In de grot was er inderdaad nog steeds een flink debiet maar geen crue-condities meer: de rivier was hoog maar helder. In de sifon 2 was er gelukkig nog 10 cm lucht maar was de stroming zo sterk dat onze kitzakken er sneller doorspoelden dan wij konden volgen. Een kwartiertje later hoorden we de waterval al van ver dreunen en inderdaad: het debiet was indrukwekkend. Even verder doorheen de Siphon Moche, de neopreenkappen kwamen goed van pas want hier moest je met gezicht half in het water en dat was bijtend koud!
De sifon 6 dan. Zou die wel passeren? Het eerste stukje is sowieso erg laag en verderop is er de nauwe S7 en S8 die het water hoog kunnen opstuwen. En dat was ook gebeurd: we zagen een recente vloedlijn wel een meter boven het dak van de sifon! Dat zegt genoeg: bij een flinke crue zit je in de Fagnoules dus wel een paar dagen geblokkeerd!
De aanblik van de S6 zelf dan was op zijn minst verrassend. Een enorme berg schuim (“mousse de crue”) onttrok de doorgang aan het gezicht. Tja we weten ondertussen al wel dat het afvalwater van de hele straat in de grot uitkomt, en de inwoners van Awagne zijn toch wel heel propere mensen die heel veel detergent gebruiken! Een zeer duidelijke illustratie dus van de lamentabele toestand van onze ondergrondse rivieren. Zou er nog lucht zijn of stond de sifon dicht? Er was maar één manier om het te weten en dat was een duik in de schuimberg.
Gelukkig bleek er nog wat lucht, heel weinig weliswaar waardoor de eerste meter van de sifon ofwel onder water moest worden gedoken, ofwel ruggelings met de neus tegen het plafond geplakt.
Voorbij deze eerste lage doorgang was er meer luchtruimte maar die zat ook tjokvol schuim dus ik moest even de badkuip wat herinrichten alvorens verder te kunnen. De anderen volgden nu en ook en dat uiteraard onder grote hilariteit. Dit was weer eens iets anders! Jammer dat het water zo bijtend koud was, anders hadden hier vast en zeker onze haren eens goed kunnen wassen. Shampoo genoeg!
Vanaf hier splitsten we in 2 ploegen. Het trio Bart, Friedemann en Dagobert begon aan het uitgraven van een dalende modderpijp die een (kleine) kans biedt om de S8 voorbij te geraken. Het nauwe gangetje ging over een lengte van wel 8 m schuin omlaag, en draaide dan haaks naar links. De laatste meters ervan waren te smal. Echter om daaraan te kunnen werken moest alles ervoor eerst comfortabeler gemaakt worden. Pittig detail: vandaag liep er een klein beekje in het gangetje omlaag en daardoor kon er niet echt van graafwerk worden gesproken maar wel van baggeren, modderworstelen en drek scheppen. Een hele dag lang sleurden de drie modderduivels de ene na de andere bak met lillende, vloeibare blubber omhoog tot ze geen pap meer konden zeggen. Wordt vervolgd.
Intussen werkte het duo Paul en Annette verder aan de topo. Eerst Fort Knox, het stukje galerij dat zich wekenlang hevig heeft verzet tegen onze desobstructiepogingen en dit middels een extreme vernauwing. Ik passeerde er een paar maanden geleden als enige (zie: http://scavalon.blogspot.com/2008/09/hyperventilateur-vervolg.html), maar moest er wel mijn neopreenpak voor uitspelen en in T-shirt passeren! En ook vandaag was dat mijn lot, en tot mijn plezier geraakte Annette (nochtans een echte étroiturenrat) er ook niet door met haar neopreenvest aan. Dus allebei een kwartier vloeken om in het begin van het lage gangetje, in een blubberbad liggend, onze neopreenpakken uit te spelen. En eens door de vernauwing geperst had de natuur een andere duivelse verrassing in petto: een prachtige 10 meter lange witte coulée. Om deze te kunnen betreden zonder hem vuil te maken moesten we ons opnieuw omkleden (ik in een witte wegwerp Tyvek Overall, Annette in haar Long John en blote armen… Brrr.
Bovenaan de coulée liep de nochtans grote gang compleet dicht. Zeer jammer. Gauw topograferen en verder maar. Een nat en koud neopreenpak aantrekken wanneer je het al niet meer warm hebt is steeds een moment van twijfel. Zijn er nu echt geen plezantere hobby’s om je zondag mee te passeren? Met deze 15 m topo waren we anderhalf uur zoet geweest!
In de Réseau Oufti-Amai was er veel meer water dan we in lang hadden gezien. 10 cm lucht over 3 meter afstand in de grote voute-mouillante zorgde weer even voor wat afkoeling. Na Galerie Océade konden we een kruis maken over onze plannen om een nogal grote zijrivier te topograferen voorbij de pseudo-sifon, want die sifonneerde totaal. Dan maar een paar andere gangetjes opgemeten, in totaal een 30-tal meter.
Vervolgens op weg naar de Hyperventilateur, het minuscule tochtende gaatje achteraan deze lange kruipgang. De plop van vorige keer had niet zo’n geweldig resultaat opgeleverd, maar het gaatje was nu beduidend groter en het zoog beduidend harder aan! Wat ons inspireerde om de (zorgvuldig waterdicht verpakte) Hilti boven te halen en het weerbarstige gat nog een extra injectie multi-vitaminen te geven. Wordt dus vervolgd.
Daarna met zijn vijven op weg naar buiten, onderweg nog een berg materiaal meegepakt (langzaam maar zeker krijgen we alles wel buiten) en dan gauw naar het café. Een buitengewoon natte en plezante dag!
Foto's: Friedemann en Paul
Geen opmerkingen :
Een reactie posten