Zondag 5 dec 2021: Grote maneuvers in de Wuinant, via de stroomopwaartse ingang, Trou de la Haminte. Er waren twee doelen. Enerzijds foto’s, anderzijds een klim, en wel naar dat enorm gat in het plafond halverwege de grote galerij.
Voor de foto’s had ik Thomas Hadermann gevraagd.
Uiteraard hebben we al veel foto’s, maar voor de toekomstige publicatie over de
Wuinant zou het goed zijn om foto’s van meerdere fotografen te hebben. Iedere
fotograaf heeft zijn eigen techniek en methode en dat levert soms totaal andere
beelden op. Thomas werkt uitsluitend met "light-painting". Hij was vergezeld van zijn vriendin Charlotte.
Rond 11 u gingen we op weg. Om alle materiaal te versleuren waren we met vier: Paul, Annette, Paul VI en Jonathan Demaret. Die had ik nog in extremis uitgenodigd, gelukkig want onze andere voorziene sherpa, Erik, had gisteren wegens ziekte moeten annuleren. Charlotte en Thomas moesten hun eigen spullen vervoeren, vooral fotomateriaal. Daarvoor waren ze niet geweldig uitgerust (een sherpazak is een slecht plan in de Haminte) wat de progressie extra cachet gaf. Het grotmilieu is wel wat natter, modderiger en soms smaller dan mijnen of ondergrondse groeves. Maar al doende leert men, dus hopelijk liggen er daar met Kerstmis een paar echte speleokits onder de kerstboom.
Aan de klim gekomen moest de fotoploeg zijn plan verder alleen trekken, terwijl ik de zaak bekeek. We bevinden ons hier in een grote zaal, het plafond op 10 m hoogte. En midden in dat plafond zit een enorm gat, wel 4 m diameter en dan stijgt een koker nog minstens 7 m hoger. Daarboven lijkt een ruimte te zijn en alles is spierwit geconcretioneerd. Dat gat is vrijwel onbereikbaar want vanaf de zijkanten van de zaal moet je eerst een heel eind onder het horizontaal plafond traverseren. Het leek ongelooflijk dat de duikers, die in 1986 de Wuinant post-sifon hadden geëxploreerd, dit hadden kunnen doen! Wat dan de vraag deed rijzen: waren ze er wel geraakt? Er was geen enkele beschrijving of topo van wat er daarboven was.
![]() |
Het gat in het plafond zit 10 m hoog. We probeerden vanaf het blok rechts te traverseren. De foto bedriegt: het is een vrijwel horizontaal dak. |
Maar toch: duiker Stijn Schaballie was zeker: in 2017 hing daar nog een touw. Maar toen wij de exploraties hernamen in 2019, was dat weg: het lag opgerold beneden, op een blok. Dus nog een mysterie erbij! Want dat betekende dat er daar in 2017 of 2018, een sifonduiker was geweest, met volledige klimuitrusting dan nog, die daar op een touw was geklommen dat van 17 m hoog uit het dak hing, al meer dan 30 jaar! En dat God weet hoe vast hing, wetende dat zicral karabiners in een vochtige grot binnen de paar jaar desintegreren. En die mens heeft dan daarna dat touw nog netjes gedesequipeerd! Wie, waarom? Dat zou ik erg graag weten!
Enfin, op het hoogste punt van de zaal, kon je op een enorm blok klimmen, en vanaf daar zat je het hoogst en het dichtst bij het gat. Twee oude spits in de wand bewezen dat de duikers het destijds langs hier hadden geprobeerd.
We maakten alles gereed, schrobten de modder van onze vuile pakken in een bassin, trokken onze propere klimuitrusting aan. Probleem was dat de zaal, waarvan de vloer normaliter uit droge klei bestond, met de megacrue van juli volledig blank had gestaan. Die droge klei was nu zacht en nat en tegen dat ik op de plaats van de klim stond, wogen mijn laarzen al elk 5 kilo extra. Ik klom eerst op het grote blok, trok mijn laarzen uit, zodat Annette die beneden in het water weer kon proper schrobben. Intussen plaatste ik met de boormachine al enkele goujons zodat Annette me veilig tot boven op dat blok kon volgen, en zich daar vasthangen. Zij moest mij immers zekeren.
