Posts tonen met het label Trou des Côtes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Trou des Côtes. Alle posts tonen

donderdag 26 januari 2017

Mouflons 19 en 20

Dinsdag 27 dec 2016
Mouflons, Paul en Annette, 19de sessie. Vriesweer dus ideaal om de tocht te volgen. Aan onze terminus van vorige keer, een iets te nauwe passage tussen 2 blokken, moesten we een uurtje werken en een plop zetten. We geraakten er dan door, maar het blijft een ruggenbreker. En hoera, weer ruimte, een soort gang/zaaltje met een mooie kleivloer. Rechtdoor een uit te graven passage, recht omhoog een schouw van 2-3 m hoog. Daar kwamen we zowaar in een mooi geconcretioneerd stukje terecht, met ook een mooie plafondlapiaz en ook weer veel Stromatoporen. Weer omlaag, aan de passage rechtdoor beginnen graven. Gaatje van 10x10 cm maar een half uur later was het een “gat” geworden. Voorzichtig omlaag, weer een klein zaaltje, weer twee vervolgen: het ene een schuine pijp omlaag die bovenaan net te smal was. Het andere een horizontale spleet, waarin men 3 m ver ziet In beide gevallen duidelijk tocht.
Topo van het nieuwe stuk, weer zeker 30 m erbij! Grotje intussen al 125 m lang. Hier staan we gauw terug.

Annette in het nieuwe stuk

Er zijn zowaar wat druipstenen


Zondag 22 jan 2017
Dat "gauw" terug van vorige keer was wat optimistisch, want mijn tenniselleboog is weer terug en om die wat rust te gunnen, werd de voorbije weekends vooral geprospecteerd - profiterend van het stevige vriesweer.
Toch vandaag in de namiddag solo naar de Mouflons, waar ik met één arm (de linker) heb gewerkt aan de horizontale spleet aan de voet van het eerste putje. Vele bloemkolen wijzen erop dat er hier veel tocht passeert. 
De spleet (zowat 7 cm hoog)
Geheel achteraan de grot, waar ik met Annette vorige keer werkte, durfde ik alleen niet gaan werken: nogal instabiel. Toch was ik finaal verplicht om er even heen te kruipen, want het graafmateriaal lag daar! En dus weer door die lastige ruggenkraker kruipen, dat moeten we toch nog verbreden daar!

Zicht gekregen op iets dat omlaag gaat, nog te smal. Met één arm kon ik niet efficiënt werken en bovendien begon die na een uur of 3 graven en puin ruimen het ook al op te geven. en ik ben balend en depri uit de grot gekropen. Twee en een half jaar tenniselleboog: ik heb er meer dan genoeg van. Opm: aan de grot gekomen stond de troep Mouflons er weer, dat was lang geleden. Ze hebben dus gelukkig de klopjachten van de voorbije maanden overleefd.
Dit was de 20ste sessie.


woensdag 14 december 2016

Mouflons eindelijk

Zondag 13 nov 2016
Met Mark Michiels naar Mouflons. Urenlang gewerkt aan het gaatje dat Annette en ik vorige keer al wat vergroot hadden. Heel veel blokken weggehaald en 2 plops. Onze stockageruimte was op de duur al ¾ vol!
Mark aan het werk in wat enkele uren later een doorbraakje zou worden
Mark in ons nieuwe stukje
 Rond 15 u kregen we zicht op een putje van 2 m diep. Smal en beneden vol puin. Maar op halve hoogte was een horizontale spleet zichtbaar met ruimte achter. In amper een kwartier kon Mark genoeg stenen ruimen om daarin te geraken. De ruimte was niet groot, tussen grote blokken, maar er vertrok een nauwe spleet omlaag. Ik daalde erin af en geraakte van daaruit in een veel ruimer vervolg. Hier waren zelfs wat concreties! Niet direct een evident vervolg gezien, maar er zijn 3 interessante plekken. Heel tevreden, zomaar 10 m erbij en dit is "echte grot".

Paul en Mark, tevreden
Vrijdag 18 nov 2016
17de sessie in de Mouflons (Paul en Annette). Eerst de puinhelling beneden het “putje” gestabiliseerd met kippendraad die op diverse plaatsen met goujons is vastgezet. Dan 6 tiges dwars in de wand geboord zodat men de puinhelling kan uitklimmen zonder op het puin te moeten gaan staan. Prima gelukt, veel veiliger nu!
Daarna met Annette het stukje gaan bekijken dat Mark en ik vorige week vonden. Na grondig onderzoek: er is veel te weinig tocht, we hebben iets gemist! Achteraan is er wel een gat tussen aan elkaar geconcretioneerde blokken, waarachter ruimte is. We slaagden erin om met hamer en koevoet dit gat open te krijgen. Annette geraakte erdoor en vond aldus nog 5 m bij: laag zaaltje met een stalagmiet. Met de Hilti kon ik gaten boren voor de beitel en daarna het gat zover verbreden dat ik er ook door kon. Maar hier was het dus echt niet te doen, niks tocht. Het was intussen al na 14 u, we waren scheel van honger en dorst. Gauw naar buiten.
In het nieuwe zaaltje zijn zowaar enkele concreties
Na wat eten en drinken, weer de grot in, ditmaal al topograferend. We blikten alles in, veel meer werk dan gedacht: de grot meet nu al 45 m !. Daarna gingen we op zoek naar de verloren tocht. Deze werd gelokaliseerd in 2 dalende diaklazen. Na veel gebeitel geraakte Annette in de eerste dieper, maar beneden was enkel een klein gaatje en een blazend éboulis. 
Annette wurmt zich omlaag in een diaklaas
In de andere diaklaas zag het er beter uit: na de opening te hebben uitgegraven, kon ik hoofd eerst omlaag hangen in een putje, dat op -1,5 met blokken dicht zat. Maar eronder was er duidelijk meer ruimte! Heel moeilijk werk, vooral om er weer uit te geraken. Eén blok was enorm en diende geplopt te worden. Buiten moesten we toch wel een kwartier wachten. Terug in de grot, het blok was in grote stukken gebroken die nu halfweg het putje (3-4 m diep) hingen. Maar bovenaan het putje was het echt te smal om er veilig in te geraken. Daar moest nog aan gewerkt worden.

