donderdag 21 januari 2016

Trou du Chien

door Erik Bruijn

Zondag 17 januari
Vandaag stond er weer een klassieker op het programma. We (Jos, Mario en Erik) wilden graag de Abime de Lesves gaan doen. Echter met de hoeveelheid regen die er in de week uitgevallen was en het koude weer in het weekend, hebben we wijselijk besloten om te veranderen van grot, en is het de Trou du Chien, gelegen in Anseremme, geworden.
's Morgens in het prachtige weer erheen gereden en in de sneeuw, onder een zonnetje, hebben we ons omgekleed. Vervolgens op pad gegaan en was de grot zeer snel gevonden. Nadat Jos het poortje geopend had, begon ik aan het equiperen. Het was voor mij de 2de keer dat ik dit zou doen, en Jos en Mario hielden dit dan ook in het oog. In de Salle d' Entrée waren er 3 opties om verder af te dalen, hierbij namen we de rechtse kruipgang (links op de topo). Jos en Mario keken eventjes ook in de andere gangen. Halverwege de Grand Puits zelf vond ik niet direct geschikte ankerpunten om de laatste etappe verder te kunnen afdalen. Op aanwijzing van Jos vonden we echter nog enkele spits (de andere gebruikte ankerpunten in de putten waren broches) en kon ik de put verder vrijhangend equiperen. Beneden aangekomen, eventjes een versnapering gegeten, en vervolgens terug naar omhoog.
Tijdens onze wandeling terug naar de auto, kwamen we nog enkele Nederlandse wandelaars tegen, die geïnteresseerd waren in onze hobby. Omdat er vlakbij nog een klein grotje was bij een uitzichtspunt, hebben we deze sympathieke wandelaars dit nog getoond.
Aangezien het nog vroeg was, zijn we nog richting Trou du Bonheur gegaan om in het bos erboven rond te kijken naar tochtgaatjes. Hoewel er een dun laagje sneeuw lag en het vroor, konden we geen enkele plek vinden waar er tocht aanwezig was. Vervolgens zijn we nog iets gaan drinken en hebben we de dag gezellig afgesloten.







Virtueel prospecteren met LIDAR

LIDAR

Het Waals Gewest heeft de voorbije jaren een zeer gedetailleerd digitaal model van de oppervlakte laten maken. Dit met vliegtuigen die op een hoogte van +/-1000 m in stroken vliegen en de oppervlakte scannen met een LIDAR-systeem. Dat is een laserscanning waarbij er massa’s pulsen worden afgevuurd. Aldus brengt men de hoogtes in kaart met een precisie van decimeters. Aangezien het vliegtuig beweegt (uiteraard) en de laserstraal door middel van roterende spiegels voortdurend een andere hoek wordt uitgestuurd, word elk voorwerp, pakweg een boom, gebombardeerd vanuit diverse kanten door honderden laserpulsen. Een deel daarvan gaat tussen de takken of door de bladeren door en zo bereikt men ook de grond. M.a.w. men scant zowel de boom als wat eronder zit. Men doet zo’n meetcampagnes trouwens in de zomer, indien men het bladerdak wil, of in de winter, wanneer men zoveel mogelijk van de grond zelf wil meten.

Dit geeft dus miljarden meetpunten die achteraf op speciale manieren worden verwerkt tot 2 modellen: MNS (Modèle Numérique de Surface) en MNT (Modèle Numérique de Terrain).
MNS daarop zie je echt de oppervlakte inclusief alles dat erop staat: huizen, bomen, bruggen, hoogspanningsmasten enz. Het is voor onze overheid de ideale tool om te zien wie er illegale uitbreidingen aan het bouwen is, het reliëf van zijn tuin heeft veranderd of een boom omgezaagd zonder kapvergunning.
Lidar MNS van Rochefort. We zien huizen, bomen, auto's.

MNT is een versie die van al die dingen gestript is (op allerlei manieren):  kortom geen huizen, auto's en vooral geen bomen meer!

Welk nut heeft dit voor ons?

De cartografie en de luchtfoto’s (waarvan er intussen al een 5-tal generaties op staan, die elk jaar beter worden) gebruikten wij, speleo’s, al courant. Maar voor echte prospectiedoeleinden werden we toch altijd gehinderd door de begroeiing (bomen).  Dankzij de MNT is dat probleem verdwenen. We zien het terrein alsof er geen bomen, huizen of andere menselijke structuren zouden opstaan (terug naar de oertijd dus).