Na een klein uur waren we zover. Vanaf de
eerste goujons, die ik net naast de eerste oude spit plaatste, was het
duidelijk: dit was véél moeilijker dan verwacht. Ik had gehoopt hier min of
meer tegen een verticale wand te hangen, maar nee, dit was een sterk hellend
plafond. Met uiterste inspanning kon ik me wat in evenwicht houden om het
volgend ankerpunt te zetten, naast de tweede oude spit. Hoe hadden die anciens
die spits hier verdorie al gezet, zo met de hand? Je hing aan je leeflijn,
vrijwel horizontaal, geen enkele steun voor je benen. De twee etriers
(laddertjes) waren amper bruikbaar, bovendien waren ze veel te elastisch, van
zodra ik er een voet inzette, zakte ik 30 cm. Het zweet brak me langs alle
kanten uit, en ik voelde dat ik niet over de nodige vorm beschikte voor dit
exploot. Ik was net hersteld van een week ziekte en nog slapjes. Enfin, toch
maar proberen. Nog een ankerpunt bij geboord, amper 40 cm verder! Met uiterste inspanning me kunnen uitpikken
en mij verplaatsen naar dat nieuwe punt. Annette die zat in een heel slechte
positie op het blok en kon mij ook al amper correct zekeren. Miserie!
Vaststelling 1: er zaten verderop geen oude spits meer en het plafond hing vol concreties. Dus die duikers waren niet verder geweest. Ik boorde nog een ankerpunt bij. Weer een halve meter opgeschoven... en toen ik daar hing, kon ik wat beter kijken. Vaststelling 2: het dak bleef nog minstens 3-4 meter even schuin. En ik draaide rond een scherpe hoek waarop het zekeringstouw zou wrijven en dus heel moeilijk doorschuiven.
Nee, dit was vrijwel onmogelijk. Ik hing al
een uur op armkracht te werken, de etriers hadden amper nut. Een “sellette”
(soort stoeltje) zou zeer welkom zijn geweest. Opgave dus! Nochtans heb ik al
menige artificiële klim gedaan, denken we maar aan de 31 m hoge klim in de
Dellieux. Maar onder een dak traverseren, is een ander verhaal en vereist een
andere techniek en aangepast materiaal.
Troost was wel dat de duikers het ook niet hadden gekund langs hier. Maar hoe dan wel? De enige mogelijkheid was dat ze een touw rond een stalagmietje hadden gegooid, een dingetje van zowat 10 cm diameter, dat zich bovendien op de onderste rand van het gat in het plafond bevond. Dus ben je nog echt niet in de “veilige”, cheminee erboven. Om zoiets te doen moet je redelijk gek zijn, maar ik kende die duikers van toen, en dat waren ook wel maffen, en superspeleo’s bovendien. Ik nam me voor om morgen eens naar Luc Funcken te bellen, een van de twee protagonisten van destijds.
![]() |
Foto recht omhoog. We zien rechts ons startpunt (het blok). Het pijltje wijst de stalagmiet aan die de explorators in 1986 hadden gebruikt. |
Bon, terug naar af dus, alles desequiperen en
opruimen. Het klimtouw en een vast touw (C30) lieten we liggen, evenals 12
goujons, 4 inox spitplaten, twee linten en een hamertje. Want uiteraard komen
we terug, met beter materiaal, een betere conditie en misschien wel een betere
klimmer 😊 Daarna
zijn we nog een eind stroomafwaarts geweest, waar er nog twee klimmen te doen
zijn. Die zijn veel makkelijker, tegen een wand. Maar zelfde problematiek: beneden is het een modderbak en boven hagelwitte concreties. Het was toen al na drie uur, dus
te laat om hier nog aan te beginnen. Alles ingepakt en gauw de fotoploeg
achterna die intussen al lang verdwenen was. Ondanks dat we twee touwen hadden
achtergelaten, hadden we weer 3 zware kits. Gelukkig was Jonathan erbij om mee
te sleuren. Een halve kilometer verder vonden we de fotoploeg terug. We
verdeelden de kits wat beter en wat later konden we met zijn allen de
“worsteling” weer aanvatten om langs de Haminte naar buiten te kruipen. Buiten
om 17:15 u.
Dacht ik het niet! De gekken!
“En wat was er daarboven dan?
“Dat weet ik niet meer…”
PS: Roland Gillet bevestigde intussen dit verhaal, maar herinnerde zich dat het erboven vrij snel dichtzat ook. We zullen wel zien!
Fijn verslag. De volhouder wint...
BeantwoordenVerwijderen