We waren intussen uitgeput en bont en blauw want dit is intussen een sportief en scherp grotje!
Genoeg voor vandaag dus.

Zondag 11 dec 2016
Zondagmiddag nog even met Annette naar de Mouflons. Uiteraard was ons doel het putje. We slaagden erin om er twee grote blokken uit te sleuren en daarna lag de weg open. Voorzichtig omlaag, 3 m dieper was er een zaaltje gevormd tussen enorme blokken (de grootste meet zeker 3 x 4 m). Na wat gesnuffel hadden we op 2 plaatsen zicht op een lager gelegen gang, verdedigd door een te nauwe doorgang.
Hoera, eindelijk een echt zaaltje, met plaats!
Annette was intussen heel voorzichtig tussen dreigende blokken omhoog geklommen en kwam daar in een bovenverdiep terecht. Hier was een mooi plafond te zien, met vele fossielen van Stromatoporen. Het liep er wel wat verder, weer omlaag en ook hier stopten we voor een donker gaatje waarachter weer wat ruimte was.
Het wat later ontdekte bovenverdiep

Fossielen van Stromatoporen
Best tevreden met deze vordering! Naar buiten om het topomateriaal te gaan halen. De topo was toch wel wat werk want wat we vandaag bijvonden, is eigenlijk zo groot als alles dat we reeds hadden.
Na de topo werkten we nog een half uur aan de eerst gevonden vernauwing waaronder “iets” verder liep. Uiteindelijk geraakten we erdoor, afstapje van 2 meter, dan na 3 m gang zat alles dicht. Vreemd want er was echt veel tocht voelbaar in de vernauwing. Dat bekijken we later nog wel.
Paul topografeert de ontdekking
De grot meet nu al 95 m en is reeds 16 m diep. Dat begint er stilaan op te lijken. Maar dat moet nog veel, veel meer worden!

woensdag 9 november 2016

Nieuws van het Belgische explofront

Tijdens een weekje herfstvakantie hebben Annette en ik ijverig verder gedaan aan diverse van onze Belgische projecten. Een samenvatting:

Zaterdag 29 oktober 2015
Trou du Parrainin Eprave; een grot die al heel lang op mijn wenslijst stond. Het was een werkbezoek onder leiding van Benoit Lebeau (GRPS), in gezelschap van Marc Legros (SCF) en Annette. Het eerste deel van de grot is door mijnwerkers uitgegraven in de 19de eeuw. Verderop is er een ruime, zeer geconcretioneerde galerij (Cimétière), gevolgd door een zaal en enkele annexe réseaus en gangen. Achteraan zochten we in elk gaatje, maar een evidente plek om te werken vonden we niet echt. We vervingen ook een looplijn, dus hadden we de boormachine toch niet voor niks bij. We haalden ook nogal wat rommel van de ontdekkers eruit, graafbakken, emmers, graafmateriaal enz. Toffe grot, jammer genoeg met plakkerige modder en die zit ook over de meeste concreties uitgesmeerd, want de oorspronkelijke ontdekkers van deze grot namen het destijds niet zo nauw. Tegenwoordig is de grot perfect gebaliseerd met touwtjes zodat er geen verdere schade meer kan bijkomen.

Woensdag 2 november 2016
Met Annette naar de Fagnoules. Eerst een uurtje bezig geweest met het fotograferen van een boeket bizarre zwammetjes in de Salle des Arcs. Deze waren op een binnengespoelde dennenappel gegroeid; echt prachtige dingetjes. 



Daarna naar de Siphon Exterminé (S2) waar we als opdracht hadden: een plop zetten in het plafond, op het laagste punt. De waterstand was nog steeds erg laag, er was 30 cm lucht en dus was het nu of nooit. Op mijn rug in het water liggend boorde ik zo een gat van bijna 1 m diep (en 12 mm diameter). Extra veel goe poeier erin, en een half uur later BOEM. Het resultaat valt af te wachten. Hopelijk is dit lage punt, dat bij hoog water een probleem kan zijn (2 jaar geleden moesten we hier nog met het hoofd half onder water passeren), nu definitief weg. Tenslotte nog een uur bezig geweest aan de ingang, waar ik de opening in het beton onder de poort vergrootte met de Hilti, hamer en beitel, om aldus de doorstroming van het water te verbeteren. Hopelijk hebben we nu minder last van modderophoping voor de poort.

Vrijdag 4 november 2016
Grotte de Vieuxville, Annette en Paul. Deze grot ligt amper 150 m van onze chalet, da’s praktisch dus. Samen met Frits van de GRSC had ik vorig jaar deze oude werf van NTS hernomen. Eerst hadden we de grot getopografeerd, daarna hadden we er in 2015-2016 enkele malen ingewerkt en zo vlot wel 80 m bijgevonden! Onze laatste ontdekking dateerde van februari en was een ruime galerij die nog op topografie en een tweede oordeel wachtte.

Eerst de grot aan Annette getoond, daarna naar het stuk dat Frits en ik in februari ontdekten. Dit geheel getopografeerd (38 m). Tijdens de toposessie ergens omhooggeklommen en zo een meter of 5 bijgevonden, met einde op een vernauwing met erachter minstens 5 m ruimere gang. Maar weinig tocht. Tot slot in de nauwe spleet (links als je de nieuwe gang binnenkomt) ook een vervolg ontwaard en dat ziet er goed uit want hier is goede blazende tocht! Desobstructie van beide mogelijkheden is eenvoudig. Maar dat gaan we natuurlijk samen met Frits doen.
De grot meet nu al 249 m.

Zondag 6 nov 2016
Trou des Mouflons
Na het laatste verslag hier op het blog http://scavalon.blogspot.be/2016/05/mouflons-langzaam-maar-zeker.html waren we nog 2 keer terug naar daar geweest. Aldus zaten we nu 3 m diep in een putje dat geheel met hoekig puin (van buiten afkomstig dus) was opgevuld en moeizaam moest worden leeggemaakt. 
Vandaag voor de  15de keer naar de Mouflons, met Annette. Vandaag ging het gebeuren. Eerst was het de beurt aan Annette om puin te ruimen. Een uur later was ze 70 cm gezakt en werden de blokken groter, er waren zelfs gaten tussen waarin steentjes 2 meter diep vielen! Daarna ruimde ik nog een uur. Het was nu duidelijk: onder ons waren er grote blokken met daartussen hopelijk doordringbare ruimte. Maar doordat we weer een meter dieper waren gezakt, hadden we nu links van ons een stapel zeer instabiel en afbrokkelend puin. Die kon elke moment de dieperik ingaan. We verkozen voor een plopje in een sleutelblok. 
Paul kan voorzichtig door de net vrijgemaakte doorgang glippen
Dat bleek de goede keuze: een uur later was de doorgang vrij en kon ik tussen 2 grote blokken doorglippen en hoera: voor het eerst in 15 graafdagen kwamen we in een ruimte uit! Hier was zelfs plaats voor ons allebei! Veel stelde het niet voor: we konden in 3 richtingen telkens een paar meter ver geraken. Maar in één hoek was er zeer duidelijke tocht, een klein gaatje lonkte. We werkten daar nog een uurtje aan tot we zicht kregen op een meter extra vervolg.

Annette in het ontdekte vervolg. Nog klein maar wel echte grot.


De dag was om, maar we waren toch wel tevreden. We zitten in een stabiel grotje en we hebben daar stockageruimte zodat we niet met meer met alle stenen naar buiten moeten. Want dat buiten is toch al wel 7-8 m omhoog! Hopelijk geraken we nu ook verder in een echte, grote grot (hoewel de kans reëel is dat we gewoon in de Trou des Côtes uitkomen).

dinsdag 31 mei 2016

Mouflons langzaam maar zeker

Er is de voorbije weken nog stevig gewerkt aan de Trou des Mouflons. Stilaan lijkt een doorbraak(je) in zicht!

Zondag 17 april 2016 :  Paul solo: weer 3 uurtjes gaan graven, in de namiddag. Zoals ik op voorhand wist, was het echt wel lastig, zo alleen. We gebruiken kleine 5 liter emmertjes, want het is hier te nauw om met grotere bakken of emmers te werken. Telkens ik 5 emmertjes vol had, moest ik ermee naar buiten: ellendig. Veel puin geruimd in het “gangetje” langs de schuine wand. Tot mijn verbazing (en teleurstelling) zit het onderaan dat gangetje dicht, de tocht komt dus van rechtdoor uit het puin (horizontaal). Dus nog veel puin te ruimen! Op de duur kon ik volledig in het gangetje liggen, maar het is nog te nauw (plopwerk). Helemaal achteraan gestopt op een wit geconcretioneerd holletje. Is dat het vervolg?

Zondag 8 mei 2016 : Annette en Paul. Buiten was het liefst 27°C! De grot zoog flink aan, hoewel nu en dan de tocht plots keerde en dan fel koud blies. Zeer veel puin uit het “gangetje” gehaald. Twee plopsessies om de rechterwand (stabiel) te verbreden en enkele grote blokken in de vloer weg te doen. Einde van de dag: het gaatje ten einde rechtdoor, gaat over 70 cm verder en wordt 15 cm breed. Maar we hebben ook een gaatje opengemaakt recht omlaag, waarin men 60-70 cm ver ziet. Tenslotte is er ook haaks naar rechts iets. Alles zuigt sterk aan. Volgende keer moeten we werk maken van een stevig luik op de grot, het risico dat hier iemand (of een schaap) in valt is reëel.

Zaterdag 21 mei 2016: Paul solo. Daags voordien een stevig luik gemaakt, van betonplex 3 cm dik. Woog als lood dus voorlopig niet gemonteerd, zodat ik het in stukken naar daar kon dragen.
Vroeg opgestaan want ik kon enkel deze voormiddag. Rond 9 u ter plaatse. Het omhoog dragen van het luik lukte in twee keer. De plaatsing ging vanzelf, ik had goed gegokt voor wat de afmetingen betrof. Een uur later was alles in elkaar geschroefd en kon ik beginnen met het aanvullen met stenen en grond. Nog een uur later was alles al heel wat minder opvallend dan voordien en vooral veel veiliger. Dan toch nog gauw in de grot. Eerst het puin ruimen dat we vorige keer hadden laten liggen, ging moeizaam zo alleen. Maar de techniek met de kleine emmertjes werkt wel. Nadat het puin weg was, wat in de vloer zitten rommelen. Plots opende zich een gaatje en tot mijn verrassing vielen stenen enkele meter omlaag! Nog een half uur later had ik zicht op een putje, recht omlaag. Nog veel te nauw, hier is nog werk aan. Maar het ziet er echt wel hoopvol uit!


De constructie staat op haar plaats, nu aanvullen met stenen errond

Zicht op de zaak, na aanvulling met puin rond het gat

De emmertjes


zicht recht omlaag, in het "putje". Voor de eerste keer wat echte ruimte!
  
Zaterdag 28 mei 2016:, Paul en Annette. Het putje aangevallen, eerst enkele flinke blokken bovenaan kunnen wegkrijgen waardoor we meer plaats om te werken kregen. Het putje opende zich in massieve rots aan 2 kanten en dus werd er duchtig geplopt. Dat ging goed maar het puin eruit halen in kopstand was niet simpel. Bij de derde reeks ploppen kwamen enkele heel grote stukken los en momenteel zit alles beneden potdicht met 50 cm puin, echt een massa. Maar toch hebben we al een vervolg kunnen zien, maar er gaat nog wel wat werk aan zijn. Omdat het al tegen 18 u liep, ermee gestopt. Reuze benieuwd naar het vervolg maar dat zal niet voor direct zijn.

Annette ruimt het putje uit, er komt stilaan meer plaats

Na de laatste plop (die niet meer geruimd werd)

woensdag 13 april 2016

Trou des Mouflons

De voorbije weken werd er flink gewerkt in een gaatje dat al 7 jaar geleden gevonden werd. A113 is het nummer – en sinds kort heeft het ook een naam “Trou des Mouflons”.

Wat historiek: Op een koude winterdag in december 2009 trokken Dagobert en ik (Paul) erop uit voor wat prospectie. In het bos boven de Trou des Côtes vinden we een natte plek in de bladeren. Niks wijst op de aanwezigheid van een grot maar de thermometer geeft toch aan dat het hier warmer is, zonder dat we daarom van voelbare tocht kunnen spreken. Het gat krijgt als nummer A113.
Ontdekking in december 2009: Dagobert meet de temperatuur
Die dag wordt ook de A114 gevonden. Daar is veel tocht en de aandacht gaat dan ook vooral naar daar uit. Maar ondanks grote werken, 10 dagen in 2010-2011, vinden we er (nog) geen vervolg.

Toch wordt er in 2010 ook enkele keren aan de A113 gewerkt (Dago en Jos). Maar hiermee geraken we amper 50 cm diep, pure rots en er is geen enkel vervolg te bespeuren en tocht is al evenmin duidelijk. In 2011 maak ik het gaatje weer leeg (zat vol bladeren en aarde) en kan aldus een spleetje openmaken van hooguit 1 x 2 cm dat de wierook een beetje opzij blaast, 9°C warme lucht. Interessant doch van een “rokend tochtgat” is allerminst sprake. We zijn intussen nog volop in de Trou des Côtes bezig en hoewel de A113 voorbij de terminus van die grot ligt, hopen we vooral van binnenuit verder in de berg te geraken.
In de loop der jaren passeer ik er nu en dan en zo komt het dat ik er in de winter van 2016 weer eens de bladeren uithaal en met mijn thermometer zit te peuteren. In de TDC zijn we niet verder geraakt en ik neem me voor om deze keer toch eens een lap op die A113 te geven. Het feit dat Annette en ik daar nu op 10 minuten vandaan een buitenhuis hebben, vergemakkelijkt de zaak natuurlijk fors. Het is een ideale plek om me nu en dan enkele uurtjes te gaan afreageren! En zodoende volgen er al gauw 6 graafsessies van telkens 3 à 4 uur.

