woensdag 27 mei 2009

Weekendje met de veteranen

De ANAR is een vereniging van ex-verantwoordelijken van de FFS. De meesten van hen zijn de kaap van de 60 al ver voorbij. Er zijn ook Zwitsers en Belgen bij, en elk jaar komen ze tijdens het lange Pinksterweekend ergens samen. Ditmaal zochten ze nog eens het Belgenland op, en wel in Ferrières, waar de vrienden van het UBS voor een welgevuld 4-daags programma hadden gezorgd. Annette en ik konden hen pas vrijdagochtend vervoegen en kwamen net te laat om deel te nemen aan het bezoek van de Grot van Remouchamps, onder vakkundige leiding van Camille Ek (geoloog, speleoloog, eminence grise, charmeur en ook troubadour, zoals we later zouden uitvinden!). Dan maar een terrasje opgezocht om in een heerlijk zonnetje op de terugkeer van het bonte gezelschap te wachten. Eens de hele bende weer buiten was, gingen we uitgebreid picknicken in Louveigné. Vervolgens werd de geologische wandeling verder gezet in de Vallon des Chantoirs met haltes bij de Chantoirs van Rouge Thiers, Grandchamps en Sécheval.
Chantoir de Grandchamps
Camille boeide ons mateloos met zijn zeer begrijpelijke uitleg, op zijn onnavolgbare manier gebracht.

‘s Avonds in de gîte (Palogne) konden we de rest van het gezelschap begroeten, dat gedurende de dag andere activiteiten hadden gedaan (o.m. bezoek aan steenkoolmijn van Blegny en aan de Grot van Père Noel). Leuk weerziens met vele oude bekenden. Camille Ek haalde zijn gitaar boven en verraste iedereen met zijn virtuoos gitaarspel en grappige liedjes.

Zaterdag, opnieuw heerlijk weer, waren er weer verschillende activiteiten gepland. Wij gingen mee naar de ondergrondse mergelgroeven van Lanaye en Casters, nabij Maastricht (zie hier voor meer info). Geograaf Luc Willems nam ons op sleeptouw in de immense gangenstelsels. Het accent lag op het aspect “karst” want in deze groeves zijn er tal van merkwaardige karstverschijnselen te bewonderen, zoals de honderden “racines d’altération” (verticale, buisvormige structuren die de kalksteen doorboren, met diameters van enkele centimeters tot een meter), de “aardpijpen” en zelfs een echte grotgalerij. Zoals steeds  wanneer je door een specialist wordt geleid, bijzonder leerzaam.
In de groeve van Lanaye
Het gezelschap van kranige knarren (sommigen bijna 80 jaar!) probeerde zo goed mogelijk Luc te volgen die door de gangen koerste. Voor ons was het ook een memorabel tochtje: wie had er ooit gedacht dat we nog eens samen met Jean-François Pernette (ontdekker van de Anialarra, FR3 en de BU56) onder de grond zouden kruipen. Nu, hij is amper ouder dan wij: hij was amper 18 jaar toen hij het Anialarra-massief begon te exploreren. We spraken alvast af om er deze zomer eens samen een grote wandeling te gaan maken.

Picknick langs het Albertkanaal, dan op weg naar het Fort van Eben-Emael voor een blitzbezoek. Het Fort, het grootste en modernste van België, werd voor WO2 in de mergelberg uitgegraven en telt bijna 6 km aan galerijen. Het werd door de Duitsers op amper een dag tijd veroverd, na een nachtelijke verrassingsaanval vanuit de lucht met zweefvliegtuigen. Twee uur lang doolden we onder leiding van een gids door de gangen en kregen we een heel goed beeld van het leven in het fort, dat overigens perfect bewaard is gebleven: men heeft de indruk dat het pas gisteren verlaten is… Meer over het fort vind je hier. Een bezoek meer dan waard!

‘ s Avonds een lekkere maaltijd, dan de Algemene Vergadering van de ANAR: een kolderiek gebeuren, waarbij de ernst ver te zoeken is en er uitsluitend gestemd wordt met het glas wijn. Zeker als toeschouwer bijzonder vermakelijk om zien.

Zondag, opnieuw ongelooflijk goed weer, zodat we ons wat moesten forceren om toch maar weer onder de grond te kruipen. Ditmaal Fontaine de Rivire, waar we (Annette en ik dan) in geen 15 jaar nog waren geweest.
De Fontaine zelf (niets te maken met de grot, echter!
Slechts twee veteranen in het gezelschap: Jean-Jaques Miserez (66) en Michel Baille (68) maar dat was geen enkel probleem. Onder leiding van Jack London gingen we tot aan het meer. Wow, vergeten dat het zo groot (1200 m²) en mooi was! Helderblauw water en wel 10 meter diep! Langs folkloristische equipementen van waslijn en geoxideerde musketons het meer getraverseerd. Spijt dat ik mijn goed fotomateriaal niet bijhad, hier kom ik zeker spoedig voor terug. Buiten rond 13u30, gauw terug naar Palogne om daar nog enkele uurtjes in het zonnetje te schranzen, met een fris trappistje of glaasje wijn. Daarna algemeen afscheid en iedereen weer huiswaarts. Voor één keer moesten wij het minst ver rijden!

Het was een heel plezante driedaagse voor ons, waarop we vele interessante mensen hebben ontmoet (vergeet niet dat de meeste van die veteranen in hun tijd hevige speleo’s waren en dus heel wat te vertellen hebben) en vele contacten hebben gelegd voor later.

Dank aan de organisatoren (Bernard Urbain, Lucienne Golenvaux, Jean-Marc Mattlet, Denis Wellens, Luc Ghion, en al wie ik vergeten ben), het was in elk opzicht “af”.  Het weer was in één woord schitterend. Er waren trouwens nog andere tochten gepland, maar we moesten natuurlijk ergens een keuze maken. Op het programma stonden verder nog: Grotte de Fond des Cris, Grotte du Père Noel, Menhirs van Wéris, Fort van Logne, Trou Ozer, …)

Een filmpje (100 MB, 12 minuten) van dit gebeuren vind je in de videozone van de Avalon website. Met de titels in het Frans, om begrijpelijke redenen.

Een fotoalbum met een 70-tal foto’s vind je in mijn Picasa web albums

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen