoe konden onze twee auto’s er ook bij.



 Vlotjes omlaag in de grot en daar bleek dat het meer minstens 2 m gezakt was, waardoor de fluorimeter nog maar net in het water hing! Terwijl Geert de data van het toestel uitlas en het weer klaarmaakte voor een nieuw verblijf onderwater, maakten Erik en Annette onze “Bismarck” gereed. Deze intussen 35 jaar oude eenzitter heeft al menig onderaards meer getrotseerd maar is nog steeds onzinkbaar. Echter, we waren de pomp vergeten. Dus heeft Erik dat ding met de mond opgeblazen (en we mochten hem niet aflossen, wegens besmettingsgevaar). Dan koos Erik het sop (zijn allereerste boottocht in een grot) en hield ik me een uurtje bezig met het maken van foto’s. Met M3 magnesium flitslampjes (die waren dubbel zo oud als onze boot!) onder water. Het is eindelijk gelukt een representatieve foto van de zaal van de Contrastes en het meer te maken.



Daarna mocht ik wat gaan dobberen, om de fluorimeter midden in het meer te hangen, opnieuw 1,5 à 2 m diep. Hopelijk blijft hij heel de week “nat” !

Naar buiten en dan splitsten we op. Geert en ik gingen naar de Grotte de la Patience, om ook daar de twee fluorimeters uit te lezen. Bleek dat die in de Rivière Nord niet meer onder water lag, die rivier was dus wel 30 cm gezakt. 

Geert vertroetelt zijn "fluo-G"

Intussen hebben Erik en Annette de ingang van de sinds decennia ontoegankelijke Chantoir des Bannis beginnen leegruimen. Na het weghalen van een vracht oude tegels, een lavabo en een halve toiletbak en een pak takken en modder, is er nu al zicht op een vervolg, met goede koude tocht. Wordt vervolgd!

Dan op een drafje naar de chalet waar we gauw de data van de fluorimeters bekeken. Dat bevestigde alvast dat zowel de kleuring van de Chantoir E9, als die van de Chantoir des Bannis, naar de resurgentie ging.

Het uitwerken van die data is echter nog veel werk. Al die conclusies zullen hier later nog wel gepubliceerd worden.