5 maart 2016: Paul solo. Eerste werk moet er geplopt worden (4 x). Met een kussen en dekzeil demp ik het geluid. Na het openbreken van de massieve rots aan de oppervlakte, kom ik in een compacte opvulling van hoekige blokken. Die zijn allen vol okerkleurige bloemkolen gegroeid, wat een zeer goed teken is (die vormen zich door grotlucht, waarin met calciet verzadigde waterdruppeltjes zweven). Ik heb zelfs een klein gaatje kunnen openmaken dat nu duidelijk blaast. Ik eindig op een diepte van 1 meter.
Na een uur of twee werken en enkele plops, opent zich een klein gaatje met wat tocht (= het zwarte driehoekje rechts naast de hamer)
Einde van de sessie, het tochtgaatje is wat opengemaakt.
13 maart 2016: Paul solo. Ontmoeting met een groepje mouflons (wild schaap). Ditmaal had ik een emmer bij zodat het leeghalen veel sneller ging. Op een andere plek vind ik meer tocht en aan het vorige keer gevonden tochtgaatje wordt niet verder gedaan. De opvulling bestond nog steeds uit stenen met bloemkolen op gegroeid. In één hoek maakte ik een gat open met veel tocht. Om in die richting verder te werken, moest ik 2 plops doen.

De situatie na de graafdag van 13/3. Het gat is nu 1 m diep. 
20 maart 2016: Paul en Peter VDB. We halen we er veel puin uit. Het ziet er hoe langer hoe beter uit: we zijn door een soort van kalksteenlaag geplopt, en door dit venster in iets geraakt met wat meer ruimte tussen de blokjes (d.w.z. enkele centimeters, terwijl het voorheen hermetisch opgevuld was). Het gat wordt na ons werk afgedekt met een houten plaat en de stapel puin (zeer opvallend vanwege de oranje en witte kleur van de blokken) wordt zo goed mogelijk gecamoufleerd met bladeren.
Peter aan het werk                     
3 april 2016: Paul solo. De opvulling gaat langzaam over van kleine keien naar grotere blokken met wat meer ruimte tussen. Grot is nog niet zicht maar de tocht is nu zeer sterk aanzuigend (het is warm buiten) en alles staat vol bloemkolen.
Het sediment vult werkelijk alles op, maar er komt wat ruimte tussen. Let op de bloemkooltjes.
 5 april 2016: Paul solo. Er komt meer en meer ruimte tussen de stenen, einde met zicht op een gangetje van 10 cm hoog en 20cm breed. Het werken is ontzettend vermoeiend, je ligt met je hoofd steil omlaag, breed is het nergens en met elke steen moet je achteruit en 2 m omhoog.

Ik krijg zicht op wat grotere stenen, mijn voet geeft de schaal.

Tegen 's avonds heb ik een gangetje opengemaakt. Voor het eerste is er "ruimte" (10 cm hoog).
10 april 2016: Annette en Paul. Prachtig weer en ditmaal ben ik niet alleen. Maar Annette herstelt nog van een rugprobleem (flink verschot) dus we moeten het rustig aan doen en niet te veel gewicht ineens pakken. In de grot kan ik enkele grote blokken uit het plafond wrikken, daardoor komt er net genoeg ruimte om gekromd in het “volgende” plaatsje te zitten en zo aan het vervolg te graven. ’t Is allemaal klein en lastig werken, gelukkig zijn we ook kleine (en lastige) mensen. Na een uurtje moeten we een drievoudige plop doen, om een blok in de vloer weg te werken en de doorgang links en rechts te verbreden. We hebben nu een solide wand bereikt die ver schuin omlaag loopt en vol bloemkolen staat. Maar vanaf links is er een massa puin en zand tegen geschoven, de passage is amper een vuist breed gebleven. Kortom, hier is nog immens veel te ruimen!
Annette aan het werk. Het lijkt op een grotje maar:  al die ruimte is de voorbije weken leeggemaakt! Vergelijk deze foto met de foto hierboven (waarop mijn voet staat).

Eindsituatie: rechts een massieve wand, links een massa rommel die er nog uit moet.
We zitten nu toch al zowat 2 m 50 diep en 3 m ver. Een echte grot is niet ver meer, alle indicatoren zijn goed. En in de loop der jaren hebben diverse van die in de winter gevonden “natte gaatjes tussen de bladeren”, op plekken waar echt niks te zien was dat aan een ingang deed denken, mooie ontdekkingen opgeleverd. Grotte aux Contrastes, Grotte Strauss, Trou du Bonheur, Grotte des Surprises, om er maar enkele te noemen. Wordt dus vervolgd.

Het gat tijdens de graafwerken

Na de werken wordt alles zo goed mogelijk afgedekt

maandag 16 december 2013

Iedereen Beroemd vanavond maandag 16 dec 2013

De titel zegt het al: de uitzending over "Speleokoppel" in de Trou des Côtes gefilmd, komt vanavond in Iedereen Beroemd - da's dus maandag 16 dec 2013. Dat is aansluitend op het Journaal van 19 u, op VRT 1.