Oh ja: op die MNT zet men een soort van belichting (Hillshade) op want anders zou je totaal geen reliëf zien. Die creëert dus een schaduwing, als bij een laagstaande zon. Hierdoor, en dankzij de nauwkeurigheid van die MNT zie je werkelijk elke oneffenheid in de bodem: van het kleinste koeienpaadje over oude ruines, mijnen, bomkraters tot … dolines. Jammer genoeg zorgt dit ook wel voor een overbelichting of extreme schaduwing (dichtlopen) van steile valleiflanken.
Maar het is werkelijk een verbluffende tool om de loop van ondergrondse rivieren in te schatten, die aan de oppervlakte vaak inzinkingen, valleitjes, dolines enz. veroorzaken. Zelfs dolines die nadien door de boer werden opgevuld kan je zo vaak nog terugvinden.

Hoe doen we dat nu:

Het Waals Gewest is al jaren aan één groot “GIS” (Geografisch Informatie Systeem) aan het bouwen waarop zij een massa aan gegevens combineren: luchtfoto’s, kaarten, kadastrale gegevens enz. en daar zijn ook die MNT en MNS aan toegevoegd.
Het beste is dat iedereen daar toegang toe heeft, weliswaar in minder hoge resolutie dan zij zelf, natuurlijk.

De toepassing staat op het Geoportail van het Waalse Gewest. 
Als voorbeeld nemen we Tilff: zie hier: http://tinyurl.com/jb82yhr

We zien eerst de basiskaart:
  
Basiskaart
Klik op de tab “Catalogue” en vink dit aan: Vue Aeriennes, Orthos 2015. We zien nu de luchtfoto, die ons niets wijzer maakt.
Met de recentste luchtfoto.

Voor de aardigheid, vinken we nu het MSN aan (Surface model) in Relief, 2013-2014, MSN 2013-2014 Hillshade. We zien hierop het bladerdek, huizen, zelfs de hoogspanninglijnen. Niet nuttig voor ons.
Met het MNS (oppervlakte): bomen, huizen enz.

Vink nu i.p.v. het MSN, de MNT 2013-2014 Hillshade-laag aan.
En ooh yes – that’s a Bingo! We zien de vallei van de Chawresse, en vooral ten zuiden ervan de hele synclinaal met de dolines.
Met het MNT: uitsluitend het terrein.
Zoom er maar eens wat op in; het detail is ongelooflijk.
We gaan nu een stapje verder: niet alles dat je op de LIDAR-foto ziet, is direct herkenbaar als karstfenomeen. Maar de luchtfoto of de kaart kan je dan vaak wijzer maken of je naar een doline bent aan het kijken, of een vijver in iemands tuin of een berg zand. Ook geraak je gauw je weg kwijt op die LIDAR-foto’s.
Geen probleem: de toepassing is er voor gemaakt dat je zoveel lagen selecteert als je nodig hebt, en daarna met hun zichtbaarheid of transparantie begint te spelen.
Dus kies in de thema’s ook nog dit: Plans topographiques, Données IGN, Cartes IGN (Top10R…)


Vervolgens klik je op de tab “Ma sélection”. Daarin kan je de volgorde van de lagen veranderen (verslepen met de muis) of hun transparantie wijzigen. Als je de stafkaart een beetje laat doorschemeren, wordt het al heel wat makkelijker om je te oriënteren.
MNT met de stafkaart gecombineerd

Er zijn ook wat “tools” die je kan gebruiken, zoals een meetlatje om bv. een doline te meten (rarara welke doline is dit hieronder?).
Gebruik van het meetlatje

Of er daadwerkelijk nieuwe ontdekkingen gaan gebeuren dankzij deze toepassing, weet ik niet. Maar het is zeker een grote hulp bij het bestuderen of in kaart brengen van van karstsystemen. En je kan je er uren mee amuseren, op een koude, natte winterdag. ’t Amusement dus!




woensdag 13 januari 2016

Resurgence de Goffontaine - missie S2

door Sven Devos

2 januari 2016
Vandaag eindelijk een duik gaan maken in de Sifon 2 van deze resurgentie… Een mooie gelegenheid om verslag uit te brengen over deze knappe site!
Duikuitrusting aan de ingang


Goffontaine is een gehucht van de gemeente Pepinster in de provincie Luik. We situeren ons hier geologisch in het massief van de Vesder, één van de karst-systemen rond Verviers. Er bevindt zich een belangrijke hoeveelheid ondergronds water in dit massief.