Geen paniek als je het mist: het zal daarna online staan hier:
http://www.een.be/programmas/iedereen-beroemd/speleologenkoppel

zaterdag 7 december 2013

Iedereen - heel eventjes - Beroemd

We kennen allemaal Iedereen Beroemd, een van de leukere programma’s van de VRT, over het dagdagelijkse leven van de modale Vlaming. Elke dag zitten ze in een andere Vlaamse gemeente en zo kwamen ze onlangs in Edegem. Ze contacteerden ons (want Avalon is een Edegemse vereniging), omdat ze dachten dat er met die Edegemse speleologen wel iets interessants te doen was. Wij zagen dat wel zitten, op enkele voorwaarden wel:  het moest een constructieve uitzending zou zijn. Geen gedoe over ongelukken en gevaar en zo, wel over passie en avontuur, ontdekkingen, grotbescherming en andere facetten van de mysterieuze onderwereld die ons speleologen allemaal zo vertrouwd en dierbaar is. En de naam van de club moest op een of andere manier in beeld komen, want speleo is toch wel een teamsport en de kijker moest toch wel weten dat er zoiets als Speleoclub Avalon bestond.
Ze waren akkoord, maar wegens een te krap tijdschema bleek het niet meer mogelijk om iets rond speleologie in die aflevering over Edegem te krijgen. Toch was de VRT heel gebrand om iets met ons te doen. Nadat een van hun medewerkers een deel van onze exploratiefilmpjes had bekeken, kwamen ze met het voorstel om te werken rond een ontdekking van ons, waar “live” beelden van de première van bestonden. Ze wilden die dan “cross-cutten” met nieuwe opnames in diezelfde grot. Okee... "strak plan", zou de Gertian zeggen.

Hun voorstel: Fagnoules, Réseau de l’Echo misschien? Oei, dat voerden we - na veel over en weer bellen en mailen - toch maar af. Het idee om met drie speleodebutanten (regisseur-cameraman-geluidsman) tot aan de nek door pseudosifons met 10 cm lucht te gaan dobberen, en dan in het lang en breed opnamen te gaan maken, allemaal bibberend van de kou in onze natte neopreentjes, dat zagen we niet echt zitten. Om nog maar niet over het transport van al dat omvangrijke en dure materiaal te spreken in zo’n watergrot. En dus kwamen we bij de Trou des Côtes terecht. Bijna heel die première was gefilmd, de grot was niet moeilijk, droog en warm… maar wel een uiterst delicate wereld van druipsteen en kristal. Zouden we dat wel doen? En die uitzending, die zou slechts 3 minuten duren. Was dat wel al die moeite waard?
Na rijp beraad toch maar besloten van wel. Ten eerste, is er maar raar of zelden een programma gemaakt over een mooie, vrijwel ongerepte Belgische grot en wat er rond komt kijken qua ontdekking, exploratie en beheer. Bijna steeds gebeuren zo’n opnames in een van onze weinig representatieve en versleten initiatiegrotten. Ten tweede, dit programma heeft meer dan 1,2 miljoen dagelijkse kijkers, in prime-time! Wat een buitenkans om het grote publiek een positieve boodschap over speleologie te brengen. 
En zo kwam het dat Annette en ik op vrijdag 6 december 2013 (met Sinterklaas dus!) in Hamoir zaten met het sympathieke trio freelancers van de VRT: Tine (regisseur), Hans (cameraman) en Johan (geluidsman). Alle drie hadden ze ooit al wel eens speleo gedaan, dus dat zou wel loslopen. Eerst een paar uur buitenopnamen, met het grotere filmmateriaal. Gelukkig was het een mooie, zonnige maar wat frisse dag en bleef de voorspelde sneeuw ver weg (die weersvoorspellingen van het KMI worden elk jaar slechter). 
Daarna, iedereen in de speleokledij gestoken, en het film- en geluidsmateriaal verpakt. Er was geopteerd voor compact materiaal (als camera, een verrassende keuze: Canon Eos 5D fototoestel -  Full HD toch wel, natuurlijk) en we eindigden met 2 sherpakits en 2 gewone kits, best te doen dus. Dan het “alles of niets” obstakel: de nauwe ingang waarin zelfs gerenommeerde speleo’s de pijp al aan Maarten hebben gegeven. Mocht hier iemand opgeven; het zou de VRT een flinke duit kosten. Doch ons trio perste er zich onvervaard door! Na dit selectieve obstakel, volgt bijna 25 m nauwe kruipgang (allemaal door SC Avalon en Co gedesobstrueerd geworden in 2008) tot in de eerste ruimte; de Salle du 21 Juillet. Ook dit ging vanzelf, we hadden hier duidelijk te maken met een groepje sportievelingen die voor hun job het een en ander over hadden!
DSCF2128
Geluidsman Johan
Vanaf hier moesten de overalls en schoenen uit; in deze tak van de grot is immers elke vierkante meter bedekt met zuivere druipsteen. Echt ruim wordt het nooit, dus het filmen bleek soms een echte uitdaging. Belichting, geluid, opnames vanuit diverse camerastandpunten, en dat allemaal als 5 olifanten in een porseleinwinkel…
DSCF2127
Cameraman Hans
Doch het lukte wonderbaarlijk goed, er sneuvelde vrijwel geen enkele spaghetti, alles bleef proper en netjes.
De grot is een pareltje, elke meter is er wel iets te zien en de cameraman kreeg er maar niet genoeg van. Intussen had hij materiaal genoeg voor een 6-delige aflevering van telkens een kwartier. En Tine interviewde naar hartenlust. Bijna alle aspecten van speleologie kwamen aan bod. Toch wel jammer dat 95% zal sneuvelen in de montage, want een uitzending van 3 minuten oftewel 180 seconden, da’s voorbij voor je goed en wel in je zetel zit.
DSCF2132
Regisseur Tine
Zo tikten de uren onmerkbaar verder – zoals steeds onder de grond – en het waren enkel onze steeds kouder wordende voeten (je loopt hier heel de tijd op sokken rond!) en een zekere toenemende spanning in de blaas die ons op den duur eens op de klok deden kijken: bijna 18 u!  Tijd om in te pakken, ons weer in de overalls te wurmen en de frisse buitenlucht op te zoeken. De andere en ruimere tak van de grot filmen (Salle des Invités, Salle Menthos) was niet meer haalbaar.
DSCF2131
Het Speleokoppel... en klap... we draaien!
Tegen dat we aan de auto waren, was het 19 u voorbij. Toch was er nog even tijd om naar goede traditie de plaatselijke kroeg op te zoeken, en nog wat na te kaarten over deze leuke dag.
Het was een niet-alledaagse ervaring. En zeer benieuwd naar het resultaat. Dat wordt waarschijnlijk eind december uitgezonden onder de titel “Speleokoppel”. We houden jullie op de hoogte.

woensdag 20 november 2013

Een goedgevuld weekend

door Dagobert L'Ecluse

Zaterdag 16/11 vertrekken we met een volgeladen auto richting Ardennen. We dat zijn Annemie, Peter, Hervé, Dagobert en Julans (Spero).  Eerste stop is de gîte in Hurlevent waar we de 2 jongsten (Hervé en Julans) droppen op het jongeren weekend. Zij zullen zich de komende dagen uitleven in verschillende grotten in het Luikse. De Sainte-Anne, Beaumont, Veronika en de doorsteek Chawresse-Veronika zullen de revue passeren. Naar wat ik opgevangen heb was het een goed gevuld en leuk weekend 

De volgende halte is Hamoir waar het andere drietal een klassiek bezoek brengt aan de TDC. Voor Peter een test(je) om eens te zien hoe hij zich doorheen geconcretioneerde zones moet bewegen. Ik maak van de gelegenheid gebruik om de vleermuizen te tellen. Doorheen de grot zie ik er 7 hangen, allemaal kleine hoefijzerneuzen. Sinds dat we de grot ontdekt hebben en opengemaakt stijgt het aantal jaar na jaar. De mensen van Plécotus zullen weeral blij zijn met onze bevindingen. 

Een kleine hoefijzer.





Na een 3-tal uurtjes zijn we rond en is Peter met vlag en wimpel geslaagd in het slalommen tussen concreties.
Terug aan de auto eten we wat en hop richting Nettine. Daar ligt de A160, met zijn 3 mogelijke ingangen, te wachten op ons. Ik gids de andere 2 ernaar toe doorheen het paleokarstbos. Overal zijn hier karstverschijnselen te zien, ze zijn echter niet allemaal natuurlijk en dat maakt het moeilijk om de juiste plaatsen te vinden om aan te werken. Eerst duiken we de boveningang in, er komt een lekkere warme en vochtige tocht uit. Dat kan maar 1 ding betekenen, hier zit een grot achter. Maar er komt ook een dierlijke geur uit en dat betekent dat de das ook terug is. En ja hoor een beetje verder zie ik al een eerste kuiltje met verse uitwerpselen. Gelukkig zit de das in het stuk waar we niet moeten zijn. Maar toch zijn er overal nog sporen van graafwerkzaamheden. 

Ik toon Peter en Annemie de terminus en leg hun uit waar ze straks aan mogen komen graven. Terug eruit en naar de 2 andere ingangen. De grote porche is toch wel indrukwekkend maar om hier verder in te geraken is er zwaar spul nodig.  Voor dat we daar mee beginnen wil ik eerst de andere 2 mogelijkheden bekijken. Ik begin aan de 3e ingang terwijl de andere 2 terug in de boveningang gaan werken. Met de bosch hamer ik me wat verder in de ingangspleet. Maar na een tijdje moet ik me onder een overhangende blok leggen en dat vind ik maar niets. Die moet er dus eerst aan geloven maar ik kom van drup in de regen terecht en finaal moet heel de linkerwand voor de ingang eraan.  