De ingang van de resurgentie. Vaak is het water hier zeer helder, maar dat blijkt nog geen garantie te zijn voor de situatie in S1.

De Gruyère van grotten in deze omgeving bood vroeger een thuis aan diverse bewoners. In de Grot van Goffontaine even stroomopwaarts heeft men restanten van holenberen en schedels van leeuwen gevonden (Schmerling, 1831). Er zijn ook overblijfselen van paleontologische vestiging gevonden in de omgeving. In totaal werden er in de regio zo’n 20 karstversschijnselen gecatalogeerd.
De Resurgence de Goffontaine is een voorbeeld van een karstbron. Een deel van het water van de Vesder verdwijnt in pertes om een ondergrondse afsnijding van de meander van de rivier te realiseren. Dergelijke meander-afsnijdingen van de Vesder zijn talrijk. De grot van Bellevaux is ongetwijfeld de meest gekende grot die zo ontstaan is, maar de Resurgence de Goffontaine heeft een meer intieme charme, en een mooie diepte met -56m.
(plan: foto van op het info-paneel ter plaatse)

Ik zou die pertes graag eens gaan bekijken. De GRSC heeft in zo’n perte gewerkt maar die lijken niet echt penetrabel. Alleszins interessant om in de regio eens rond te kijken naar de andere karsteverschijnselen. Ik ben alvast wat gaan rondsnollen rond de Grot van Goffontaine, maar de ingang zag er dichtgeslibd uit en er lagen ook geen pre-historische schedels.
De resurgentie zelf is in 1960 reeds geëxploreerd door Philips die S1 verkende. Die gang is 30m lang, 1m hoog en 2,5m breed en komt uit in een klein zaaltje. Pas iets meer dan 20 jaar later, in 1983, werd er door het team Beaurir, Cuvelier en Pauwels in S2 gedoken. De toegang tot S2 was evenwel geen evidentie zoals ik zelf enkele jaren terug kon ondervinden: met een droogpak aan onmogelijk om mij er door te wringen …
foto: Nabij Goffontaine komt het water dat zijn ondergrondse tocht in de pertes begon in een klein zijriviertje terug boven de grond om even verder terug de Vesder te vervoegen.
In 2006 werd er door Speleoclub Le Continent 7 een desob gedaan aan de étroiture voor S2, met een takelsysteem en een Jeep werd er een blok weggetrokken voor de étroiture aan de start van S2. Op hun blog staan de foto’s hiervan nog.

Die étroiture bleef toch nog echt nauw, zeker onder water wil je toch graag weten dat je ook zonder zorgen op de weg terug er door kan ...


foto SDV – de étroiture voor onze desob werken. De onderste zijde van de driehoek is zo’n 50cm en daar ligt nog een blok in …
In S1 zie je kleine visjes, rivierkreeftjes en een knappe gang van een dertig meter op een diepte van zo’n 3m. Op het einde van deze sifon kan je je hoofd boven water steken in een klein zaaltje, meer een spleet. Best een toffe duik dus, maar toch frustrerend om steeds in die étroiture het “onbereikbare” vervolg te zien …

Dus zo kwam enkele jaren terug het plan tot stand om werk te gaan maken van die vernauwing. In 2013 ben ik er een paar uur aan gaan wrikken met een koevoet maar dat bleek totaal nutteloos. De volgende werksessie in januari 2014, samen met Karel Levrau van SC Cascade hebben we uren zitten kloppen en beitelen, maar ook dat bleek enkel cosmetische invloed te hebben. We zullen het anders moeten gaan aanpakken ...

De volgende werksessie in januari 2014, samen met Karel Levrau van SC Cascade, hebben we er uren heb geklopt en gebeiteld, maar ook dat bleek enkel cosmetische invloed te hebben.
Pas in begin december 2015, samen met Karel Levrau en Stijn Schaballie en met assistentie van Dirk Deroo en Geert Desadelaer (zowat heel het duikteam van Cascade) zijn we er na een volledig weekend werken in geslaagd om de étroiture groter te maken door er een aantal blokken uit te halen. Ook het puin voor de étroiture werd voor een deel geruimd.

foto: Karel heeft uren aan die desob gewerkt onder water dat weekend. Pas zondag avond -na twee dagen hard werken- kregen we de laatste blok onderaan uit de étroiture.