Tegen een uur of 16:00  zijn de andere 2 terug en wieroken we deze ingang maar veel tocht is er niet te merken. Hmmm misschien toch niet zo interessant. We proberen nog een groot blok eruit te krijgen dat het zicht belemmert maar het lukt niet. Er zal dan toch een plopje nodig zijn om erin te geraken. We werken daarna nog tot dik 18:00 aan de boveningang. Hier geraken we een metertje verder tussen de wand en een instabiele puinhelling. De tocht is daar goed maar het is nog niet gewonnen. 
A160 - benedeningang

Op de terugweg  naar de auto zie ik nog een andere interessante plek maar het is te koud en we willen eigenlijk iets gaan eten. Ondertussen staat Paul al te wachten aan het hek van de chalet van mijn ouders. Hij komt van de JNS in Han-sur-Lesse en zal ons morgen vervoegen. Na een frietje in de frietbus en enkele flessen bier duiken we rond 23:00 onze slaapzak in.  

Zondag 17/11 staat de D3 op het programma. In de D3 ligt er overal al puin opgeslagen van de vorige keren. Nu we met 4 zijn kunnen we het min of meer vlot naar buiten krijgen. Daarna kunnen we beginnen met onze destructieve bezigheden. Eerst ploppen we nog een lastige bocht op het traject naar beneden en daarna pakt Paul de terminus aan. Dit wapenfeit werkt bijzonder goed en we zijn uren zoet met het puin. Er komen zeer grote blokken uit en op 2 na liggen die allemaal al buiten.  

Gek doen doet geen zeer.

En wat is het vervolg zullen jullie trouwe bloglezers je misschien afvragen. Wel het ziet er goed uit. Vorige keer wisten we al dat we niet langer horizontaal gingen gaan maar dat het recht naar beneden ging. Vandaag zien we duidelijk via verschillende gaten en spleten naar beneden. De meeste tocht komt van daar en waait ons rond de oren. Volgende keer gaan we volgens mij misschien wel een klein doorbraakje kunnen maken.

De terminus - vervolg op 1/12
Om 16:00 moet ik er punt achter zetten en spurt ik de heuvel af. Ik moet namelijk om 17:00 in Luik aan het station staan om Hervé terug op te pikken. Dat lukt ei zo na en ik arriveer daar om 17:05. Het was een goed gevuld weekend dat zeker voor herhaling vatbaar is.


De muur van puin neemt gigantische proporties aan.

Verslag : Dagobert
Foto's : Paul en Dagobert

zaterdag 26 oktober 2013

Links en rechts in Hamoir

Gisteren vrijdag, P&A richting vallei van de Lembrée met het stellige voornemen om de topo van de Grotte des Surprises af te werken. En om er zeker van te zijn dat (zoals op alle vorige keren) er niks ons zou afleiden, hadden we enkel een toposet mee. Dus geen hamers, koevoeten, schopjes, Hilti of ander bruikbaar spul. Ter plaatse gekomen, dikke pech, want vandaag was er net een klopjacht in het bos. En als er nu één grot is die echt midden in het bos ligt, is het die wel…
Een confrontatie met onze groene vrienden zagen we niet zitten. Wat nu gezongen? We hadden geen sleutels van andere grotten bij, geen desobspullen. De mogelijkheden waren zeer beperkt. Dan maar naar Hamoir. Daar hadden we nog twee grotjes te topograferen, alles bij elkaar 25 meter.

In Trou des Bourdons hadden we in de zomer nog een plop gezet in de eindvernauwing. De grot ligt niet ver van de Trou des Côtes. Na wat puin ruimen en met een dikke steen als hamer en een platte steen als schopje, geraakten we erdoor. We konden aldus 2 meter stijgen, waar een kruispunt van gangetjes is. Maar om erin te geraken moet er eerst nog gewerkt worden. Toch interessant, want een van de gangetjes tochtte. We maakten de topo van de grot, die echt wel goed ligt ten opzichte van de TDC: lager dan alles wat we er tot nu toe kennen.

Elegante pose tijdens de topo van de Bourdons

Annette in ons nieuwe stukje

Paul in volle concentratie
Bourdons (rose) ten opzichte van TDC

Vervolgens even de D3 in. Daarin was het laatste wapenfeit ook al een flinke plop geweest. Maar die konden we niet ruimen, want de keer ervoor hadden we reeds alle puin links en rechts gestockeerd en we waren nu uitgepraat. Al dat puin moet dringend naar buiten en daarvoor zijn we met 3 à 4 man nodig. Bij deze dus een warme oproep aan wie ons daar eens wil mee komen helpen (mag ook iemand van buiten de club zijn hoor). Nu, het vervolg van de D3 wordt interessanter, want we kregen eindelijk wat zicht op de zaak: het gaat flink omlaag, we zien een meter recht omlaag maar de spleet is nog steeds hooguit 15 cm breed. Wordt vervolgd!
D3: na 7 m ploppen gaat het achteraan eindelijk recht omlaag

Tenslotte naar de A114, ook al zo’n tochtgat waarin we veel kruit hebben verschoten. Ook dit grotje moest nog opgemeten worden en dat is nu gebeurd. En ook hier moeten we eens met een man of 3-4 puin naar buiten halen, zodat we kunnen verder werken.
A114: de kunst van het camoufleren. Eerst wat takken...

dan een dekzeil...
wat bladeren en ziezo: weg grot! En een prima valkuil voor de boswachter.


Al bij al dus zeker geen verspilde dag.