De ‘deur’ naar S2 was dus open en op 2 januari 2015 ben ik er dan eindelijk het lang verwachte duikje in gaan maken. De doorgang door de verruimde étroituire gaat vlotter, maar je moet je toch juist positioneren en het blijft soms wat trekken en duwen. Vrij vlot raak ik er door en dan: genieten, eindelijk duiken in die schacht. Sifon 2 begint met een knappe diaklaas die zo’n 60° naar beneden gaat. De wanden zijn zeer fragiel en verweerd. Er ligt ook veel slijk. De minste beweging, contact met de wanden en ook de bellen van de uitgeademde lucht die opstijgen maken dat de zichtbaarheid waar die bij het afdalen zo’n 2m was als snel tot 1m of minder gereduceerd was bij de terugweg.
De schacht die gaat constant dieper en dieper en stopt tenslotte op een diepte van 56m, daar gaat hij nog enkele meters terug naar boven maar ik kon hier geen enkel teken van stromend water zien. Bij de opstijging goed links en rechts gekeken, maar ook hier nergens stroming … het zal dus nog even duren voor we de doorsteek tot aan de pertes kunnen maken !
In elk geval was het een prachtige duik en hebben we een unieke locatie bereikbaar gemaakt. Mijn oprechte dank aan Michel Pauwels voor de tips en aan het team van Cascade, zonder hen was dit niet mogelijk geweest.



Voor zij die graag eens in S2 willen gaan kijken: hou er rekening mee dat dit toch een gevorderde duik blijft en breng u niet in gevaar aub. De delicate zichtbaarheid, de étroiture en de diepte maken dat het al snel fout kan lopen.

Sven Devos

woensdag 6 januari 2016

Explo en foto in de vallei van de Lembrée


Dinsdag 29 dec 2015 Grotte des Emotions: Paul en Annette. Eerst uitgebreide fotosessie met mijn nieuwe flitsuitrusting. Annette was weer een geduldig en vakkundig model. Fotograferen in deze grot is een uitdaging. Er is natuurlijk de alomtegenwoordige modder, die tot uitkleedpartijen leidt op de meest onmogelijke plaatsen, en dat volgens rigoureuze procedures. Maar eens je in je (smetteloos zuivere!) onderpak en op sokken rond loopt in deze wereld van calciet en kristallen, is dat gedoe gauw vergeten. Maar opperste alertheid en concentratie blijft wel nodig, want je bent hier echt wel de spreekwoordelijke olifant in de porseleinkast.

In La Chambre
De overdaad aan concreties maakt het fotograferen trouwens lastig, elke stalagmiet werpt een slagschaduw en je moet echt wel een bataljon flitsers inzetten om die allemaal weg te werken. Wegens tijdsgebrek beperkten de foto’s zich tot Salle des Douze en La Chambre. Volgende keer gaan we verder. Er werd ook nog wat gekarweid (beter fixeren van de ladder in de Galerie Ardèche), en vervolgens was het tijd voor desobstructie: dubbele plop gezet in het blaasgaatje ten einde die galerij. Er is nog veel werk aan maar dit kan wel eens voor een verrassing zorgen.
Foto's staan (tijdelijk) hier: 

Zaterdag 2 januari 2016 Grotte des Surprises: Paul, Annette, Erik. Aangezien er amper goede foto’s waren (maar wel al honderden matige explofoto’s), begonnen we met een flinke fotosessie in Galerie Inattendue en Galerie Enfin. Dan verder werken in het 3de zaaltje waar ik vorige keer met Mark een plop zette. We zien er nu in twee vervolgen! Ziet er hoopvol uit. Weer een plop gezet, volgende keer weten we veel meer (denken we).

In het 2de zaaltje


Ook nog flink gegraven in het - voorlopig naamloze – zaaltje rechts in Salle Enfin. Geen hoop daar, maar een nieuw onderzoek van het pijpje waarop dit zaaltje vervolgt, gaf toch een zicht op een kleine geconcretioneerde ruimte tussen de blokken. Volgende keer zeker aanpakken. Leuke tocht, en het was intussen de 50ste exploratiedag in deze grot die onze grote hoop is om de ondergrondse Lembrée post-Emotions te bereiken. 
Foto's staan (tijdelijk) hier: